Dinsdag 22/06/2021

Neu!

Krautrockpioniers herleven

David Bowie, Brian Eno, Radiohead en Stereolab hebben één ding gemeen: allemaal zijn ze ingrijpend beïnvloed door de minimalistische Krautrockgroep Neu!, die actief was van 1972 tot '75 en daarna implodeerde. Het duo Klaus Dinger (drums) en Michael Rother (gitaar) maakte aanvankelijk deel uit van Kraftwerk, maar besloot algauw zijn eigen weg te gaan. Het pseudoniem Neu! was goed gekozen, want haast drie decennia na de feiten klinkt de muziek op hun drie platen nog steeds niet gedateerd. Dinger en Rother waren hun tijd ver vooruit: hun werk bevatte niet alleen de kiemen van punk en elektronische dance, maar ook van de latere remixrage. Na de split leefden beide heren lange tijd op voet van oorlog met elkaar, reden waarom hun elpees tot dusver nooit op cd uitkwamen. Maar dank zij de bemiddeling van de Duitse zanger Herbert Grönemeyer is de rerelease van hun volledige catalogus nu eindelijk een feit.

Hun titelloze debuut, opgenomen in 1971, begon met 'Hallogallo', een tien minuten durende beginselverklaring waarin meteen ook hun karakteristieke Neu!-beat werd geïntroduceerd. De muziek was minder cerebraal dan die van Kraftwerk. Er kon zelfs op gedanst worden, ook al experimenteerden Dinger en Rother met drones, gevonden geluiden en sadcore avant-la-lettre. De cd, die tot stand kwam met de hulp van producer Conny Plank, was beïnvloed door jazzmen als John Coltrane en Albert Ayler, maar sloeg niettemin aan. Toen halverwege de werkzaamheden aan de tweede Neu!-elpee het budget opgesoupeerd raakte, besloten de heren de tweede plaatkant te vullen met twee tracks van een geflopte single, die werden verknipt en op verschillende snelheden afgespeeld. Op die manier werd Neu! een pionier van de cut-up- en scratchingtechniek. Het duo waagde zich ook aan een paar optredens met tapes, maar die demarche werd in de vroege seventies door het publiek nog niet aanvaard.

Hoewel de twee muzikanten zich na Neu! 2 elk met andere projecten gingen bezighouden, maakten ze in 1975 hun laatste en beste plaat. De ene kant stond in het teken van melodie, de andere, waarvoor Neu! zich uitbreidde tot kwartet, stond in het teken van hun Motorik Groove. Bowie haalde er de mosterd voor Station to Station en zijn Berlijnse trilogie, terwijl nummers als 'Hero' en 'After Eight' de latere Sex Pistols evenmin onberoerd zouden laten.

Klaus Dinger en Michael Rohter zijn tot vandaag actief gebleven, maar het impact van Neu! hebben ze nooit meer geëvenaard. Neu! 75 blijft echter een mijlpaal uit de recente muziekgeschiedenis: fris, sprankelend, tijdloos. Een plaat die in geen enkele verzameling mag ontbreken.

Neu!, Neu!, Grönland/EMI Neu!, Neu! 2, Grönland/EMI Neu! Neu! 75, Grönland/EMI

Sparklehorse

Landelijk surrealisme

Smeulende piano's die aanspoelen op het strand, kinderen met diamanten waar je hun ogen verwacht, toverkollen in de kruin van een boom, een man wiens aderen niet met bloed maar met inkt zijn gevuld: welkom in het surrealistische universum van Sparklehorse. Wie vertrouwd is met platen als Vivadixiesubmarinetransmissionplot en Good Morning Spider zal wellicht niet meer opkijken van de vele dierenmetaforen of mijmeringen over dood en vergankelijkheid waarmee Mark Linkous zijn songs construeert. Toch voegt It's a Wonderful Life een boeiend nieuw hoofdstuk toe aan 's mans discografie.

Linkous, die zelf meer dan tien verschillende instrumenten bespeelt, laat zich dit keer assisteren door coproducers John Parish en Dave Fridmann, en heeft voorts enkele opvallende gasten in de studio uitgenodigd. Tom Waits leent zijn stem aan het gruizige 'Dog Door', dat wilde potten- en pannenpercussie als ruggengraat heeft. Polly Jean Harvey zingt en speelt gitaar en piano in het rockende 'Piano Fire' en maakt haar opwachting in het strompelende 'Eyepennies'. Nina Perssen van The Cardigans leent haar stem aan het statig voortschrijdende 'Apple Bed'.

Linkous' fragiele, soms vervormde stem is verwant aan die van Neil Young, maar zijn warme, hypnotische melodieën, waarin cello's, speelgoedpiano's, mellotrons, optigans, chamberlains en orchestrons figureren, blijven even mysterieus als uniek. 'Gold Day', 'Sea of Teeth' of 'Little Fat Baby', waarin een tekstfragment uit een Vic Chesnutt-song is verwerkt, zijn ongrijpbaar, alsof ze je uit een droom tegemoet komen gewaaid. Af en toe heb je de indruk dat ze een ode zijn aan de eenvoud van het plattelandsleven in Virginia, waar Sparklehorse op stal staat. Maar 's mans liedjes zijn gelaagd genoeg om aan eenduidige interpretaties te ontsnappen. Zoveel blijkt al uit de titeltrack waarmee de cd opent: "I'm the dog that ate your birthday cake / It's a wonderful life". Alweer een plaat waar je maanden zoet mee kunt blijven.

Sparklehorse, It's a Wonderful Life, Capitol/EMI

Ron Sexsmith

Steviger en ritmischer

De Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith wordt op handen gedragen door beroemde collega's als Elvis Costello, Paul McCartney en Sheryl Crow, en zag zijn liedjes al gecoverd door Rod Stewart en Anne Sophie Von Otter. Geen slecht begin, maar het was natuurlijk nog veel beter, mocht het grote publiek, dat tot dusver aan zijn werk voorbijging, enkele van zijn platen in huis halen. Het zou dan kennis kunnen maken met eenvoudige en heldere songs over herkenbare emoties, die bovendien bijzonder smaakvol zijn verpakt. Op Sexsmiths eerste drie cd's, allemaal geproducet door Mitchell Froom, lag de nadruk nog vooral op ballads. Maar onder impuls van countryrocker Steve Earle, die Frooms plaats heeft ingenomen, bewandelt de zanger op Blue Boy nu enigszins andere paden. Zijn nieuwe materiaal klinkt gevarieerder en, occasioneel, ook steviger: in die zin leunt het weer wat nauwer aan bij de muziek die Ron Sexsmith vroeger maakte met zijn groep The Uncool. Niet dat dit aanleiding geeft tot een spectaculaire stijlbreuk: het is allemaal een kwestie van inkleuring en sfeer.

Het springerige, met blazers versierde 'This Song' zet de toon voor een plaat waarop de tempo's iets hoger liggen dan gewoonlijk. Zo is 'Not Too Big' een funky r&b-nummer, houdt 'Never Been Done' het midden tussen reggae en ska, knipoogt 'Thirsty Love' naar gospel en mag 'Don't Ask Why' onder de noemer melodieuze gitaarpop worden gerangschikt. In het behoedzaam voortschuifelende 'Foolproof', waarin een Chet Baker-achtige trompet opduikt, en 'Miracle in Itself' speelt Ron Sexsmith voor het eerst piano, terwijl hij in 'Parable' zelfs gebruik maakt van loops en scratches. Fans van het eerste uur hoeven echter niet te wanhopen: de mijmerende liedjes, waar de zanger onderhand een patent op heeft, ontbreken evenmin. Luister maar eens naar 'Cheap Hotel', over een mishandelde vrouw die op de vlucht is voor haar gewelddadige echtgenoot; het in warme celloklanken gewikkelde 'Fallen'; het bloedmooie 'Just My Heart Talkin' of het door Kyp Harness geschreven 'Thumbelina Farewell'.

Ron Sexsmith is er met Blue Boy in geslaagd zichzelf te blijven, zonder zich te herhalen. Zelf beschouwt hij zijn vierde langspeler als "my miniature White album". Zodra je hem hebt gehoord, wordt vanzelf wel duidelijk dat dit geen vorm van zelfoverschatting is.

