Maandag 26/10/2020

Nerd en superheld in krantenland

Als hoofd van een redactie die eerst het tabloid-afluisterschandaal en dan de Snowden-spionagezaak blootlegde is hij de superheld van krantenland. Of wordt Alan Rusbridger van The Guardian met zijn gratisnieuwsaanpak toch de doodgraver van deze stiel? Bart Eeckhout

Een fotootje van een vernielde MacBook Pro met daarnaast een paar kapotgeslagen moederborden en een grafische kaart die duidelijk ook al betere dagen heeft gekend. Dat twitterde Alan Rusbridger dinsdagmiddag de wereld rond. De digitale foto moest bewijzen wat de hoofdredacteur van The Guardian diezelfde ochtend over de zaak-Snowden had aangekondigd, namelijk dat zijn redactie de gelekte data over de Britse en Amerikaanse spionagediensten zou vernietigen, onder druk van de Britse regering (zie kader).

"Liever dat dan de documenten teruggeven", legde Rusbridger met zijn gebruikelijke academisch-afstandelijke cool uit in een begeleidende video. De vernieling van de harde schijven was voorts enkel een symbolische kwestie, beklemtoonde de editor-in-chief in weer een ander opiniestuk, want de redactie bewaarde uiteraard kopieën van door de voormalige NSA-medewerker Edward Snowden gelekte spionagedocumenten: "Het voelde aan als een bijzonder zinloos stukje symboliek, dat deed alsof er geen digitaal tijdperk bestond. We zullen voortgaan met onze geduldige en lastige berichtgeving over de documenten van Snowden, we zullen het alleen niet langer vanuit Londen doen."

Scalpen aan de gordel

In de hernieuwde ophef over de zaak-Snowden, die begin deze week oplaaide met de ondervraging van de Braziliaanse partner van de Guardian-journalist die het dossier uitspitte, komen vorm en inhoud van de journalistieke overtuigingen en ambities van Alan Rusbridger als hoofdredacteur bij The Guardian netjes bijeen. De journalistieke vorm - video en tekst, digitaal en papier - zal multimediaal zijn of niet zijn. En inhoudelijk blijft hij al jarenlang de klemtoon leggen op onderzoeksjournalistiek, met bijzondere aandacht voor burgerlijke vrijheden en privacy. Voor Snowden was er ook al WikiLeaks of de openbaring van een wereldwijde lijst fiscale vluchtelingen die hun fortuinen in belastingparadijzen verborgen hielden. Ook in die dossiers prikte The Guardian ruim zijn vorkje mee.

En voor WikiLeaks legde The Guardian de afluisterpraktijken op de redacties van de tabloidkranten van Rupert Murdoch bloot. Dat leidde tot de sluiting van de krant News of The World, hoorzittingen met Murdoch zelf in het Britse parlement en uiteindelijk de ontmanteling van het hele Britse krantenfiliaal van de Murdoch-multinational News Corp. Nog daarvoor had de krant al de scalpen van een paar sjoemelende politici aan de gordel bungelen. Die succesvolle terugkeer naar lekker ouderwetse onderzoeksjournalistiek heeft van The Guardian een van de opwindendste werkplekken in de hele krantenwereld gemaakt, en van Rusbridger een soort superheld van de kwaliteitsjournalistiek.

Superheld is nochtans niet de eerste kwalificatie waar je aan denkt als je de 59-jarige Rusbridger ziet rondlopen (maar goed, dat geldt voor 'Superman' Clark Kent, ook een journalist, uiteindelijk ook). Rusbridger is niet het type hoofdredacteur dat zelf op de BBC in een panel gaat zitten met een pasklare politieke analyse. Ook intern staat hij bekend als een vriendelijke, maar wat afstandelijke en zwijgzame baas. Met zijn verwarde, stevige haardos en grote bril lijkt deze zelfverklaarde nerd en technologische early adopter (in 2006 reed hij al met een elektrisch wagentje rond in Londen) meer op een verstrooide professor of een klassieke muzikant dan op een opinieleider.

