Maandag 24/01/2022

'Nederland is artistiek vol'

buitenlandse zaken

Hij is er toch van geschrokken. Zo fel als vooral kunstenaars op zijn boek reageren. Ze zeggen dat hij de kunst omlaag trekt, dat hij 'het hogere' van de kunst ontkent. En dat terwijl hij zelf toch ook kunstenaar is? Ja, maar Hans Abbing is óók econoom. En naast zijn werk als schilder en fotograaf doet hij al jaren onderzoek naar de economie van de kunsten. Kortom, de banale kant van 'het hogere': de relatie tussen kunst en geld.

Waarom zijn kunstenaars arm? is de titel van de dissertatie waarmee Abbing (56) donderdag promoveerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Abbing pleit daarin voor een 'ontmythologisering van de kunst'. Kunst moet van haar voetstuk af en overheidssubsidies moeten veel minder. Dat komt zowel kunst als kunstenaars ten goede. "Als overheden kunst minder subsidiëren, zou dat leiden tot minder armoede onder kunstenaars", is één van zijn stevige conclusies.

Abbings proefschrift valt in een reeks van drie dissertaties die deze week in Nederland verschijnen over het thema kunst en geld. Naast Abbing promoveert Olav Velthuis op de mechanismen van de kunstmarkt en Merijn Rengers komt als eerste met de 'harde feiten' over de samenstelling van de Nederlandse kunstenaars.

De tijd is blijkbaar rijp voor een minder romantische bestudering van kunst, maar waarom worden kunstenaars boos om een prikkelend proefschrift? Misschien omdat, zoals professor Ton Bevers het tijdens de promotie formuleerde, het proefschrift óók een politieke stellingname is. Bevers: "Abbing stelt in feite: Nederland is artistiek vol."

Volgens Abbing functioneert de economie van de kunst niet normaal, zij is 'exceptioneel'. De voedingsbodem daarvoor is de 'mythologie van de kunst', ongeveer honderdvijftig jaar geleden ontstaan. De kunst werd gezien als het hoogste dat de samenleving voortbracht, als het nieuwe 'sacrale domein'. Vooral sinds 1945 voelt de overheid het als haar plicht om de kunst te ondersteunen, maar ze krijgt er ook iets voor terug: status. Tentoonstellen is als een hedendaagse militaire parade.

Aangetrokken door haar heilige aura wil een enorme stroom jonge mensen kunstenaar worden. "Maar", stelt Abbing, "ze zijn niet goed geïnformeerd over wat hen te wachten staat. Velen van hen verlaten het beroep jaren later, gedesillusioneerd en te oud om een nieuwe carrière op te starten. De schijnbaar onbeperkte stroom overheidssubsidies wekt misverstanden. Het kunstenaarsberoep blijkt nu ook bij een gemiddeld talent financieel haalbaar. Door het verkeerde signaal van de overheid blijft het overschot aan kunstenaars groot, met alle persoonlijke ellende die dat tot gevolg heeft."

De markt reguleert de kunst niet. Vooral sinds 1945 kan er over een normale zaak als betaling niet meer worden gesproken. Kunstenaars wordt niet geleerd om prijskaartjes aan hun werk te hangen. Bij iets heiligs past geen slijk der aarde. Liever spreekt men in termen van giften en donaties. Zo vertelt Abbing hoe de kunstinkoper van de ING Bank in zijn atelier kwam om werk te kopen. Er werd eerst beleefd over kunst gepraat, en toen het moment was aangebroken waarop de betaling besproken moest worden werd er haast gefluisterd.

Abbing schetst een hard beeld, maar doet dat vooral uit betrokkenheid, zo zegt hij. Abbing was eind 2000 dan ook een van de weinige Nederlandse intellectuelen die zich tijdens de verhitte discussie over de Cultuurnota uitsprak tégen meer overheidssubsidie. Want de Nederlandse overheid wil kunst stimuleren maar het tegendeel gebeurt. Subsidies houden vernieuwing soms zelfs tegen. Engeland bijvoorbeeld kent een veel minder lage status van de markt. Op het gebied van de 'low art' levert dat al meer op: zij kregen Britpop, Nederland kreeg Marco Borsato. En is daar ook de beeldende kunst niet een stuk spannender?

De overheid kan bijdragen aan de normalisering van de economie van de kunst. Door minder subsidie aan de traditionele sectoren te geven, maar ook door bijvoorbeeld een strenger toelatingsbeleid op academies en conservatoria te eisen. Voor verschraling van het aanbod, zoals bijvoorbeeld gevreesd wordt van de cultuurpolitiek van de regering LPF-VVD-CDA, is Abbing niet bang. Integendeel, hij verwacht verrijking: "In het begin doet het pijn als er iets verdwijnt, maar zó rampzalig is het niet. Als subsidies minder worden, zal kunst iets van haar magie verliezen. De gevestigde kunst zal minder heilig worden geacht, en wordt meer bekritiseerd en uitgedaagd. Dat zorgt voor een levendig en vernieuwend cultureel klimaat."

Merlijn Schoonenboom

Hans Abbing, Why are artists poor. The exceptional economy of the arts (Amsterdam 2002).

In Buitenlandse Zaken berichten onze correspondenten Merlijn Schoonenboom (Amsterdam), Rudy Pieters (Valencia) en Gert Van Langendonck (New York) elke zaterdag beurtelings over opvallende gebeurtenissen, personen of debatten in vreemde beschavingen.

'Als overheden kunst minder subsidiëren, zou dat leiden tot minder armoede onder kunstenaars'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234