Zondag 25/09/2022

Nederlands kort

Schrijven is mensen gebruiken

In juli 1992 ontstond een correspondentie tussen Arnon Grunberg en 'studente' Esther Knop. Grunberg was juist van het gymnasium gestuurd, richtte zijn eigen Kasimir Uitgeverij op en schreef aan zijn debuutroman Blauwe maandagen. Toen Knop in 2009 aan Grunberg de toestemming vroeg om zijn brieven te mogen publiceren, luidde het: "Maar die zijn toch privé?" Anderhalf uur later stemde hij in: "Het zal een mooi project worden." De briefwisseling, nu gebundeld in het fraai verzorgde Brieven aan Esther, is in veel opzichten een eye-opener. Grunberg verfijnt in dit boekje al zijn scherpe gedachtegangen en cultiveert zijn korte, afgemeten toon. "Ik geloof ook in schrijven. Maar op een meer dubbelzinnige manier dan jij. Ik besef hoe dubbel schrijven is, hoezeer het pijn gebruiken is, hoezeer het ook mensen gebruiken is of jezelf gebruiken." Esther spreekt in haar brieven een onvoorwaardelijk geloof in de kunst uit, terwijl Grunberg een fascinatie ontwikkelt voor "de kracht van de destructie". Grunberg spelt haar regelmatig de les. Aan het eind barst de bom. Grunberg vindt Esthers brieven eigenlijk "erg triest". Het boekje gaat ook vergezeld van een herdruk van het niet-gepubliceerde gedicht 'De dood zal mijn moeder zijn' uit 1992.

Arnon Grunberg
Brieven aan Esther
Alauda Publications, 83 p., 13,50 euro.

Verslag van een bestraling

Het regent de laatste tijd Nederlandse literaire kankergetuigenissen. Onlangs zorgde Anneke Stehouwer, de weduwe van Martin Bril, voor een intieme graai in de laatste mails, gedichten en notities van de korteafstandschrijver par excellence. Nu komt Bart Chabot met Diepere lagen, waarin hij het "verslag van zijn bestraling" brengt. Chabot, dichter, performer en biograaf van Herman Brood, staat bekend voor zijn tomeloze drive bij al wat hij onderneemt. Maar vlak voor zijn vakantie ondervindt hij een op het eerste oog onschuldig verschijnsel: het tintelen van zijn tong. Later wordt hij plots doof aan zijn linkeroor. Het is de voorbode van wat een paar weken later wordt ontdekt: een forse brughoektumor vlak bij zijn hersenstam. Het enige goede nieuws dat Chabot in die herfstperiode krijgt, is dat hij niet dodelijk ziek is. Chabot noteert zijn tocht door de medische mallemolen sec en zonder pathos. De dokter zegt hem: "U bent dan misschien een bekende Nederlander, maar wij behandelen u als iedere andere patiënt. Op de operatietafel bent u net zo klein of groot als wie-dan-ook." Maar de intensieve bestraling brengt zijn persoonlijkheid aan het wankelen. Zijn vriendin weet niet hoe de oude spraakwaterval Chabot nog ooit zal heropleven. "Er waren diepe lagen in me losgewoeld en er welde een nieuwe taal in me op", noteert hij, wanneer hij troost put uit de hallucinaties die de medicijnen veroorzaken. Aan het eind breekt toch het licht door.

Bart Chabot
Diepere lagen. Verslag van een bestraling
De Bezige Bij, 233 p., 15,90 euro.

De schoonheid van het nutteloze

Er zijn schrijvers die telkens weer domweg tussen de plooien vallen, zoals de Nederlandse filmmaker en auteur Peter Delpeut. Nochtans verdienen zijn geschriften het om boven het maaiveld uitgetild te worden. Zijn reisverhalen Kleine filosofie van het fietsen en In de woestijn fiets je niet raakten beide genomineerd voor de Bob den Uylprijs en zijn roman Het vergeten seizoen lokte zelfs vergelijkingen uit met De engelenmaker van Stefan Brijs. Nu vergast Delpeut ons op een lading omzichtige essays, waarin hij de lof van de traagheid en het getalm zingt. Als fervent langeafstandsfietser koestert hij steeds het voornemen om "eens flink door te rijden". Maar zijn tochten "vervallen al snel in gedraai en gekeer, lanterfanten, zonder haast naar een minder ver einddoel". Al trappend ontdekt Delpeut "de schoonheid van het nutteloze". Het lukt hem wel vaker om niet op te schieten. Want als hij door de woestijn reist, de Toscaanse velden rond Siena doorkruist of het Nederlandse polderlandschap - Delpeut maakt het liefst pas op de plaats. Om dan naar kunst te kijken. In het delicaat geïllustreerde Pleidooi voor het treuzelen staan veel attente essays, over kunstenaars die je ook weleens over het hoofd ziet (van Alfred Stevens en J.W. Waterhouse tot Ary Scheffer), over voetbalfotograaf Hans van der Meer of filmer Péter Forgács. Of over seks in het museum. Delpeuts beschouwingen voeren je langzaam mee, net alsof je op een dobberend roeibootje genoeglijk naar de einder tuurt.

Peter Delpeut
Pleidooi voor het treuzelen
Augustus, 208 p., 24,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234