Gepassioneerd pianist

Dat zit ook niet zo ver naast de waarheid. Hij is gastdocent aan de universiteiten van Oxford en Londen en staat bekend als een gepassioneerd pianist. Over zijn geslaagde poging om een bijna onspeelbaar gewaande ballade van Chopin onder de knie te krijgen schreef hij vorig jaar het vermakelijke boek Play It Again. Why Amateurs Should Attempt the Impossible. En in een van de zeldzame reportages die hij dit jaar zelf schreef, berichtte hij hoe hijzelf naar de Libische stad Tripoli trok om te onderhandelen over de vrijlating van een gevangengenomen medewerker. Toen zijn gezelschap enkele slopende uren moest wachten in het hotel, kroop Rusbridger er achter de piano. "Daar zat ik dan in Tripoli, midden in een burgeroorlog, op een richeltje boven een hol klinkend en zogoed als verlaten restaurant, klaar om de eerste pagina's van de ballade van Chopin te spelen", berichtte hij. "En dit is niet eens de krankzinnigste gebeurtenis in Tripoli op dit moment."

Zoveel zachte zeden - de man heeft ook nog drie kinderboeken op zijn naam staan - hebben niet verhinderd dat Rusbridger zijn krant een dramatische metamorfose heeft laten ondergaan. Van een wat duffe, dogmatisch linkse geitenwollensokkenkrant werd The Guardian een hip, progressief en stedelijk medium. Het DNA van de krant is eigenlijk het DNA van zijn verlicht-progressieve hoofdredacteur, stelde opinieblad The New Statesman vorig jaar in een portret: "stedelijk, kosmopolitisch, cool, licht ironisch, eigentijds, cultureel divers en uit de middenklasse".

Al achttien jaar zwaait Rusbridger de plak over de redactie - naar onze normen een eeuwigheid, bij The Guardian heel gewoon -, en nog voor hij hoofdredacteur werd, had hij al een stille revolutie door de krantenkolommen gejaagd. In 1988 lanceerde hij de weekendeditie van The Guardian (niet te verwarren met de zondagse zusterkrant The Observer), waarin voor het eerst ook plaats was voor lifestyle, als antwoord op de vernieuwde uitdager The Independent. "Waar je moest gaan eten, of wat je moest dragen en waar je op vakantie kon gaan, dat deden wij vroeger niet." Vervolgens concipieerde hij G2, het succesvolle tweede cultuur- en reportagekatern op klein formaat bij de krant.

Het was dan ook niet bepaald als heraut van de onderzoeksjournalistiek dat zijn promotie tot editor-in-chief werd aangekondigd in 1995. Dat veel van kritiek op de vermeende vervlakking die hij zou doorvoeren inmiddels wel verstomd is, verschaft Rusbridger een bijzonder genoegen, en dat verbergt hij niet.

Vooruitstrevend of dom?

Zo bewonderenswaardig open en tegendraads als de berichtgeving is, zo technologisch vooruitstrevend is de vorm waarin The Guardianzijn nieuws verpakt. Al zou je in plaats van 'vooruitstrevend' ook 'dom' kunnen zeggen. Want The Guardian is een van de weinige kranten ter wereld die nog altijd al hun inhoud zomaar gratis op het internet vrijgeven. En zelfs een beetje meer, want bij The Guardian geldt digital first, wat betekent dat de eerste en meeste info op het net komt.

Meer nog dan een strategie is dat voor Rusbridger een persoonlijke geloofsovertuiging. Nieuws achter een betaalmuur verstoppen, zo meent hij, vermindert niet alleen de zichtbaarheid, het bereik en de impact van een krant, het leidt ook tot slechtere journalistiek. Rusbridger gelooft stellig in de 'wederkerigheid' van de nieuwsrelatie tussen redactie en publiek, waarbij de lezers ook zelf actief reageren en bijdragen. De blog die de Nederlandse topjournalist Joris Luyendijk op de site van de krant bijhoudt over zijn ontmoetingen in het financiële hart van Londen zijn een uitstekend voorbeeld van die aanpak.

