Donderdag 12/12/2019

Nergens beter dan thuis?

'The home does not exist', poneert curator Joseph Grima uitdagend. Aan de hand van de ervaringen van gewone mensen zoeken we uit wat de begrippen 'bezit' en 'thuis' anno 2014 nog voorstellen.

Het leven is beweeglijker geworden. Vroeger woonde en werkte men gedurende zijn bestaan op slechts enkele plekken. Er was een ouderlijk huis, vol solide meubelstukken die alleen met drie man tegelijk van hun plek te krijgen waren. Het was voor het nageslacht niet fatsoenlijk een eigen woning te betrekken voor er werd getrouwd. Een job op een andere plaats of een groei van het persoonlijk fortuin konden daarna voor nog een verhuizing zorgen, maar echt vaak gebeurde dat niet. Banen en huwelijken waren voor het leven.

De laatste decennia wordt er flink bewogen. Relaties zijn niet meer zo bestendig, echtverbintenissen en samenwoonavonturen draaien nogal eens op een mislukking uit. Meer mensen gaan studeren en op kot, en brengen delen van hun studie in het buitenland door. Eenmaal aan het werk wordt er flink gejobhopt, wat ook verhuizingen met zich meebrengt.

Op de kantoren zelf is de situatie al net zo instabiel. Niks bureaus van massief eik, bedolven onder kilo's paperassen en fotolijstjes. Men kan zijn bakje met persoonlijke spulletjes uit een kast trekken en naar een van de lichtgewicht desks brengen om daar een potje te flexwerken. Als er al naar een kantoor wordt gegaan. In België is het aantal freelancers tussen 2004 en 2013 met 53 procent gestegen. Zij werken niet zelden thuis, aan de keukentafel in pyjama met confituurvlekken. Of ze pakken de laptop en zetten zich in een koffiehuis, waar de melkopstomer door hun skype-gesprekken reutelt. Wie daar geen zin in heeft, kan in een gezamenlijke kantoorruimte een werkplek huren.

Het chesterfield-effect

Technologische ontwikkelingen maken het steeds makkelijker om te verkassen. Telefoons werden gsm's, computers werden laptops, de boekenkast kan in een Kindle en de vinylverzameling is te vinden op Spotify. Handig voor de nomadische levensstijl die steeds meer voorkomt, vooral bij de millennial-generatie. Mensen die overal ter wereld achter een laptop hun werk kunnen doen, zitten soms maanden onder een palmboom te typen in plaats van onder een tl-buis. Werknemers van grote banken, consultancybedrijven en andere multinationals werken een paar jaar in de ene, en dan weer in een andere stad. En dan zijn er nog degenen die van nature rusteloos zijn en het daarom steeds weer ergens anders zoeken. Hoe ziet de woonsituatie van de moderne nomaden eruit? Hebben zij nog meubelstukken en andere spullen die ze overal heen slepen of beginnen ze steeds opnieuw?

Anna Groot (35) woont in Hongkong, waar ze voor een evenementenbureau werkt. Ze heeft ook in Nieuw-Zeeland, Amsterdam en Londen gewoond en trok als twintiger door Europa met Cirque du Soleil. In Hongkong heeft ze een jaren-70-appartement met een paarse bar in de woonkamer. "Ik weet dat ik er waarschijnlijk geen jaren zal verblijven, dus ik verander er niet veel aan. En die bar vind ik leuk." Het is echter niet zo dat ze uit haar koffer leeft. "Ik heb dat wel een paar maanden gedaan, in Londen, en dat ging best. Ik had alleen mijn kleding en verder niets. Maar dat kun je niet langdurig doen, dat is een illusie. Je wilt een plek toch inrichten." En dus heeft ze nu haar eigen spullen om zich heen, zoals een ladenkast die ze op maat liet maken, en foto's in lijsten.

