Vrijdag 05/03/2021

Nederlandse

literatuur

de smaakmakers

Amper hebt u tijdens de voorbije vakantie uw leesachterstand ingehaald of het literaire najaar eist alweer alle aandacht op. Uitgelezen hakte zich een weg door het exuberante aanbod en ging snuffelen aan de boeken die de Nederlandse literatuur dit najaar in de vaart der volkeren moeten opstuwen.

Door Dirk Leyman

Een van de eerste romans die het literaire najaar voorgoed op de rails zetten, is In het land van Dutroux, waarin Kristien Hemmerechts zich buigt over de impact die de Dutrouxaffaire op België heeft gehad. Ongetwijfeld goed voor enkele verhitte debatten over de grenzen van de fictie. Zoekt La Hemmerechts de controverse op door zich dit delicate onderwerp toe te eigenen? De 400 pagina's tellende roman bekijkt "het wel en wee van een aantal doodgewone Belgen in die turbulente tijd" en de psychose die de zaak-Dutroux veroorzaakt.

Bij dezelfde uitgeverij Atlas lopen ze op de toppen van hun tenen voor de nieuwe roman van Jeroen Brouwers, Datumloze dagen. Daarin laat hij naar verluidt "op tragikomische wijze" een liefdesrelatie op de klippen lopen als gevolg van een eenzijdige kinderwens. Het weekblad Knack had eind vorig jaar een in stilistisch opzicht fonkelend fragment uit het work in progress, dat nu is afgerond in een amper 150 pagina's tellende roman. Toen werd gesproken van "een pijnlijke dissectie van Brouwers' eerste huwelijksjaren" en een boek dat weer aanknoopt bij zijn magnum opus De zondvloed. Ter gelegenheid van de uitreiking aan Brouwers van de Prijs der Nederlandse Letteren verzorgt Atlas dit najaar trouwens ook een speciale uitgave met nog niet eerder gepubliceerd werk van de Zutendaalse heremiet.

De getormenteerde romanticus Geerten Meijsing, door wiens aderen al lang meer Italiaans dan Nederlands bloed stroomt, komt na enig variabel essaywerk, bij Balans met een heuse nieuwe roman. In Siciliaanse vespers vist hij zijn alter ego Erik Provenier weer op, intussen woonachtig in Syracuse. Daar loert wraaklust om de hoek wanneer de eer van Proveniers vrouw ("een jeugdliefde die zich eindelijk bij hem heeft gevoegd") wordt aangetast en Provenier zich tot in zijn diepste vezels gekrenkt voelt. De aankondigingstekst spreekt van een "zonovergoten noodlotsdrama, doordesemd van seksualiteit". Dingt Meijsing nog eens mee naar AKO- en Gouden Uilprijzen?

Hafid Bouazza heeft zijn tijd genomen om te bekomen van de Gouden Uil-lauwerkransen die hij voor Paravion (2003) ontving. Hij stelde bloemlezingen samen over Arabische poëzie en erotica en onderhield de media weleens over zijn verzuchting naar drank en geestesverruimend gerief. Toch zou in oktober zijn nieuwe Alanna in de boekhandel liggen, een zo te lezen wederom bloemrijk getoonzette roman die een liefdesgeschiedenis in Amsterdam tot onderwerp heeft. Wardat Lilly, "een promiscue vrouw met een curieuze verzameling minnaars, honden én geslachtsziekten" maakt kennis met de ik-figuur in een wasserette. De etherische Wardat absorbeert andermans verhalen en vertelt ze door in de vorm van raamvertellingen. Een Amsterdamse hedendaagse Decamerone?

De in de letteren verdwaalde criminoloog Herman Franke wil kennelijk A.F.Th. Van der Heijden als cyclusbouwer naar de kroon steken. In ieder geval zet de AKO-literatuurprijswinaar 1993 (met De verbeelding) en auteur van het grimmige Wolfstonen (2003), een gewaagd meerdelig project op. De zogenaamd "avontuurlijke, doorlopende roman" Voorbij ik en waargebeurd, waarvan deze maand bij Podium het eerste deel Uit het niets verschijnt, moet "een definitieve breuk met de conventionele romanvorm" betekenen. Het zelfstandig te lezen openingsdeel confronteert ons met een 'ik' die ons aan de hand van zijn eerste Groningse herinneringen, zijn obsessies, zijn liefdes, zijn fantasieën, op weg leidt naar volwassenheid en verzonnen verhalen." Franke kondigt jaarlijkse delen aan en zal het personage dirigeren tot in de krochten van onze samenleving, "in voor- en tegenspoed, van wieg tot graf". Wie Franke kent, weet dat dit geen loze woorden zijn.

