Donderdag 28/05/2020

'Natuurlijk had hij die Nobelprijs moeten krijgen'

Hij las 'Het verdriet van België' en na enkele tientallen pagina's voelde Alain van Crugten het. Dit moest hij vertalen. Zo ging 'Le chagrin des Belges' later de Franstalige markt op. De woorden van Claus in de taal van Molière, met dank aan deze Brusselaar. 'Dit boek is voor mij het bewijs dat België echt bestaat, wat de politici ons ook mogen verkopen.'

'Toch.' Het eerste woord van dit verhaal is het laatste woord van Het verdriet van België. En dat is het niet zomaar. Alain van Crugten: "Ooit schreef Kristien Hemmerechts dat ik dat in het Frans als 'oui' had vertaald, omdat ik daarmee wilde verwijzen naar Joyce. Er werd zelfs geschreven dat Claus niet tevreden was over de Franse vertaling. Dat klopt helemaal niet."

Wat wel klopt, is dat hij 'toch' door 'oui' vertaalde, omwille van die ene lettergreep. Zoals Claus eindigde, zo wilde zijn vertaler eindigen. "Met 'quand-même' of 'tout de même' heb je die kracht niet. Daarom deed ik dat. Pas in latere versies is het uiteindelijk, op verzoek van Hugo, nog 'malgré tout' geworden. Maar met Joyce had dat echt niks te maken."

Dat ene woord, die anekdote, zegt alles over wat vertalen is. En daarover wil Alain van Crugten graag vertellen, hier in zijn huis in Oudergem. Beneden raast de E411 naar Namen. Vanuit Brussel de blik letterlijk op een land in het Frans, verderop Frankrijk: zijn afzetgebieden. Kleinkind van een Nederlands-Limburgse familie uit Roermond nochtans. "Over de jonge jaren van mijn grootvader schreef ik later een roman, die door Ernst van Altena vertaald werd als Onverstoorbare stromen." Vertaald, want zijn vader, die beambte was in de gemeente Elsene, voedde zijn zoon Alain uitsluitend in het Frans op. "Nederlands leerde ik op school", zegt de 76-jarige vertaler. "Al was ik verliefd op het Engels, op taal in het algemeen eigenlijk. (lachje) Ik was een geboren filoloog. Dus ging ik Germaanse studeren. En ik ben natuurlijk leraar geworden."

Aan de universiteit las Alain van Crugten werk van Claus. "Vooral de gedichten", zegt hij. "Een paar toneelstukken." Niet meer. "Ik ben les gaan geven, maar wat later ging ik weer Slavische talen studeren en werd ik daarin veel meer specialist dan in Germaanse talen. Ik woonde ook twee jaar in Warschau en schreef er een proefschrift over het Poolse theater. Nadien werd ik professor Slavische talen aan de ULB en vertaalde ik toch vooral veel Polen en Tsjechen. Om eerlijk te zijn: het eerste boek dat ik vanuit het Nederlands vertaalde, was Het verdriet van België."

Bijna toevallig. Alain van Crugten had het boek zelf gekocht, begon te lezen en was echt nog niet ver toen hij vond dat hij dit moest vertalen. "Ik voelde dat dit voor mij was", zegt hij. "Het was een coup de foudre. Vanaf dat moment ben ik het boek met mijn vertalersbril beginnen te lezen en maakte ik nota's en aantekeningen. Claus was in het Frans wel al vertaald, hij had tenslotte in Parijs gewoond, Een bruid in de morgen had bijvoorbeeld al een Franse editie, ook De metsiers bestond als La chasse aux canards'. Maar Het verdriet van België nog niet."

Er was ook nog geen uitgever, die moest Van Crugten zelf zoeken. Dat werd het huis Editions Julliard. De vertaler mocht vertalen. "Het verdriet van België is erg Belgisch en daarom ook zo moeilijk", zegt hij. "Eigenlijk is het een boek in twee talen. Aan de ene kant schrijft Hugo in een zeer klassiek Nederlands, bijna archaïsch. En aan de andere schrijft hij stukken in wat je het Vlaams kunt noemen. Dat was geen dialect, hij noemde het zelf een 'synthese van Vlaamse dialecten'. Een taal die niet bestond, dus. En hij probeerde het ook niet fonetisch te doen. Maar net dat anders schrijven, sprak me zo aan. De problemen van de vertaling waren een uitdaging."