Natuurlijk zijn er mensen die er niet wakker van liggen dat hun tijdelijk verblijf zo anoniem is als een hotelkamer. Sommigen wonen zelfs langdurig in een hotel. Maar veel global citizens gaan te werk zoals Anna. Ze passen hun tijdelijke woning niet radicaal aan hun smaak aan, van verbouwingen en een nieuw behangetje is zelden sprake. Maar ze vullen hun plek wel met persoonlijke spullen. Het geldt niet alleen voor hen die naar andere landen verkassen, maar ook voor anderen die hun huis niet als een definitief thuis beschouwen. De manier van inrichten vertoont parallellen met de hipster-esthetiek: ruimtes worden onafgewerkt gelaten maar wel ingericht met voorwerpen die een warme uitstraling hebben. Voor de hipsters zijn dat chesterfieldbanken, kamerplanten, geweien en opgezette beesten. Al zullen die lastig te verplaatsen zaken niet meteen tot de inboedel van de échte nomade behoren.

Monique van der Reijden is hoofdredacteur van het Nederlandse Perscentrum Wonen en signaleert een andere trend, die ze Wanderlust noemt. "Mensen met een nomadische instelling, die de hele wereld als hun woon- en werkplek zien, noemen we gypsetters (van gypsy; red.). Ze willen vrijheid en zoeken naar nieuwe ervaringen. Hun interieur is een verzameling van souvenirs, erfstukken en apart design. Dat kan ook nieuw design zijn, mits gemaakt met authentieke materialen en een authentieke instelling." Dat krijgt dan bijvoorbeeld de vorm van Afrikaans textiel, een versleten Eames-stoel of een mooie kast van Studio Job.

De interieurs van de gypsetters zijn dus bepaald niet eenvormig, maar individueel en gevarieerd. Zo ziet ook de inrichting bij veel andere jonge mensen eruit, ook al zijn ze honkvast. Karin Wouters (29) bewoont al jaren hetzelfde appartement en is voorlopig niet van plan er te vertrekken. Maar ook zij ziet niets in een gelikte, eenvormige verzameling voorwerpen. "Ik hoorde laatst van een stel dat bij een verhuizing alle meubels en kunstwerken wegdeed en hun nieuwe woning volledig liet inrichten door een binnenhuisarchitect. Daar kan ik me niets bij voorstellen. Je wilt toch iets eigens hebben? Natuurlijk, een totaal gedateerd interieur is lelijk, maar ik vind een huis dat compleet nieuw, in één stijl, ingericht is ook maar smakeloos. Bovendien heb ik daar geen geld voor."

Luxe speelt nauwelijks een rol bij deze aanpak. Het is in tijden van crisis weinig hip om zich te omgeven met opzichtig dure spullen - mocht men daar al geld voor hebben. Duurzaamheid is echter wel van belang, dus liever een mooi stuk tweedehands design dan een meubelstuk dat maar een paar jaar meegaat. Mocht er naar een ver land verhuisd worden, dan worden de designstukken weer verkocht of bij vader en moeder in bewaring gegeven. Anna: "Er staan dozen vol met interieurspullen bij mijn ouders. Maar eerlijk gezegd heb ik daar al lang niet meer in gekeken." Sommige bedrijven betalen een verhuizing en dan kan de inboedel een container in en naar de andere kant van de wereld verscheept worden. Anna vindt het niet erg dat haar werkgever niet wilde opdraaien voor de kosten en haar dozen achterbleven. "Ik wil me wel met mooie dingen omringen, maar ze hoeven niet van mij te zijn."

Tien vrienden

Er zijn bedrijven die inspelen op het feit dat velen het niet meer noodzakelijk vinden om meubels langdurig in hun bezit te hebben. Zo is er Frentlife, dat meubelstukken verhuurt. Voor een maandelijks bedrag kom je in het tijdelijke bezit van bedden, tafels, kasten of fauteuils. Een stoel kost zo'n 4,50 euro per maand, een sofa 26 euro.

Er wordt ook gedeeld. Dat gaat makkelijker met gereedschap en grasmaaiers, maar ook meubelstukken worden uitgeleend. Katja: "Ik heb vrienden die geregeld verhuizen en dat zorgt ervoor dat meubels rouleren. Ik heb nu een grote keukentafel die een vriendin niet meer kwijt kon."

