Zaterdag 28/03/2020

Net als in de film

Hemmerechts lezen is een tijdlang met haar personages onderweg zijn, met haar als gids om verborgen krasse emoties en diepe verlangens aan te wijzen

Stevige, smeuïge roman van Kristien Hemmerechts

In De laatste keer, de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts, laat een raadselachtige man het hoofdpersonage afdalen naar de krochten van haar persoonlijkheid, terwijl een ondraaglijke stank bezit neemt van de stad. Via de verbeeldingswereld van de film legt Hemmerechts de rauwe werkelijkheid bloot.

Kristien Hemmerechts

De laatste keer

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 286 p., 18.50 euro.

'Mensen willen altijd dingen aan schrijvers vragen, terwijl schrijvers alleen maar vragen hebben", zegt een schrijver die terloops door Kristien Hemmerechts' nieuwe roman De laatste keer dwaalt. Daarmee formuleert hij een soort apologie voor deze roman in het bijzonder en misschien voor Hemmerechts' hele oeuvre in het algemeen. Met een niet te stelpen verbeelding zet ze in ieder boek een aantal personages naast elkaar aan de startlijn en registreert ze schijnbaar zo verwonderd en verrast als de lezer zelf welke verschillende parcoursen ze volgen, voortgedreven door het toeval en hun particuliere aard, tot ze een eind verder in hun leven aanbelanden. Meer dan dat ze van alles hebben meegemaakt zijn ze een tijd lang zichzelf geweest in het boek. Zelden zijn ze in hun belevenissen op een climax afgestevend, misschien hebben ze enige loutering doorgemaakt, maar in ieder geval wordt hun 'verhaal' niet afgerond. Het is Hemmerechts niet om aankomen te doen, maar om onderweg zijn. Ze wil weten hoe leven en liefde en seks en verbondenheid en vrijheid in mekaar zitten, maar je krijgt van haar geen antwoorden, ze stelt impliciete vragen. Kristien Hemmerechts lezen is een tijdlang met haar personages onderweg zijn, met haar als gids om verborgen krasse emoties en diepe verlangens aan te wijzen. Over smalle paadjes langs ravijnen die de gemiddelde levenswandelaar voorzichtigheidshalve mijdt, en meestal kriskras door de vrijstaat van de fantasie. Als het afgelopen is, is het afgelopen. Het was niet de bedoeling dat je aan de ervaring inzicht of wijsheid zou overhouden, op verklaring moest je niet rekenen.

Vandaar dat het oneerlijk is je bij elke pagina af te vragen wat ze bijdraagt tot het geheel. Het gaat bij Hemmerechts in hoofdzaak om sfeer. Uit allemaal stukjes sfeer bij mekaar doemt een totaalindruk op. Laat haar op willekeurige ogenblikken een nieuw personage introduceren, met een beladen verleden, dus met voldoende nieuwe mogelijkheden om het verhaal een doorstart te laten maken. Het is dan wel niet volgens het boekje, dat zegt dat nieuwe dingen 'aangekondigd' moeten zijn voor ze opduiken. Het gaat om wat dit allemaal samen als geheel oplevert. Dit is een vermetel uitgangspunt.

Als de mayonaise pakt, levert dat een massieve, spannende leeservaring op, als ze schift klodders in lopende blubber. De laatste keer is lekker stevig en smeuïg, en de bekende smaak van Hemmerechts proeft goed door.

Ten slotte is er bij Kristien Hemmerechts dat eeuwige vermoeden dat ze eigenlijk over zichzelf schrijft. Alvast een deel van haar succes dankt ze aan haar open en overbloemde uitlatingen over vrouwelijke seks, waarbij de lezers er voetstoots van uitgaan dat ze op eigen ervaringen terugvalt. Maar zelfs in haar vorig jaar verschenen dagboek Een jaar als (g)een ander liet ze weten dat wat geschreven staat niet zomaar geïdentificeerd kan worden met de werkelijkheid buiten het boek. Je hebt daar geen kijk op en geen zaken mee, dus gaan we het er niet over hebben. Vele lezers willen dat echter koppig lekker wel blijven doen, en Hemmerechts sterkt ze plagerig suggestief in hun vermoedens.

Zo is hoofdpersonage Yoko Debondt in dit boek dertig, weduwe na een ongeval. Hoe pakt ze dat aan? Hoe verandert haar leven? Hoe gaat ze om met de herinneringen aan haar man? Deze vragen heeft Kristien Hemmerechts voor zichzelf al eens min of meer beantwoord in Taal zonder mij (1998), haar hommage en tegelijk afscheidsbrief aan Herman de Coninck. Nu stapt ze ervoor in de fictie. In een interview vertelde ze dat een man haar op de stoep voor haar huis aansprak voor een inlichting en haar nadien uitnodigde voor koffie elders. In de werkelijkheid ging ze niet mee, in de roman doet Yoko Debondt dat wel, en daar begint het allemaal mee.