Ron Sexsmith, Blue Boy, Cooking Vinyl / Bertus

Coem

Klauwen en strelen

De Limburgse rockscene heeft altijd al uitgeblonken door eigenzinnigheid. Groepen als Perverted, Vandal X of Reiziger zouden wellicht nergens anders kunnen gedijen en ook het Hasseltse Coem doet koppig zijn eigen ding, zonder al te nadrukkelijk naar media-aandacht te hengelen. Toch wordt het hoog tijd dat dit viertal uit de schaduw treedt, want zijn tweede cd, Bandwi(d)thconsiderations, is te goed om zomaar te negeren. Bij Coem hebben vooral de gitaren het voor het zeggen: ze kronkelen en spinnen, halen nu eens klauwend naar elkaar uit en strijken dan weer kwispelend langs je benen.

Coem ligt dwars en permitteert zich grillen, maar verliest nooit de melodie uit het oog en beschikt over een ritmesectie die een heel flatgebouw kan dragen. Songs als 'How I Remember', 'Smoke Signals', 'Show' of het instrumentale 'For a Sci-Fi Western' bezitten zoveel reliëf en dynamiek dat je oren er van gaan tintelen, terwijl 'Dream' en 'Country Code' de rustiger en meer ontspannen kant van de groep belichten. 'Ready For Love' is voorzien van een minimalistische tekst die na verloop van tijd iets van een hypnotiserende mantra krijgt; het dreinerige orgeltje in 'All By Myself' veroorzaakt een soortgelijk effect. Coem zet een onschuldig gezicht op, maar stopt zijn liedjes vol valstrikken en wolfsklemmen. Waar je rondingen verwacht, bots je op scherpe hoeken waar je je ernstig aan kunt bezeren.

Soms laat de groep ook wel eens een steekje vallen: 'For My Traveling Companion' gaat niet echt ergens naartoe en het pathetische dronkemansgezang in 'The Absurd Story of o-a-mi-nadia' doet denken aan de irritantste momenten van wijlen 2 Belgen. Niet gekniesd echter: Bandwi(d)thconsiderations is een plaat die je gehoord moet hebben. Met een beetje geluk mag Coem volgende zomer op Pukkelpop komen bewijzen dat het van de buitenlandse concurrentie weinig te duchten heeft.

Coem, Bandwi(d)thconsiderations, BDR/Bang!

Swell

Thuis in de marge

Swell is een cultband uit San Francisco die tegenwoordig als wegbereider wordt beschouwd voor Grandaddy, Gomez en talloze andere groepen waar jonge oren dol op zijn. Toch is het gezelschap er nooit echt in geslaagd zich uit de marge van de Amerikaanse underground los te rukken. Dat gebrek aan succes heeft de jongste jaren tot nogal wat personeelswisselingen geleid en op Everybody Wants to Know, de zesde Swell-cd, is eigenlijk alleen zanger, gitarist, toetsenman en songschrijver David Freel overgebleven. Occasioneel bijgestaan door drummer Rey Washam neemt hij nu alle honneurs waar en zoals verwacht heeft dat tot een ietwat veranderde aanpak geleid.

Zoals al bleek uit de in november verschenen Feed EP, bedient Freel zich dezer dagen van allerlei elektronische snufjes en bouwt hij zijn nummers op geprogrammeerde breakbeats, loops, samples en pulserende baslijnen, al flitsen er ook nu weer knappe gitaarlijnen en pianomotiefjes doorheen. Hoewel Swell zich nog altijd in sinistere sferen wentelt, zorgen de logge grooves ervoor dat er ook gedanst kan worden. Slechts één minpuntje: vijf van de seven tracks uit Feed worden op de nieuwe plaat doodleuk hernomen. En als je dan ook nog eens vaststelt dat 'Someday Always Comes', '... A Velvet Sun' en 'Like Poverty' opnieuw de hoogtepunten vormen, begrijp je meteen waarom Everybody Wants to Know alleen voor overtuigde Swell-fans verplichte kost is. De anderen kunnen met de compactere voorganger al ruimschoots volstaan.

Swell, Everybody Wants to Know, Beggars Banquet/V2

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234