Donderdag 27/02/2020

Geweld VS

Neemt Obama nu eindelijk actie tegen racisme na mars op Washington?

President Barack Obama beloofde tijdens een ontmoeting met verscheidene belangengroepen het vertrouwen tussen de politie en de gemeenschappen te verbeteren.Beeld AP

'I can't breathe', zei Eric Garner voor hij door een agent werd verstikt. Elf keer. Zijn doodskreet werd een slogan die zaterdag in Washington honderdduizenden mensen op de been zal brengen. Zij protesteren tegen een samenleving die barst van de raciale vooroordelen. Dwingt Barack Obama nu eindelijk ademruimte af voor gelijke rechten, nota bene hij die meer dan welke president ook moet opboksen tegen racisme?

"Het is noodzakelijk dat alle Amerikanen, ongeacht hun ras, regio of geloof, erkennen dat dit een Amerikaans probleem is en niet enkel een zwart probleem of een bruin probleem of een Native American-probleem. Dit is een Amerikaans probleem. Als iemand in dit land niet gelijkwaardig behandeld wordt volgens de wet, dan is dat een probleem. Het is mijn job als president om het te helpen oplossen."

Toen president Barack Obama op 3 december deze woorden uitsprak, in een eerste reactie op de buitenvervolgingstelling van de agent die Eric Garner afgelopen zomer in een houdgreep wurgde ondanks de smeekbede 'I can't breathe', wist hij nog niet dat zaterdag in Washington een mars tegen politiegeweld wordt georganiseerd door Afro-Amerikaanse burgerrechtenactivisten en families van slachtoffers als Garner.

Met de massamanifestatie komt Obama onder grote druk te staan om meer maatregelen te nemen die een einde maken aan disproportioneel geweld van de politie tegen minderheden. Obama gaf al een eerste aanzet. Hij richtte al een taskforce op dat moet onderzoeken hoe de relaties verbeterd kunnen worden tussen de ordehandhaving en minderheden die zich onheus behandeld voelen. Hij wil ook geld vrijmaken om 50.000 agenten uit te rusten met 'body cameras', voor zelfcontrole en een betere bewijslast. Ook kregen politiedepartementen van metropolen als New York City het advies hun agenten te (her)trainen in het omgaan met minderheden.

Het federale justitieministerie opende intussen onderzoeken om na te gaan of de burgerrechten niet geschonden werden in de zaak van Garner en Michael Brown in Ferguson, Missouri. "Ik ben niet geïnteresseerd in praten, ik wil actie zien", zei Obama. "Laat ons niet rusten voor het vertrouwen in de ordehandhaving hersteld is."

Zout in open wonde

Maar kan de president nog wel het verschil maken tijdens de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn, waarin hij vanaf januari moet regeren met een Republikeins Congres? En wegen de woorden van de president nog zwaar genoeg om de gemoederen van de straat te bedaren? De ontgoocheling van de zwarte gemeenschap in Amerika's eerste Afro-Amerikaanse president doen vooralsnog vermoeden van niet.

"Ik denk dat (de vrijspraak van een blanke agent in) Ferguson, Missouri, het einde van Obama's tijdperk inluidde", zei de invloedrijke hoogleraar Afro-Amerikaanse studies Cornel West (Princeton University) in een interview met CNN. "Het is een zeer triest einde. We begonnen met enorme hoop en we eindigen met grote wanhoop omdat we een gesegregeerd strafrechtsysteem hebben dat geen gerechtigheid biedt aan zwarte en bruine mensen, en al helemaal niet als ze arm zijn. Het is zeer triest dat Wall Street-bonzen, folteraars en agenten die onze dierbare kinderen doodden, wel vrijuit mogen gaan."

Volgens West liet Obama de voorbije jaren de kans liggen om een einde te maken aan de straffeloosheid van politiegeweld. "We hebben een zwarte president en een zwarte justitieminister, we hebben een zwarte leider van de Binnenlandse Veiligheid. Maar we zagen geen enkele federale vervolging van een politieman die een zwarte jongere doodt in de 5,5 jaar dat al die zwarte jongens op hun plek zaten."