Yoko's man had een aanzienlijke functie in de kunstwereld, zijzelf werkte in een uitzendbureau. Ze krijgt veel raad en steun van haar vader - haar moeder gaf haar nooit de verlangde aandacht - en van Thea, die verder in de straat een café openhoudt. En dan is er de goede huisvriend David. Hij is minzaam en correct en trouw, maar saai. Vraag: waarom toch heeft Hemmerechts de overleden echtgenoot en de goede vriend dezelfde voornaam gegeven, met onvermijdelijk gehaspel als gevolg over welke David het nu gaat? Dit 'toeval' heeft ze ongetwijfeld een betekenis willen meegeven - welke, daar geeft ze geen uitsluitsel over. Zo blijven ook in dit boek talloze vragen onbeantwoord. De geconditioneerde romanlezer zit op het vinkentouw om de 'reden' te vinden, maar Iris Murdoch sprak al zo mooi van de 'gebeurlijkheden' van het leven, waarvoor geen verklaring voorhanden is.

Op een dag pikt Yoko, genoemd naar mensen die het beste met de wereld voor hadden, vlak bij haar huis een armoedige lifter op, Hichi. Ze neemt hem mee naar huis, voedt en kleedt hem, gaat met hem naar bed. Vriend David draagt de naam, Hichi de kleren van de overleden echtgenoot, beiden zijn kandidaat om zijn plaats in te nemen. Maar hoe verschillend ze ook zijn, geen van beiden voldoet, omdat Yoko ondertussen aan een andere ervaring van het leven toe is. Als jong meisje liet ze zich door willekeurige mannen oppikken, naar een hotel brengen en neuken. Nu neemt ze die draad weer op, al is het niet overal duidelijk waar haar fantasieën het van de werkelijkheid overnemen. In die seks zonder tederheid of liefkozing peilt ze naar haar diepste lust en libido, de rauwe ervaring, onbelemmerd door morele overwegingen of angst voor risico's. Daarmee wil ze zich volkomen los van de conventie opstellen, los van de codes die daarin gelden en die ook de zogenaamde rebellen nog onderschrijven. De kunstwereld waar David in omging en waar Yoko afstandelijk tegen aankijkt, blijkt niet alleen corrupt en gemanipuleerd. Zelfs de meest ophefmakende handelaren in stront die de goegemeente provoceren, begeven zich slechts op een gereglementeerde uitwijkplek, een nog steeds door het conventionele leven gecontroleerde speelplaats. Yoko wil verder en dieper gaan.

Daarvoor brengt Hemmerechts een aantal opzichtige metaforen in stelling. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar plaats van actie is duidelijk Antwerpen. Heel het boek door neemt een toenemende stank bezit van de stad, tot mensen er fysiek onwel van worden. Verzuring, verstopping, rottenis, vul maar in. De oorzaak van de stank wordt in de riolering gezocht en daar begeeft Yoko zich in. Het is niet de eerste keer dat Kristien Hemmerechts een vreemd, marginaal personage iemand laat meenemen naar de diepste krochten van zijn of haar persoonlijkheid. In Zonder grenzen (1991) al bracht de verlopen revolutionaire Hannah Prat, die in metrogangen en onderkomen panden in Brussel leeft, de netjes geordende wereld van de burgerlijke Victor aan het wankelen. Nu belichaamt de onvatbare en onhandelbare Hichi de fantasie van de ontregelende man zonder achtergronden, zonder binding, die haar uitdaagt het lef te hebben om diep in zichzelf af te dalen. Tegelijk met een persoonlijk statement levert dit een suggestie over de Antwerpse situatie op: de stad die geklemd ligt in de gebogen arm van de rivier, zo besloten dat de lucht er na herhaald gebruik verrot is.

Ook de fantasieën krijgen een bijkomende dimensie. Volgens Hemmerechts is vooral onze emotionele ervaringswereld geconditioneerd door normen en waarden die de filmwereld ons opdringt, en liever dan zich daaraan te willen onttrekken, haalt ze de film ruimschoots binnen in de roman. De metafoor van de afdaling in de riolen haalde ze uit De derde man, de onbesliste keuze van een vrouw tussen twee mannen uit Casablanca - waarin Ingrid Bergman tijdens de opnames als enige niet wist voor welke man ze op het einde zou kiezen, een werkwijze te vergelijken met die van Hemmerechts. Krachtig wijst ze echter de lieflijke voluntaristische tendens van Le destin fabuleux d'Amélie Poulain af, omdat die als vederlichte dromerij over een goede fee de werkelijkheid verbloemt en vervalst - "je kunt de problemen van een ander niet oplossen", wil Yoko bij herhaling gezegd hebben. Misschien is dit nog de knapste realisatie van deze roman: dat Kristien Hemmerechts met een omweg via de fantasie en de verbeeldingswereld van de film de rauwe dubbele inhoud van de werkelijkheid blootlegt. Zo van: laten we mekaar geen mietje noemen, de werkelijkheid is niet mooi en niet lieflijk, ze heeft altijd een achterkant, en ze moet vooral niet geïdealiseerd worden. Naast liefde is er haat, naast trouw verraad, en ze bestaan niet apart of los van elkaar. De laatste keer biedt zonder schroom en in alle openheid een onbelemmerd heldere kijk op de complexe, onopgesmukte emotionele werkelijkheid.

Jos Borré

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234