Ook de woningen zelf worden gedeeld. Via Airbnb kun je je huis verhuren en zelf een tijdelijk verblijf vinden. Voor velen is het via de site aanbieden van de eigen woning zelfs noodzakelijk om in de barre economische tijden de hypotheek op te kunnen hoesten. Wat dat betreft: voor degenen die wel graag een vaste eigen stek willen, is het tegenwoordig maar de vraag of er een hypotheek te versieren valt. Soms is die nomadische situatie allesbehalve gewenst.

Wat is eigenlijk nog thuis, als het niet meer zit in een woning die we gedurende lange tijd betrekken of meubels die we ons hele leven gebruiken? Home is where the heart is, volgens de nomaden. En dat hart ligt niet bij bezit, maar bij mensen. Peter Mandeno en Lizzie Shupak zijn oprichters van het Global Lifestyle Project, een gemeenschap die research doet naar de nomadische levensstijl. Zij noemen heel wat plekken hun thuis en verwoorden het thuisgevoel in een interview als volgt: "Ergens landen en tien vrienden kunnen bellen om te zeggen: 'Laten we wat gaan drinken', is voor ons net zo belangrijk als de sleutel tot een eigen huis is voor andere mensen." Anna sluit zich erbij aan. "Het thuisgevoel is voor mij in een stad komen waar ik heb gewoond en daar de weg kennen. Maar het gevoel van thuis wordt me vooral gegeven door de vrienden die ik door de jaren heen heb gemaakt. Zij vormen voor mij overal een thuis."

---

Santina (29) creëert een thuis met polaroidfoto's

"Nadat ik vorig jaar mijn relatie had verbroken, heb ik even bij een vriendin gewoond. Later huurde ik een kamer, maar die heb ik opgezegd toen ik voor tien weken naar de VS ging. Daar logeerde ik een deel van de tijd bij een vriendin en vaak ook in hostels en appartementen die ik vond via Airbnb. Nu woon ik bij mijn broer in huis en als vrienden op vakantie gaan, pas ik vaak op hun woning. Het bevalt me wel, ik vind het prima om met mijn koffertje ergens heen te gaan en daar huisje te spelen. Ik wil niet terug naar een studentenhuis. Maar voor een eigen plek in de stad moet je heel wat betalen en op dit moment heb ik niet veel geld. Aan meubels hecht ik weinig waarde, ik heb ze ook niet. Wat ik wel belangrijk vind, is mijn verzameling polaroidfoto's met vrienden. Die hang ik altijd op als ik ergens verblijf. Voor mij zit het thuisgevoel in die kleine dingen. Zaken waar herinneringen aan verbonden zijn. Dat kan zelfs een fles shampoo zijn die ik van mijn vakantie heb meegenomen."

Kevin (27) heeft al twee jaar geen vast adres meer

"De afgelopen tijd heeft mijn band, Birth of Joy, veel getoerd, dus ik ben vaak in hotels. Als ik in het land ben, slaap ik bij familie of vrienden. Ik vind het wel relaxed. Het is goedkoop en ik heb veel vrijheid. Ik leer zo ook veel mensen kennen. Het is avontuurlijk.
Als ik mijn portemonnee, mijn telefoon en mijn tas heb, voel ik me thuis. Veel meer heb ik niet nodig. Ik kan me ook in een hotelkamer thuis voelen, overal waar ik kan doen waar ik zin in heb. Maar soms is het wel vervelend om van anderen afhankelijk te zijn. Ik zou het nog wel een tijdje kunnen volhouden zo, maar ik ga volgend jaar weer een eigen plek zoeken. Dan zijn de optredens even voorbij. Het hoeft trouwens niet een heel permanente woning te zijn. Ik kijk er wel naar uit om mijn boeken en platen weer uit hun dozen te kunnen halen. En om vrienden bij me thuis uit te nodigen en voor ze te koken."

