Donderdag 23/01/2020

Nederlands best verkopende auteur Kluun ‘Ik hou wel van dathaantjesgedrag

Momo is een trendy restaurant annex loungebar vlakbij het Amsterdamse Vondelpark en de poepchique winkelstraat P.C. Hooftstraat. De P.C. is een straat vol even foute als dure auto’s, vrouwen in bontjassen en mannen in rode broeken. Van zuinig calvinisme valt hier weinig te merken. In het restaurant trouwens ook niet. Zelf neem ik dan ook maar een glaasje wijn. Kluun grijpt meteen naar zijn smartphone en twittert naar zijn 28.000 volgers: “Vlaams journalist De Morgen zit aan rode wijn #belgenwetenwatlevenis”. Deze auteur twittert, blogt, schrijft columns en heeft een populaire radiorubriek. Een man die de buitenwereld niet schuwt, kortom. Net als het hoofdpersonage Stijn uit Komt een vrouw bij de dokter en zijn nieuwste Haantjes komt Kluun dan ook zelf uit de marketingwereld. Of dat effect heeft op zijn schrijfstijl? “Natuurlijk heeft me dat beïnvloed. Dat ik in ultrakorte hoofdstukken schrijf komt wel omdat ik zo snel mogelijk naar de essentie wil gaan. Ik werkte lang als marketingstrateeg. En dan moet je je klant meenemen in een logica en die vertalen naar een verhaal en dat moet je dan weer in een zo kort mogelijk reclamefilmpje zien te vertellen. Elke miniseconde moet van belang zijn. Alles moet zijn nut hebben. Hoewel ik voor een vette grap wel wat plaats wil maken, maar enkel als dat past. Voor Haantjes heb ik zo wel enkele keren kill my darlings moeten spelen.” Haantjes speelt zich af tegen de achtergrond van de Gay Games. Kluun is een warme prater die helder formuleert. Geen gefilosofeer. Rechttoe, rechtaan, met gevoel voor humor. “In elk hoofdstuk moet iets gebeuren en ik schrijf wat ik zie. Dat is me ook aangewreven door de critici toen ze Komt een vrouw bij de dokter recenseerden. Dat ik te veel in spreektaal schrijf. Maar net dat appreciëren de lezers dan weer.” Op dat moment passeert een bijzonder zwaarlijvige man in een knalgeel trainingspak op de fiets. “Een modekleur zal het nooit worden, dat geel.” Kluun ziet en registreert. Hij schrijft dan ook bijzonder filmisch. “Dat doe ik bewust om de vaart erin te houden. Heel veel mensen hebben een literatuurlijsttrauma opgelopen, waardoor ze niet meer het concept ‘boek’ met ontspanning verbinden. Je hebt trouwens geen enkele andere vorm van ontspanning waarvan iemand achteraf zegt: ‘Fantastisch, in twee uurtjes heb je het uit.’ Hoor je al iemand zoiets zeggen over een lekker etentje? En ja, dan wil ik liefst een schrijver zijn bij wie mensen de ontspanning goed voelen. Een Brusselmans, die lees je snel uit. Dat is heerlijke ontspanning. Als ik aan een boek bezig ben, schrijf ik het ene korte hoofdstuk na het andere en op het einde puzzel ik dan alles ineen. Dat kan dus betekenen dat mijn veertigste hoofdstuk uiteindelijk het derde hoofdstuk wordt en dat hele hoofdstukken wegvallen. Als dat maar de vaart, logica en het verhaal ten goede komt.”

U bent wereldberoemd in Nederland als Kluun. U promoot uzelf min of meer als een literair merk. Van Haantjes is zelfs een trailer gemaakt. Kunt u eens een SWOT(Strengths/Weaknesses/ Opportunities/Threats, red.)- analyse op het merk Kluun toepassen?

“Leuke vraag! (lacht) In het begin kreeg ik het verwijt dat ik te veel met marketing bezig was. Maar Mulisch, Lanoye, Wieringa en Palmen doen dat toch ook? Alleen komen zij misschien niet uit die wereld. Of het haar van Herman Brusselmans? Dat is de beste marketing tool ooit. Ik hoop maar dat ie het zelf niet mooi vindt. (lacht) Ach, een beetje marketing kan ook geen kwaad. Net daarom ben ik enkele jaren geleden met Nightwriters begonnen. Hier in Amsterdam proberen we in het Comedy Theater in de Nes literair amusement te bieden. In de muziek heten kids onder de 15 jongeren, in de literatuur heet iedereen onder de 40 ‘een jongere’. En die zouden niet lezen en niet naar literaire avonden willen. Nee, dank je de koekoek. Heel die ‘jonge’ generatie die in literatuur is geïnteresseerd heeft de ontwikkeling van het uitgaansleven van de laatste twintig jaar actief meegemaakt. Dan moet je niet meer afkomen met literaire avonden in bibliotheken onder tl-lampen, maar wel strakke performances organiseren in een club met een drankje en muziek. Zo geef je schrijvers en boeken de nodige sexappeal mee. Nightwriters is een zelfgecreëerde speeltuin voor schrijvers. Maar een SWOT op mezelf toepassen... Mijn strengths lijken mij dat ik niet al te serieus schrijf. Ik ben een Kuifje in Literatuurland. Tegelijkertijd ben ik behoorlijk bedreven in het bedenken van pageturners en geloof me, dat is het hardste labeur van allemaal. Een boek als Man and Boy van Tony Parsons heeft mij heel hard geïnspireerd. Dat is tien jaar oud, denk ik. Maar wat kan die man cliffhangers bedenken!”