Belgicismen

En dan vertelt Alain van Crugten over zijn werkproces, helemaal niet evident. "Ik had een strategie", zegt hij. "Alles wat echt in het Vlaams geschreven was, wilde ik vertalen met belgicismen. Met Franse woorden en uitdrukkingen dus, die alleen in België en niet in Frankrijk werden gebruikt. Dat was heel leuk, maar ook heel moeilijk. Zo had ik het ook aan de uitgever bij Julliard verteld. In mijn eerste gesprek had die al na vijf minuten gevraagd: 'Is het volgens u een meesterwerk?' Toen ik 'ja' zei, zei hij meteen: 'Dan doen we het.' Maar ik had hem dus ook over die taal verteld en hem van mijn voornemen over die belgicismen ingelicht. Vooral met de vraag dat hij op tijd zou zeggen wanneer er te veel in stonden.

"Ik was tien maanden bezig en ongeveer elke maand, per honderd uitgetikte pagina's vertaling, stuurde ik mijn werk naar Parijs. Nooit kreeg ik antwoord. Pas helemaal op het einde, toen het allemaal klaar was, kreeg ik van de uitgeverij die duizend pagina's terug. Door een 'correctrice' verbeterd, met rode inkt, en alle belgicismen waren veranderd. Met commentaren: 'ça ne se dit pas', of 'Pas du français', 'Grammaticalement incorrect'... noem maar op. Ik was natuurlijk heel boos, want ik had het de uitgever op voorhand gezegd. Maar hij had blijkbaar niks gelezen en ook niks aan die correctrice gezegd. Dan ben ik naar Hugo in Gent gereden. Hij las twee bladzijden en hij zei: 'Ik hou niet van die dame.' (schatert) Uiteindelijk hebben we toch beslist een deel van die belgicismen te behouden. Maar ik heb de verbeteringen van die duizend pagina's verbeteringen dus nog eens gedaan. En ben ermee naar die dame getrokken. Ik had voor haar een pak Belgische chocolade meegenomen, maar ik zei: 'Ceci n'est pas un paquet de chocolats, c'est un ballotin de pralines.' In Frankrijk gebruiken ze het woord pralines immers in een andere betekenis dan wij doen."

Doorbraak op Antenne 2

Le chagrin des Belges verscheen op de Franse markt in 1985. Over de titel organiseerden Hugo Claus en Alain van Crugten overigens nog een brainstormsessie. "In Het verdriet van België zat die 'ie' twee keer: verdriet en België. Maar La tristesse de la Belgique klonk niet goed. Er zijn een paar voorstellen gedaan en uiteindelijk heb ik later besloten om er Le chagrin des Belges van te maken."

Het boek sloeg aan in het Franse taalgebied. Zowel onder de taalgrens als rond Parijs. In geen tijd waren er 25.000 verkocht. "Met vijfduizend had je al een bestseller. Alleen de Bijbel deed beter."

Iets later mocht Hugo Claus op het Franse kanaal Antenne 2 naar het legendarische boekenprogramma Apostrophes van Bernard Pivot. Alain van Crugten zat in het publiek. "Claus heeft daar furore gemaakt", glimlacht hij. "De Franse schrijver Roger Peyrefitte was er ook, een oude schrijver, homoseksueel, een erg verfijnd man. Er was ook iemand bij van Le Monde en de vrouw van Alain Robbe-Grillet, die zelf schrijfster was. Die hele uitzending was zo parisien en Claus zat daar tussen als een beer uit de Karpaten. Het was zijn specialiteit om mensen een beetje te choqueren. Pivot zei achteraf: 'Het was precies een barbaar tussen al die geraffineerde mensen.' En daar hield hij van."

