Dinsdag 25/01/2022

Nerds met potentie

Ze zoeken het allemaal: the next big thing. De nieuwe Jobs, de nieuwe Zuckerberg, met de nieuwe Apple en de nieuwe Facebook. De bestorming van de hemel, met een muisklik en wat moed. Wie zijn de Belgische sterren in de States? Vijf portretten, vijfporties lef. 'Ja, ik ben een computernerd.'

Sebastien

De Halleux(34)

Macrospace

Playfish

Hij vindt zichzelf een volbloed Belg, Sebastien De Halleux. Kan ook moeilijk anders: een Vlaamse moeder, een Waalse vader en een Brussels verleden. De Halleux overstijgt alle grenzen. Niet in een hokje te plaatsen, dat bewijst zijn carrière. "Ik heb altijd al een internationale blik op de wereld gehad. Ik ben opgegroeid in België, maar geboren in Swaziland."

Hij is amper zestien en trekt naar New Mexico, naar het United World College. Toen al die drang naar expansie. Hij keert even terug, om burgerlijk ingenieur te studeren, maar weer is België te klein. Hij wordt ingenieur, niet in België, wel in Londen, in 2001, op een moment dat de stad getroffen wordt door een recessie.

"Wat doen burgerlijk ingenieurs? Bruggen bouwen. De Golden Gate in San Francisco, zulke dingen. Maar dat wilde ik niet doen. Ik wil ook toegevoegde waarde creëren, maar op een andere manier. Iets goeds doen voor de wereld rond mij." De Halleux heeft altijd al dat eigen willetje gehad. Een ondernemer, van kleins af al. Hij verkocht frisse limonade aan uitgedroogde toeristen in Waterloo. Niet meteen bezig met gameboys, Nintendo's. Of Silicon Valley. Geen Jimmy neutron, gewoon een creatieve geest, een ondernemende kerel.

In 2003 lanceert De Halleux Macrospace, samen met wat vrienden uit het United World College. Op dat moment is San Francisco nog ver weg. Macrospace ontwikkelt als start-up games voor gsm's. "Het had weinig te maken met spelletjes, eigenlijk. Meer met de distributie. Van apps was nog geen sprake, maar toch. Applicaties downloaden op je gsm, dát moest het worden. Hop, er volle bak voor gaan! Passioneel, zonder omkijken." The revolution baby! Een gat in de markt, Macrospace.

Halleux maakt al snel games voor tweehonderd operatoren en fuseert in 2007 met het Amerikaanse Sorrent tot Gluu Mobile. Hij zet de stap naar de beurs, de Nasdaq en haalt met Gluu 19 miljoen dollar op. Leven met de voeten vooruit. "Ach, ik heb zo veel fouten gemaakt in die tijd", geeft hij toe. "Ik was jong en wilde zoveel. Geen idee van de werkelijke wereld."

Hij wil zich nooit vastrijden, Halleux. Altijd op zoek naar iets nieuws. Sneller. Hoger. Sterker. Hij boetseert zijn eigen wereld.

Met drie miljoen dollar uit de winstgevende beursgang met Macrospace verlaat De Halleux het bedrijf en stampte met een groepje vrienden Playfish uit de grond, een nieuwe start-up gericht op Social Games. Mobiel gamen met vrienden, familie, iedereen. Het eerste kantoortje van Playfish ligt op Oxford Circle in Londen, net boven een H&M-winkel, vlakbij het metrostation. De techneuten van Playfish willen het volk zien lopen. Het volk voor wie ze spelletjes maken. De eerste game, Who Has the Biggest Brain, heeft al snel 100.000 spelers. Wéér raak. Playfish blijkt een zéér grote vis. Na Londen, gaat het richting Peking en voor het eerst ook naar San Francisco, naar Silicon Valley.

Opvallend: terwijl de Valley bulkt van jong gespuis, jonge kerels met maar één kans op slagen, komt De Halleux naar de States met al één big shot op zak, Macrospace, en een tweede big shot in de hand, Playfish. Resultaat: tweehonderd werknemers in geen tijd, negen spelletjes op Facebook, MySpace, Google, iPhone en Android en dik 60 miljoen spelers over heel de wereld. De Halleux: "Electronic Arts (EA), bekend van games als FIFA, heeft Playfish gekocht, in 2009." Hij zegt het er niet bij, maar: voor 400 miljoen dollar. Recht in de roos.

