Zondag 17/01/2021

Né pour être sauvage

De valhelm paste perfect, de jekker dan maar kordaat dichtgetrokken, de brede schouders van motard Jackie Barbier omklemd, één been over zijn glimmende, paarse Kawasaki, met twee handen het handvat omklemmend. De Tour de France nodigde krantenjournalisten uit om één dag lang 'uw man op de motor' te zijn. Een slachtoffer was licht gevonden. En waarom niet: né pour être sauvage, nietwaar (of hoe vertaal je anders 'Born to be wild' in het Frans)?

BORDEAUX

WALTER PAULI

Wie jong was in de jaren zeventig en tachtig en niets van de Tour wilde missen, had maar één mogelijkheid. Afstemmen op Radio Tour, wachten op de legendarische voorloper van Carl Berteele: Jan Wauters. Sinds die jeugdjaren heeft 'de man op de motor' een magische bijklank, de faam van directe ooggetuige van de grootste Tour-heroïek. Een Held.

De waarheid is prozaïscher, zo blijkt in de klassieke post-Pyreneeënrit naar Bordeaux. Als het in het peloton spannend wordt, komt namelijk op een andere motor een man in rood T-shirt aangestoven. Die wappert met zijn hand, waarop Jackie Barbier gas geeft, onze Kawasaki wegstuift en we het peloton alleen ver achter onze rug vermoeden.

"Een commissaris", bromt Jackie, "Je hebt ze in alle soorten, en deze is de strengste van de bende. Maar ik begrijp hem wel. Hangt hij Piet Sympathiek uit, dan is het hier binnen de kortste keren le bordel. De regel is trouwens dat je pas rond die kopgroep mag zweven als ze twee minuten voorop ligt."

Een korte blik op het ritschema leert snel tot wanneer de 'man op de motor' zich kan verheugen op het echte werk. In Arthez-de-Béarn heeft een onooglijke helling het predikaat 'vierde categorie' gekregen, en een stuk verder in Hagetmau - na 42 kilometer - staat een eerste tussensprint op het programma.

Zo gebeurt. Voor de helling houdt het peloton zich koest en is er niets opmerkelijks - op een klein oponthoud door boze 'sapeurs-pompiers' na. Daarna braakt de boordradio voortdurend namen van andere renners, twee keer op drie klinkt Michael Boogerd, maar voor de tussensprint raakt niemand weg. Nadien is het meteen bingo. In die spiegel komen ze. Ruggen gekromd, elkaar strak aflossend, niemand spreekt een woord, iedereen rochelt en fluimt naar believen, en voortdurend dat gezoem van de kettingen.

Mensen, gaat dat snel, zo'n ontsnapping. De teller zit voortdurend boven de zestig, en toch blijven we gewoon pal voor de renners uit fietsen. En mensen, zien die jongens af. Australiër Henk Vogels werkt voor twee. Handen bovenop het stuur, het hoofd ter hoogte van de buis, en trappen en stampen. Daarachter Stéphane Heulot. In zijn ogen is alleen het wit te zien - de bollen zijn helemaal weggedraaid, en vanaf zijn kin loopt een volwaardige straal water. Nu al zweten en afzien als de beesten, en de aankomst is nog 160 kilometer ver. Afzakken tot het peloton, daar hetzelfde beeld, maar minder intens.

Ineens breekt achterin de veer, roept de boordradio slag om slinger om dat de vluchters weer een minuut meer uitliepen. En zo duiken ze Les Landes in. De naam alleen al, Les Landes: lang, landelijk, loodrecht, lauw. Een rit voor vluchters, heet het, normaal verreden in een loden hitte. Maar nu hingen er wolken. Geen veertig graden, maar wel een loodzware atmosfeer, klef, drukkend, 'laf' weer. En de vluchters maar vlammen.

