Dinsdag 19/01/2021

Nederland verliest zijn beste chroniqueur

Literaire wereld rouwt om

geliefde columnist

Martin Bril

Martin Bril, die op 49-jarige leeftijd overleden is aan de gevolgen van slokdarmkanker, was meer dan zomaar een columnist. Bril leerde de Nederlanders scherp kijken naar hun eigen woelige land, en puurde daar telkens weer fraaie miniaturen uit. Portret van een man die des te beter schreef naarmate hij minder plaats kreeg. Door Han Ceelen En Dirk Leyman

Martin Bril is dood, en dat bericht is hard aangekomen in Nederland. Eergisteren stierf 's lands bekendste en meest geliefde columnist aan de gevolgen van slokdarmkanker, en de verslagenheid is groot. Op het condoleanceregister dat werd geopend door zijn werkgever de Volkskrant regent het vanaf 's ochtends vroeg reacties. "Met jouw dood sla je een gat in mijn leven van alledag", schrijft Sandra uit Haarlem, die daarmee een algemeen gevoel lijkt te verwoorden. Honderden lezers bedanken Bril voor zijn stukjes, waarmee zij dagelijks opstonden, en die hen niet zelden een glimlach of een goed humeur bezorgden. Velen wensen zijn vrouw en twee dochters sterkte toe. Anderen tonen zich vertwijfeld: "Hoe moet het nu verder met Nederland zonder de blik van Bril?", vraagt Yvonne uit Nijmegen zich af.

Ook de Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes en schrijver Remco Campert toonden zich op de voorpagina van de krant aangedaan door het overlijden van de columnist. Campert nam voor een keer Brils plekje rechts onder op de voorpagina over, en schreef daar 'in de geest van een Martin Bril' een hommage aan de man "die mij elke dag Nederland leerde kennen zonder dat ik een stap buiten de deur hoefde te zetten". Bril bekleedde de prestigieuze positie op de 'een' zelf overigens pas twee weken, na een jarenlang gekoesterde wens. "Ik had liever nog twee jaar gewacht, maar omstandigheden dwongen de krant mij deze ereplaats nu al aan te bieden", schreef hij zelf droogjes.

Met die opmerking refereerde Bril aan de kanker die afgelopen zomer opnieuw bij hem werd geconstateerd, nadat hij de ziekte in 2002 al eens had bedwongen. Bewoners van de Amsterdamse binnenstad waren de laatste maanden al getuige van de snelle aftakeling van de columnist. "De zaak loopt eerder uit de hand dan dat de ziekte zich timide ergens in een verborgen hoekje van het lichaam heeft teruggetrokken", zo noteerde hij in een column op 9 maart. Een week geleden nog werd hij gesignaleerd op een terras, in een rolstoel en met ingevallen wangen. Dinsdag was hij al te zwak om aanwezig te zijn bij de uitreiking van de Bob den Uylprijs, die hij kreeg toegekend voor zijn Napoleonboek De kleine keizer (dat eerder in afleveringen verscheen in De Morgen). Maar van opgeven wilde Bril tot het einde toe niets weten, noteerde Broertjes. "Had Churchill niet gezegd: 'We will fight them on the beaches'?"

Martin Bril (Utrecht, 1959) was de laatste vijftien jaar uitgegroeid tot een van Nederlands bekendste en best verkopende schrijvers. Zijn productie aan columns en verhalen voor publicaties als Het Parool, de Volkskrant, Vrij Nederland en De Morgen was gigantisch, en het aantal verkochte boeken was de laatste tijd navenant. Volgens Job Lisman van uitgeverij Prometheus zijn het er "in elk geval meer dan 250.000 en het zou me niet verbazen als het er meer dan 500.000 zijn".

Bril werkte daarbij in verschillende genres, variërend van columns tot beschouwingen over popmuziek en fictie. Zijn bekendste personage was ongetwijfeld de sloddervos-huisvrouw Evelien, wier wederwaardigheden wekelijks verschenen in Vrij Nederland. Veel bekendheid kreeg Bril ook door literaire tournees met Ronald Giphart en Bart Chabot, en door zijn rol als sidekick in het tv-programma De wereld draait door, dat gisteren een speciale uitzending aan hem wijdde. In 2006 maakte hij ook het Nationaal Dictee.

Maar het belangrijkst, ook voor hemzelf, waren toch zijn dagelijkse columns in het tweede katern van de Volkskrant. Daarvoor toog hij elke dag na de ochtendspits met de auto het land in, op weg naar stadjes en dorpen in Groningen, Brabant of Friesland. Daar deed hij verslag van bijeenkomsten of zomaar, van wat hij tegenkwam: rotondes, een weggegooid bierblikje, een verlaten rijksstraatweg, of twee keuvelende bejaarden. "Schrijven op het randje van het niets", zoals hij het zelf eens noemde. Ook over zijn verblijf in zijn woning op het Franse platteland schreef hij vele van dit soort columns.

Glimlach van herkenning

Brils observaties waren altijd liefdevol (hoewel de ironie ook niet ontbrak) en zorgden bij de lezer vaak voor een glimlach van herkenning. Ook toen Nederland in brand stond door de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh bleef Bril een baken van nuchterheid, die liet zien dat het in Holland zo slecht nog niet was. Toen premier Balkenende zei dat Nederland een negatief zelfbeeld had, schreef Bril: "Gisteren was ik in Brabant. En daar was niets te merken van het negatieve zelfbeeld. Brabant lag er intens tevreden en weldoorvoed bij."