Sebastien De Halleux is een nobele onbekende in België, maar een gerespecteerd heerschap over de grote plas. Playfish is een icoon. Maar hij is alweer met andere dingen bezig. Blijven boetseren. Projecten om de jeugd aan het studeren te krijgen dit keer. Via minileningen. Een ingenieus systeem, in het teken van educatie. Een bruggenbouwer, dan toch. "Ik wil van de wereld een betere plek maken. Het gaat lukken. Passie, weet je wel."

dries

buytaert(33)

acquia (drupal)

mollom

Nummer 41 op de Forbes' 100-lijst van America's most promising companies: Acquia. Als Dries Buytaert, de oprichter van Acquia, in de Verenigde Staten een congreszaal betreedt, dan wordt het stil. IT-expert en ondernemer Peter Hinssen verwoordt het als volgt: "Hij is een beetje God in the USA."

God, zowaar. Dan is die van hierboven een dertiger uit Ekeren die al een tijdje aan de Amerikaanse oostkust woont, in Boston. Zijn Acquia geldt als een van de architecten van het internet, of beter: de garagist van het web. Waarom? Acquia is het bedrijf achter Drupal, een van de belangrijkste programma's ter wereld om websites mee te bouwen en te beheren. "Drupal biedt gratis onderdelen om je eigen site ineen te knutselen", zegt Buytaert. "Met Acquia sluiten we contracten af met grote bedrijven om hun website te beheren. Om ervoor te zorgen dat het goedje blijft draaien."

Miljoenen websites maken wereldwijd gebruik van Drupal. Een op de vijftig, godbetert. Van kranten als Le Figaro tot het Duitse Playboy, tot de Wereldbank en zelfs het Witte Huis. Jawel, de mannen van Obama gebruiken Drupal. Ook de Belgische eerste minister, overigens, en de koning. Maar ook leken die een of andere website over opgezette beesten of postzegels willen opstarten.

Dat maakt hem ook gewoon zo populair bij doorsneegebruikers. Buytaert vraagt geen centen voor Drupal, Buytaert geeft zijn geheimen gewoon prijs. Zomaar. Iedereen kan en mag de software gratis downloaden. Het leverde hem een wel héél speciaal cadeautje op: een app. Dries Buytaert ís gewoon een app. Op android-systeem volstaat het binnenhalen van de app 'Dries' om alles te weten te komen over de man zelf. Wat hij blogt, wat hij zegt, wat hij doet. Buytaert is hot.

En zeggen dat het de Antwerpenaar bij de creatie van Drupal helemaal niet ging om wereldfaam of een vette cheque. Neen, de nerd wilde gewoon andere techneuten helpen om sites te bouwen.

Hij kon nog niet lezen, maar zat als kind wel al te prutsen op de Commodore 64 van zijn vader. Veertien was hij toen hij vader plezierde met een programma om patiënten op te volgen. Hij las Engelse programmeerboeken, hing zijn grote vakantie als tiener helemaal op aan zijn computer. Maar het lukte. En vader was content.

Zelfde verhaal voor Drupal, zoveel jaar later. "Ik ontwikkelde gewoon een programma om berichten te kunnen sturen naar vrienden, een message board", zegt Buytaert. "Ik heb dat ding op het net geplaatst van de unief in Antwerpen, waar ik studeerde, en postte telkens nieuwe toepassingen. Voor ik het wist had ik een contentmanagementsysteem. Ik kan het soms niet geloven, hoe Drupal zo'n enorme vaart nam. Twaalf jaar heb ik eraan gewerkt, en nu gebruiken zo veel mensen dat ding, en werken zo veel mensen voor Acquia. We zijn met 210. En het blijft maar groeien. De volgende stap is de beurs. Acquia moet een onafhankelijk beursgenoteerd bedrijf worden."

Niet onbelangrijk: Buytaert heeft nog een tweede bedrijf. En ook daarin groeien de bomen schijnbaar tot in de hemel. Mollom heet het, een bedrijf dat technologie ontwikkelt om spam te filteren. "Denk aan websites met een forum. Mollom laat toe om alle scheldwoorden te weerhouden." De spamtechnologie is net als Drupal een lopend vuurtje. Twitter, Netlog, The Economist, Sony Music, de VRT: de lijst gebruikers is langer dan de uitslag van een wielerwedstrijd. Buytaert voegt er nog twee namen aan toe: "Ook de sites van Michael Jackson en Britney Spears gebruiken Mollom."

