Donderdag 13/05/2021

Neem een voorbeeld aan Guy Verhofstadt

Bij de stilaan traditionele rapporten van de parlementsleden kun je al de bijna even traditioneel meewarige analyses dromen over de gebrekkige werking van de parlementen. Uitgerekend de ontwikkeling van het vaak ondemocratisch genoemde Europees Parlement toont aan dat die gebreken geen noodlot hoeven te zijn.

Ja, de titel boven dit stuk is provocatief bedoeld. Als particratie - het verschuiven van macht van democratisch verkozen instellingen naar politieke hoofdkwartieren - het probleem is van de parlementaire democratie, dan zullen velen met de ogen knipperen omdat uitgerekend Guy Verhofstadt (Open Vld) als onderdeel van de oplossing wordt genoemd. Het is zeker zo dat Verhofstadt als partijleider en premier meer dan zijn deel van zijn particratische macht gebruikte om beslissingen door te duwen en carrières te maken en te kraken. In de politiek maakt de functie nu eenmaal de man (m/v): wie uitvaart tegen 'het' systeem, is de eerste die vervolgens dat systeem in het eigen (partij)belang aanwendt, zodra hij zelf in de cockpit van de macht mag plaatsnemen.

En toch biedt de manier waarop Guy Verhofstadt zichzelf nog maar eens heruitgevonden heeft als fractieleider in het Europees Parlement hoop voor wie een uitweg zoekt uit dat dwingende juk van de particratie. Voor zijn internationaal gewaardeerde rol als leider van de relatief kleine liberale fractie in het Europees Parlement krijgt Verhofstadt in dit rapport van De Morgen de uitzonderlijke topscore van vijf sterren. De oud-premier liet, zoals dat heet, zijn fractie ver boven haar gewicht boksen. Maar hij deed nog zoveel meer. Met scherpe redevoeringen - tegen het gebrek aan politiek-budgettair bestuur in de wankelende eurogroep, tegen het eurofobe populisme, tegen de antidemocratische wind uit Hongarije - wist hij zowat in zijn eentje van zijn assemblee weer een plek te maken waar over het wezen van de res publica werd gedebatteerd. Nog belangrijker is dat hij mede een flinke duw gaf aan de verdere democratisering van de instelling. Dat het Europees Parlement moet worden gehoord over de keuze van de Commissievoorzitter is deels Verhofstadts persoonlijke verdienste.

Meer in het algemeen, zo blijkt uit de puike gemiddelde scores van de Vlaamse Europarlementsleden, is het Europees Parlement een plek waar je met parlementair werk het verschil kunt maken. Natuurlijk, de reusachtige assemblee met haar 766 leden blijft een erg geschikte plek om tegen een royale vergoeding discreet je broek te verslijten, maar een grote meerderheid van de Belgen neemt er zijn taak ter harte, met gewaardeerd effect. Dat lukt ook beter omdat dit parlement minder volgens vaste regels van meerderheid en oppositie verloopt. Regionale of nationale belangen doorsnijden er wel eens ideologische verbindingen. Dat leidt niet altijd tot grote dissidenties maar het interne debat wordt wel vanuit de fracties met verkozen leden (en hun regeringen) gestuurd, en niet door partijhoofdkwartieren. In het Europees Parlement is de politieke leider namelijk ook de fractieleider.

Zo helder werkt het ook bijvoorbeeld in Nederland of Groot-Brittannië: de partijchef leidt (mee) de regering of de oppositie. Vergelijk dat eens met de povere parlementaire werkzaamheden van de nochtans informeel almachtige partijvoorzitters in ons democratisch systeem. Of kijk naar de ondankbare rol van particratische voetveeg die sommige fractieleiders bij ons toebedeeld krijgen. Theoretisch zou de komst van voorzitters Gwendolyn Rutten (Open Vld), Bruno Tobback (sp.a) en Wouter Van Besien (Groen) of bekende burgemeesters als Renaat Landuyt (sp.a) het politiek-symbolische belang en de retorische kwaliteit in het Vlaams Parlement flink kunnen verhogen. De praktijk leert dat hun voorspelbaar vaak lege stoelen het parlementaire niveau eerder zullen doen afnemen, alle dure eden over het groeiende belang van het Vlaamse bevoegdheidsniveau ten spijt.

Nog opmerkelijk is de vaststelling - als je de krantenrapporten als basis neemt - dat evaluatie van het geleverde parlementaire werk amper een rol schijnt te spelen bij de lijstvorming. Om diverse redenen - afschaffing van de verkozen Senaat, de verwachte expansie van N-VA - zijn de plaatsjes op 25 mei extra duur. Het valt toch op dat een aantal van de verdienstelijkste parlementsleden een lastige tot onverkiesbare plaats gekregen hebben. Voor onder anderen Lode Vereeck (Open Vld), Bert Anciaux, Steve D'Hulster, Jan Roegiers, Bart Martens (allen sp.a), Eric Van Rompuy (CD&V) en Louis Ide (N-VA) is dat het geval. Zij hadden beter verdiend.

Alleen bij N-VA is er een trend merkbaar om parlementsleden die bij hun debuut in de voorbije regeerperiode compleet door het ijs gezakt zijn niet opnieuw te belonen met een mooie plek. Op die manier hoopt de partij na 25 mei niet alleen grotere maar ook coherentere fracties uit te bouwen.

Impotent

Dat de fracties van de strak hiërarchisch geordende sp.a hier een over het algemeen matig rapport krijgen is evenmin toeval. Nergens is de identificatie met het eigen regeringsbeleid zo groot, nergens bij de democratische partijen wordt de ruimte om een eigen stem te ontwikkelen zo weinig benut. De gretigheid waarmee partijgenoten zich verschuilen achter de brede rug van voorzitter en ministers vertaalt zich in relatief slappe rapportcijfers.

Dus ja, de Belgische parlementen en partijen kunnen best wel wat leren van dat vaak als moloch weggehoonde Europees Parlement. Nergens wordt de samenstelling van de regering zo nauw parlementair gecontroleerd als in het Europees Parlement. Het voorlezen van beleidsbrieven in het Vlaams Parlement en straks ook de Kamer is daar slechts een impotente variant van.

Maar er is hoop. Toen in 2010 de vorming van een nieuwe federale regering al te lang begon aan te slepen, vatten enkele parlementsleden over de partijgrenzen heen dan maar zelf de parlementaire behandeling van enkele belangrijke dossiers aan, niet gehinderd door enig wurgend regeerakkoord. Linksom werd aan het bankgeheim gemorreld, rechtsom werd de snel-Belg-wet ingeperkt. De speelruimte bleef beperkt, maar ze werd wel benut. Het kán dus, de parlementaire democratie reanimeren. Laten we het er alleen wel over eens zijn dat we na 25 mei niet opnieuw 541 dagen op een federale regering moeten wachten om daarvan bewijs te zien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234