Woensdag 01/12/2021

Nederlandse Boekenweek bezingt het dier in de letteren

Van beesten en boeken

Voor de Nederlandse boekenwereld breekt vandaag de belangrijkste tiendaagse van het jaar aan. Onder het motto Tjielp Tjielp wordt tijdens de Boekenweek een ode aan het dier in de letteren gebracht. Boekenweekschrijvers Tim Krabbé en Midas Dekkers draven op als paradepaardjes.

Ondanks de penibele economische omstandigheden zien de Nederlandse uitgeverijen en boekhandelaren de 74ste Boekenweek bijzonder opgewekt tegemoet. Er wordt allerminst rekening gehouden met een omzetdaling. En dat ligt voor een groot deel aan het wervende thema van dit jaar, dat meer dan ooit jong en oud naar de boekwinkel én de talrijke literaire evenementen moet lokken. Tjielp Tjielp - De literaire zoo luidt de slagzin en die is geplukt uit Jan Hanlo's beroemde gedicht 'De mus'. De Boekenweek, vorig jaar nog in het teken van de ouderdom, kwinkeliert in alle toonaarden een lofzang op het dier in de Nederlandse literatuur. Dat leidt tot een vloedgolf van dierenboeken, waarin schrijvers hun verknochtheid aan poezen, honden, koeien, vogels of zelfs varkens mogen botvieren. Liefst 220 boeken met dieren in de hoofdrol vuren de verzamelde uitgevers op ons af. Toch is dat slechts een fractie van de beestengekte die lezend Nederland bevangt, want ook tijdschriften en boekenbijlagen puilen uit van animaal lees- en kijkvoer. Zo liet Hollands Diep fotograaf Erwin Olaf portretten maken van Remco Campert, Lieve Joris, Arthur Japin en Annelies Verbeke als opgezette dieren. En de komende tien dagen rotsen auteurs stad en polder af om hun beestige boodschappen te verspreiden, ja, zelfs dierentuinen ontvangen hen met open armen.

Plaats voor de poes

Een onuitputtelijk thema is De literaire zoo alleszins want wie de wereldliteratuur turft op dierenverhalen, heeft aan een dikke encyclopedie niet genoeg om zijn menagerie onder te brengen. Denk aan Dierenleven van Coetzee, Moby Dick van Herman Melville, George Orwells Animal Farm of R.L. Stevensons Travels with a Donkey. Maar ook in de Nederlandse literatuur "zwemt, draaft, kruipt en sluipt het dier de literatuur binnen", zo constateerde Stine Jensen in de inleiding bij de door haar samengestelde bundel Voor de dieren - de mooiste Nederlandstalige verhalen over dieren (2007). Nederland heeft befaamde dierenschrijvers voortgebracht zoals de onvolprezen Anton Koolhaas (die door uitgeverij Van Oorschot weer volop in de aandacht wordt gepiloteerd), Koos van Zomeren, Toon Tellegen en dichter Kees Stip. Maar ook Jan Wolkers, W.F. Hermans, L.H. Wiener, Charlotte Mutsaers en Maarten 't Hart schreven vaak over dieren, al vent 't Hart weleens al te zeer zijn biologische kennis uit in zijn romans. Er er zijn natuurlijk kleine klassiekers in het genre zoals Het antihondenboek van Hans Dorrestijn (met de boutade: "Wat is de hond toch een over het paard getild beest!") of de poezencolumns van Renate Rubinstein. Maar ook essayisten als poezen- en varkenskenner Rudy Kousbroek of wetenschappers als Frans De Waal en Tijs Goldschmidt hebben een gouden pennetje als het op dieren aankomt.

