Woensdag 23/06/2021

Literaire canon

Nederlandse literatuur op de schoolbanken: minder boeken, meer vertalingen

De aanslag van Mulisch behoort tot de canon, en wordt nog vaak voor school gelezen. Vertaalde werken zoals De hongerspelen van Suzanne Collins mengen zich nu ook in het debat. Beeld kos
De aanslag van Mulisch behoort tot de canon, en wordt nog vaak voor school gelezen. Vertaalde werken zoals De hongerspelen van Suzanne Collins mengen zich nu ook in het debat.Beeld kos

Analyse. De nieuwe canon van de Nederlandstalige literatuur richt zich niet tot scholieren, maar tot leraren. En op 'schoollijsten' duiken er steeds vaker vertaalde werken op. Sofie De Smyter begrijpt de bezorgdheid, maar ziet vooral kansen.

De Nederlandstalige literatuur heeft een nieuwe canon, een van 50+1 werken nog wel. Over de selectie van de "essentiële" werken kan ongetwijfeld veel gezegd worden, maar over het beoogde doelpubliek eveneens. Het feit dat de samenstellers er leraren met stip op één zetten, is allicht niet toevallig in tijden waarin begrippen als leesmoeheid en uitholling van het literatuuronderwijs bijna tot geeuwens toe herhaald worden.

Dat die didactische component in een nieuwe canon beklemtoond wordt, lijkt te bevestigen wat iedere literatuurminnaar lijkt te vrezen: dat leerlingen van nu niet meer lezen, en op school al helemaal niet meer aan literatuur toe komen. Een blik op de inhoudstafel van de nieuwste canon lijkt er dan ook een op het verleden, waarin jonge lezers Oeroeg, De avonden en De aanslag op vraag van de leerkracht Nederlands versleten.

Blijft er vandaag voor de leerlingen dan niets over van de Lijst Van Toen, die, laten we eerlijk zijn, nu ook weer niet iedereen liet kraaien van plezier?

Überlijst

Laten we beginnen bij het begin. De Lijst. Geen mens heeft die lijst ooit gezien, tenzij in het diepst van zijn gedachten. Een vaste, centraal opgelegde boekenlijst is er immers nooit geweest, en er staan al decennialang geen titels meer in de leerplannen Nederlands voor het secundair onderwijs in Vlaanderen. Het idee dat er een überlijst bestaat, is het resultaat van de verzamelde anekdotes van generaties twaalf- tot achttienjarigen, en van onze eigen én aangekweekte leesgewoontes.

Als we van leerkrachten verwachten dat ze hun eigen kennis doorgeven (en de aandacht voor de voorkeuren die zij opgelegd kregen), hoeft het niet te verbazen dat bepaalde boeken al generaties meegaan en intussen zogoed als kapotgeanalyseerd zijn. Het zijn die vicieuze cirkel en die stadslegendes die van de lijst een yeti gemaakt hebben: een mythisch beest dat wolliger, angstaanjagender en echter is dan het eigenlijk is.

In de realiteit is de überlijst namelijk een amalgaam van lijsten, die zo divers zijn als de individuele leerkrachten of groepen collega's die ze samen opstellen. Leerkrachten kunnen bepaalde werken verplichten, maar zowat overal mogen de leerlingen ook zelf boeken voorstellen. Wat geeft dit in de praktijk?

Uit een onderzoek dat scholieren.com in maart van dit jaar uitvoerde bij de Nederlandse jeugd bleek dat boeken uit wat je de schoolcanon zou kunnen noemen, nog steeds vaak gelezen worden. Zowel Karel Glastra van Loons De passievrucht als Tim Krabbés Het gouden ei haalt de lijst. Ook De aanslag en Kaas uit de 'echte' canon behoren nog steeds tot de top tien van werken die het vaakst voor school gelezen worden.

De meest opvallende titels zijn echter Suzanne Collins' 'De hongerspelen' en John Greens publiekslieveling 'Een weeffout in onze sterren'. Twee in oorsprong Engelstalige boeken dus, die bovendien ook als jeugdliteratuur gelabeld kunnen worden.

De gemakkelijkheidsoplossing is om dit fenomeen af te doen als typisch Nederlands, maar uit onderzoek blijkt dat die evolutie net zo goed opgaat voor Vlaanderen. In 2008 tekende Edwin Segers bijvoorbeeld al op dat een derde van de leerlingen uit de derde graad aso ook een vertaald werk lazen voor Nederlands. Resultaat? Op de lijsten vind je nog steeds Lanoye, Brusselmans, Minco en Dorrestein, maar net zo goed Dan Brown, J.K. Rowling en Kurt Vonnegut. Het kan misschien niet voor alle moedertaalleerkrachten, maar wel voor een flink aantal meer dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden het geval was.