Het broodje van de Nederlandse publiekslieveling Arthur Japin, goed voor intussen een half miljoen verkochte exemplaren, is allang gebakken. Met De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek hakte hij eigenhandig een flink segment uit voor de wervelende, historische roman. Een schitterend gebrek is zelfs een van de schaarse romans die Yves Leterme tot zijn lievelingsboeken rekent. Japins nieuwe De overgave (De Arbeiderspers) put uit historische feiten, met hoop, wraak en nietsontziende liefde als voornaamste ingrediënten. De overgave vertelt "het aangrijpende leven van een vrouw die in het gevecht om haar kinderen en kleinkinderen uiteindelijk het machtigste wapen moet leren hanteren: vergeving." Het verhaal gaat over een pioniersfamilie die op weg naar het Amerikaanse Westen wordt overvallen door een groep Comanches én de lange nawerking van de misdaad in hun dagelijkse leven.

Een meeslepende stijl die resoluut op zijn doel afgaat en een strak gehouden spanningsboog: dat kan gelden als het keurmerk van Tim Krabbé. Toch weet de auteur van klassiekers als Het gouden ei en De renner de laatste jaren nog zelden het niveau te evenaren van deze kleinoden. Niet dat Krabbé barslechte romans afleverde, maar wel dat ze vaak geen dwingend karakter hadden. Te zeer divertissement en te weinig literatuur, zo zou je het kunnen samenvatten. Met Marte Jacobs (Prometheus) poogt Krabbé de lat weer hoger te leggen. De "zwartromantische" roman cirkelt om het mysterieuze en ongrijpbare meisje Marte Jacobs op wie "de jonge en succesvolle" dichter Emile Binenbaum verliefd is. De aankondiging klinkt licht pathetisch: "Het is het begin van een bijzondere vriendschap tussen twee geestverwanten, die voorbestemd lijken om de rest van hun leven te delen."

De Gentse workaholic Herman Brusselmans - in oktober 50 jaar - is nog met geen kanonskogel uit zijn schrijfritme te brengen en offreert - zo vlak voor de Boekenbeurs - zijn nimmer verzadigde fans De perfecte koppijn (Prometheus) het 47ste boek in een kwarteeuw schrijverschap. En opnieuw is Danny Muggepuut de twijfelachtige protagonist.

P.F Thomèse zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven met het ontroerende maar erg geserreerde Schaduwkind. Niettemin blijft hij zich onderscheiden als een van de veelzijdigste auteurs van de Nederlandse literatuur. Na het tegenvallende Izak (2005) verschijnt dezer dagen bij Contact Vladiwostok!, een "realliferoman over politiek, media, seks en zogenaamde vriendschap", waarin we politiek adviseur en communicatiestrateeg Fons Nieuwenhuijs volgen. Op zijn website vat Thomèse het boek in één woord samen: "onverschilligheid". Van Thomèse verschijnt in januari ook Nergensman, een bundel met "kleine gedachtesprongen, herinneringen, losse en autobiografische ideeën".

De vrouwelijke hemelbestormers van de Vlaamse letteren Saskia de Coster en Annelies Verbeke, laten er geen gras over groeien. De Coster, die sneller schrijft dan haar schaduw én met de pen woekert alsof haar hematocrietgehalte op springen staat, publiceert bij Prometheus De ongelukkigste man van de wereld, een voortijlende roman die zo te horen enkel uit de dag en nacht knetterende hersenpan van De Coster kan komen: "Mensen zijn roos, varkens zijn roos. Mensen zijn varkens. Dat denken Misbaksel en Lien. Zij stelen van de varkens, voor hun eigen goede doel." Verbeke houdt het mogelijk iets bedaarder met Groener gras (De Geus), "verhalen over gewone mensen die net iets anders zijn".

