Vrijdag 23/08/2019

Duitsland

Nazaten van laatste Duitse keizer willen terug wat van hen was. En dat is nogal wat

Het Cecilienhof in Potsdam, geen onaardig stulpje. Beeld EPA

Hommeles in Duits royaltyland. De familie Hohenzollern, nazaten van de Pruisische keizer Wilhelm II, voert een bitse strijd met de staat over de teruggave van erfgoed dat ooit tot de dynastie behoorde. Bovenaan het lijstje: een rentevrij bestaan in het Cecilienhof in Potsdam.

Prins van Pruisen. Veel meer dan een symbolische lading dekt de term niet meer, sinds Wilhelm II op het einde van de Eerste Wereldoorlog aftrad als keizer en de Weimarrepubliek haar intrede deed. Adel heeft geen juridische status in het moderne Duitsland, maar dat weerhoudt de afstammelingen er niet van om het recht in eigen handen te nemen. De familie Hohenzollern wil terug wat ooit van haar was. En dat is een heleboel.

De Pruisische prins, de 42-jarige Georg Friedrich, claimt als hoofd van de Hohenzollern-familie al jaren de teruggave van kunstwerken, beelden en vastgoed die na de ondergang van de dynastie zijn aangeslagen. Een ‘lijstje’ met eisen richting Duitse autoriteiten lekte deze maand uit in de krant Der Spiegel: naast duizenden objecten zoals meubels, schilderijen, beelden en brieven, vroeg de familie ook het recht om rentevrij te leven in Cecilienhof, het prachtige paleis in Potsdam waar in 1945 de leiders van de VS, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie samenkwamen om de koek na WO II te verdelen.

Volgens de familie is het merendeel van de bezittingen en eigendommen in kwestie haar onterecht ontnomen op het einde van die Tweede Wereldoorlog door het communistische regime in Oost-Duitsland, terwijl andere nooit formeel uit haar bezit zijn verdwenen. Want laat dat duidelijk zijn: de familie baadt nog steeds in rijkdom. Denk maar aan het gelijknamige Hohenzollern-kasteel in het zuidwesten van Duitsland.

Pruisische erfenis

De Hohenzollern-dynastie had dan ook eeuwenlang voet aan de grond in de Duitse machtsstructuren. De familie heerste in de Brandenburg-regio vanaf de 15de eeuw, om later uit te deinen tot het machtige koninkrijk Pruisen (1701-1918). Vanaf de Duitse eenwording in 1871 tot aan de Eerste Wereldoorlog besloeg Pruisen twee derde van het grondgebied van het Duitse Keizerrijk, en leverde de familie Hohenzollern de keizerlijke leider.

Wilhelm II mocht bij zijn aftreden in 1918 met een klein deel van zijn hebben en houden - 56 treinwagons vol bezit - naar Nederland vluchten, om daar de rest van zijn leven in ballingschap te leven. Hoewel de familie Hohenzollern dankzij een deal met de Weimarrepubliek in 1926 een significant deel van de eigendommen kon claimen, zo ook het recht om het Cecilienhof te blijven gebruiken, werd dat recht opnieuw opgeheven bij de oprichting van de DDR in 1945. De meeste bezittingen van de familie in Oost-Duitsland werden toen onteigend.

“Er zijn nogal wat mensen uit die tijd die schadevergoedingen of onteigende huizen hebben teruggekregen en zij vinden dat ze dat paleis ook terug moeten krijgen”, vatte Hanco Jürgens van het Duitslandinstituut de kwestie samen in het NOS-radioprogramma Met het oog op morgen. Het zou daarbij niet per se om de kastelen gaan, maar volgens hem ook om mogelijk geldgewin. “De familie Wettin, dat waren de koningen van Saksen, hebben miljoenen aan schadevergoeding gekregen.”

De kunstwerken en andere artefacten zouden volgens waarnemers dan weer moeten dienen om een museum voor de Hohenzollern op te richten waar een positief beeld van Pruisen naar voren komt. Iets waar Georg Friedrich, de zelfverklaarde beheerder van de Pruisische erfenis, ervaring in heeft: twee jaar geleden bracht hij een Pruisische pils op de markt met als tagline ‘Majestätischer Genuss’. Majestueus genot.

Het Hohenzollern-kasteel is nog steeds in bezit van de familie. Beeld EPA

No-go

Veel van de objecten die teruggeëist worden, zitten nu echter vervat in staatsarchieven en -collecties zoals in Slot Charlottenburg of het Duitse Historische Museum, beide in Berlijn. Het is die vrees die leeft: dat het publiek beroofd zal worden van talrijke artefacten met een groot historisch belang als de Hollenzollern hun slag thuishalen.

Hoewel de advocaat van de familie, Markus Hennig, zegt dat de kunstwerken niet uit musea en het publieke oog zouden verdwijnen, houden de Duitse autoriteiten het been stijf. “De posities liggen ver uiteen”, klonk het vorige week na gesprekken tussen de verschillende partijen.

Duitsland is dan ook niet happig om toegevingen te doen aan een familie met een belabberde reputatie. Er was niet alleen de betrokkenheid in de uitbraak van Wereldoorlog I, er zijn ook de nazi-sympathieën - de zoon van keizer Wilhelm II ging meermaals op de ­foto met Adolf Hitler. In de marge van een boekenpresentatie (Kaisertage, over de laatste regeringsjaren van Wilhelm II) liet Georg Friedrich zich ontvallen: “In november 1918 deed zich een jammerlijke samenloop van omstandigheden voor.”

Het lijstje in Der Spiegel bracht dan ook een storm aan kritiek teweeg, zowel in de Duitse media als op het politieke toneel. Torsten Wöhlert, staatssecretaris van Cultuur in de Berlijnse regering: “Het uitruimen van collecties en musea die decennialang gepreserveerd zijn met belastinggeld gaat nooit gebeuren. In het licht van de geschiedenis, is het recht om in Cecilienhof te leven ook een no-go.” Een vrij duidelijk standpunt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden