Zaterdag 16/01/2021

NCAA

Voor de familie Borlée niets dan lof, zo on-Franstalig ambitieus als ze zijn om de top te halen in hun sport. Voor vader Jacques Borlée niets dan bewondering, zo gedreven als hij zijn kroost richting die top begeleidt. Maar dat verklaart geenszins waarom hun schoolkeuze het voorwerp moest uitmaken van een heuse persontmoeting.

De broertjes Borlée zijn vijfde geworden op de Olympische Spelen? Okay.

De broertjes Borlée gaan studeren in de VS. So fucking what?

De ene economie en de andere kinesitherapie. Who gives a shit?

Dat ze een scholarship (beurs) hebben? Big deal.

Zij zijn lang niet de eerste Belgische topsporters die in de VS gingen studeren. Voor de vuist weg waren er de olympiërs Bob Verbeeck op Ohio State en het begaafde zwemduo Isabelle Arnould en Sandra Cam, op Southern California en Southern Methodist. Sandra Cam, tweevoudig olympisch finaliste (jawel, er was een tijd dat we die nog hadden), heeft aan die passage trouwens een flinke baan overgehouden en werkt nu als hoge pief in de luchtvaartindustrie in Dallas. En uiteraard waren er nog een aantal basketbalspelers die ergens in Division II en dieper hun kans hebben gewaagd, maar daar bleef het dan ook bij.

Ik ben een zelfverklaard kenner van het Amerikaans sportsysteem na bezoeken op achtereenvolgens: UCLA (twee keer een week), University of North Carolina, Georgia Tech, University of New Mexico en DePaul en Loyola in Chicago. Ik was in die laatste stad ook even op Farragut Academy, maar dat was een vergissing, want de 'academie' was een beroepsschool en het voorwerp van mijn interesse (NBA-topverdiener en kampioen Kevin Garnett) 'studeerde' dat jaar af met een degree in 'houtbewerking'. Niet dat daar iets mis mee is, maar het is illustratief voor de vaststelling dat in het Amerikaanse schoolsysteem niets is wat het lijkt.

Eén ding moet men beseffen als men gaat sporten en studeren in de VS: dit is het enige land dat zijn schoolsysteem deels heeft verkocht aan de entertainmentindustrie. College sport is business en het belang van de atleet komt na dat van de instelling.

Dat valt al bij al best mee voor atletiek en aanverwante B- en C-sporten (mijn excuses aan de puristen, maar dat is de realiteit) want ik herinner mij bij mijn tweede passage op UCLA een memorabel moment dat ik met Maurice Greene en Marie-Jo Pérec van Drake Stadium naar Pauley Pavillion liep om in de schaduw een interview te doen en we de hele weg geen enkele keer werden aangekeken. Pérec had drie jaar eerder dubbel goud gewonnen en Greene had net dat jaar het wereldrecord op de 100 meter gebroken, maar er was geen student die interesse had. Toen even later een bankzitter van het universitair footballteam zijn neus liet zien in de cafetaria, stonden de kirrende matrasjes in de rij.

Er was een tijd dat de Nederlanders massaal in de VS wilden studeren vanwege de faciliteiten. De laatste tien jaar vertrekt alleen nog de occasionele basketbalspeler. Topsporters krijgen in Nederland - en nog meer bij ons - een salaris en alle stages en onkosten betaald. Vaak wordt ook hun trainer gedetacheerd en alle obstakels geruimd die de weg naar de top beletten. In Franstalig België gaat het allemaal wat trager en is het allemaal wat minder, maar ook daar is veel mogelijk, al was het maar omdat het geld voor veel minder topatleten moet dienen.

Er was voor de Borlées maar één objectieve reden om voor Tallahassee te kiezen: het weer. Uiteraard is het in Noord-Florida beter buiten lopen dan bij ons, maar ook dat kan tegenvallen. Het kan daar in de winter ook fris zijn en vanaf Pasen is het daar bloedheet en onaangenaam vochtig.

Anderzijds waren er meer objectieve redenen om vooral niet naar de VS te gaan. Vader Borlée verhuist bijvoorbeeld niet mee en hij lijkt nog steeds de beste garantie op een doorbraak naar de wereldtop. Ook de rest van de begeleiding zal zeker achter lopen op wat ze in België gewend waren, denken we maar aan de kine. Op de Amerikaanse colleges is het Darwin boven, survival of the fittest. Op de Amerikaanse universiteiten zal het de athletic director zijn (en niet papa Jacques) die bepaalt wie wat loopt. Als FSU elke week een 4x400 meter wil lopen, en ze zijn daar gek van relays, dan zullen de Borléetjes elke week lopen, of ze dat nu willen of niet.

Dé oplossing voor het schaarse Belgische atletiektalent lag voor de hand: voor onze toppers een permanent voorbereidingsoord in Zuid-Afrika inrichten. Prima weer in onze winter, geen jetlag, trainers en kine's ter plekke en vooral geen verplichting om onnozele wedstrijden te lopen.

De VS is het enige land dat zijn schoolsysteem deels heeft verkocht aan de entertainmentindustrie. College sport is business en het belang van de atleet komt na dat van de instelling

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234