Dat Bart van Lierde prijzen vergaart voor de abominabelste seksscène of door de kritiek straal genegeerd wordt, het lijkt hem amper te deren: hij blijft hardnekkig doorschrijven aan een ronduit verschroeiend tempo. En hij vindt telkens nieuwe uitgevers voor zijn gechargeerde romans vol muziek en seks. Bart van Lierde verdient stilaan weleens de prijs van de moedigste schrijver. Bij Nieuw Amsterdam verschijnt in oktober 160 kilo, over een zwaarlijvig hoofdpersonage dat zich te pletter vreet.

Lodewijk Henri Wiener forceerde de laatste jaren een langverbeide doorbraak naar een breder publiek met Nestor en De verering van Quirina T. Het sublieme gebrom vol literaire dagdromerij werd eindelijk ook door attente jury's naar waarde geschat. Met het alweer van een misantropische titel voorziene Eindelijk volstrekt alleen (Contact, januari), keert hij zijn alter ego Victor van Gigch de rug toe en construeert hij een nieuw totaalboek waarin verschillende genres een smeedijzeren alliantie aangaan.

Tomas Lieske en Robert Anker zijn in Nederland sinds hun Librisprijzen natuurlijk te rangschikken onder de topauteurs, maar in Vlaanderen vindt hun werk toch maar mondjesmaat aftrek. In zijn nieuwe roman Nieuw-Lelievelt (Querido) schetst Anker "een indringend beeld van het naoorlogse Nederland - van de hoopvolle jaren van wederopbouw tot onze eigen illusieloze tijd" maar de voorpublicatie geeft een nogal zwoegende indruk. Lichtjes anders ligt het bij de onlangs nog met de VSB-poëzieprijs bekroonde Lieske, wiens Dünya (Querido) tot zijn meest gedurfde projecten mag worden . "De stijlvolle stilist", zoals hij ooit in Ons Erfdeel werd genoemd, verbindt in zijn nieuwe boek "het hogere en het lagere, het pretentieuze en het platvloerse", in een boek dat zich afspeelt op het Turkse platteland anno 1930, waar twee Hollanders meewerken aan het eerste Turkse luchtschip.

De aankondigingstekst van Het grote uitstel, roman van Yang-redacteur Marc Reugebrink, maakt ons niet zoveel wijzer: er is sprake van "een overrompelende bildungsroman over jeugdige overmoed en tot excuses omgebogen principes" (Meulenhoff/Manteau). De schreeuwerige cover van een kleurrijke bips trekt alvast ferm de aandacht. Vier Nederlandse auteurs die vakmanschap koppelen aan eigenzinnigheid, zijn present met nieuw werk. De maniërist Willem Melchior, verre nazaat van Louis Couperus, begeeft zich op het terrein van zijn vroege kinderjaren in Kindertijd. Eveneens bij Atlas komt Christine Otten, met Als Casablanca, "een non-fictieroman die zich voltrekt tegen de achtergrond van 9/11 maar zich vertakt naar Detroit, het mekka van de soulmuziek, een harde maar gevaarlijke industriestad".

In januari is de excentrieke schriftuur van Charlotte Mutsaers weer eens in romanvorm te savoureren: Koetsier Herfst. Na de academische roman De profielschets verschijnt van de cerebrale Joke J. Hermsen bij De Arbeiderspers De liefde, dus, over Belle van Zuylen die in het onheilszwangere Parijs van 1785 aankomt.

Zeker op het Vlaamse debutantenfront blijft het dit najaar akelig stil, zij het dat een aantal nieuwe Belgen gelukkig de eer schijnen te redden. Rachida Lamrabet publiceert op haar zevenendertigste bij Meulenhoff/Manteau haar debuut, de roman Vrouwland, "het bitterzoete verhaal van jonge mensen die dromen van een beter leven". Juriste Lamrabet werd eerder al in gunstige zin opgemerkt met haar verhaal 'Mercedes 2007' in de bundel Kif Kif. Voyeur, het debuut van Naima Albdiouni, al vaker aangekondigd, loopt alweer vertraging op en komt pas in maart 2008 uit. Meulenhoff/Manteau presenteert wel Fata morgana, de tweede roman van de Nigeriaans-Belgische Chika Unigwe, een boek waarin ze het lot van vier Afrikaanse vrouwen in de (Antwerpse?) prostitutiewereld traceert. Al Galidi, die zich sinds kort Rodaan noemt, komt met vers proza in januari: Dorstige rivier is "een familie-epos dat ons meevoert naar het hart van Irak" (Meulenhoff/Manteau).

