Zondag 28/11/2021

'Nergens heb je zo veel verzamelaars van moderne kunst als in België'

Guido De Brabander, prof Cultuurmanagement:

De Belg is een geboren verzamelaar. Als het niet van postzegels is, dan wel van mosterdpotjes, strijkijzers of auto's. Zo zijn er in dit koninkrijk ook verzamelaars van hedendaagse kunst. Ze zijn met veel, en ze zijn 'zeer goed', zeggen binnen- en buitenlandse kenners. Waarom verzamelen ze? Wie zijn ze? Wat bezitten ze? En waarom is de ene zo discreet en bouwt de andere een museum voor zijn collectie?

door Ward Daenen en Eric Rinckhout

"Naar Vlaamse normen zijn die privécollecties hedendaagse kunst inderdaad uitzonderlijk", zegt Guido De Brabander, professor cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen. "Het klopt dat ze vaak beter zijn dan onze musea voor hedendaagse kunst. Die beschikken niet over de budgetten om aan te kopen en te bewaren. Sommige collectioneurs hebben vroeg gekocht, andere niet maar beschikten over meer geld. In sommige gevallen zijn er goede vertrouwensrelaties met kunstenaars opgebouwd en kan er zeer veel."

Dan hebben we het niet over de artsen en advocaten die hier een Panamarenkootje en daar een Christootje aan de muur hebben hangen. Het gaat om een groep kapitaalkrachtige families met een stevig uit de hand gelopen hobby. Hoe groot die groep precies is, is onduidelijk. Studies ontbreken, maar er zijn indicaties. Om te beginnen is er de rij tentoonstellingen die de voorbije jaren met Belgische privéverzamelingen is gemaakt.

Wie meteen een idee wil krijgen van de waarde van een Vlaamse privécollectie kan momenteel naar die van de gepensioneerde neuropsychiater Roger Matthys (87) gaan kijken.Die vult het museum Dhondt-Dhaenens in Deurle met Warhol, Judd, LeWitt, Schütte en andere internationale schatten.

Annick en Anton Herbert, gewezen textielindustriëlen uit Gent, leverden in hun eentje de werken voor een adembenemend kunsthistorisch overzicht van 1968 tot 1989, dat te zien was in Luxemburg, Barcelona en Graz. De adellijke ex-industrieel Guy Ullens stelde zijn stukje in Chinese kunst belegde fortuin te kijk in Parijs, Lyon en Antwerpen. Het museum La Maison Rouge in Parijs bood vorig jaar onderdak aan de collectie van de Antwerpse diamantair Sylvio Perlstein. En Lieven Declerck, gynaecoloog uit Roeselaere, is de vaste hofleverancier beeldende kunst voor de Poëziezomers van Watou.

De jaren van Zwitserse discretie lijken voor een aantal verzamelaars voorbij. Zeker wanneer ze op eigen kracht een eigen museum openen, zoals de Torhoutse aannemer Walter Vanhaerents deze lente deed (DM 5/6). De plannen zijn van Paul Robbrecht, de kunst van Bruce Nauman tot Matthew Barney, zeg maar mijnheer Björk. Het S.M.A.K. en het MuHKA stonden erbij en keken ernaar.

Volgens Joost Declercq, die als directeur van Museum Dhondt-Dhaenens en gewezen galeriehouder het verzamelaarswereldje goed kent, zijn de genoemde namen slechts het topje van een ijsberg. "Ik ken maar één land waar evenveel verzamelaars zijn als in België en dat is Italië. Ik ken enkele tientallen collecties in Vlaanderen en ontmoet regelmatig mensen die zich als nieuwe verzamelaar presenteren. De ene al oprechter geboeid dan de andere. Afgelopen juni op de kunstbeurs in het Zwitserse Basel hoorde ik achter mijn rug een koppel in het plat West-Vlaams opscheppen met 'een hele grote Paul McCartney (de juiste naam is Paul McCarthy, ER/WD)' die ze kennelijk hadden ingeslagen.Niemand die hen kende, maar wellicht siert dat beeld ergens in Vlaanderen een tuin."

