Woensdag 25/11/2020

Verkiezingen VS

Neuropolitiek: de strijd om het brein van de kiezer

Amerikanen bekijken een affiche die het eerste debat tussen Hillary Clinton en Donald Trump aankondigt.Beeld AP

Hillary Clinton en Donald Trump gaan deze nacht voor het eerst rechtstreeks met elkaar in debat. Clinton maakt gebruik van neuropolitiek, fluisteren sommigen, alsof het een vuile ziekte zou zijn. Nee, een vuile ziekte is het niet, maar wat is het dan wel? En wat kun je ermee aanvangen? De meningen zijn verdeeld, maar één ding is zeker: de deur voor manipulatie via hersenstimulatie staat open.

Oorlog is politiek met andere middelen, zei de Duitse militaire theoreticus Carl von Clausewitz in de negentiende eeuw. Wie de bitse opmerkingen hoort die Donald Trump en Hillary Clinton dezer dagen elkaar naar het hoofd slingeren, zou het omgekeerde gaan vermoeden: dat politiek oorlog is met andere middelen. Wie oorlog zegt, zegt ook psychologie, en dat blijkt Hillary Clinton heel erg goed begrepen te hebben. Haar campagneteam bestaat niet alleen uit mensen die haar voorbereiden op zowat alle mogelijke uithalen van Donald Trump, er zit ook een psycholoog tussen. Zijn opdracht voor het presidentiële debat van de voorbije nacht was Clinton trucs en tics aanleren waar Trump razend van zou worden; psychologische oorlogvoering dus.

Stel je nu even voor dat politici niet alleen het brein van hun tegenstander, maar ook dat van de kiezer zouden kunnen manipuleren. Dan lag de weg naar het Witte Huis natuurlijk breed open. In zekere zin doen ze dat natuurlijk al. Iedere politieke boodschap is een poging om de kiezer in een bepaalde richting te sturen.

Neem bijvoorbeeld het tv-filmpje van Team Trump waarin een vrouw 's nachts ontwaakt en iemand aan de voordeur hoort morrelen. Ze staat op, loopt naar het kluisje waarin haar wapen ligt, en opeens verdwijnt dit. "Als het aan Hillary lag, gebeurde dit", zegt een achtergrondstem, waarna het filmpje eindigt met een beeld van het huis van de vrouw, afgespannen met politielint, waaruit moet blijken dat ze vermoord is.

Het is grof werk dat de een al meer dan de ander zal aanspreken. Het menselijk brein wordt erin beschouwd als een zwarte doos waar je een filmpje insteekt aan de ene kant en een Trump-stem uitkomt aan de andere. Wat gebeurt er in die doos? Dat is waar neuropolitiek zich mee bezighoudt: nagaan welke beelden, uitspraken en bewegingen het maximale effect scoren bij potentiële kiezers en die dan uitbuiten in de campagne. Veranderingen in hartslag, huidtemperatuur en oogbewegingen worden bij proefpersonen geregistreerd en als ultiem wapen wordt zelfs de hersenscanner bovengehaald.

Walging opwekken

In zijn eenvoudigste vorm werd het al gebruikt bij verkiezingen in onder meer Mexico, Spanje en Polen, terwijl er in nog een dozijn andere landen onderzoek naar gebeurt. In Mexico werden bijvoorbeeld grote led-schermen op straat geplaatst waarin een camera ingebouwd was. Met gezichtsherkenningssoftware die een stuk of vijfentwintig specifieke plaatsen op een gezicht scant, werd de reactie van toevallige passanten op de getoonde beelden geregistreerd. Iedere glimlach werd opgetekend en geen enkele woedende blik ging verloren. De op die manier ingewonnen informatie werd teruggekoppeld naar het campagneteam van een van de kandidaten.

Ander onderzoek wou rechts kiesgedrag en de mate waarin men afkeer voelt, aan elkaar koppelen. Proefpersonen kregen een vragenlijst onder de neus die peilde naar hun kiesintenties. Daarna werden ze in een fMRI-scanner geschoven en werden ze geconfronteerd met walging oproepende beelden, zoals een man die zijn mond volpropte met wormen. Niet alleen vond men zo dat politiek rechtse proefpersonen duidelijk gevoeliger waren voor walging, er was ook op andere plaatsen in hun hersenen activiteit waar te nemen dan bij linkse proefpersonen.