Big in Boston dus, Dries Buytaert, maar evengoed in België. Al zien we hem hier niet meteen terug. "Later misschien." Pas 33, en nu al zo'n carrière. Buytaert, onthou de naam.

bart

de smet(29)

microsoft

Bart De Smet is geen einzelgänger. Dat bewijst ook zijn cv. Geen solist op zoek naar faam. Voor hem hoeft het niet, een start-up en al dat durfkapitaal. Bart De Smet is sinds kort Senior Software Engineer bij Microsoft en werkt ook op de hoofdzetel van het technobeest. De hoofdcampus van Microsoft in Redmond (Seattle), daar gebeurt het. Daar zit De Smet godganse dagen bytes te vreten. Een teamspeler is het. Zowel privé als op pc: "Ik zit ook in de wandelclub van Microsoft." Een topprogrammeur, bezeten door computers.

Het virus krijgt hij als tiener te pakken, in Zottegem, op school. Eén computer telde zijn klaslokaal. Alleen toegankelijk voor leerlingen als de toets was ingediend, de oefeningen afgewerkt. De Smet was een haantje. Toen al. Altijd eerst klaar, altijd correct. Op de machine tokkelde hij programma's bijeen om priemgetallen te vinden en oppervlaktes te berekenen. Zomaar. Een uk die liever speelde met harde schijven dan met lederen ballen. Neen, De Smet werd niet eerst gekozen op de speelplaats. Geen politie en dief.

Hij leest al vroeg Engelse programmeerboeken waar hij niks van begrijpt. Of toch weinig. Maar het lukt. Hij leert puzzelen met bytes en komt tot nieuwe inzichten. Technologie als tetris. Logisch nadenken.

"Geschiedenis en biologie, allemaal interessant hoor, maar wiskunde en fysica, dáár leerde ik bij. En wat is programmeren meer dan pure wiskunde?" Een project van de Vlaamse overheid, een zoektocht naar de meest digitale school, levert hem later de aandacht van Microsoft op, de sponsor van het project.

"Het duurde evenwel nog een tijd voor ik echt in beeld kwam bij het bedrijf. Ik werd eerst licentiaat in de informatica in Gent, om er dan nog twee masterjaren aan toe te voegen. De laatste drie jaar hielp ik mensen met problemen in C#, de bekende programmeertaal. Het leverde mij een prijs op: ik werd MVP, 'most valuable professional'. Een prijs uitgereikt door Microsoft. Wat op zijn beurt tot de aandacht van de technici in Redmond leidde. De bal ging aan het rollen."

In 2007, een half jaar voor hij afstudeert, krijgt De Smet een retourtje Redmond aangeboden. Hij komt terug met een voet tussen de deur. Op 11 februari zet hij zijn krabbel: programmeur bij Microsoft. "Niet te beschrijven, dat moment. Heerlijk."

De Oost-Vlaming is nu een belangrijke pion op het grote schaakbord dat Microsoft is. Hoewel, pion? De Smet bekleedt een sleutelfunctie. Als bytes blokjes zijn, dan bouwt De Smet aan een gigantisch huis. Zijn modules worden gebruikt door honderden teams. Zijn raad helpt duizenden mensen. Hij werkt met programmaonderdelen die 20 jaar oud zijn. "Ja, ik ben nog een DOS-adept", zegt hij zelf. Eraan toevoegend: "Zeg het maar, ik ben een computernerd. Het is gewoon zo. Als ik geen oplossing vind bij het programmeren durf ik nog naar een Microsoftkantoor in de buurt te rijden en daar tot vier uur 's nachts te puzzelen, te zoeken, te wroeten, om toch dat éne computerprobleem op te lossen. Dat zit in mij en dat zal er ook nooit meer uit gaan. Een echt uitgaansleven heb ik dus ook niet. Dat hoeft ook niet."

Helden heeft De Smet wel. Niet Tom Lanoye of Tom Waits, maar David Cutler (69), de uitvinder van Windows NT. "Die man heeft codes geschreven die zelfs nu nog altijd gebruikt worden. Hij werkt passioneel en vertelt ook zo pakkend. Fantastische kerel."