Ik zie grote gelijkenissen tussen uw stijl en die van Ben Elton en Nick Hornby.

“Dat vind ik alleszins een groot compliment. En ja, een boek als Fever Pitch zou ik - als voetbalfan - zeer graag geschreven willen hebben. Toch lijkt Hornby me veel veelzijdiger dan ik. Met een grotere fantasie ook. Daarin ligt ook een van mijn zwaktes. Ik ben een schrijver van drie akkoorden. Ik ben niet ’s werelds grootste stilist; ben al helemaal geen allrounder en mijn fantasie is beperkt. Ik put enkel uit mijn eigen leefwereld. Ik kan genieten van de mooischrijverij en de geniale stijl van een Tommy Wieringa en een Tom Lanoye. Veel schrijvers kunnen wel mooi schrijven, maar schrijven niet echt geniaal. Dan krijg je boeken waar je je door moet wringen. Ik doe geen moeite om mooi te schrijven en ben ook niet vies van functionele platheid. Net dat wordt blijkbaar erg gesmaakt door het publiek. ‘Hé, jij schrijft wat wij denken.’”

Ligt daarin niet een gevaar dat u te veel uit uw eigen ervaringen put?

“Of de verhalenput misschien ooit op geraakt? Ik kan niet over een Russische balletdanser schrijven zoals een Arthur Japin, dat is waar. Het is mijn leefomgeving waar het om draait. Dat is ook wel het meest authentiek. Tegelijkertijd ben ik wel bezig aan drie boeken, waaronder twee romans. Dus leeg is de put nog niet. Het is een threat waarvan ik me bewust ben, maar waar ik ook actief aan werk.

“Bij opportunities denk ik spontaan aan het overtuigen van de Vlaamse lezer. Niet zozeer vanuit een puur commerciële wens, maar wel omdat elke zichzelf respecterende schrijver in heel zijn taalgebied wil scoren. Hoe verschillend Vlaanderen en Nederland ook zijn. Wij neigen meer richting Duitsland en Scandinavië. Jullie meer naar het Zuiden. Toch spreken en schrijven we allemaal in het Nederlands. Ik vind het dan ook wel opmerkelijk dat Vlamingen een voor ons doordeweekse uitdrukking als ‘lekker wijf’ eigenaardig vinden of te expliciet. Op de radio - ik ben een grote Studio Brusselfan - zijn jullie dan wel veel grover dan wij. Om over de radiocommercials maar te zwijgen. Zoveel seksueel getinte reclame hebben wij helemaal niet! (lacht) Of de heerlijk seksistische humor van Brusselmans, dat vind je hier in Nederland niet hoor.”

U schrijft verhalen over zelf beleefde goede, maar ook kwade dagen. Haantjes is veel luchtiger dan Komt een vrouw bij de dokter, dat op het overlijden van uw eerste vrouw is gebaseerd.

“Gelukkig maar. Komt een vrouw bij de dokter en het vervolg De weduwnaar moet je eigenlijk als een geheel zien. Het is een controversieel rauw sprookje dat ik moest vertellen, zonder dat je het als therapeutisch schrijven moet zien. Het gaat over de essentie van de liefde. Hoe graag mensen elkaar zien ondanks alle missers en slippers. Ik ben blij dat de noodzakelijkheid van een verhaal niet meer hoeft. Nu kan ik schrijven wat ik wil. Haantjes liep lekker tijdens het schrijfproces, maar eerst was ik begonnen aan een emotioneel verhaal over mijn favoriete oom. Op een of andere manier slorpt dat verhaal heel veel emotionele energie op. En met een jong gezin met kinderen van twaalf, zeven en twee is dat niet zo gemakkelijk. Ik zeg dikwijls dat we een gezin zijn met te weinig personeel. (lacht) Dat oomverhaal zal dus voor wat later zijn. Maar houd moed! (lacht)”

Waarom creëert u een alter ego als u toch over uzelf schrijft?

“Mijn alter ego, Stijn, heeft dezelfde gevoelens en frustraties als ik, maar hij is wel een uit de hand gelopen versie van mezelf. Hij is cynischer, botter en meer een borstenman dan ik dat ben. Hij geeft me de vrijheid om af en toe te kunnen jokken. Al was het maar om het verhaal krachtiger te maken. Zo zat ik bijvoorbeeld op 9/11 op een terras op Ibiza geschokt te kijken hoe de wereld in brand stond en zag ik een hoop feestgangers vanuit de afterparty’s naar hun hotels strompelen. Ik heb dan Stijn in die zombierol geduwd. In De weduwnaar laat ik hem volledig in de coke opgaan. Iets wat ik zelf gelukkig nooit heb gedaan. In Haantjes vertel ik wel over een flater die ik zelf heb begaan, maar door Stijn in te schakelen kan ik het verhaal een draai geven zodat het snediger of chronologisch interessanter wordt.”