Dat optreden in Apostrophes heeft bijgedragen tot het succes van Le chagrin des Belges, absoluut. Maar het is veel meer, vindt Alain van Crugten. Het is vooral het boek. "Claus zelf beschouwde het als zijn belangrijkste werk, hij had er hard aan gewerkt en het was het vervolg op veel andere werken. Het is een soort epos. Dus natuurlijk is het zijn belangrijkste boek. Het woord 'België' staat in de titel en hoewel het zich in het Vlaanderen van zijn jeugd afspeelt, in de streek van Kortrijk, en het grotendeels autobiografisch was, is het heel universeel. En daarin zie je altijd de grote schrijver. Iemand vertrekt van iets persoonlijks, maar maakt daarmee een universeel boek.

"Ik heb heel veel reacties gekregen, ook van mensen uit Luik en Namen en de Ardennen. Mensen die het herkenden en die me zeiden: het is typisch van bij ons. Terwijl het zich dus in Vlaanderen afspeelde. Voor mij is het boek niet minder dan het bewijs dat België echt bestaat, wat de politici ons ook willen verkopen. De Duitse romantici gebruiken daar het woord 'volksaard' voor. Wel, in Het verdriet van België zit die volksgeest. Die ook de Walen herkennen. Hetzelfde heb ik trouwens bij het werk van Tom Lanoye dat ik ook vertaal. Sprakeloos en Kartonnen dozen zijn verhalen die zich in Sint-Niklaas en in Vlaanderen afspelen, maar op tournee in Namen merkte ik hoe het ook daar aansloeg."

Letterlijk is slecht

Een vraag: het verhaal van Claus was dan Vlaams, toch universeel ook, maar hoe was zijn taal? Hij had in Parijs gewoond. Hij woonde later in de Provence. Sloop er iets van het Franse taalgevoel door zijn zinnen? "Neen", vindt de vertaler. "Hij had alleen het ongelooflijke talent om de verschillende variëteiten van een taal te voelen. Archaïsme, dialect, poëzie, grove taal, parodie: hij kon het allemaal samenbrengen in hetzelfde verhaal. In Het verdriet van België parodieert hij overigens een gedicht van Guido Gezelle. (lacht) Ik moet toegeven dat dat voor een vertaler niet altijd gemakkelijk was. Ik heb nadien nog boeken als De zwaardvis, De geruchten en Onvoltooid verleden vertaald, een stuk of zeventien toneelstukken en Het laatste bed, zijn laatste boek. Moeilijk allemaal. Omdat het zo gevarieerd was. De letterlijke vertaling is altijd de slechtste vertaling. Je moet je aanpassen. En als de stijl verheven is, dan moet je Frans verheven zijn. Hij beheerste een ongelooflijk taalregister en daaraan moest ik me aanpassen. Een boek van Claus was nooit in één stijl geschreven."

Ging hij zelf meer van het Nederlands houden door Claus te lezen? "Neen", zegt hij dan. "Ik hou van alle talen. Alle talen zijn mooi."

Eén voordeel: Hugo Claus lás zijn eigen boeken in het Frans niet. Daar heeft Van Crugten een mooie anekdote bij. "Ooit moesten we naar de boekenbeurs van Nantes, waar we samen een prijs kregen voor de vertaling van Le chagrin des Belges. Er was een journalist van France 3 die aan Hugo vroeg of hij zelf tevreden was met de vertaling. Claus antwoordde: 'Iedereen zegt me dat ze excellent was. Maar ik weet het niet, want ik heb ze niet gelezen.' Die journalist was een beetje gechoqueerd. Maar ik heb met een grapje geantwoord: ik ben ook druk bezig, ik lees ook niet alles van Claus."

Gedichten voor De Morgen

De vertaling moet goed geweest zijn, alle latere edities van Le chagrin des Belges behielden de arbeid van Alain van Crugten. Ook die die vandaag bij Editions du Seuil en in pocketuitgave te vinden is. "Het boek heeft voor de ontdekking van de Nederlandstalige auteurs in Franstalig België en in Frankrijk gezorgd."

De band tussen Hugo Claus en Alain van Crugten groeide met de jaren. "Ik was, hoop ik, een vriend geworden, ja", zegt hij. "En de man die het publiek kende, was ook de man die ik kende. Typisch Claus was dat hij me eens zei: 'Ik lieg altijd.' En het was waar!"

Ze zochten elkaar op, niet alleen in Gent en Brussel, ook diep in Frankrijk. "Ik had een huisje in de Provence en af en toe reed ik naar Hugo toe. Met de fiets. De laatste keer dat ik hem zag, was het net zo. Ik reed de Ventoux op en bij het terugkeren stopte ik bij Hugo. Dat was een paar jaar voor zijn dood. Ik herinner me dat ik hem zei dat hij er goed uitzag. En dat hij antwoordde: 'Ik zie er goed uit, omdat ik niet meer werk.' Dat vond ik een beetje vreemd. Hij had immers altijd veel gewerkt en heel snel gewerkt."

Een voorbeeld, gelinkt aan deze krant: "Eind jaren tachtig, toen De Morgen in financiële moeilijkheden verkeerde, hadden ze Hugo gevraagd om te helpen. Maar in plaats van geld te geven, schreef hij iedere week een gedicht. Hij heeft dat heel lang volgehouden. Toen we eens in Nantes waren, opnieuw voor de boekenbeurs, wat toch altijd een drukke bedoening is, was hij wat moe. Hij zei: 'Laten we een uurtje gaan rusten in het hotel.' Vond ik best, maar hij herinnerde zich dat hij zijn gedicht voor De Morgen nog moest schrijven. Iets meer dan een uur later belde hij me in de hotelkamer. Of ik wakker was? Dat was ik, maar hij? 'Jawel', zei hij. 'Ik heb geslapen. En mijn gedicht geschreven.' Allemaal in een uur!"

Op zijn boekenkast staan twee oude foto's van Hugo Claus. In de traphal een echt kunstwerk, een samenwerking tussen Alechinsky en Hugo Claus. Het is een ganzenbord met 63 vakjes, 'Gans België' is de titel en Claus heeft van 1 tot 63 alle opdrachten verzonnen. Op 1: 'Vertrek en vrees'. Op 29: 'Ma rende weg. En pa? Haar achterna!' Tot 63 dus. Mooi in een kader, uniek.

Alain van Crugten kan vergelijken. Hij kent het werk van Tom Lanoye nu ook door en door. "Twee totaal verschillende temperamenten", zegt hij. "Een totaal andere stijl. Maar allebei hebben ze iets dat je bij heel veel Belgische schrijvers terugvindt, de Vlaamse én de Waalse: het is de voorliefde voor barok. De grote beweging, veel details, breedsprakerig.

"Elk jaar, net voor de bekendmaking van de Nobelprijs, kreeg ik van overal in de wereld telefoontjes. Van journalisten die iemand in het Frans aan het woord wilden laten over 'Claus die morgen misschien de Nobelprijs zou winnen.' Zelfs vanuit China belden ze. Maar het werd altijd niks. Nochtans vind ik echt dat hij hem had moeten krijgen. Claus stond op het niveau van veel schrijvers die hem ooit wel wonnen. En hoger dan een aantal die hem ook wonnen. De Poolse Wisława Szymborska, bijvoorbeeld. Een goede dichteres, maar ik kan wel vergelijken, hoor. Ik heb jarenlang Poolse auteurs vertaald. Toen zij won, kreeg ik over haar dan weer telefoons. En ik zei eerlijk: ik ken minstens twee Poolse dichters die hem meer verdienen dan Szymborska. Dus zéker ook Hugo Claus. Maar je weet het nooit. Je kunt alleen hopen.

"Er is trouwens ooit een vergissing geweest. Hugo's broer belde naar de Provence omdat volgens hem Hugo had gewonnen. Neen, dus. Maar hij was er dicht bij toen Joseph Brodksy (in 1987, RVP) won. Ook een hele goede dichter, maar volgens mij op dat moment een puur politieke keuze. We liepen tegen het einde van de Sovjet-Unie aan en Brodsky was als dissident naar Amerika getrokken. Dat was een symbool."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234