Het bovenstaande is allicht niet naar de zin van de wild om zich heen schoppende Knack-poëzierecensent Philip Hoorne in zijn prozadebuut Het vlees is haar, waarvan enige op het internet verschenen voorpublicaties het ergste laten vermoeden. "Met een exotische naam en een allochtoon bakkes heb je meer kans om het te maken in de literaire branche dan met een ordinaire Vlaamse bietenkop", staat er. Scheldproza met een ranzig randje, waar Hoornes vaste uitgeverij 521 niet van moest weten en waarvoor hij slechts terecht kon bij de obscure uitgeverij Liverse. Afwachten wordt het ook wat Plan B brengt, het debuut van vroegere sp.a-cabinetard Geert Mareels, die een actuele politieke satire in romanvorm poogt te persen (Manteau).

Nee, dan dompelen we ons toch liever onder in het zopas verschenen prozadebuut van dichter en performer Erik Jan Harmens, Kleine doorschijnende man (Nijgh & Van Ditmar), een intrigerende roman "over het failliet van de wedrenmaatschappij en de versmachting van het individu". Het boek zoomt in op een man die doodgraag aan de slag wil bij een beursbedrijf en hartstochtelijk verlangt naar "een contract". De paranoia grijpt algauw om zich heen. De Volkskrant spreekt alvast van "onweerstaanbaar proza", zowel geput "uit schrijf- als straattaal. Geen zin die niet lekker bekt."

De mediatieke Renske de Greef, ook columnist in deze courant en experte in dagelijkse seks en relationeel gesteggel, publiceert bij Meulenhoff binnenkort haar debuutroman, een "grillig sprookje over eenzaamheid en verlangen". Was alles maar konijnen put rijkelijk uit de atmosfeer van de Amélie Poulainfilms. Let wel niet op de gruwelijke cover, waarop een langoor verschroeid wordt in een broodrooster.

Met belangstelling uitkijken is het naar de absurdistische tweede roman van coming man Arjen Lubach, Bastaardsuiker, waarmee Meulenhoff groot uitpakt en een soort Grunbergnazaat in de kweekbatterij legt. Nieuwsgierigheid is eveneens gepast voor West, de tweede roman van Walter van den Berg, die sober maar talentvol debuteerde met De hondenkoning (De Bezige Bij) en het met veel verwachtingen omgeven debuut van NRC-redacteur Maarten Schinkel, Drie (Meulenhoff). Marente De Moor, de dochter van succesromancière Margriet De Moor, waagt zich ook op het ijs met De overtreder (Querido).

Zelfs bijna een jaar na verschijning is Grunbergs Tirza niet uit de bestsellerlijsten weg te krijgen en rijgt de schrijver er serieel nominaties mee aan zijn ranke degen. Toch ziet in oktober een min of meer nieuw boek van Arnon Grunberg het licht. Omdat ik u begeer bevat een krachtige greep uit de flessenpost die hij sinds januari 2001 bezorgde aan het weekblad Humo, geselecteerd door Mark Schaevers. Vrienden en minnaressen, schrijvers en verbouwereerde onbekenden: iedereen kon Grunberg op zijn dak krijgen. Volgens de aankondigingstekst steekt de briefschrijver hier de romancier, de dramaturg en essayist naar de kroon. (Nijgh & Van Ditmar).

Ook Tom Lanoye, die in Nederland met Het derde huwelijk een wonderjaar beleefde, put onder meer uit zijn Humo-columns voor Schermutseling (Prometheus). De Gentse zwerfkei en dichter Koenraad Goudeseune is een man van ups en vooral downs. Onder de nogal krakende titel Het boek is beter dan de vrouw (Atlas) komt hij nu aandragen met een conglomeraat van brieven aan vrienden, medeliteratoren, vriendinnen en uitgevers, "doorspekt met anekdotes, openhartige verslagen van nachtelijke escapades". Het boek moet het residu zijn van "een jaar uit het leven van een worstelende schrijver". Wellicht een van de onvoorspelbaarste boeken van het najaar.