Ons land heeft een traditie van gedegen privéverzamelaars. "Amerikaanse tijdschriften publiceren hitparades en daar staan inderdaad Belgische verzamelaars tussen, en ook Amerikanen", zegt professor De Brabander. "Ook het Nabije en Verre Oosten en Oost-Europa zijn groeimarkten. Maar dat is nog maar pas. België heeft een lange traditie en dat is in onze musea te merken: haal de schenking van Van Ertborn (onder meer Van Eyck, Memling en Van der Weyden) weg uit het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en je zult een aantal zalen moeten leegmaken. Privécollecties leveren dus soms de ruggengraat van een museale collectie."

Op de vraag waarom er zoveel verzamelaars zijn in ons land hoor je wel eens dat het een uiting is van het typisch Belgische individualisme. Het zou in onze genen zitten, overal hangt wel een kunstwerkje aan de muur. De Brabander wijst ook op het internationaal geroemde 'beeldende vermogen' van onze kunstenaars: "Het zou gek zijn als dat alleen bij kunstenaars zou voorkomen en niet bij het publiek, althans bij een deel ervan."

In het verleden speelde bij een aantal Vlaamse verzamelaars ook de emancipatiegedachte mee: terwijl de kapitaalkrachtige Brusselse bourgeoisie in het interbellum de surrealisten op de voet volgde, waren daartegenover enkele Vlaamse industriëlen op zoek naar een manier om hun identiteit vorm te geven en uit te dragen. De Vlaamse expressionisten kwamen als geroepen. Tony Herbert, vader van Anton, bracht vanaf de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in 1959 een van 's lands belangrijkste verzamelingen van het Vlaamse expressionisme bijeen, die deels in het Brugse Groeningemuseum te bewonderen is: een collectie van driehonderd werken, met vooral Brusselmans, Gust De Smet, Permeke, Tytgat en Wouters.

Toen Herbert Sr. in 1959 stierf, stond een nieuwe generatie verzamelaars klaar die kunst loskoppelden van nationaliteit en vastmaakten aan de wereld. Met een doek van Appel en een zeefdruk van Warhol haalden ze symbolen van bevrijding in huis. En konden ze onzegbare dingen zegbaar maken.

De hedendaagse kunst was in die tijd bijlange niet zo fashionable als nu, zeker niet in ons land, dat tot diep in de jaren tachtig verstoken bleef van een museum voor hedendaagse kunst. Dokter Matthys en anderen stichtten eind jaren vijftig in Gent de Vereniging 'voor' het Museum van Hedendaagse Kunst om de eenvoudige reden dat iedereen 'tegen' was. Toen dokter Hubert Peeters in dezelfde periode aan een collectie popart bouwde waar vandaag iedereen steil van achterover zou slaan, werd hij vanwege zijn artistieke voorkeur in zijn thuisstad Brugge voor zot versleten.

Na de idealen (Vlaamse ontvoogding en bevrijding na de oorlog) kwam het geld. Terwijl Anton Herbert het verzamelen professionaliseerde tot op een eenzaam hoog niveau - hij verzamelde én archiveerde met catalogi, tijdschriften, foto's en uitnodigingen het complete denken van een aantal kunstenaars, onder wie de aanbeden Bruce Nauman en Gerhard Richter - startte in het midden van de jaren tachtig in internationale kringen het verhaal van de almaar groter wordende kapitalen. Declercq: "De kleine club verzamelaars kreeg ineens het gezelschap van banken en verzekeringsmakelaars. Almaar rijkere lieden betraden het toneel. Vandaag verzamelen de rijksten van de planeet hedendaagse kunst - François Pinault, om maar iemand te noemen."

Walter Vanhaerents, Filiep Liebeert (textielondernemer) en Mark Vanmoerkerke (ex-Sun Parks), enkele van de jonge generatie verzamelaars, behoren tot de gegoede klasse maar zijn geen Pinault. "Op die schaal zijn er niet veel", aldus De Brabander. "Maar de Vlaamse collectioneurs verplaatsen zich makkelijk", zegt Declercq. "Ze zijn intelligent en durven risico's te nemen door kunstenaars van bij het begin van hun carrière te steunen."