Onze politieke voorkeur zit dus tussen onze oren, kunnen we hieruit besluiten, en we weten zelfs waar precies. Dat zet de deur open voor manipulatie via hersenstimulatie. Er moet bij wijze van spreken de dag van de verkiezingen maar iemand op Jommekesachtige wijze iets in het drinkwater kappen en iedereen stemt voor Trump.

"Zo eenvoudig is het allemaal niet", bindt Machiel Keestra onze op hol geslagen fantasie snel weer vast aan een heipaal. Keestra is filosoof en psycholoog aan het Instituut voor Interdisciplinaire Studies van de Universiteit van Amsterdam en een expert op dit vlak. "Wat je in het brein kunt zien, is dat naarmate de keuzes simpeler zijn, we vrij goed kunnen voorspellen wat iemand gaat doen. Wanneer we het echter over de interpretatie van talige en abstracte begrippen hebben, worden de neurale netwerken die daarbij betrokken zijn zo complex dat daar niet meer zo eenvoudig de vinger op te leggen is. Of iemand links- of rechtshandig is, zien we in het brein, niet of iemand politiek links of rechts is."

Machiel Keestra.Beeld rv

Ook van de Big Brother-billboards die je gezichtsexpressie registreren, is Keestra niet onder de indruk: "Dit is niet nieuw. Wanneer je twee affiches maakt voor een presidentskandidaat en de eerste blije gezichten oplevert en de tweede boze, zul je beter scoren in het kieshokje door die eerste te gebruiken. Het probleem is dat hier een aantal gedachtesprongen worden gemaakt. Die emotionele expressie is vaak een primaire respons. Stel dat wij samen over straat lopen, een affiche van Geert Wilders zien en blije gezichten opzetten. Wat betekent dat dan? Misschien wel dat we het grappig vinden dat dit stuk onbenul weer met een of andere domme slogan op de muur staat. Wij lachen, maar wij gaan niet voor hem stemmen."

The Big Five

Eenzelfde geluid horen we bij Jan De Vos, eveneens psycholoog en filosoof, onderzoeker aan de Universiteit Gent. Ook hij denkt dat het niet zo makkelijk is om politieke voorkeur en neurologie aan elkaar te koppelen, en hij voegt er nog dit aan toe: "Ik vraag me wel eens af waarom men per se de omweg wil maken via psychologie en neurologie, terwijl men die fenomenen perfect kan vatten in louter politieke termen. Door er psychologie en neurologie bij te betrekken, geef je de indruk dat we iets over mensen te weten kunnen komen dat zij zelf niet beseffen. En dat je dat dan kunt manipuleren.

Jan De VosBeeld thomas Sweertvaegher

"In het begin van de jaren 80 ontwikkelde Lewis Goldberg een systeem met vijf varianten om persoonlijkheidsmodellen op te stellen, The Big Five. Ieder individu zit ergens op een lijn tussen extravert en introvert, gerichtheid op zichzelf of gerichtheid op anderen, zorgvuldigheid en onzorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en instabiliteit en openheid en geslotenheid voor nieuwe ervaringen. Sommigen denken dat die persoonlijkheidsmodellen gekoppeld kunnen worden aan politieke voorkeuren. De introvert wordt dan gezien als links en de extravert als rechts."

"Wat ik problematisch vind, is dat hier in feite al vooraf politieke denkbeelden in de psychologie geïnjecteerd worden. In onze hersenen gebeurt heel veel tegelijk. Als we er greep op willen hebben, moeten we dus gebruikmaken van modellen. Dergelijke modellen zijn nooit neutraal. Ze zijn gebaseerd op specifieke mens- en maatschappijbeelden."

Nieuwe sensaties

Brein en politiek gaan wel degelijk hand in hand. Er bestaat bijvoorbeeld een erfelijke afwijking waardoor extra dopaminereceptoren worden aangemaakt en er dus een sterkere respons ontstaat op dopamine in de hersenen. We weten dat het op zoek gaan naar nieuwe sensaties heel erg gerelateerd is aan de hoeveelheid dopamine. Zulke openheid wordt over het algemeen in verband gebracht met progressiviteit en links kiesgedrag, terwijl conservatieve kiezers eerder terughoudend staan tegenover het vreemde.

Er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen die afwijking en een progressievere voorkeur op politiek vlak, en die bleek te bestaan. Impulsieve mensen zijn niet zo terughoudend qua sociale contacten, waardoor ze met meer mensen in contact kwamen en dus ook wat progressiever stemden.