Zijn vlijmscherpe commentaar krijgt bijval van Kirsten West Savali (34), een senior writer van het webzine The Root (voor Afro-Amerikaanse thema's) en columniste voor onder meer The Huffington Post. Zij doet onderzoek naar de kruisingen tussen ras, gender, politiek en popcultuur. "Black America is het beu om achter de scènes en na de feiten gesust te worden", schreef ze na Ferguson. "Agent Darren Wilson is vrij, er is geen gerechtigheid voor Michael Brown en de oproep van de president voor een vredelievende nasleep voelde bij velen aan als zout in een open wonde. Hoe kan er vrede zijn zonder gerechtigheid?"

Als we haar telefonisch spreken in Mississippi is ze iets milder voor Obama, maar niet minder kritisch over zijn slaagkansen om iets te veranderen. "De initiatieven die hij aankondigde zijn een goede start. Het probleem is dat het voor de zwarte gemeenschap al decennialang bij 'eerste stappen naar gelijkheid' blijft. Op woorden volgen zelden daden."

Hoe zelfs de eerste Afro-Amerikaanse president er niet in slaagde een ommekeer te beginnen, heeft volgens commentator West Savali de onvrede bij de zwarte gemeenschap boven het kookpunt gedreven. "Er is veel frustratie om Obama omdat uitgerekend hij zeer goed onze geschiedenis kent: van Jim Crow (de segregatiewetten uit de 19de eeuw, MR) tot de wijze waarop zwart en blank verschillend worden gestraft in de recente War on Drugs. Maar hij zegt daar niets meer over sinds hij president is. Hij is een typisch voorbeeld van een Afro-Amerikaanse intellectueel die denkt, 'ik heb nu een maatpak aan, ik doe wat goed wordt geacht en we komen er wel'. Wel, Martin Luther King en Malcolm X gingen ook een nette broek dragen en toespraken houden, maar toch werden ze nog vermoord. Woorden alleen volstaan dus niet. De verandering moet van onderuit beginnen - van straatbewegingen zoals #BlackLivesMatter en #Ican'tBreathe."

Zou je met een metafoor van de Garner-zaak kunnen stellen dat zelfs president Obama #nietkanademen? West Savali: "Ook Obama krijgt af te rekenen met dezelfde blanke suprematiegedachte die Garner en Brown het leven kostte. Hij is een zwarte man en moest daarom al meer dan elke andere president ooit, opboksen tegen racisme, een overweldigend aantal doodsbedreigingen en politieke obstructie door de Republikeinen. Van Obama wordt verwacht dat hij het gezicht is van een machtig Amerika en ons vertelt dat de Amerikaanse Droom van ons allemaal is. Alleen, die droom is niet de realiteit en was dat ook nooit. Obama heeft het exceptioneel ver geschopt maar overal in ons land zijn er toch nog zwarte gemeenschappen die nooit toegang kregen tot gelijke kansen of gelijke berechtiging in het justitiesysteem."

"Maar, hij kán ademen. Hij kan als VS-president méér ademen dan welke zwarte man in Amerika ook. Maar hij gebruikt zijn macht en invloed niet om zich uit te spreken tegen de binnenlandse terreur die zwarte gemeenschappen ondergaan door de ordehandhaving in een gerechtelijk systeem dat blanke suprematie beschermt. Hij maakt een politiek veilige keuze, misschien zelfs voordelig voor hem, maar een keuze waarmee hij wegkijkt van de economische, fysieke en psychologische vernieling van de zwarte gemeenschappen."

