Vrijdag 17/01/2020

Negers in Venetië en Edinburgh

Het Afrikaanse paviljoen zorgde voor vragen die over geen enkel Europees paviljoen ooit worden gesteld

Jan Goossens

doorprikt de ballon van een blanke culturele sector

Jan Goossens is artistiek leider van de KVS. Voor 'De Gedachte' schrijft hij om de twee weken een opiniestuk.

@4 DROP 2 OPINIE:Een wit en in zichzelf opgesloten continent is Europa nooit geweest en zijn toekomst is zonder twijfel gekleurder dan ooit. Maar in zijn grote culturele manifestaties en evenementen is er van echte vermenging, laat staan van diepgaande uitwisseling, nog niet altijd sprake. Geloof het of niet: de Biënnale van Venetië bestaat sinds 1895, viert met deze editie dus zijn 112de verjaardag en pas nu is er voor het eerst zoiets als een 'Afrikaans Paviljoen'. Niet dat er nooit Afrikaanse artiesten of projecten deel uitmaakten van de centrale overzichtstentoonstelling. Maar een volwaardig paviljoen in het Arsenaal zelf en in handen van Afrikaanse curatoren die hun eigen keuze maakten: dat is een primeur. Biënnaledirecteur Robert Storr formuleerde zijn opzet als volgt: "De bedoeling was niet zozeer om te komen tot een one size fits all show, maar wel om een ruimte te voorzien waar Afrikaanse kunst niet langer verschijnt bij gratie van een curator die optreedt als talent spotter en hierarchy fixer uit de Noord-Atlantische regio. Een van je privileges als blanke man is dat mensen je vragen om dingen te doen en een van je verplichtingen is dat je die kansen niet in je eentje monopoliseert."

Net zoals de overzichtstentoonstelling van Storr zelf is het Afrikaanse paviljoen de moeite waard. De curatoren Fernando Alvim uit Angola en Simon Njami uit Kameroen streefden bewust niet naar een volledig continentaal overzicht, selecteerden ook artiesten uit de Afrikaanse diaspora en plaatsten jong talent naast grote namen. Het resultaat is eclectisch en divers, onttrekt zich aan alle stereotypen en maakt duidelijk dat de noemer 'Afrikaanse kunst' problematisch is. De kinderen moeten een gemeenschappelijke naam hebben, maar verder is er niet noodzakelijk veel dat hen verbindt. Dat er ook werk van Warhol en Basquiat in het Afrikaanse paviljoen staat, maakt het belang van het geografische criterium gelukkig zeer relatief.

Uiteraard zorgde de keuze voor een Afrikaans paviljoen voor de nodige controverse en voor vragen die over geen enkel Europees paviljoen ooit worden gesteld. Deels gebeurde dat omdat de meeste werken in het paviljoen toebehoren aan de Congolese zakenman Sindika Dokolo die in Angola woont. Dokolo zorgde er met zijn publiek toegankelijke collectie als eerste voor dat vele Afrikaanse topwerken eindelijk ook in Afrika te zien zijn, maar de herkomst van zijn fortuin is niet onbesproken. Een andere Afrikaanse curator, Olu Oguibe, noemt dat debat hypocriet en vindt dat zeker niet enkel de herkomst van Afrikaanse collecties in vraag kan worden gesteld: "De fundamenten zelf van de Europese beschaving kwamen tot stand op basis van het mecenaat van de familie van de Medici's, en dat waren rovende baronnen die zich bezighielden met politieke corruptie, illegale bankdeals en moord. En de hele collectie van de Tate komt uit een erfenis gebaseerd op slavenarbeid in de Caraïben. Laat ons dus oppassen met deze debatten en ze zeker niet enkel over Afrikaanse collecties voeren."

Momenteel speelt de Zuid-Afrikaanse regisseur Brett Bailey op het festival van Edinburgh zijn schitterende House of the Holy Afro, twee jaar geleden ook in Brussel te zien op het KunstenFestivaldesArts. Bailey zelf is blank, zijn hele cast zwart. Hij zegt zich dagelijks te ergeren aan "de hegemonie van Europese waarden, esthetica's en systemen" die in de wereld, ook in de culturele, nog altijd een feit is. Zijn hele werk verzet zich daartegen en tracht te tonen dat de mondiale realiteit vandaag gemengder en hybrider is dan het beeld dat de meeste Europese culturele instellingen ons voorhouden. Gezellig multicultureel naast elkaar leven is niet wat ons in de toekomst te doen staat, wel moeten we op zoek naar echte productieve uitwisselingen die nieuwe perspectieven creëren. Bailey: "Momenteel zet ik mijn tanden vooral in het operarepertoire. In mijn versie van Verdi's Macbeth zijn alle zangers zwart en is het hoofdpersonage geïnspireerd op Mobutu Seseko. Laat al wie het na de Zuid-Afrikaanse film U/Carmen e/Khayelitsha (de Gouden Beer in Berlijn in 2005) nog niet wist, nog eens zeggen dat de opera een Europees genre is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234