Reken maar dat zoiets niet evident is. Les Landes is een vakantiestreek, en duizenden toeristen hebben zich langs die eindeloze wegen in die al even eindeloze bossen verspreid. Geen gevaarlijker mensensoort dan supporters, geen kwetsbaarder volk dan kinderen van supporters. Ze staan in dichte drommen in hun favoriete dorpskommetje Labrit, Le Sen of Sore. Ze kijken naar renners, ze verwachten fietsers. Ze realiseren zich niet dat in Franse dorpskommen vijftig het maximum is, en renners soms een flink stuk sneller gaan. Sneller dus dan auto's. Natuurlijk zijn ze dan verrast. Dan merk je pas hoe professioneel en kundig zo'n motard is. Minstens honderd, wellicht duizendmaal zoeft Jackie op minder dan tien centimeter voorbij oude mémés, onoplettende vaders met verwonderde kinderen op de arm en grabbelende meisjes - sommige Fransen geloven oprecht dat uit iéder voertuig in de Tour-karavaan snoepjes en stylo's komen gevlogen en steken dus werktuigelijk de hand uit. En dan zijn er die ontelbare Nederlanders, maar die verraden zich tegenwoordig gelukkig door hun opzichtige oranje hoofddeksels, en een bijkomende waarschuwing zijn de talrijke bordjes: 'Camping à 2 km'. Voor die bordjes kom je ze nooit tegen.

Zo bedreigend de lokale mensensoort, zo enerverend ook de fauna. Specifiek voor Les Landes: duizenden en duizenden mouches, en alle andere ongedierte dat steekt. Hoogst onaangenaam op een motor. Motard Jackie kan erover meepraten. Een reuzenpleister verbergt zijn linkerwang. "Vorige week voelde ik ineens een geweldige steek. Geweldige pijn, maar je kan natuurlijk niet stoppen op de motor. Aan de aankomst was mijn wang dubbel zo dik en knalrood. De Tour-dokter heeft een insnijding moeten maken om een grote angel te verwijderen, laatste restant van een horzel. Dat hoort erbij."

Gelukkig komen we zonder ongelukken en in geweldig cruisetempo Les Landes uit. Verrassend overigens tot hoe dicht bij Bordeaux dit landelijke gebied komt. Het spandoek van de twintig kilometer hangt nog tussen pijnbomen en varens. Ineens is het uit. Ineens staan ze rij aan rij, als militairen in het gelid, de wijnranken. Bestaat er een betere introductie voor Bordeaux? Eerst het gebied van de stevige Graves door, dan de al gestroomlijnder Pessac, en het ene chateau 'Premier Cru Classé' verdringt het andere domein. Renners hebben daar geen oog naar. Wijn is geen coureursdrank, of het moet champagne zijn, maar alleen na een overwinning. In Bordeaux betekent dat: een sprintzege.

Want hoezeer vluchters ook hun best doen, het binnenrijden van de wijnstad maakt duidelijk dat een vlucht hier nog altijd een bonus van een goed kwartier moet hebben om te kunnen slagen. Minstens vijftien kilometer lang gaat het over brede wegen, licht glooiend, met zeer ver uitzicht: fnuikend voor een kopgroep, ideaal voor een jagend peloton. En dan gaat het snel, zéér snel. Commissarissen jagen de motors vooruit, tegen tachtig per uur scheurt het Kawasaki-konvooi naar de streep. Een machtig gevoel geeft het, de hele dag in het bos, en ineens pardoes in dat historische centrum, met immens brede lanen helemaal voor je motard en jou alleen, en duizenden die alvast beginnen te gillen. (Het kàn niet voor mij zijn, dat applaus. Geen mens herkent me immers onder zo'n helm). Als in een roes vliegen we op de laatste rechte lijn aan, gezwind plat in de laatste scherpe bocht, daar doemt het spandoek op.

Ha, zie al die voetgangers daar staan, die agenten, die camera's, die collega's-met-notablok. Geeneen gemotoriseerd, allen te voet, ocharm. Ik maak me op om luid iets te gillen in de trant van 'Uit de weg, persmuskieten', maar net voor de aankomst draait Jackie van het spandoek weg, een zijgang in, uit het parcours, af, gedaan. Helm inleveren, handje schudden, het was fijn, en terwijl de collega's de sprint van Zabel en Steels bewonderen, zit ondergetekende, met een dikke jekker belachelijk te wezen in die zonovergoten middaghitte van Bordeaux, en in het decor te zoeken naar een deurtje in het hek om daar beleefd te vragen of ik binnen mag, naar de vaste stek achter de streep. Daar waar een persmuskiet hoort.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234