West Savali vindt de mars tegen politiegeweld van zaterdag een belangrijk moment maar zegt dat het vooral de protesten zijn in alle grote steden van de VS die de vorige weken al een verschil maakten. "De jongeren op straat hebben het momentum al in handen. Wat deze beweging kenmerkt is dat ze gedragen wordt door mensen van alle huidskleuren. Het thema is universeler dan politiegeweld alleen. Deze beweging groeit uit tot een protest tegen buitensporig geweld van blanke mannen in uniform. Gewelddadige excessen van de politie en foltering in de oorlog tegen terreur zijn in zekere zin de gevolgen van dezelfde mentaliteit. Zelfs materieel zijn er verbanden: politiekorpsen zoals dat van Ferguson waren bewapend met surplusstocks van het Pentagon uit de War on Terror."

Er is een intrigerende parallel met de jaren zestig, zegt ze. "Toen liepen de strijd voor gelijke burgerrechten en de protesten tegen de oorlog in Vietnam ook naadloos over in elkaar. Ook toen vonden zwart en blank elkaar in het protest. Het verschil is dat er door de veranderende demografie nu nog veel meer diversiteit is dan toen. Door sociale media blijft onrecht zoals politiebrutaliteit niet lang meer verborgen. Alle rassen komen dezer dagen op straat, en dat is mooi. The people are waking up."

Het beste bewijs daarvan is te zien in de Californische universiteitsstad Berkeley, waar de voorbije week studenten van de Law School dagelijks hand in hand protesteerden met Afro-Amerikaanse activisten uit het nabijgelegen San Francisco en de havenstad Oakland. Vanop de campus zelf wegen nu ook de academici in het nationale debat, getrokken door John A. Powell, directeur van het Haas Institute for a Fair and Inclusive Society. Powell is ook professor Rechten, African American en Ethnic Studies aan UC Berkeley.

Volgens hem zijn de huidige straatprotesten een catharsis van een veel groter probleem van diepgeworteld racisme. "We zien nu de weerspiegeling van een systematisch falen dat overal opduikt in onze samenleving - in scholen, gezondheidszorg, de werkplek, de huizenmarkt, levensverwachting, armoede. Wist je dat we daarin de voorbije vijftien jaar weer meer segregatie vaststellen dan vroeger?", zegt hij, als we hem bellen terwijl in Berkeley nieuwe manifestaties beginnen.

"Amerika ligt in conflict met zichzelf. We worstelen met tegenstrijdige trends. Aan de ene kant zien we meer dan ooit meer interraciale huwelijken, aan de andere kant is ons gevangenissysteem nog nooit zo geracialiseerd geweest als vandaag met disproportionele veroordelingen van Afro-Americans."

New York, 1965. Leden van het Congress of Racial Equality demonstreren in Manhattan. Op de plakkaten staan de namen van vermoorde burgerrechtenactivisten.Beeld Jack Manning / The New York Times

Burgeroorlog

Wat er nu gebeurt, ziet Powell als de uitwas van een lange geschiedenis die teruggaat tot de burgeroorlog en de strijd om de afschaffing van de slavernij (1861-'65). "De burgeroorlog is nog altijd onderhuids aanwezig. Eigenlijk heeft ons land drie partijen: de Democraten, de Republikeinen en de Zuidelijke Staten (waarvan de groot­grond­bezitters in de burgeroorlog voor het behoud van slavernij vochten, MR). Het zuiden van de VS evolueerde historisch van Democraten naar Republikeinen maar blijft voor beide partijen bepalend voor de macht. Daarom ziet de elite in Washington stilzwijgend toe op de blijvende racialisering die velen in deze staten ambiëren."

"Omdat racialisering vandaag niet meer mogelijk is zoals vroeger, met expliciet taalgebruik, stellen wij als onderzoekers vast dat er al sinds eind jaren zestig voortdurend in gecodeerde taal wordt gediscrimineerd. Dat begon al bij president Nixon. Hij gebruikte 'law and order' als slogan maar ageerde in de praktijk tegen de burgerrechtenbeweging en de anti-Vietnambetogers, en hij won dankzij het zuiden. In de jaren tachtig deed president Reagan net hetzelfde met de War on Drugs, die eigenlijk een oorlog tegen zwarten was."