Greet (57) verruilde na 26 jaar de gezinswoning voor een appartement

"Mijn man en ik hadden altijd gezegd dat we later, na ons pensioen, kleiner zouden gaan wonen. We woonden in een huis dat veel te groot was voor ons tweeën, en ik wilde graag meer tussen de mensen, in het centrum, gaan wonen.
Toevallig kwam dat moment eerder. Mijn broer verhuisde en informeerde of wij geen zin hadden om zijn appartement over te nemen, en dat hadden we. We zijn toen meteen beginnen sorteren: dat kan mee, dat niet. Heeft een hele tijd in beslag genomen, toch bijna een jaar. Ik heb heel veel weggegeven. Kinderspullen en speelgoed gaf ik aan collega's, andere spullen gingen naar de kringwinkel, en we hebben hier ook een soort garageverkoop gehouden: alles op de oprit met een bordje 'Laat achter wat je ervoor wilt geven'. Dat viel tegen: de opbrengst was zogoed als niks, maar alles was wél weg.
Achteraf gezien heb ik te snel te veel weggedaan. Ik had meer kunnen houden, want nu heb ik ruimte over. Onze grote eettafel heb ik gelukkig kunnen 'redden'. Ik vond het zo erg dat die weg moest dat ik tot het laatste moment heb gewacht om hem te verkopen. Toen het appartement leegstond, zagen we plots dat er wel plaats was. Ik ben blij dat die tafel, waar we met héél veel mensen gezellig rond kunnen zitten, nu hier staat, want ik ben er in de loop der jaren gehecht aan geraakt.
Wat ik wel erg vind, is het speelgoed dat weg is, want aan elk stuk hing een beetje geschiedenis. Binnenkort wordt mijn eerste kleinkind geboren, dus dat was wel fijn geweest. Echt waar: de meubels, de decoratiestukken, onze ski-spullen... Dat zijn maar materiële zaken. Het zijn de herinneringen waar je met spijt afstand van neemt. Ach, anderzijds weet ik nu heel goed wat ik heb en waar het staat. Natuurlijk is er soms heimwee, maar dat heeft niets met spullen te maken. Dat huis was het huis waarin mijn kinderen opgroeiden, waarin ze rondrenden en speelden... Dat loslaten, dat brengt onvermijdelijk heimwee met zich mee."

Karlien (32) droomt van een minimalistisch leven

"Ik word onrustig wanneer ik te veel spullen om me heen heb. Ik heb liever één groot decoratief object, dat ik dan heel bewust gekozen heb, dan een verzameling kleine prulletjes, kaarsen, vazen... Ik heb bijvoorbeeld de Puppy van Eero Aarnio. Dat volstaat voor mij als decoratief kleuraccent.
Spullen die ik niet, of niet meer gebruik, vliegen ook relatief snel buiten. Ik ben sowieso gevoelig voor stress en prikkels: na een dag werken geeft het opruimen van mijn bureau mij instant rust in mijn hoofd.
Ik volg al een tijdje de blog theproject333.com. Project 333 houdt in dat je 33 kledingstukken selecteert die je gedurende 3 maanden draagt. De rest van je kleren doe je weg, of - wat je nog niet kwijt wilt - stockeer je drie maanden. Ik ben nog niet zo ver, al heb ik wel al twee grote vuilniszakken kleren weggegeven, maar elk stapje dat ik zet in de goede richting geeft me voldoening. Opruimen, en vooral dingen wegdoen, is niet altijd makkelijk: het geeft me vaak een schuldgevoel. Maar minder kleren betekent minder tijd verliezen met kiezen en twijfelen en dus minder stress. Sowieso probeer ik ecologisch te leven. Ik vind het jammer dat we zo liefdeloos omgaan met onze kleren en alledaagse gebruiksvoorwerpen: is het niet beter om alleen spullen te hebben waar je blij mee bent en zorg voor draagt?"