De bekendste dierenauteur van Nederland is zonder concurrentie natuurlijk bioloog Midas Dekkers, die als geen ander in staat is om de lezer op sleeptouw te nemen met vaak tegen de haren in strijkende meningen. Zijn beestenboeken blijven fris van de lever en hem horen praten op die wat treurige, droogkomische toon, doorspekt met bon mots, is ook al een onversneden genoegen. Het wekt geen verwondering dat Dekkers is aangezocht om het Boekenweekessay voor zijn rekening te nemen. In Piep. Een kleine biologie der letteren breekt de auteur op keuvelende wijze een lans voor een prominentere plaats van het dier in de Nederlandse letteren. Dekkers vindt dat ze er maar bekaaid afkomen en te vaak alleen in kinder- en jeugdboeken goede sier maken. Wie het wil maken als auteur, doet het zo: "Wil je de Librisprijs winnen, schrijf dan niet over dieren, dan word je met een griffel afgescheept. Schep romanfiguren van vlees en bloed, maar zonder huid of haar. Een titel met een beest erin mag best - De doodshoofdvlinder, De kip die over de soep vloog - mits er tussen voor- en achterflap even weinig beesten te vinden zijn." Het boekje durft weleens voort te kabbelen, maar begint prinsheerlijk: "Wat is een boek? Een boek is de plaats waar je poes op gaat zitten, net als je eruit wilt lezen."

De tweede alomtegenwoordige zwaargewicht van de Boekenweek is Tim Krabbé, die het op bijna 968.000 exemplaren verspreide Boekenweekgeschenk Een tafel vol vlinders mocht schrijven. De novelle hoefde niet over dieren te gaan en Krabbé leverde dus een verhaal af zoals we dat van hem gewend zijn, met een op scherp gezette vader-zoonrelatie en dreigend onheil. Krabbé, bij wie het steekt dat hij nooit een stevige literaire prijs kreeg, voelde zich in de Volkskrant alvast zeer verguld met de Boekenweekopdracht: "Ik schep er behagen in dat ik veruit de minst bekroonde Boekenweekschrijver ben." En hij trapt na: "Ik weet zelf ook wel dat ik goede boeken kan schrijven. Maar daarom kun je je nog wel ergeren aan het bekrompen zijn van de bekrompenen. De hokjesgeest in Nederland." De Nederlandse hooglerares in de boekwetenschap Lisa Kuitert vindt Krabbé een randgeval: "De schrijver van het Boekenweekgeschenk wordt uitgekozen op basis van de verwachte aantrekkingskracht op het publiek. Daarbij moet hij wel een bepaalde status hebben verdiend in de literaire wereld. Tim Krabbé (...) is qua acceptatie als schrijver op het randje. Hij geldt voor velen als een auteur van literaire thrillers, een genre dat door de literaire kritiek niet als literatuur wordt gezien", schreef ze in een nogal vlammende tekst, waarin ze ook de toegenomen commercialisering van de Boekenweek aan de kaak stelde. "De Boekenweek kan vergeleken worden met Valentijnsdag, een puur commerciële gebeurtenis zonder idealistische insteek." Kuitert ontdekte trouwens dat het idee van een Boekenweek is overgenomen uit onder meer Italië. "Onder het regime van Mussolini is het in de twintiger jaren ingesteld. De fascistische leider vond dat boeken goed in staat zijn om zijn propaganda en beschaving over te brengen. In 1930 werd dit in Nederland de Boekendag, wat al snel de Boekenweek werd."

Deze polemische oprispingen zullen de pret allerminst hebben gedrukt op het Boekenbal gisterenavond, traditioneel de rijkelijk bevloeide aftrap van het tiendaagse boekenfestijn. In 1971 zette een levend speenvarken er ooit de hele zaal op stelten, ditmaal passeerden onder meer vogels, apen, muizen, hazen en vissen de revue. En wie mocht de literaire zoo voor geopend verklaren? Jawel, 'fabeldier' Gerrit Komrij, met zijn speciaal geschreven teksten voor Het carnaval der dieren van Camille Saint-Saëns.

Dirk Leyman

www.boekenweek.nl

Tim Krabbé

Een tafel vol vlindersGratis bij aankoop van 11,50 euro aan boeken.

Midas Dekkers

Piep. Een kleine biologie der letteren2,50 euro.

Midas Dekkers vindt dat dieren er maar bekaaid afkomen en alleen in jeugdboeken goede sier maken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234