Donderdag 22/10/2020

Voedselveiligheid

Neen, moeder natuur weet het niet altijd beter

Beeld BELGA

Lekkerder, verser, gezonder. Als het van de consument afhangt, dan verkiest hij een natuurlijk product. Liever een tros tomaten uit de tuin dan de gepureerde versie in blik. Maar is die voorkeur altijd terecht?

Van “heerlijk ontnuchterend" en "verfrissend” tot “dit kan je niet menen” en “hier zit de farmaceutische industrie achter”. Het boek 'Ode aan de E-nummers' van de Nederlandse Rosanne Hertzberger maakte de afgelopen weken heel wat emoties los. Daarin legt de microbiologe uit waarom deze stofjes, die aan voedingsproducten worden toegevoegd om ze veiliger te maken of langer te bewaren, helemaal niet gevaarlijk of onnatuurlijk zijn. Ook houdt Hertzberger een pleidooi voor kant-en-klaarmaaltijden en magnetrons. 

“We willen zo natuurlijk mogelijk eten. Maar de vraag is, wat is natuurlijk?” De vraag houdt heel wat voedingsdeskundigen bezig. Ook professor Tiny Van Boekel van de Wageningen Universiteit. Laat je hem antwoorden, dan zegt hij dat 'natuurlijk' niet meer bestaat. “Tachtig procent van wat we eten is vandaag bewerkt of veredeld. Kaas groeit niet aan een boom, brood komt niet uit de grond. Zelfs een appel die je plukt, is gescreend op tal van kenmerken en gekruist met andere rassen.”

De man zou de vader van Rosanne Hertzberger kunnen zijn, want net als de Nederlandse microbiologe, probeert de levensmiddelentechnoloog de aversie van consumenten tegen chemische of fysische processen in de voedselproductie weg te nemen. “Natuurlijk is niet altijd beter”, zegt hij. Hij wijst naar een simpel product als melk. “Decennia geleden bleek het een van de belangrijkste dragers van tuberculose. Het is dankzij het pasteuriseringsproces (een verhittingsproces, red.) dat we die bacterie hebben kunnen wegwerken.” Van Boekel somt vervolgens een lijst met stoffen op die in groente en fruit en noten voorkomen: botuline, aflatoxine, cyanide... "Allemaal heel natuurlijk, maar ook allemaal heel giftig."

Hypocriet

In plaats van de voedingsindustrie scheef te bekijken, zouden we ze moeten appreciëren. "Het probleem is dat die industrie het zo goed doet, dat mensen niet meer beseffen welke gevaren er zijn. Ze denken: als ik zelf kook, heb ik al die additieven niet nodig. Wat ze vergeten is dat hun eten, in tegenstelling tot dat uit fabrieken, meteen wordt opgegeten. "

Consumenten zijn daarenboven hypocriet. “Een blikje tomatenpuree noemen ze ongezond, maar als het over medicijnen en vaccins gaat is chemie ineens wel heel erg welkom.”

Professor Hendrik Cammu sluit zich aan bij Van Boekel. Veronderstellen dat natuurlijk altijd beter is, slaat nergens op. In zijn jongste boek Wat moet ik nu geloven dokter? schrijft hij zelf dat we niet zonder E-nummers - de chemische stofjes die worden toegevoegd om eten langer te bewaren, veiliger of kleurrijker te maken - kunnen. “We leven nu eenmaal in een wereld waarin we alles manipuleren. Dat moeten we niet erg vinden”, zegt hij. 

Vers of verpakt?

De E'tjes kunnen in elk geval geen kwaad, ze zijn tot in den treure getest. Over andere industriële processen zegt Cammu dat het onmogelijk is te bewijzen of ze dan wel beter of slechter zijn. "Is een verse krop gezonder dan eentje die industrieel gewassen en onder een zuurstofvrije atmosfeer verpakt is? Dat valt niet uit te zoeken." Maar daarom moeten we nog niet massaal maar bij bewerkte producten als diepvriespizza's en burgers zweren. “Feit blijft dat daarin veel vetten, zout en suikers zitten om de smaak op punt te krijgen. En die liggen wel degelijk aan de basis van obesitas en suikerziekte.”

Als hij één bedenking moet maken bij toenemend aantal stoffen die aan ons eten wordt toegevoegd, dan is het volgens Cammu deze: al die stoffen zorgen ook voor een toenemend aantal allergieën. “Maar daarom moeten ze niet gedemoniseerd worden. Ik verdraag een natuurlijk product als een aardbei ook niet. Ik pas gewoon mijn voedingspatroon aan."

Hoewel natuurlijk niet per se beter is, is het wel logisch dat we er zo graag naar streven. Wim Verbeke, hoogleraar voedingsmarketing en consumentengedrag (Universiteit Gent) ziet het als een vanzelfsprekende tegenreacties op voedselschandalen van de laatste decennia: de dollekoeiencrisis, de EHEC-besmettingen, het paardenvlees dat als rundsvlees wordt verkocht. "Zodra mensen het idee hebben dat er iets mis is met hun eten, gaan ze zich vragen stellen en zich kritischer opstellen tegenover voeding en de productie ervan. Evolutionair gezien is dat niet vreemd: zorgvuldig omspringen met wat je in je mond stopt, is iets dat we al miljoenen jaren hebben geleerd en gedaan. Met wisselend succes, want ons voedsel is bijlange niet altijd zo veilig en gezond geweest als dat nu het geval is.” 

Verbeke verwijst tot slot nog op het verschil met andere bewerkte producten, als kledij. “Daar gaan ook allerlei chemische processen mee gepaard, maar daar worstelen we minder mee. Het komt dan ook je lichaam niet binnen en het is makkelijker te mijden. In tegenstelling tot aan eten, moet je niet drie keer per dag aan een t-shirt denken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234