Thomas (45) logeert sinds zijn scheiding bij een vriend

"Op 18 maart 2014 verliet ik mijn vrouw en mijn thuis. Geen gemakkelijke beslissing en een stap waarvan ik de consequenties heel goed heb overwogen. Mijn twee stiefdochters heb ik sindsdien niet meer gezien. Dat doet pijn, maar ik wist dat het risico er was.
De eerste maand heb ik op hotel gewoond. Een dure tijd, maar ik had die periode in eenzaamheid nodig om te bezinnen. Daarna heb ik even bij mijn moeder gewoond, dan weer kort op hotel, nu bij een vriend. Ik nam alleen mee wat mijn ex niet nodig heeft en wat niet in de weg staat: mijn
kleren, wat boeken, cd's en dvd's, mijn laptop.
Ik had er niet bij stilgestaan hoe erg ik het zou missen: mijn zetel, mijn werkruimte, de gewoontes die ik had opgebouwd in dat huis, met mijn spullen om me heen. Ik heb alles heel bewust achtergelaten, maar ik kan niet wachten tot ik een appartement heb gevonden. Weer een thuis opbouwen, en vooral: het gevoel hebben dat ik thuiskom. In míjn keuken mijn eten maken en dat aan míjn tafel opeten. Ik had onderschat hoe belangrijk ik die dingen vind."

Eva (33) leefde twaalf jaar uit haar valies

"Op mijn 20ste ben ik naar Gran Canaria verhuisd. Eerst woonde ik op hotel, dan in een appartement, daarna ben ik gaan samenwonen, weer alleen gaan wonen, ik heb samengewoond met vrienden... Al bij al zal ik een vijftiental keer verhuisd zijn. Bij elke verhuizing moest ik compacter gaan
pakken, mensen achterlaten en me proberen thuis te voelen zonder mijn vertrouwde spullen om me heen.
Ik keerde terug naar België met 60 kilo bagage: één koffer met kleren en persoonlijke spullen, één koffer met boeken. Twaalf jaar in twee koffers: alles wat niet mee kon, heb ik ginds verkocht. Alleen mijn hond Pico, die gaat overal mee naartoe.
Mijn moeder zegt wel eens dat mijn appartement eruitziet alsof ik zo weer kan vertrekken. Het mist doorleefdheid: alles wat ik heb is nieuw, er hangt nog niets aan de muren. Maar dat komt wel; een thuis moet groeien. Aan de ene kant is het heel makkelijk voor mij om op een nieuwe plek te gaan wonen; ik heb het al zo vaak gedaan. Maar een thuis creëren, dat is nieuw. Ik heb in mijn leven al een aantal tv's en koffiezetapparaten gekocht en weer verkocht of achtergelaten bij huisgenoten; ik vind het een vreemde gedachte dat alles wat ik nu koop, een hele poos zal meegaan.
Ze zeggen: als je eenmaal bent geëmigreerd, kom je nooit meer echt thuis. Want het is niet zo makkelijk om je na jaren reizen écht te settelen. En misschien ben ik ook niet zo materialistisch. Als je jarenlang in een land in crisis woont en overal werkloosheid en armoede ziet, dan leer je om blij te zijn met wat je hebt."

Jozefien (35) deelt tuin en materiaal met de buren

"Toen we hier kwamen wonen, stond er prikkeldraad tussen onze tuin en die van onze rechterburen, een ouder koppel. We zijn gaan vragen of we die draad mochten vervangen, voor de veiligheid van onze kinderen. Vrij snel kwamen we tot de afspraak dat de afscheiding volledig weg kon, op voorwaarde dat wij af en toe hun gras maaiden. De buren aan de linkerkant hebben ook twee zoontjes en werden al snel vrienden, dus was het logisch dat we ook daar een doorgang maakten. De kinderen lopen hier vrij rond in de drie tuinen, net als de kleinzoon van onze rechterburen.
Daarna is het allemaal vanzelf gegaan: toen onze grasmachine kapot ging, legden we samen om een nieuwe te kopen, en onlangs kochten we met de twee gezinnen een hogedrukreiniger. Ik vind dat vrij logisch: een gezamenlijke aankoop is gemakkelijk, want je hoeft niet alles te stockeren, en bespaart veel geld.
Delen maakt mijn leven handiger en aangenamer. Opener ook: het geeft me een gevoel van vrijheid, zeker in de zomer wanneer we veel buiten leven.
Het idee dat je alles moet bezitten, vind ik trouwens totaal achterhaald. Het heeft toch geen enkel nut om alles te hébben, zolang je er maar
toegang toe hebt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234