Zondag 20/09/2020

ReportageNew York City

New York City kan weer basketballen, en dat werd tijd: ‘Thuis word ik gek’

Er wordt weer basketbal gespeeld, op West 4th Street Courts in West Village, New York City. Beeld Getty Images

Heel voorzichtig keert het leven terug in New York, waar het coronavirus ongenadig heeft huisgehouden. Er wordt weer gesport op de buurtveldjes waar het maandenlang leeg en stil was. ‘Man, wat hadden we dit nodig.’

Het voelt nog wat roestig, zegt een van de mannen op het Biggie Wallace basketbalveld, in het hart van Brooklyn, als de bal van de rand van de basket afketst. “Ik mis schoten die ik vroeger nooit miste.”

“Ach, spiergeheugen”, mompelt een ander. Hij dribbelt met rechts langs zijn tegenstander, schouder erin, onder de basket door, draait om, en scoort met links, een manoeuvre in een ruimte waar geen ruimte lijkt, er klinkt een oooooh! van de paar spelers die langs de kant zitten te wachten. “Dit is alles wat je moet onthouden, in deze tijd.”

Eindelijk, eindelijk gaan de basketbalvelden weer open in New York, nadat ze op 1 april, toen de ziekenhuizen vol stroomden en de sirenes niet ophielden met loeien, op last van gouverneur Andrew Cuomo werden gesloten. “Hoe roekeloos en onverantwoordelijk en egoïstisch kun je zijn”, zei hij toen, over de jongeren die maar bleven doorspelen. “Hoeveel doden moeten er voor je vallen voordat je begrijpt dat je een verantwoordelijkheid hebt?”

Om de maatregel kracht bij te zetten werden overal, op ruim vijfhonderd veldjes in de stad, de ringen met de netten van de borden afgeschroefd. Wat resteerde, was een platte rechthoek met vier gaten, symbool voor een stad waaruit het doel verdwenen was. De hekken naar de velden werden op slot gedaan – ook de speeltuinen achter die hekken werden zo verboden terrein. Als er iets was dat zichtbaar en hoorbaar het leven uit de stad haalde was dat het: de leegte en de stilte van al die niet gespeelde spelletjes.

Black Lives Matter

“Man, wat hadden we dit nodig”, zegt Shane Augustus nu, een twintiger die hier drie, vier keer per week komt. “Je wordt gek, in huis. De meesten van ons zijn hun baan kwijt, er is niets meer te doen. Het voelt zo goed om weer hier te zijn, om weer grappen te kunnen maken, te schelden, om weer sociaal te zijn. De kameraderie heb ik het meest gemist.”

De twee velden liggen wat verscholen, op een verhoging langs Fulton Street, een van de zwarte aders van Brooklyn – verderop is in grote gele ­kapitalen Black Lives Matter op de straat geschilderd, met daarbij niet alleen de namen van recente zwarte ­doden, maar ook die van onder meer Emmett Till en Edgar Mevers, martelaren uit het Mississippi van de jaren 50 en 60. Het terrein is drie jaar geleden vernoemd naar de rapper ­Christopher Wallace, die hier in de ­jaren 80 en 90 rondhing met zijn vrienden, om te spelen en te praten en te lachen en te rappen, de rijmen waarmee hij naam mee zou maken, Notorious B.I.G., een naam die zou blijven voortleven nadat hij in 1997 in Los Angeles op 24-jarige leeftijd werd dood­geschoten – nog steeds zingt iedereen zijn muziek mee, in de zwarte kap-­salons van Brooklyn, en vorig jaar werd hij zelfs in het Huis van Afgevaardigden geciteerd: If you don’t know, now you know.

Beeld Getty Images

Uit een luidspreker klinkt nu de muziek van Pop Smoke, een andere zoon van Brooklyn, die in februari werd doodgeschoten, ook weer in LA. Het is een jaar van déjà vu’s. De laatste weken laait het straatgeweld weer op in grote steden als Chicago en New York, bende-afrekeningen die doen denken aan de jaren 90. Zaterdag stierf hier een paar blokken vandaan, bij een barbecue in een van de net geopende speeltuinen, door een verdwaalde kogel een baby van één jaar.

Ook daarom is het goed dat de basketbalvelden weer open gaan, denken sommigen hier. De verveling zoekt een uitweg. “Het is goed als de jongens weer wat te doen hebben”, zegt Augustus.

Pick-up games, worden de wedstrijdjes genoemd, potjes van drie tegen drie rond één basket, meestal tot de zestien, en het is een woord dat bijna letterlijk kan worden genomen – iedereen die langs de kant zit, krijgt een uitgestoken hand, of je mee wilt doen. Pas op het veld blijkt of je mee kunt, en wat je plek is in de pikorde.

Het zijn harde potjes. “Ik heb drie maanden staan boksen tegen een beeldscherm”, zegt Chris Lab, normaal gesproken een producer van sport­programma’s bij de radio, nu al maanden met onbetaald verlof. “Toen ik ­terugkwam op het veld, had ik al die energie. We gingen maar door, en door, alsof we die drie maanden moesten inhalen.”

Toch zijn nog lang niet alle velden open. Juist rond de ‘projects’, de sociale-woningbouwtorens die in groepjes bij elkaar in de stad staan, staan de basketbalborden er nog steeds doelloos bij. De jongens en mannen zitten op bankjes, te wachten op de dingen die komen gaan.

Mondkapjes

Formeel gingen de velden vorige week weer open, in fase 3 van de heropening, tegelijk met de nagel- en massagesalons. Samenscholingen tot 25 mensen zijn weer toegestaan. Heel even leek het alsof er zelfs weer binnen in restaurants mocht worden gegeten, maar dat werd toch nog uitgesteld, uit angst voor een nieuwe opleving van de pandemie, zoals in de rest van het land. New York is voorzichtig, na ruim 23.000 doden. Hoewel het aantal positieve tests nu nog maar rond de 1 procent ligt en afgelopen zaterdag voor het eerst in maanden een dag zonder ­covid-doden was, zijn de bewoners van de stad behoedzaam. Op straat zijn mondkapjes nog steeds normaal.

Maar op het veld is het anders. “Ik dacht nog toen ik hierheen liep: hoe doen we dat”, zegt Lenworth James (30), in gewone tijden advocaat, soms makelaar, maar nu heeft hij een schoonmaakbedrijf opgericht. “Hier doen we het zonder mondkapje. Hier voelt alles weer normaal.”

Zowel zijn vader als broer heeft het virus gehad, maar allebei hebben ze het overleefd. “Ik dacht even dat mijn vader het niet zou redden, maar god­zijdank, hij is er nog”, zegt James. Godzijdank, dat hoor je veel, als je mensen op het veld vraagt hoe het met hun ­familie gaat – hoe heftig de (eerste) golf ook is geweest, er zijn meer mensen die geluk hebben gehad dan die pech hebben gehad. James’ broer is politieman in Brownsville, een van de zwaarst getroffen wijken in de stad, en die heeft het virus waarschijnlijk mee naar huis genomen. Dus toen kreeg zijn vader het ook. “Zelf heb ik me drie keer laten testen. Ik heb mijn vader verzorgd, geen idee hoe het kan dat ik het niet gekregen heb.”

Niet iedereen heeft geluk gehad. Aridio Caceres, een speler een veldje verderop, heeft het over ene Manuel van 25 jaar, die het niet heeft gered. “Vriendelijke jongen, sociale speler. Niemand verdient het te sterven, hij zeker niet. Ook al lijkt het normaal: voor sommigen wordt het nooit meer normaal.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234