Het discours van De Smet is dat van een droogkloot, niettemin is hij een geliefde spreker. Intern, voor de mannen van Microsoft, maar ook extern, op de Tech Days in België bijvoorbeeld. Maar spreken is één ding, vooruitgang is iets anders. De weg is nog lang, maar De Smet is grenzeloos ambitieus. Groeien binnen Microsoft is het doel. Waar de trein stopt is een vraag.

davy

kestens(23)

twitspark

"Thank you for calling Twitspark. Voicemailbox has not been set up yet." Twitspark, de eerste start-up van Davy Kestens (23 (!)) zit nog in de verpakking. Maar de ambitie is duidelijk, zo verraadt de telefoontune. Op de tonen van Pinky and the Brain - de animatieserie van twee muizen die de wereld willen veroveren - klinkt het duidelijk: Wat is het plan, Pinky? "Try to take over the world."

Is hij 'm dan? Is Davy Kestens de nieuwe Mark Zuckerberg? Wordt een Belg de nieuwe Bill Gates? Zijn product krijgt lof, Kestens heeft lef. Twitspark is een toepassing die grote bedrijven toelaat om tweets over hun merken en producten te ordenen en erop te reageren. Een marketingtool, ontsproten aan de geest van een jongeman die ooit een website voor Herk-de-Stad ontwierp en een Nokia 32 kreeg als beloning.

Nu is hij 23.

Hij heeft dit jaar 1,125 miljoen dollar opgehaald in San Francisco en drinkt een Westmalle Tripel om de geboorte van zijn bedrijf te vieren. Pinky indachtig lijkt hij klaar om de wereld te veroveren.

"Ik ben nu zowaar mensen aan het aanwerven", zegt Kestens. "Spannend, zo'n payroll. Ik zit aan vijf. Drie programmeurs die Twitspark op punt moeten zitten, een salesmanager en een gewone manager. Goed, toch?"

Een drop-out is hij, Davy Kestens. Een CEO zonder diploma. Maar wel een volbloed entrepreneur. Eentje die het typische parcours van de start-up heeft afgelegd. Een Belg met talent, een goed product, en voldoende durf. Driewerf hoera, al was er één grote 'maar': hij had geen geld. En België is niet de ideale ondergrond om te kiemen.

Dus trek je als Belg de grote plas over. Naar San Francisco, het epicentrum van bytes en digits. Dat deed ook Kestens. Dáár kun je centen ophalen bij durfkapitalisten, maar ook bij andere entrepreneurs die in je geloven. Er zijn zo veel gasten die het ginds wagen. Genre Kestens: piepkuikens met branie. Hij ziet er ook gewoon jong uit. Nog te 'piep' voor pak en das.

"Tijdens de zoektocht verbleef ik in een jeugdherberg. Met zicht op een blinde muur. Een bed, meer had ik niet."

Hij heeft ook dagen gesleten in de lokale Starbucks. Daar is koffie, maar veel belangrijker: ook wifi. De bestorming van de hemel, met espresso in de hand. Mensen bellen, mensen zoeken, mensen mailen.

De vis beet voor Kestens. Grote vissen zelfs, zoals Sean Parker (Facebook, Napster) of Peter Thiel (PayPal). Maar ook de driekleur helpt. Belgen helpen Belgen. Zo kan Kestens ook rekenen op Sebastien de Halleux (EA Games), Lorenz Bogaert en Toon Coppens (Netlog, Twoo).

De start-up was een feit. Nu zoekt hij dus nog mensen. "Maar ik heb tenminste al een adresje gevonden. Geen blinde muur, nu heb ik een bed, een tafel en een stoel, ergens in San Francisco."

En iedereen die hem influistert: "Kestens, je wordt rijk. Kestens, die moet al niet meer werken." Larie. Hij is aardig op weg om potten te breken, maar de oprichting - het moet gezegd - is nu een deuk in een pakje boter. Hij moet alles nog bewijzen en dan lonkt de stress.

"Al heb ik die niet. Het is misschien maar goed ook dat ik niet besef hoeveel geld 1,125 miljoen dollar is. Ik heb me gewoon sterk omringd en voel he-le-maal geen zenuwen. Eerlijk, ik amuseer me gewoon rot. Geld is nu het laatste van mijn zorgen. Ik lunch met Google, ik lunch met Twitter. En ik heb een kostuumvestje gekocht, om er wat ouder uit te zien (lacht). En pas op: er wordt helemaal niet gelachen met mijn leeftijd. Die werkt eerder als ijsbreker. Natuurlijk word ik au sérieux genomen. Twintigers, de Golden Age. Eén naam zegt genoeg: Mark Zuckerberg, die was en is ook nog piepjong."