Maar ook de omgeving bleek een rol te spelen. Proefpersonen met de afwijking die in een klein dorp woonden waar veel minder contacten mogelijk waren, ondervonden bijna geen invloed op hun politieke houding. Wat dit onderzoek dus vooral aantoonde, was hoe complex de interactie tussen genen, brein en omgeving wel is.

"Ons brein is een open mechanisme dat zich ontwikkelt in interactie met de omgeving", pikt Keestra daarop in. "Evolutionair gezien zou het tegengestelde natuurlijk heel erg onverstandig zijn. Ik gebruik wel eens het beeld van inprinting zoals we dat bij zwanen en ganzen zien. Etholoog Conrad Lorenz heeft mooie proeven gedaan, waaruit bleek dat wanneer gansjes die pas uit het ei kwamen hem voor het eerst zagen, voor de rest van hun leven achter hem aan bleven lopen en zwemmen. Ze probeerden zelfs met hem te paren."

"Het verschil tussen progressief en conservatief is volgens mij net zo goed een zaak van het brein als van de omgeving. Als een fysieke aanleg niet de juiste voedingsbodem treft, zal zich die niet uiten in een politieke voorkeur."

Folterpraktijken

Waar zowel Keestra als De Vos het over eens zijn, is dat het neuropolitiek onderzoek dat tot nu toe is gebeurd, alleen bevestigt wat we al wisten uit de psychologie: dat angstige mensen rechtser stemmen bijvoorbeeld en dat linkse verder kijken dan hun directe omgeving en daarom meer belang hechten aan berichten over de klimaatverandering. Waarom doet men er dan soms zo schimmig over?

Zo gaan bijvoorbeeld geruchten dat het campagneteam van Clinton zich van neuropolitiek bedient, wat door haar woordvoerder ontkend noch bevestigd wordt. "Wij communiceren daar niet over", was zijn enige commentaar.

Het heeft allemaal te maken met het geheimzinnige aura dat rond de psychologie hangt, aldus De Vos, alsof psychologen gevaarlijke dingen zouden weten en anderen niet. Een gevaarlijke fantasie noemt hij het: "Je kunt het vergelijken met de psychologen die onder Bush betrokken waren bij het folteren in Irak. Zij waren daar zogezegd om een grens te trekken tussen folteren en enhanced interrogation, terwijl zij in realiteit de militairen legitimeerden in hun bestaande folterpraktijken, zoals waterboarden."

"Hetzelfde kun je zeggen over neuropolitiek. Politieke manipulatie is van alle tijden. Alleen worden nu psychologen en neurologen ingezet om die praktijken in een proper, wetenschappelijk kleedje te steken en de politiek zo te depolitiseren. Er is nog slechts één ideologie, de liberale. Want dat toont toch ook de neurologie aan?"

Beeld AFP

"Precies", gaat Keestra daar op in, en hij verwijst naar steeds luidere kritiek op neuropolitiek vanuit linkse hoek. "De afgelopen jaren zijn er heel wat publicaties verschenen die op de plasticiteit van ons brein wijzen, waardoor wij kunnen leren bijvoorbeeld. Dat discours past heel erg goed bij de neoliberale wending van onze samenleving, waarbij we als werknemer en burger steeds flexibeler moeten zijn. De neurowetenschap wordt dus een spiegel voor het neoliberale discours waarin flexibiliteit bovenaan staat.

"En dat is ook goed te begrijpen natuurlijk, aangezien neuropolitiek bedacht is door neuromarketeers. Die leggen mensen in de hersenscanner, tonen hen verschillende reclameboodschappen van eenzelfde product en gaan dan hun neurale activiteit bepalen. De boodschap waarbij de reward centers in de hersenen het meest oplichten, krijgt dan de voorkeur. Hoever dit economisch hertalen van het politieke wel gaat, bleek in een artikel dat ik onlangs las. De auteurs gingen ervan uit dat politieke keuzes te vergelijken zijn met economische keuzes en we dus voor de partij stemmen die ons de grootste return zal opleveren."

Imbecielen

De politieke psychologie maakt vaak gebruik van de duale systeemtheorie die een onderscheid maakt tussen langzaam en snel denken. In die theorie beschikken we over verschillende denksystemen. Het ene is evolutionair wat ouder en is niet taalgebonden of rationeel, maar eerder associatief en met een sterke rol voor intuïtieve, automatische processen. Daarnaast zouden we een meer reflexief systeem hebben dat verbaal en regelgeleid werkt. Het idee is dat heel veel sociale en economische keuzes door het eerste systeem beïnvloed worden. Wanneer je bijvoorbeeld met raciale vooroordelen te maken krijgt, zit je duidelijk in het eerste systeem. Dan mag je nog zo rationaliseren, daar verander je niet veel aan.