Behalve bewondering en sympathie oogst hoofdredacteur Rusbridger toch ook behoorlijk wat interne scepsis met die koppige open koers. Journalisten kunnen rekenen en de rekeningen van The Guardian zien er bepaald beroerd uit. De papieren krant zag de oplage dit jaar met 11 procent terugvallen tot 187.000 exemplaren. In 2006 zat de krant nog tegen een oplage van 400.000 aan. Die drastische daling is vergelijkbaar met die bij de concurrentie, maar dat maakt het nieuws er amper beter op. Nog penibeler is de terugval in advertentie-inkomsten, en met name van vacaturezoekertjes, lange tijd de goudpot van de krant. Nieuwe digitale inkomsten groeien maar kunnen het verlies (nog) niet compenseren. Guardian News & Media maakte in 2012 een dikke 36 miljoen euro verlies (wat al 30 procent minder was dan het jaar voordien).

Al in 2011 waarschuwde CEO Andrew Miller van de overkoepelende Guardian Media Group dat het bedrijf "binnen drie of vijf jaar" zonder geld dreigt te vallen. Zo lang kan de eigenaar van de krant de tekorten nog wel bijpassen, met de winsten van filiaalproducten. Die eigenaar is geen rijke familie of een aandeelhouderschap maar een stichting, de Scott Trust, die de lijn van de krant 'eeuwigdurend' moet bewaken. Dat geeft enig ideologisch comfort, maar ooit, en dus eerder vroeg dan laat, raakt het geld op. En velen vrezen dan ook dat Rusbridger zijn krant met de allure van een donquichot op een financiële muur afstuurt. Nu al doen doemscenario's de ronde, waarbij de krant op weekdagen het papier zou opgeven. Behalve een sociaal bloedbad zou dat een financiële ramp betekenen, want The Guardian investeerde in 2005 nog 100 miljoen euro in nieuwe persen om de krant op een vernieuwd berlinerformaat te kunnen drukken.

Betalen voor interview

Of de open koers vol te houden valt, is hoogst onzeker maar de ambitie is helder: van The Guardian een wereldwijd nieuwsmerk maken. Dat schijnt ook wel te lukken, mede dankzij de internationale aantrekkingskracht van een nieuwsdossier als de zaak-Snowden. Naar eigen zeggen lokt de website van de krant wereldwijd maandelijks ruim 40 miljoen unieke bezoekers, waarvan 12 miljoen in de VS, waar de redactie een filiaal heeft met 35 medewerkers. Bij de Engelstalige krantenmerken doen alleen de roddelkrantsite Mail Online en The New York Times beter.

Nog forser stijgen is de enige uitweg voor Rusbridger wil hij zijn filosofie van open journalistiek blijven belijden. Alleen dan kan het nieuwsmerk The Guardian interessant genoeg worden om wereldspelers op de advertentiemarkt aan te trekken. Behalve oprecht geloof in de krant als waakhond van de democratie is het ook die financiële berekening die verklaart waarom Alan Rusbridger en zijn redactie zo fors inzetten op scoops die de wereld rondgaan.

Al wordt er ook op de kleintjes gelet, zo blijkt ook weer uit Snowden-gekte. De Nederlandse Nieuwsuur-reporter Eelco Bosch van Rosenthal die gisteren een aanvraag indiende om een interview af te nemen van de hoofdredacteur van The Guardian, kreeg te horen dat hij daarvoor moest betalen: 2.500 pond (3.000 euro) voor een kant-en-klaar interview van 7 minuten, zonder mogelijkheid tot extra vragen. Een gratis interview kon ook, maar dan werd de verslaggever op een wachtlijst gezet. Voor wie de vrije nieuwsgaring wil redden, is dat een hoogst merkwaardig initiatief. Ook superhelden donderen al eens van hun sokkel, blijkbaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234