Minderwaardigheidscomplex

In oorsprong anderstalige werken kiezen voor het vak Nederlands lijkt tegennatuurlijk: we hebben toch meer dan voldoende stevige werken, en schitterende auteurs? Het gaat ook in tegen de hoop die de samenstellers van de canon impliciet uitspreken: dat leerkrachten Nederlands ons culturele erfgoed doorgeven aan het nageslacht. In Amerika bijvoorbeeld zou het ondenkbaar zijn dat er vertaalde werken gelezen werden voor de lessen Engels.

Hebben we dan last van een minderwaardigheidscomplex, een gebrek aan trots voor onze eigen cultuur en literatuur? Misschien. Al moet daar aan toegevoegd worden dat de ondenkbaarheid van dat scenario in Amerika ook grotendeels verklaard kan worden vanuit het schrijnende gebrek aan vertalingen aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Of je het nu noodgedwongen wilt noemen of niet, onze openheid voor vertaalde werken en de andere stemmen die ze meebrengen is uniek, en iets dat ons best met trots mag vervullen.

null Beeld kos
Beeld kos

Literaire competentie

Laat nu ook die openheid centraal staan in de leerplannen Nederlands van nu. Essentiële begrippen in het huidige literatuuronderwijs zijn leesplezier en literaire competentie: leren openstaan voor boeken (en niet enkel die van de blanke man), en voor het debat errond. De klemtoon ligt in de eerste plaats niet op wat er gelezen wordt (of hoeveel, want dat verschilt al naargelang de richting) maar op het feit dat er gelezen wordt.

De bezorgdheid zit hem dus niet zozeer in de vraag of die goede boeken wel doorgegeven zullen worden (onderschat de zelfredzaamheid van bepaalde werken overigens niet), maar of het literaire lezen op zich wel zal blijven bestaan. Kort door de bocht: als we willen dat mensen ooit Het diner, Kaas of Van den vos Reynaerde lezen, dan is het eerst en vooral belangrijk dat ze lezen tout court.

Betekent dit dat leerlingen dan gewoon hun gang kunnen gaan en nooit meer uitgedaagd (moeten) worden door af en toe iets tegen hun zin te lezen? Helemaal niet. Ze moeten sowieso nog altijd meer lezen dan wat ze zelf kiezen. Zullen ze in de ene school meer uitgedaagd worden dan in de andere? Waarschijnlijk wel. Doordat er geen centraal opgelegde keuzeregels zijn, zullen de leerlingen in de ene klas het deksel op de neus krijgen als ze een vertaald werk willen lezen, terwijl ze twee gemeentes verderop misschien worden toegejuicht. Lezen ze in elke school evenveel? Neen, want er worden enkel minimumaantallen opgelegd.

Als er al een probleem is met het literatuuronderwijs, dan is het dit: dat het enorm leerkracht- en schoolgebonden is, maar dat is niet per se eigen aan deze tijd of aan het vak.

Match

De commentaar dat er in het hedendaagse onderwijs minder plaats is voor literatuur is terecht - de vaardigheden zíjn belangrijker geworden - maar dat geldt net zo goed voor de maatschappij die het verondersteld wordt te weerspiegelen. We kunnen erover klagen, maar we moeten ook toegeven dat vroeger niet alles beter was. Wie wil er terug naar het cursorisch lezen, waarbij eenzelfde boek wekenlang door de strot van leerlingen werd geramd? Of naar het Nederlandse systeem, waar leerlingen in bepaalde richtingen verplicht drie boeken van voor 1880 moeten lezen? Vaak alleen, zonder context? Als de goesting dood is, is het óók gedaan met de Nederlandse literatuur.

Wat we moeten beseffen, is dat er misschien net daarom meer dan ooit moeite gedaan wordt om ervoor te zorgen dat mensen blijven lezen als ze de schoolbanken verlaten. Ze lezen in die zes jaar minder, en minder in oorsprong Nederlandstalige boeken, maar is het belangrijker dat ze het in die zes jaar allemaal gezien hebben en misschien nooit nog een boek openen, of dat ze nieuwsgierig gemaakt worden en weten waar te zoeken? In een ideale wereld zien ze het allemaal en blijven ze nieuwsgierig natuurlijk, maar intussen zijn www.lezenvoordelijst.nl en www.boekenzoeker.be alvast twee schitterende initiatieven die jongere lezers en boeken elkaar op een originele manier helpen te vinden.

Er zijn maar weinig onderwerpen binnen het onderwijs waarover door zo veel verschillende mensen zo fel gediscussieerd wordt als over de boeken die leerlingen (niet) te lezen krijgen. De leerdoelstelling van het debatteren is alvast gehaald.

Laten we het dus maar oneens blijven over wat er op die lijsten mag of moet. Laat hier en daar een ouder maar naar school trekken om zijn beklag te doen over goddeloze boeken of auteurs van kust m'n kloten. Laat canonmakers de canon maar promoten. Laat leerlingen Amélie Nothomb lezen voor Nederlands en laat hen dat maar luidkeels verkondigen. Laat hen maar roepen. Want wie roept, die leest.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234