Vrijdag 03/12/2021

Nazi is te ziek voor proces, maar gaat wel naar EK voetbal

Milivoj Asner (95) is nummer vier op 'most wanted'-lijst Wiesenthalcentrum

Drie jaar geleden wilde Oostenrijk de man niet uitleveren, omdat nazivoortvluchtige Milivoj Asner medisch 'niet in staat was' om voor een Kroatische rechter verschijnen. Een terrasje doen en feesten met het Kroatische supporterslegioen kon hij in dit weekend echter wel.

door Kris Jacobs

BRUSSEL l Het Simon Wiesenthal Center, dat Asner op nummer vier zet op zijn lijst van meest gezochte oorlogsmisdadigers, zegt dat de affaire in elk geval de Oostenrijkse autoriteiten 'als leugenaars ontmaskert'. Asner zelf zegt ondertussen dat hij een gerust geweten heeft. 'Ik kan voor een rechtbank verschijnen.'

De bal ging aan het rollen door de Britse tabloid The Sun. Die publiceerde onder de welluidende kop 'We found nazi at footie' hoe ze de man in zijn woonplaats Klagenfurt volgden terwijl hij drie uur lang de EK-sfeer opsnoof aan de zijde van zijn vrouw Edeltraut. Daarbij maakte hij verschillende tussenstops in cafés, sloeg een babbeltje met de obers en genoot op zijn gemak van een drankje.

Zagreb wil Asner om hem te berechten voor zijn aandeel in de vervolging van onder meer Joden onder het fascistische Ustasjaoorlogsbewind. Asner, van opleiding advocaat, zou tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofdofficier zijn geweest van de beruchte Ustasjapolitie in Pozega. Op kerstavond 1941 werden zo'n 150 Joden en honderden Serviërs en zigeuners uit de streek opgepakt en naar door de Kroaten gerunde concentratiekampen gestuurd, waar ze vermoord werden. De oudste Joodse gemeenschap in de regio Slavonië werd zo volledig van de kaart geveegd.

Na de val van het Ustasjaregime vluchtte Asner naar Oostenrijk, waar hij verbleef tot de verkiezing van de nationalistische president Tudjman in zijn geboorteland, in 1990. In 2004, nadat het Simon Wiesenthalcentrum hem daar had gelokaliseerd, nam hij echter opnieuw de wijk naar Oostenrijk. Sinds die tijd leeft hij in Klagenfurt. De autoriteiten weigerden in 2005 zijn uitlevering omdat Asner het Oostenrijkse staatsburgerschap zou hebben. Toen bleek dat hem dat was ontnomen, bij zijn terugkeer in 1990 naar Kroatië, diagnosticeerden medische experts, aangesteld door het justitieministerie, dat hij dementeerde. Oostenrijk levert personen die medisch niet geschikt zijn om voor de rechter te verschijnen niet uit, ook niet als ze een andere nationaliteit hebben.

The Sun bezorgde foto's en film aan Efraim Zuroff, de belangrijkste nazi-jager van het Wiesenthalcentrum. Die zag daarin voldoende bewijs dat Asner "in goede gezondheid is, helder en in staat om zich op eigen kracht te bewegen". "Dat betekent", aldus Zuroff in een brief aan Oostenrijks justitieminister Maria Berger, "dat er hoegenaamd geen reden is om deze gezochte nazioorlogsmisdadiger niet uit te leveren aan het land waar hij zijn schandelijke misdaden pleegde." Hij voegde er nog beleefd aan toe dat sinds Bergers aanstelling er "enige verbetering" is in de houding van het alpenland, "maar dat er nog veel moet gebeuren wil Oostenrijk eindelijk zijn reputatie ontkrachten als een paradijs voor Holocaustmisdadigers." Concreet vraagt Zuroff dat een onafhankelijke arts nu de gezondheid van Asner bekijkt. Volgende week wil hij persoonlijk in Wenen de druk op de regering nog verhogen.

Asner zelf lijkt ondertussen niet om de heisa te malen. Meer nog, hij laat The Sun bij hem thuis binnen en ontkent eenvoudigweg dat hij iets te maken heeft met de vervolgingen. "Is er een internationaal aanhoudingsbevel tegen mij?", zo citeert de tabloid hem. "Waarom dan wel?" Hij gaat zelfs zo ver dat hij deportaties van wie dan ook uit Pozega ontkent. "Ik heb nog nooit gehoord van eender welke familie uit Pozega die toen vermoord is", aldus Asner.

De man zegt dat hij bereid is om voor een Kroatisch gerechtshof te verschijnen om op de aantijgingen te antwoorden. Asner zegt dat hij de Ustasji wel steunde, maar dat hij nooit lid was. "Als een Kroaat respecteerde ik dat ze de orde herstelden, maar ik was tegen de nazi's, want ik ben een democraat."

Het is niet de eerste keer dat Asner zulke uitspraken in de pers doet. Drie jaar geleden zei hij tegen The Guardian nog dat hij niet meer dan de plaatselijke politiebaas was. "Ik hield me bezig met verkeersovertredingen, kleine misdrijven, diefstal. Ik haatte de Joden an sich niet. Ik heb veel Joodse vrienden." Het Wiesenthalcentrum gelooft echter dat de zaak een van de sterkste tegen nog levende oorlogsmisdadigers is. Halverwege de jaren negentig geraakte ene Alen Budaj, een toen negentienjarige geschiedenisstudent, immers gefascineerd door de oorlogsgeschiedenis van Pozega. Hij stootte onder meer op deportatiebevelen van Serviërs en Joden, ondertekend door Asner.

Kroatië wil Asner berechten voor zijn aandeel in de vervolging van onder meer Joden onder het fascistische Ustasjaoorlogsbewind

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234