Woensdag 12/05/2021

'Nee, ik ga niet meer naar het parlement'

Nee, ze is niet meer van plan haar rapport voor te stellen voor het Belgische parlement. 'Het heeft geen zin, want Verwilghen heeft al verklaard dat het teleurstellend is.' De Vlaamse sociologe-criminologe Marion Van San is de intriges rond haar studie over allochtone jeugdcriminaliteit meer dan zat. Over de totstandkoming van de studie wil ze zelfs een boek schrijven.

Brussel

Eigen berichtgeving

Jan de Zutter

Teleurstellend noemde justitieminister Verwilghen (VLD) het door hem bestelde rapport over allochtone jeugdcriminaliteit in België. Maar volgens Van San liep het al vanaf de aanvang mis. De onderzoeksopdracht werd voorgesteld als een studie naar de verbanden tussen etniciteit en criminaliteit. Het was alsof de onderzoeksvraag luidde: waarom zijn vreemdelingen crimineler dan Belgen? "En dat soort onderzoek wilde ik niet doen. Dat zou een biologisch onderzoek zijn, alsof er een genetische voorbestemdheid bestaat bij vreemdelingen om in de criminaliteit te belanden. Ik wilde de aard en de omvang van de allochtone jeugdcriminaliteit in kaart brengen en de beeldvorming bij de bevolking naar deze vormen van criminaliteit onderzoeken. Maar toen ik eind 1999 mijn contract onder ogen kreeg, was de opdracht gewijzigd. Ik moest nagaan hoe het kwam dat allochtone jongeren in criminele organisaties ingroeien. De vraag vertrok al van de vaststelling dat dat zo is. Met veel gemekker hebben ze die omschrijving uit mijn contract gehaald."

Maar het kwaad was geschied. Het onderzoek werd omschreven als verwerpelijk en Belgische wetenschappers, waaronder Lode Walgraeve van de KULeuven, groepeerden zich om de stopzetting ervan te eisen. Ze wilden ook dat Verwilghen zich publiekelijk excuseerde. "Ik geloof dat dat uniek is in de wereld. Wetenschappers die wetenschappelijk onderzoek willen verhinderen", zegt Van San. De Vlaamse onderzoekster, die momenteel werkzaam is aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam, was sindsdien persona non grata in het migrantenmilieu. "Het leek wel alsof ik Philip Dewinter in hoogsteigen persoon was. In Antwerpen werd het gerucht verspreid dat ik niet voor Verwilghen werkte, maar voor het Vlaams Blok. Ik ben zelfs bang geweest. In Mechelen is mijn foto verspreid om de mensen te waarschuwen voor mijn aanwezigheid. Ik werd tegengewerkt door de PS in Brusselse. Ik kon op geen enkele manier de burgemeesters van Schaarbeek en Sint-Joost spreken over mijn onderzoek. En de burgemeester van Brussel-stad was er radicaal tegen. Alleen de politiecommissaris wilde meewerken." In Antwerpen had Van San "gelukkig maar" net haar bevraging van de straathoekwerkers achter de rug toen die het verbod kregen om met haar te praten. En dan was er de meer dan moeilijke samenwerking met het kabinet van haar opdrachtgever. "Ik begrijp er niks van. Het is alsof men alles wil doen om het onderzoek niet gepubliceerd te krijgen."

Nochtans is de publicatie bij de Amsterdam University Press (AUP) al twee weken klaar. De studie ligt gedrukt te bestoffen tot Verwilghen de toelating geeft om het te verspreiden. "Ik had gehoopt dat het boek kon verschijnen als het rapport in het parlement besproken werd. Dan kan iedereen de inhoud lezen en kan er een serene discussie ontstaan. Nu wordt er alleen maar gepraat op basis van geruchten. Een identiek voorval gebeurde onlangs in Nederland met de burgemeester van Groningen die citeerde uit een rapport over criminaliteit bij asielzoekers. Dat zorgde voor parlementaire vragen en herrie in de pers. Maar niemand had het rapport gelezen, want het was geheim."

Het geklooi met het kabinet zorgde er ook voor dat AUP afzag van een Franstalige publicatie. Ook de bijlagen en aanbevelingen zijn uit het boek geschrapt, omdat daar maar geen overeenstemming over bereikt kon worden. Verwilghen verklaarde in de commissie Justitie dat de aanbevelingen op Nederlandse leest zijn geschoeid en vertaald moeten worden naar een Belgische context. "Dat is onzin. Mijn aanbevelingen zijn universeel van aard. Ik heb ze geïllustreerd met Nederlandse voorbeelden, dat wel." Inderdaad, aanbevelingen als 'meer allochtone agenten in dienst nemen', of het contact tussen politie en allochtonen verbeteren via een systeem van buurtvaders zijn niet specifiek Nederlands.

De studie geeft ook geen antwoord op de vraag hoe het komt dat sommige groepen migranten oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. "Nee, want het was de bedoeling dat er een gefaseerd onderzoek zou komen, gespreid over drie jaar," zegt Van San. "Het eerste deel, dat nu klaar is, was een terreinverkenning." Voor het eerst zijn de cijfers uit de nationale databank van de rijkswacht geanalyseerd. Die zijn niet volledig bruikbaar, omdat ze enkel de nationaliteit van delinquenten registreren, maar geven wel een interessant beeld. Volgens Verwilghen is dat cijfermateriaal echter niet bruikbaar omdat mogelijk nogal wat criminele feiten gepleegd worden door migranten die de Belgische nationaliteit hebben, en dus niet via de rijkswachtcijfers aan het licht komen. "Maar Verwilghen denkt dat in andere landen die cijfers wel beschikbaar zijn. En dat is niet zo. Nergens wordt criminaliteit geregistreerd op basis van etniciteit."

In een tweede fase wilde Van San gedetineerden in de gevangenissen interviewen over de feiten die ze gepleegd hadden. Dat zou al meer duidelijkheid geven over de motieven. Maar zover zal het nooit komen, want Van San is niet meer bereid nog voor justitie te werken. Ze wil haar onderzoeksresultaten niet eens meer gaan verduidelijken in het parlement. "Waarom? Om in het beklaagdenbankje te gaan zitten." De Belgische afkeer van het onderzoek staat in schril contrast met de lof die Van San ervoor kreeg van de Nederlandse specialist over deze problematiek, professor Frank Bovenkerk van de universiteit van Utrecht, van de Nederlandse wetenschappelijke adviescommissie die de studie begeleidde en van de wetenschappelijke redactieraad van de Amsterdam University Press.

'Het is alsof men alles wil doen om het onderzoek niet gepubliceerd te krijgen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234