Vrijdag 15/10/2021

'Nederlands is sexy'

Buitenlandse studenten nemen zomers taalbad in Hasselt

Aan de universiteit van Hasselt vindt, met medewerking van de Taalunie, de 38ste Zomercursus Nederlandse taal en culuur plaats. Honderd studenten uit 24 landen krijgen er een culturele onderdompeling waar zelfs vele Vlamingen jaloers op zullen zijn. 'Het is jammer dat we tijdens onze studie maar een keer mogen deelnemen.'

Door margot Vanderstraeten / Foto Jimmy Kets

De Nederlandse Taalunie, en dan vooral de onzichtbare werking ervan, werd drie weken geleden nog in het nieuws gebracht door Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux. Anciaux, die jaarlijks miljoenen euro's aan de Nederlandse Taalunie besteedt, wil dat de Taalunie daadwerkelijker tussen de mensen staat. Over de taalzomerkampen die in Vlaanderen (Hasselt en Gent) plaats vinden, kan hij tevreden zijn. Alles staat in het teken van de taal en de - jonge - mens.

Met ongeveer honderd zijn ze. Ze zitten aan de houten reftertafels in gebouw D van de campus in Diepenbeek. Ze eten en praten. Ze spreken voornamelijk Nederlands met elkaar. Bijna allemaal kruiden ze hun Nederlands met een exotisch accent waarvan de afkomst zich, afgaand op het eerste gehoor, niet altijd meteen laat raden. Er zijn studenten uit Tsjechië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije, Polen, Indonesië, Zuid-Afrika, Spanje, Rusland, Oekraïne ... Tussen dat jonge, internationale gezelschap laveert prof. dr. Erik Moonen, de samensteller van dit intensieve, drie weken durende programma.

"Ik weet het," aldus Erik Moonen, ook docent Nederlands en Duits aan de Universiteit Hasselt, "ik gun de cursisten weinig rust. Dat komt omdat we hen willen laten kennis maken met zoveel mogelijk facetten van de Vlaamse cultuur en de Nederlandse taal. Uiteraard worden er elke dag taallessen gegeven; van het gebruik van pronomina, tot het schrijven van zakelijke brieven. Maar we hebben deze studenten niet uitgenodigd om oefeningen te maken die ze thuis evengoed kunnen maken. We willen ze vooral onverminderd laten proeven van gemotiveerde, bevlogen Nederlandstaligen van allerlei slag. Nederlands is niet alleen een taal. Het Nederlands is ook een instrument om mensen en culturen te leren kennen. Om toenadering tot Vlaanderen te krijgen. Daarom gaan we ook het Lam Gods bekijken. Bezoeken we Antwerpen, Gent en Brussel met een stadsgids. Nemen we een kijkje in de cité - de voormalige mijnwerkerswijk - van Winterslag.Vertonen we Ben X van Nic Balthazar, Iedereen beroemd van Dominique Deruddere en Pauline en Paulette van Lieven Debrauwer. Daarom haal ik schrijver en kunstenaar Pjeero Robjee naar hier. Laat ik Bart Demytennaere over zijn boeken en zijn werk praten. Heb ik de stemspecialiste Bernadette Timmermans, onder meer aan de VRT verbonden, overtuigd om haar logopedische kunsten op dit internationale publiek los te laten. Laat ik Raymond Stroobant zo dadelijk de studenten door de Vlaamse rock en popgeschiedenis leiden. Ik verneem dat hij van plan is om meerdere liedjes van Raymond van het Groenewoud te bespreken, dat hij het nummer 'Mia' van Gorky samen met hen onder de loep zal nemen, en dat hij hen ook van de kleinkunstmuziek van Kor Van der Goten zal laten proeven. Die kent u niet? Kijk, dan weten onze studenten straks meer van de Vlaamse kleinkunst dan u: Kor van der Goten was een van de eerste kleinkunstenaars van Vlaanderen. Volgens Stroobant heeft dichter Herman De Coninck, aan wie we tijdens dit zomerkamp ook enige lesuren wijden, ooit nog een mooi essay over hem en zijn werk geschreven."

"Toen ik te horen kreeg dat ik dit jaar deel mocht nemen aan deze zomercursus was ik ongelooflijk blij", zegt de Duitse Jan Zänker. Zänker is met zijn 32 jaar de oudste van het gezelschap; hij werkt in de cultuursector, en volgt daarnaast, aan de universiteit van Leipzig, nog een opleiding cultuurwetenschappen. "Neerlandistiek is een bijvak. Afgelopen jaar volgden aan onze universiteit maar liefst 150 studenten Nederlands. Dat is toch bijzonder positief! Het betekent dat we toenadering tot anderen zoeken. Ik voel die toenadering ook. Duitsers kunnen nog steeds nergens komen zonder dat het onderwerp van de wereldoorlog aangekaart wordt. De laatste tien jaar is de toon van die dialoog veranderd; de jongere generaties Duitsers wordt niet langer per definitie schuldig bevonden aan wat de vorige generaties hebben aangericht. Die positieve houding komt van twee kanten. Er is meer openheid.

