Zondag 24/10/2021

Nederlandse tips voor Belgische terreuraanpak

Probleem van radicaliserende jongeren vraagt om pragmatisme, niet om grote gebaren. Teun van Dongen is strategisch analist bij The Hague Centre for Strategic Studies in Den Haag. Hij schreef deze bijdrage op uitnodiging van De Morgen.

Alsof het conflict in Syrië niet al tragisch genoeg was, heeft het ook nog een probleem in de Belgische samenleving aan het licht gebracht. Jonge mannen, twintigers, sommigen zelfs nog tieners, verlaten huis en haard om in een vreemd land deel te nemen aan een brute burgeroorlog, waarbij ze hun leven riskeren voor een ideologie, het jihadisme, die velen van ons verwerpelijk vinden. Deze ontwikkeling is zonder meer verontrustend, maar de vraag is nu wat we eraan kunnen doen. Hoewel elke concrete situatie uiteraard om een eigen aanpak vraagt, leert de ervaring dat er principes zijn die te allen tijde gerespecteerd dienen te worden.

In de eerste plaats is het van belang dat politie en inlichtingendiensten een goede band opbouwen met sleutelfiguren in de moslimgemeenschap. Zo hebben Nederlandse wijkagenten na de moord op Theo van Gogh in november 2004 gaandeweg het vertrouwen gewonnen van bestuurders van moskeeën en islamitische scholen. Deze contacten zijn van grote waarde gebleken bij het opsporen van radicaliserende jongeren. Imams en schoolleiders deelden de zorg van de Nederlandse overheid over de ideologische ontsporing van een kleine minderheid en gaven informatie door aan de politie over jongeren die jihadistische sympathieën aan het ontwikkelen waren.

Zelfs salafistische moskeeën, waar een uiterst orthodoxe variant van de islam wordt gepredikt, zijn in contact getreden met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) om deze attent te maken op probleemgevallen. Die hulp is cruciaal, daar het voor de politie en inlichtingendiensten ondoenlijk is om gevallen van radicalisering op het spoor te komen zonder samenwerking met de moslimgemeenschappen.

Een tweede principe is precisie in het gebruik van repressie. Vaak wordt gezegd dat repressieve maatregelen een radicale, jihadistische groep alleen maar bevestigen in hun wereldbeeld en zodoende niet wezenlijk bijdragen aan de oplossing van het probleem. Repressie kan echter wel degelijk nut hebben, zeker tegen een geïsoleerde groep als de radicale jihadisten in België. Gezien de geringe weerklank van hun ideeën is de kans klein is dat repressie leidt tot een aanwas van nieuwe leden of tot aan toename van het aantal sympathisanten. Op dit vlak kan Nederland als voorbeeld dienen. Door arrestaties en uitzettingen van leidende figuren in de periode 2004-2005 is de jihadistische beweging in korte tijd uit elkaar gevallen. Belangrijk bij de toepassing van repressie is wel dat alleen moet worden opgetreden als een strafbaar feit vrijwel zeker is. Overhaaste en onterechte arrestaties, waarbij verdachten al snel weer op vrije voeten komen, maken de overheid kwetsbaar voor beschuldigingen over discriminatoir optreden. Dit kan leiden tot weerstand onder moslimgemeenschappen, terwijl hun inbreng juist hard nodig is.

Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de overheid zich niet moet laten verleiden tot een ideologisch beladen en met argumenten gevoerde strijd. Ideologische overtuiging is slechts een van de vele factoren - en vaak niet eens de belangrijkste - die aanzetten tot toetreding tot een radicaal milieu. Groepsdruk, een hang naar avontuur, de behoefte om ergens bij te horen of domweg een gebrek aan andere invullingen van de dag zijn minstens zo belangrijk. De tegenmaatregelen moeten deze constatering recht doen.

Concreet houdt dit in dat pogingen om radicaliserende jongeren een belang in de maatschappij te geven de kern van een antiradicaliseringsbeleid moet zijn. Succesvolle projecten om Duitse jongeren los te weken bij extreem rechtse groeperingen besteden veel meer aandacht aan het toekomstperspectief van de radicalen - scholing, werkgelegenheid, relaties - dan aan hun ideeënwereld.

Verplichtingen tegenover een gezin en de perspectieven van een zinvolle besteding van de dag zijn veel succesvoller gebleken in het bewerkstelligen van uittreding uit radicale kringen dan argumenten tegen radicale ideologieën. In sommige gevallen vindt de uittreding zelfs plaats zonder dat de radicaal afstand heeft gedaan van zijn radicale ideeën, wat eens te meer de betrekkelijkheid van de ideologische dimensie aantoont.

Wat deze drie principes gemeen hebben, is een zeker pragmatisme. Het zijn geen grote gebaren, maar eerder praktische, nuchtere richtlijnen, waaruit blijkt dat het tegengaan van radicalisering ingetogen dient te gebeuren. Voor een effectieve bestrijding van radicalisering is het van groot belang dat politici en bestuurders vooral pragmatisch denken, en zich niet mee laten slepen door grote retoriek en een electorale behoefte aan actie. Door te praten met de sociale omgeving, door alleen hard in te grijpen als het echt nodig is, en door aandacht te besteden aan manieren om radicalen een alternatief te bieden, zal het probleem beheersbaar blijven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234