Haantjes is de kroniek van een aangekondigde afgang gevoed door belachelijk haantjes-gedrag. Beledig ik u als ik u een male chauvinist pig met een overdosis zelfrelativering noem? Een beetje zoals wij late dertigers nog voetbal spelen. We weten dat het een spelletje is, maar laten er ons toch aan vangen?

“Nagel op de kop! (lacht) Ik hou wel van dat hele haantjesgedoe. Zolang het niet ten koste gaat van anderen natuurlijk. Haantjes hebben last van ambitie, maar durven ook wel mislukken. Om even flauw te generaliseren: vrouwen zijn helemaal niet leuk als ze competitief zijn en vaak ook een pak gemener dan mannen. Maar het zijn vrijwel altijd mannen die de wereld verbeteren én mannen die de wereld te gronde richten. Toch ondenkbaar dat Stalin, Hitler, Mozart, Einstein vrouwen zouden zijn geweest? Tegelijk vind ik vrouwen fascinerend en totaal onbegrijpbaar. Vrouwen bezitten meer de stille kracht. Carmen is niet voor niets een bijzonder succesvolle zakenvrouw in dit boek.”

Haantjes speelt zich af in 1998. ‘Iedereen verdient geld. De beurs floreert, de reclamewereld bloeit, het nachtleven bruist.’ U hangt er een mooi tijdsbeeld mee op. Wilt u uw lezers zo confronteren met hoe de wereld ondertussen veranderd is?

“Stijn en Frenks bedrijf Merk In Uitvoering zou nu kansloos ten onder gaan. In 1998 kon je nog leven op ideeën. Bedrijven hadden nog een zogenaamd speelbudget. Dat heb je nodig om creatief te kunnen zijn. In 2011 is alles verzakelijkt en is er veel minder creativiteit. Ook maatschappelijk zijn we een heel eind opgeschoven. In 1998 kopte NRC, of was het Elsevier nog, ‘Nederland is af’. In Nederland klopte alles. We exporteerden het poldermodel. Postyuppie, de ideale balans tussen welzijn en welvaart, ontdaan van alle cynisme. Dat gevoel leefde toen heel erg. Dertien jaar later zijn we een pak naïviteit kwijtgespeeld. Vertrut en verhard. Hoewel ik wel stilaan een kentering begin waar te nemen. Opvallend is wel dat wij steeds meewarig naar jullie keken en zeiden: ‘Vlaams Blok? Dat is ondenkbaar bij ons.’ Terwijl wij zo veel jaren later een veel ergere versie hebben rondlopen. Wij Nederlanders hebben de neiging heel makkelijk met het vingertje te wijzen.”

De analogie is te groot om ze niet te maken. Is Stijn een nieuwe Laarmans?

“Kaas en Lijmen/Het Been zijn trouwens de enige literatuurlijstboeken die ik meermaals herlezen heb. En ja, ik heb ook wel een beetje leentje-buur gespeeld bij Elsschot. Om niet te zeggen schaamteloos gejat! (lacht) De compositie loopt gelijk en de reactie van de vrouwen ook natuurlijk. Hoe die alles beleefd doodzwijgen... En Charles ‘de schuld van alles’ is een letterlijk citaat. Laarmans gaat op zoek naar status. Zijn motivatie is opklimmen op de sociale ladder. Stijn en Frenk zijn meer op zoek naar erkenning. Niet in het minst gehinderd door enige kennis van de gayscene dan wel door het kritische commentaar van de vrouwen uit hun omgeving, besluiten ze hun bedrijf nu eens écht op de kaart zetten. Leve het fiasco, leve mannelijke overmoed.”

Raymond van de Klundert

(°1964)

>

Bestormde het Nederlandse literaire toneel in 2003 onder het pseudoniem Kluun met het boek Komt een vrouw bij de dokter. Het is het semi-autobiografische verhaal over de lijdensweg van een jong gezin waarvan de vrouw aan kanker overlijdt. Het boek ging in Nederland meer dan 1 miljoen keer over de toonbank. Daarmee deed Kluun beter dan Harry Mulisch’ De ontdekking van de hemel.

>

Van het vervolg De weduwnaar werden een half miljoen exemplaren verkocht. Gesmaakt door het publiek, maar wel lang verguisd door de kritiek. Te rauw, te expliciet, te weinig literair... Dat Kluun het ongegeneerd over zijn overspel had, viel blijkbaar niet overal in goede aarde.

>

Zijn nieuwste, Haantjes, werd dan weer wel laaiend ontvangen in de Volkskrant.

Haantjes is het verhaal van Stijn en Frenk, die denken dat ze het geniale idee hebben gevonden voor hun marketingbedrijfje Merk In Uitvoering. Het ronduit hilarische (én deels waargebeurde!) verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Gay Games in 1998 in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234