Keestra: "Wanneer een bepaalde partij, zoals Trumps Republikeinen bijvoorbeeld, als het ware een monopolie heeft weten te leggen op een emotie als angst en dus hele sterke triggers in ons brein weet te beroeren, moet de andere partij daar rekening mee houden en daar een verhaal tegenoverstellen dat mensen ook aan het denken zet."

"Veel progressieve partijen hebben daar moeite mee en ontkennen die triggers liever. Trumps kiezers afdoen als imbecielen is dus niet de juiste aanpak. Net zomin als het vermoeden de wereld insturen dat je het achterste van je tong niet laat zien. Neem nu die hele kwestie van Clintons appelflauwte tijdens de herdenking van 9/11. Na een halve dag komt het campagneteam dan met een longontsteking als verklaring op de proppen. Dat gelooft natuurlijk niemand. Als Clinton echt bijgestaan wordt door neurowetenschappers, dan zullen die haar op het hart gedrukt hebben die blunders vannacht niet te herhalen. Dan zal ze op een open en eerlijke manier ingegaan zijn op Trumps appel op het primitieve denksysteem. Daar zal ze niet alleen haar eigen kiezers, maar ook de twijfelaars mee bereikt hebben, en het zijn deze die het verschil kunnen maken."

En hier zou het gevaar van de neuropolitiek kunnen liggen natuurlijk. Wanneer we in de scanner zien welke triggers succes hebben, zou de politiek daar wel eens op kunnen inspelen. Gedaan dus met het rationele verhaal dat een betere toekomst voor ons allemaal schetst en zo onze stem probeert te winnen. Politiek wordt dan een poppoll.

"Dat gevaar bestaat natuurlijk al tientallen jaren", zegt Keestra. "Het verschil is dat traditioneel psychologisch en sociologisch onderzoek uitging van een verbal report waarbij mensen antwoorden moesten geven of een vragenlijst invullen. Die antwoorden zijn niet altijd even betrouwbaar. Neurowetenschap geeft een extra toegang tot wat mensen denken. Dat poppolleffect lijkt met Trump een nieuw niveau bereikt te hebben."

Datamining

Jan De Vos is echter niet onder de indruk van de beloften van de neuropolitiek. Datamining is een veel grotere bedreiging, zegt hij, en dat bestaat al. Vroeger probeerde men doelgroepen te bereiken. Er werden politieke boodschappen de wereld ingestuurd gericht op zwarten, hispanics, homo's en ga zo maar door. Dat was natuurlijk veel te grof. Daarom is men de aandacht gaan richten op datamining, waarbij onze persoonlijke voorkeuren geregistreerd worden en wij specifieke, op ons afgestemde politieke boodschappen ontvangen.

De Vos: "Op het internet laten we overal sporen achter: wat we op Facebook plaatsen of liken, de nieuwsbrieven die we binnenkrijgen en de specifieke artikels die we lezen. Op basis van die sporen wordt ons nieuwe informatie opgedrongen. We worden dus gestuurd en krijgen de impliciete boodschap dat we niet langer zelf moeten denken en selecteren. Een computeralgoritme zal dat wel voor ons doen.

"Wanneer je vroeger een politiek denkbeeld verspreid wou krijgen, diende je dit maatschappelijk uit te dragen, via het onderwijs bijvoorbeeld. Vandaag zijn we individueel bereikbaar op pc, tablet en smartphone. Je krijgt gerichte informatie toegestuurd waardoor je leefwereld er anders gaat uitzien dan de mijne. Wanneer iedereen gerichte informatie ontvangt, bindt niets ons meer. Als er ooit een gedeelde politieke ruimte heeft bestaan, zijn we die nu aan het verliezen."

"De filosofe Hannah Arendt zei ooit over het behaviorisme dat het grote probleem ermee niet was dat het niet juist was, maar wel dat het waar zou kunnen worden doordat het het best paste bij de toenmalige maatschappij. De theorie die je aanhangt stuurt immers ook je waarneming. Iets dergelijks zien we vandaag met datamining. Big Brother is al onder ons."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234