Fascinerend leesvoer wordt ongetwijfeld De kleine keizer van Martin Bril (Prometheus), waarin de Nederlandse rascolumnist grip probeert te verwerven op keizer Napoleon. Bril is al jarenlang gepassioneerd door de Franse megalomane veroveraar en reisde in zijn voetspoor naar Corsica, Italië, Tsjechië, Polen, Rusland en Nederland tot aan de verbanningsoorden Elba en Sint-Helena toe. Adriaan van Dis plundert zijn reisherinneringen voor Leeftocht (Augustus), een boek "over veertig jaar onderweg met nog nooit gepubliceerde dagboekfragmenten en nooit eerder gebundelde reisverhalen en essays". Romancier Maarten 't Hart mag in zijn columns graag tegen de haren van de heersende mening in strijken. In het autobiografisch getinte Het dovemansorendieet (De Arbeiderspers) berijdt hij een nieuw stokpaardje. Hij gaat met sardonisch genoegen enige voedsel- en eetmythes te lijf en neemt de inflatie aan misleidende diëten op de korrel. Hij betreurt daarbij "de geringe aandacht voor de stoelgang". Zijn slogan is dan ook: "niet ontberen, maar laxeren".

Joost Zwagerman heeft de smaak als bloemlezer goed te pakken en graast hongerig verder door het landschap van de Nederlandse literatuur. Dat resulteert in De Nederlandse en de Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 essays, het slotdeel van zijn monumentale drieluik (Prometheus). Zijn pregnante geschriften over politiek en cultureel Nederland worden dan weer gebundeld in Hollands welvaren 2001-2004 (De Arbeiderspers). De Morgen-columnist, essayist en dichter Bernard Dewulf zet in het zojuist verschenen Naderingen. Kijken en zoeken naar schilders (Atlas) zijn zoektocht naar de essentie van de schilderkunst voort, als telkens herhaalde toenaderingspogingen benadert hij het werk van onder meer Spilliaert, De Staël, Hopper en Bonnard, als vervolg op de voortreffelijke bundel Bijlichtingen (2001).

Tommy Wieringa, sinds Joe Speedboot méér dan een cultschrijver, onderzocht als gastschrijver aan de universiteit Delft het wezen van de menselijke begeerte. Een kolfje naar zijn hand, zo blijkt nu in De dynamica van de begeerte, het boekje dat hieruit gepuurd is (De Bezige Bij). De vragen die Stefan Hertmans in essayvorm aanraakt vereisen zelden pasklare antwoorden. Hertmans houdt van doordenken tot de uiterste consequentie. Voor de beschouwingen in Het zwijgen van de tragedie (De Bezige Bij) verdiepte hij zich ruim tien jaar in "de weerbarstige actualiteit van de antieke tragedie".

Als u ten slotte dacht dat het laatste woord over Willem Elsschot stilaan gezegd is, vergist u zich deerlijk. Matthijs De Ridder spit de geschiedenis tussen Elsschot en het beruchte Bormsgedicht uit in Aan Borms. De politieke gedichten van Willem Elsschot (Meulenhoff/Manteau) en kranige dochter Ida De Ridder duikelt in Fine. Herinneringen aan mijn moeder (Athenaeum) enige verspreide herinneringen over Elsschots echtgenote op. Bovendien kunnen de Elsschotfans ofwel gruwen ofwel kicken op Dick Matena's verstripping van Kaas. Intussen hebben literatuurhistorici nu al slapeloze nachten van de te verschijnen briefwisseling tussen Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, Verscheur deze brief. Ik vertel veel te veel (De Bezige Bij).

Eén biografie lijkt alvast een pijnlijke lacune op te vullen en belooft ook meer te doen dan enkel een schrijversleven te boetseren. De langverwachte levensschets van Joris van Parijs, Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd (Atlas/Houtekiet) moet ook een tijdsbeeld opleveren van "een vrijzinnig liberaal met socialistische sympathieën, die een hekel had aan Franshatende Vlamingen en Franssprekende Vlaamshaters". Als pionier van de moderne roman in Vlaanderen kan zijn rol niet overschat worden. Van Parijs, in 1996 met de Gouden Uil bekroond voor zijn Masereelbiografie, heeft geput uit nieuwe informatie uit brieven, dagboeken en privéarchieven en mikt op "een boeiende combinatie van biografie en historiografie".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234