Donderdag 03/12/2020

Nederland-België op zijn Spaans

De 'premier' van Valencia wil alle auteurs uit de schoolboeken verwijderen die niet in Valencia geboren zijn

Valencia / Van onze correspondent

Rudy Pieters

Af en toe, heel af en toe, slagen politici erin de aandacht langer dan een oogwenk vast te houden. Je zappende hand begint niet meteen te jeuken zodra het televisiejournaal er eentje kwakend ten tonele voert. Je betrapt er jezelf op dat je na drie zinnen kranteninterview nog altijd niet bent ingedommeld. Af en toe, heel af en toe, valt het voor. Het is een soort die met uitsterving bedreigd is, deze politici met de uitwerking van sterke koffie.

Een zo'n witte raaf is Eduardo Zaplana, voorzitter van de deelregering van de Valenciaanse Gemeenschap, de premier van Valencia zeg maar. Zaplana, een conservatief van Aznars Partido Popular, is nochtans een gladde jongen, glad gebekt, glad gekleed, glad geschoren en glad gekamd; iemand waar je aandacht ogenblikkelijk van afglijdt. Tot begin deze maand.

Zaplana had groot nieuws. Uit het vak Valenciaans, taal en literatuur, op de middelbare school gaat hij alle auteurs verwijderen die niet in de regio Valencia geboren zijn. Valenciaans is, net zoals Mallorcaans, een regionale variant van het Catalaans. Straks mogen de tieners hier dus geen boek van Catalaanse meesters als Salvador Espriu en Mercè Rodoreda meer openslaan.

Stel u het Vlaamse televisiejournaal voor. U zit rustig onderuitgezakt, dommelt af en toe in, en opeens verschijnt Bert Anciaux ten tonele om u te melden dat alle niet in Vlaanderen geboren auteurs uit het vak Nederlands geflikkerd worden. Geen Hermans, geen Mulisch, geen Komrij, geen Reve. Wedden dat u het hele item uitkijkt, op het puntje van uw stoel?

De Valenciaanse regering wil het onderwijs 'valencianiseren', zoals ze dat zo keurig noemt. Etnische zuivering, dat klinkt inderdaad zo vies. De Catalaanse en Mallorcaanse deelregering schreeuwden moord en brand, dat zie je van hier. Ook de Valenciaanse universiteiten, de Academie van de Valenciaanse Taal, de vakbonden en de ouderverenigingen verklaarden Zaplana gek. Professoren waarschuwden de uitgeverijen dat ze geen enkel gezuiverd handboek in hun lessen zouden aanvaarden. Maar Zaplana en co. houden het been stijf.

Het zegt veel over de geborneerdheid van deze gladde jongen. Maar wat Barcelona vooral zorgen baart, is het Valenciaanse zelfvertrouwen waarmee de Catalanen onder het vloerkleed worden geveegd. Lange tijd was het andersom. Barcelona is de motor van Spanje. Daar zitten de grote musea, de grote uitgeverijen, de grote bedrijven, de grote voetbalspelers. Daar gebeurt het. En de Catalanen weten het. Valencia, nochtans de derde stad van het land, is altijd het ondergeschoven kindje geweest. Daar aten ze paella en sinaasappelen, spraken ze een koetercatalaans en dat was het. Wie wilde daar nu een peseta in investeren? Het hippe Barcelona haalde er zijn neus voor op, voor die boertjes uit het zuiden. Nederland-België op zijn Spaans.

Maar de laatste jaren is het tij razendsnel aan het keren. Ineens stromen hier miljarden door de Turia, de haven van Valencia heeft die van Barcelona al achter zich gelaten, Santiago Catatrava bouwt hier een opera waar straks de hele wereld naar zal komen kijken en ook de plaatselijke voetbalploeg - zoiets komt nooit uit de lucht vallen - scheert hoge toppen, zonder Hollanders nog wel.

De Barcelonezen waren vorige week niet weinig opgelucht dat ze de Europese staats- en regeringsleiders over de vloer kregen. Van de Olympische Spelen van 1992 was het al geleden dat de stad nog eens zoveel internationale aandacht had gekregen. Tien jaar had trendy Barcelona moeten wachen om nog eens vooraan op de foto te mogen. Het verklaart dat de Barcelonezen met meer dan gewone ijver hun stad gepromoot hebben die twee dagen. Citymarketing, zoals men dat zo keurig noemt. En waarmee market je deze city beter dan met Gaudí?

Was het zuiver toeval dat de Europese top enkele dagen voor de opening van het Gaudí-jaar plaatsvond? In elk geval was het mooi genomen. Voor van alles en nog wat werd de architect gebruikt tijdens de top. De socialistische kopstukken hadden bijvoorbeeld het Casa Batlló ingepalmd, een van de Gaudí's wonderlijkste creaties, een peperkoeken huis op de Passeig de Gràcia, die de stad doormidden snijdt.

De openbare omroep presenteerde zijn televisiejournaals vanaf het dak van de huizen voor de Sagrada Familia. Zo zag je de kop van de nieuwslezer of nieuwslezers en daarachter telkens die kathedraal (terwijl de top eigenlijk buiten de stad plaatsvond). Een clevere Barcelonees had een enorme Catalaanse vlag tussen de kerktorens gehangen. Gaudí als glijmiddel.

De architect zelf is ook nooit vies geweest van het catalanisme natuurlijk. Premier Jordi Pujol, de Catalaanse tegenhanger van Zaplana, noemde hem onlangs zelfs "de grote bouwer van de Catalaanse identiteit". Dat komt ervan. Misschien moeten de Valenciaanse scholen ook Gaudí uit hun lessen bannen.

In 'Buitenlandse zaken' belichten onze correspondenten Merlijn Schoonenboom (Amsterdam), Gert Van Langendonck (New York) en Rudy Pieters (Valencia) elke zaterdag beurtelings over opvallende gebeurtenissen, personen of debatten in vreemde culturen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234