Het was ook die kwaliteit als observator die Joost Zwagerman aansprak: "Bril leerde ons, zijn vaste lezers, beter te kijken naar en ook te houden van al die elementen uit het Hollandse decor waar we gewoonlijk al te achteloos aan voorbij lijken te gaan", schreef hij gisteren. Remco Campert voegde daaraan toe: "Door de diepte van ons land in te gaan, maakte hij het groter. De dorpen, de gehuchten, de buurtschappen en vlekken, de wegen en paden, de rotondes en parkeerterreinen, de vaarten, bruggen en kanalen treuren nu. Nooit meer zullen ze met zijn liefdevolle oog voor detail gezien worden. De C&A, de Blokker, het Kruidvat, de Bruna leefden op als hij langskwam. De plaatselijke snackbar werd even een trots restaurant."

Bril zelf dacht er net zo over, vertelde hij eens in Vrij Nederland. Volgens hem bestond zijn werk uit "vertellen van het leven en van het land". "Als je dat dag na dag doet, en je legt een paar jaar achter elkaar, dan schrijf je uiteindelijk een geschiedenis van hedendaags Nederland."

Heel Nederland beschrijven, dat deed Bril trouwens pas sinds hij voor de Volkskrant werkte. Daarvoor verschenen zijn columns in de Amsterdamse stadskrant Het Parool, en beperkte zijn actieradius zich tot de hoofdstedelijke binnenstad. Daar was hij een even bekende verschijning als zijn voorganger Simon Carmiggelt. Iemand die je altijd wel ergens zag rondstruinen in de buurt van het Spui of het Leidseplein, of bij broodjeszaak Het Balkje, een plek die veelvuldig terugkwam in zijn columns. Brils stukken uit die periode werden gebundeld in de veelgeprezen boeken Etalagebenen en Stadsogen.

Bril vond zijn roeping als columnist pas op latere leeftijd. Na een onafgemaakte studie filosofie in Groningen en een kortstondig verblijf aan de Filmacademie belandde hij eind jaren 80 met vriend Dirk van Weelden in het Amsterdamse kunstenaarsmilieu waarover Joost Zwagerman het boek Gimmick schreef. Daar raakte hij verslaafd aan drank, cocaïne en bordeelbezoek, en schreef hij als "husselende freelancer" stukken voor Esquire, Nieuwe Revu, Het Parool en De Morgen. Ook publiceerde hij een drietal boeken, waarvan de eerste, Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril en Van Weelden, goed werd ontvangen en zijn soloromans Voordewind en Altijd zomer, altijd zondag veel minder. Een boek over Rob Scholte, de Nederlandse schilder die werd getroffen door een bomaanslag en daarbij zijn benen verloor, mislukte zelfs helemaal.

De Morgen-fotograaf Stephan Vanfleteren herinnert zich nog een ontmoeting met Bril uit die periode: "Hij kwam samen met een collega naar Brussel om een reportage te maken over Michel Nihoul. Het eerste wat me aan hem opviel, was zijn flair. Journalisten zijn doorgaans sloddervossen, maar hij liep in een mooi pak." Ook later op de avond gaf Bril blijk van onmiskenbare stijl, zegt Vanfleteren. "Om één uur belden ze me op. We moesten per se nog een of ander hoerenkot bezoeken. Daar liet hij meteen champagne aanrukken, en die is in dat soort gelegenheden niet goedkoop. (lacht) Daar zaten we dan, samen met drie verlepte prostituees. Het was een mooi tafereel."

Writer in residence

Het omslagpunt voor Bril kwam in 1997. Toen had zijn vrouw genoeg van zijn uitspattingen en zwoer hij noodgedwongen de drank en de coke af. Rond hetzelfde moment kreeg hij van Het Parool de kans om een serie columns te schrijven over het proces tegen topcrimineel Johan 'De Hakkelaar' Verhoek.

Bril besefte dat hier zijn kans lag om de lessen toe te passen die hij een paar jaar eerder had geleerd als writer in residence in Amerika. Daar had hij kennisgemaakt met het werk van journalisten als Jimmy Breslin, Joseph Mitchell, A.J. Liebling en E.B. White. Mannen die kristalheldere zinnen schreven en oog hadden voor het literaire detail. Daarbij stond het volgens Bril muurvast: "Geen feit mag ongecontroleerd blijven, geen woord mag verkeerd staan, een woord te veel is meer dan een woord te veel, namelijk verspilling."

Die stijl zou Bril ook in zijn columns gaan hanteren. En er was nog iets wat hij van White overnam. Terwijl White er een sport van maakte om elk jaar in New York de eerste krokussen te spotten, introduceerde Bril in Nederland 'rokjesdag': de dag waarop vrouwen voor het eerst een rokje dragen en hun blote benen laten zien. "Rokjesdag is de dag van het grote verschil. Een deel van de mensheid dat zich soepel en moeiteloos naar de elementen kan voegen, een deel van de mensheid dat moet lijden", schreef hij in een column op 22 april 2006, precies drie jaar voor zijn dood. Het bleken achteraf bitter voorspellende woorden.

Bril noemde zijn columns zelf eens 'schrijven op het randje van het niets'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234