bart

decrem(44)

eazel

flock

tapulous

Januari 2009. In San Francisco organiseert Apple zijn jaarlijkse bedrijfsshow waar alle nieuwe tips en tricks voor de toekomst worden voorgesteld. Door de peetvader zelve, toen nog, Steve Jobs. Grijze colbert en blauwe jeans. Als de Messias praat, dan luistert de parochie. Ieder woord is haast heilig. Opvallend: Jobs krijgt vaak gezelschap op het podium van Macworld. Nog opvallender: hij krijgt een Belg naast zich, zowaar. Voor het oog van de camera, in het zicht van de wereld, mag Bart Decrem, een veertiger uit Dilbeek, het komen uitleggen. Met Tap Tap Revenge, een simpele game van zijn bedrijfje Tapulous waarbij je op je gsm-scherm tokkelt op de tonen van pakweg Lady Gaga of Metallica, heeft de Pajot de App Store overvallen en in geen de koppositie ingenomen. Toen althans.

"Een droom", zegt Decrem. "Tap Tap Revenge bestond al voor er sprake was van de App Store en had toen al gigantisch veel gebruikers." Decrem heeft gewoon zijn verstand gebruikt met het spelletje, want een illegale versie van de game was al een hype op de 'zwarte' markt van gekraakte iPhones. Het ritmische tikken levert Decrem ook poen op. Disney koopt Tapulous, in juli 2010. Voor vet geld, 35 miljoen dollar wordt gefluisterd. The money shot.

En dat door volharding. Een hobbelig parcours, dat van Decrem. Hij woont al lang in Silicon Valley, sinds zijn rechtenstudies in Stanford. Ondernemende kerel. Een vat vol prikkels, al van kleins af. Hij wil de wereld ontdekken. En Stanford moest daarbij helpen. Decrem voelt de vibes van de Valley en trekt naar het armere gedeelte van de goudmijn: Palo Alto. "Toen, eind 1999 was die streek de murder capital van de VS. Nergens waren er zo veel moorden als in East Palo Alto, in dat broeinest van etnische minderheden. Ik had nog geen start-up en wilde gewoon ervaring opdoen. Ik leerde er kansarmen omgaan met computers. Het dichten van de digitale kloof, zoiets. Het was een interessante periode: tragedie van de stad en de opgang van de technologie. De tijd van crack en cocaïne."

Hij ontmoet er wel IT'ers en bouwt een netwerk(je) op. Belangrijke schakel in de ketting: Andy Hertzfeld, een getrouwe van wijlen Steve Jobs. Hertzfeld en Decrem richten Eazel op, een bedrijfje dat de weg moet plaveien voor Linux als besturingssysteem. Helaas, de eerste start-up van Decrem is na een jaar al opgebrand. "De recessie", geeft hij als reden aan. Een crash and burn heet de teloorgang van een start-up. Voor veel jonge entrepreneurs is dat de doodsteek: geen geld meer, geen durf, en geen lef. Wie wel nog geld en goesting heeft, probeert het opnieuw in de Valley. Zoals Decrem.

Flock heet zijn tweede kind, een sociale webbrowser gebaseerd op Mozilla Firefox. Helaas (bis), ook Flock brandt op als een lucifer. Althans de patron van het bedrijf, Decrem zelf. "Ze hebben mij aan de deur gezet. Misschien wel terecht. Ik heb fouten gemaakt."

"Persoonlijk heb ik niet veel geld verloren aan die twee bedrijven. Wel veel energie. Maar ik ben niet bang. Agressief de toekomst tegemoet. Altijd. Demotivatie zit niet in mijn karakter. Even slikken en hop, weer weg. Na de pech met Eazel ben ik zelfs naar Korea getrokken. Ik heb er mijn Koreaans-Amerikaanse vrouw gevonden. Mijn leven ging nog altijd goed vooruit. Dat is de karakteristiek van de echte entrepreneur: altijd doorgaan. Fouten maken en er uit leren. En weer fouten maken en er weer uit leren. Met Tapulous als resultaat."

De carrousel die het leven van Decrem is geworden blijft maar draaien. Al heeft hij de 'flosj' dus wel te pakken. Eazel op de fles, bij Flock aan de deur, maar nu wel vicepresident mobiele telefonie bij Disney. Melkkoe Tapulous heeft het leven van Decrem een draai gegeven. Een leven zonder omkijken. "Never give up."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234