Als mensen me vragen - en iederéén vraagt me dat - waarom ik Nederlands studeer, antwoord ik:omdat ik nieuwsgierig ben naar het leven van mijn buurlanden; Nederland en België. Duitsland telt negen buurlanden. Als we onze grenzen oversteken, valt er zoveel te ontdekken. Ik kan vandaag Nederlandse auteurs in hun eigen taal lezen; dat is toch zeer bijzonder! En weet u, Leipzig was de tweede grootste stad van het voormalige Oost-Duitsland. Oost-Duitsland heeft zich altijd op andere Oostbloklanden georiënteerd. Mede daarom dat ik het een grote aanwinst vond om me, midden in die bruisende cultuur vol Slavische invloeden, een beetje meer naar het Westen te richten.

Dat is het goede nieuws. Maar ik heb ook slecht nieuws. De universiteit van Leipzig is van plan om de studiekeuze Neerlandistiek te schrappen. Niet omdat er te weinig interesse is, want dat is dus zeker niet het geval. Wel omdat de universiteit blijkbaar vindt dat sommige filologische vakken geen 'return on investment' bieden. Richtingen als economische wetenschappen en rechten zijn vandaag erg in trek. Die zijn dus geld waard. Ken je de term 'orchideevakken' in het Nederlands? Een orchideevak is een speciaal en ongewoon mooi vak, maar het is ook heel moeilijk en duur om in bloei te houden. Ik zie het Nederlands aan de universiteit van Leipzig als zo'n orchidee. Maar ik leg me niet zomaar neer bij het snoeien ervan. Ik heb een stichting opgericht die pleit voor het behoud van de neerlandistiek aan onze universiteit. We kunnen op een aantal Nederlandstalige auteurs als ereleden rekenen. Ze - Tomas Lieske, Anna Enquist, Vonne vander Meer ... - zijn ook al bij ons te gast geweest om lezingen te geven. Het spijt me echt, maar tot nog toe heb ik met Vlaamse auteurs nog geen contact gehad. Ik weet niet hoe dat komt. Ik heb er nooit bij stilgestaan. Tot ik hier nu, voor het eerst, in Vlaanderen ben. Misschien, denk ik, moet Vlaanderen zijn auteurs meer in het buitenland promoten"

"Oh, ik vind het hier heel leuk." Eva Kubàtovà (22) komt uit Tsjechië, en volgt Nederlands aan de universiteit van Olomouc. Haar stimulans om Nederlands te gaan studeren is de meest natuurlijke: "Mijn eerste grote liefde was een Nederlander. Met hem is het afgelopen. Maar met mijn liefde voor het Nederlands niet. Ik begin hoe langer hoe meer van de taal te houden. Dat was in het begin niet zo. Ik vond het Nederlands - nog steeds eigenlijk - vooral erg moeilijk. Al die woorden die altijd maar met 'ver' beginnen. Vergissen, vergeten, verknallen, verliezen, verstikken ... De woorden lijken zo sterk op elkaar, dat ik ze moeilijk kan onthouden. Ik vind het Nederlands ook een grappige taal. In Tsjechië kreeg ik al in de middelbare school Duits. Met die taal ben ik dus al lang vertrouwd. Maar ik vind het Duits niet mooi. Het klinkt hard. En het heeft ook niet al die dimunitieven die jullie gebruiken. Ik moet daar mee lachen, met al die 'tjes' in jullie taal. Autootje, kindje, rekeningetje, briefje ... Ik hoor nu, tijdens dit kamp, ook voor het eerst hoe verschillend Nederlanders en Vlamingen praten. Jullie hebben dezelfde taal, maar jullie spreken ze anders uit. Ik hoor die zachte 'g' van de Vlamingen graag.

Aan de universiteit van Olomouc krijg ik les van twee Nederlandse docenten, en van een Poolse docente die in Leuven heeft gestudeerd. Ze belichten allerhande facetten van de taal: van taalwetenschap, morfologie, syntaxis en fonetiek, tot literatuur en film. Wat ik hier gedurende deze drie weken kan meemaken, is van een onschatbare waarde. In Tsjechië was dit nooit mogelijk geweest. Ik leer zo veel.

Het zou fantastisch zijn als ik later bij een Nederlandse of een Vlaamse firma in Tsjechië zou kunnen werken. Het is in mijn land een grote troef om het Nederlands te beheersen. Iedereen beheerst het Engels, in enige mate. Maar het is slechts een heel klein groepje mensen dat Nederlands kan. Weet u wat het is: jullie taal maakt mij speciaal."

Erik Moonen, de programmator, breit een einde aan het verhaal: "Buitenlandse studenten die in hun opleiding een derde taal moeten kiezen en de keuze hebben tussen Deens, Zweeds of Nederlands, opteren niet zelden voor Nederlands. Zweden biedt geen taalkamp. Denemarken evenmin. Wij, dankzij de steun van de Taalunie die de studenten ook een beurs verstrekt, dus wel. Dit taalkamp in Hasselt heeft een lange traditie (al 38 jaar) en een goede reputatie. Het is deels door dit programma dat onze taal in het buitenland geliefd is. Wist je dat ruim 10.000 studenten, aan maar liefst tweehonderd universiteiten in de hele wereld, een studie Nederlands volgen? Ik vind dat een eer. En ik vind het een eer om voor een klein deel van deze studenten - want er vindt een selectie plaats - deze onderdompeling te organiseren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234