"Vandaag hebben we het taalgebruik van de Tea Party als voorbeeld, maar is het complexer geworden dan dat. We stellen vast dat in de elf miljoen woorden die Amerikaanse jongeren jaarlijks te horen krijgen er in één adem veel negatieve woorden worden genoemd als er gesproken wordt over 'blacks' of 'Afro Americans'. Ook in de films en in kranten zijn er nog veel discriminerende associaties."

Powell noemt het een "raciale Pavlovreflex", die ook bij blanke politieagenten aanwezig is. "Het zijn onbewuste vooroordelen waar veel meer blanke Amerikanen mee kampen dan we denken. Neurowetenschappelijke studies tonen aan dat veel blanken, ook zij die wapens dragen in uniform, in hun onderbewustzijn nog altijd een zwart lichaam als een bedreiging zien. Zelfs als ze zelf zeggen dat ze niet racistisch zijn en zich voorstander noemen van gelijke rechten, zien ze in bijna elke zwarte een mogelijke crimineel."

Powell ziet een rol weggelegd voor president Obama om nog eens in de verf te zetten dat diversiteit voor Amerika een culturele evidentie is geworden, wat hij benadrukte in zijn eerste presidentiële campagne. "Het is de taak van de president om de Amerikanen de complexiteit van ras in Amerika te helpen begrijpen. Zelfs de reden dat hij dit niet eerder deed in zijn presidentschap, in tegenstelling tot in zijn voorafgaande boeken (zoals 'Dromen van mijn vader', MR), heeft eigenlijk met dit vooroordeel te maken. Het was een vorm van politieke zelfcensuur die zijn strategen oplegden - 'spreek niet over raciale vooroordelen, of je wordt afgestraft door een groot deel van de blanke kiezers'."

"Bovendien beschuldigde rechts hem altijd meteen van nepotisme als hij ook maar iets durfde te doen voor de zwarte gemeenschap. Ik vind dat hij zich daartegen onvoldoende verdedigde. Maar ik denk dat hij nu nog een laatste kans heeft om het goed te maken. Politiek heeft hij niets meer te verliezen."

Manifestanten van de straatbeweging #BlackLivesMatter protesteren bij het gerechtshof van Oakland voor gelijke rechten.Beeld REUTERS

Polarisering en geweld

De mars in Washington en de huidige straatprotesten in steden ziet Powell als de perfecte opportuniteit voor het Witte Huis, het Congres en de staten om de wetten omtrent burgerrechten te verfijnen. "Ik ben hoopvol als ik hier buiten de protesten voor gelijke rechten in ons strafrechtsysteem zie. De vraag voor iedereen vandaag is: kunnen we eindelijk de verdeeldheid achter ons laten en weer één land worden? Als we deze kans niet grijpen dreigt meer polarisering en geweld. Toch durf ik nu geloven dat we toch de goede weg zijn ingeslagen, en dit debat doorgetrokken wordt tot de campagne van de volgende presidentsverkiezingen in 2016."

Powell noemt het alvast hoopgevend dat zelfs vooraanstaande Republikeinen als voormalig president Bush en Huisvoorzitter John Boehner het dodelijke geweld tegen Eric Garner veroordeelden. Ook de doorgaans ultraconservatieve talkshowhost Bill O'Reilly op televisiezender Fox deed dat, en ging - een voor zijn doen ongewoon - debat aan met een liberale Afro-Amerikaanse radiopresentator.

Burgerrechtenactivist en dominee Al Sharpton, die samen met de families van overleden slachtoffers van buitensporig politiegeweld de mars op Washington zal leiden, zegt intussen te hopen op een historische opkomst, en gebruikte daarvoor woorden van Martin Luther King. "De geschiedenis zal moeten vaststellen dat de grootste tragedie van deze periode niet het schelle geschreeuw van de slechte mensen was, maar het ontstellende zwijgen van de goede mensen. Laat ons niet langer zwijgen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234