Waarom verzamelen verzamelaars vandaag? Om zwart geld kwijt te raken? Zeker niet bij degenen die met hun verzameling in de publieke arena treden, klinkt het her en der. "Die nemen geen risico's", aldus Declercq. Kunst is economie geworden. "Sommigen interpreteren dat als pure geldbelegging. Snobisme floreert in de groeiende kunstmarkt. Ze kopen drie Frank Stella's om mee uit te pakken bij de vrienden. Naar verluidt is onlangs een enorme Yves Klein in een Belgisch huis terechtgekomen. Het kan geen sukkelaar geweest zijn die de nodige 4 à 5 miljoen euro op tafel heeft gelegd. Gelukkig staan tegenover die snobs nog heel wat geëngageerde verzamelaars."

"Er gaat veel geld om", bevestigt ook De Brabander. "En er zijn ontsnappingstechnieken omdat ons fiscale klimaat nu eenmaal niet stimulerend is om het anders te doen. Zo betaal je bij een aankoop bij de kunstenaar zelf 6 procent btw, terwijl je voor datzelfde werk in de galerie 21 procent neertelt. Een egalisatie zou niet onlogisch zijn. Wat is nu het gevolg? Men wil via de galerist aankopen: die heeft een pseudovestiging in het buitenland en daar wordt de verkoop geregistreerd."

Waar zijn de verzamelaars mee bezig? Waarom hebben ze de werken die ze hebben? Het blijft voorlopig moeilijk om hun drijfveren juist in te schatten. De taboes zijn bestreden. Hun verzameling lijkt een persoonlijke zoektocht naar de essentie van kunst en (eigen) leven.

Zou die individuele zoektocht hen voor een stuk vervreemden van hun betrokkenheid bij publieke musea in eigen land? Er is alleszins iets aan de hand, want staken verzamelaars in de jaren vijftig eensgezind de schouders onder een Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, dan roept Walter Vanhaerents nu zijn eigen museum in het leven en bouwt Anton Herbert zijn eigen stichting uit.

"Ik wil toch wel vraagtekens plaatsen bij de professionaliteit van een en ander", zegt DeBrabander. "Het is voor een privéverzamelaar zelden doenbaar om professioneel te presenteren, te registreren, te conserveren en te verzekeren. Dat vraagt een specialistische kennis. Niet voor niets eist men van musea op nationaal niveau dat ze vijf universitairen tewerkstellen. Hedendaags werk is complex, ook op het vlak van materiaalkeuze. Daarvoor is bij het S.M.A.K., in samenwerking met het MuHKA, een specifieke opleiding ontwikkeld. Dat kun je als privéverzamelaar niet realiseren."

Toch is er weinig sprake van samenwerking tussen collectioneurs en musea en komen weinig werken uit privéverzamelingen in openbare musea terecht. Koudwatervrees? De Brabander pleit voor een betere regelgeving voor langdurige bruiklenen ("Wederzijds vertrouwen is heel belangrijk") en een transparant en goedkoper schenkingsrecht. "Na het treurige Dora Janssenverhaal blijkt hoezeer er van alles misloopt met erfenissen en legaten. Om dat te veranderen moet er een beleidswil zijn."

Successierechten waren ook de reden waarom eind vorig jaar 84 werken uit de collectie van Roger en Josette Vanthournout geveild werden bij Sotheby's in New York. De zeer discrete meubelmaker-collectioneur uit Izegem had niet alleen een topstuk van Bacon in huis, Version No. 2 of Lying Figure with Hypodermic Syringe uit 1968 (geveild voor bijna 11 miljoen euro), maar ook uitstekend werk van Damien Hirst, Gerhard Richter, Roy Lichtenstein en Donald Judd. Van de Belgische musea bezit alleen het S.M.A.K. één bescheiden werk van Francis Bacon.

De privécollecties zijn vaak beter dan onze musea voor hedendaagse kunst

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234