Dinsdag 17/05/2022

Nationale coördinatie X1-onderzoeken bleek reus op lemen voeten

Uit vele gesprekken en enkele documenten die onze redactie kon inkijken, blijkt duidelijk dat de justitie, vooral op het niveau van het parketten-generaal, als organisatie vooral in 1997 niet in staat is gebleken om fatale kortsluitingen in de onderzoeken op basis van de X-getuigen te voorkomen of op te lossen. Het speurwerk rond X1 kwam, ondanks de inzet van velen, in de zomer van '97 onmiskenbaar in een impasse terecht die pas onlangs, dankzij de doortastendheid van magistraten zoals de Brusselse onderzoeksrechter Damien Vandermeersch, opnieuw werd doorbroken.

Brussel.

Eigen berichtgeving

Het is een raadsel hoe een begin vorig jaar beloftevol ingezette poging tot nationale coördinatie in dit onderzoek van Neufchâteau al in juni '97 totaal op de klippen liep. Wat er in de loop van die procedure met de verhoren van X1 is misgelopen, is een vraag die op zich weinig te maken heeft met de waarde van haar verklaringen maar veel met het reilen en zeilen van justitie zelf.

Beschikt justitie niet over de nodige middelen of gewoon de managementvaardigheid om in dergelijke meer complexe en vooral ook zwaar geladen dossiers deskundig op het gestelde doel af te gaan? Het politiespeurwerk dat in deze zaak momenteel zo centraal staat, wordt aan de hand van dit soort vragen vanuit een heel andere, complementaire invalshoek belicht. Want ook dit speurwerk werd in grote mate beïnvloed door beslissingen die van september '96 tot voor kort wel - en soms ook niet - werden genomen door de bevoegde magistraten.

Het eerste getuigeverhoor van X1 werd op last van de magistraten Jean-Marc Connerotte en Michel Bourlet op 20 september 1996 afgenomen en op video vastgelegd onder begeleiding van psycho-therapeuten. Zoals deze krant al heeft gemeld, volgden er nadien over een tijdspanne van minder dan een jaar in totaal nog zestien andere verhoren door de speciale 'antenne' van Neufchâteau bij de BOB in Brussel. Die antenne, voortaan bestaande uit in totaal 49 veelal erg ervaren speurders, kreeg van de staf van de rijkswacht in november '96 haar definitieve vorm via de bemiddeling van nationaal magistraat Vandoren en enkele hogere rijkswachtofficieren die in de territoriale hiërachie van het korps in Brussel veeleer op tegenstand waren gestoten.

De verklaringen van X1, waarin de namen van Dutroux en Nihoul van bij het begin ter sprake kwamen, vormden al vrij snel het belangrijkste deel van een speciaal daartoe in Neufchâteau geopend nevendossier, nummer 109/96, dat uitzicht kon geven op het mogelijk bestaan van een netwerk van kindermisbruik en zelfs kindermoorden van de jaren zeventig tot in 1994, waarin ook heel wat VIP's uit het zakenleven, de politiek en de magistratuur als potentiële verdachten werden genoemd.

Begin november '96 werd ook de tweede nationale magistraat, Patrick Duinslaeger, bij de zaak betrokken. Toen X1 in haar vijfde getuigenverhoor bijzonderheden had genoemd in verband met de moord op Christine Van Hees (de zaak van de champignonnière) werd een nieuw verhoor van X1, speciaal over deze zaak, gepland voor 13 november '96. Dat werd toen vanuit een aanpalende ruimte bijgewoond door de twee al genoemde nationale magistraten, samen met procureur Bourlet en rijkswachtofficieren. Magistraat Duinslaeger, vroeger ooit zelf titularis in het dossier Van Hees bij het Brusselse parket, vergeleek nadien het proces-verbaal van dit verhoor met de procedurestukken van het doodgelopen oude onderzoek. Op 4 december '96 kwam hij tot de conclusie dat er voldoende nieuwe elementen zaten in het getuigenis van X1 om het dossier Van Hees weer ter informatie op te nemen bij hetzelfde parket. Diezelfde dag gingen speurders van de antenne-Neufchâteau het twee meter hoge oude dossier-Van Hees ophalen in het kantoor van Duinslaeger. In de weken die volgden ontdekten ze opmerkelijke raakpunten tussen de verklaringen van X1 en het oude dossier, zoals de vergeefse zoektocht naar een zekere 'Marc' op de schaatsbaan in Woluwe in 1984, een anonieme tip die verwees naar 'The Dolo' en het meermaals opduiken van Radio-Activité, de zender waar Michel Nihoul ten tijde van de moord actief was.

In de maand december 1996 werd het voor magistraten en speurders die met het dossier 109/96 van Neufchâteau bezig waren duidelijk dat er dwingende maatregelen nodig waren, die alleen een onderzoeksrechter kon nemen (bijvoorbeeld huiszoekingen) om in dit onderzoek te kunnen overgaan tot de nodige verificaties op het terrein. Er was ook al een lijst van doelwitten vastgelegd en zelfs een album met foto's van de potentiële verdachten om voor te leggen tijdens verhoren van andere getuigen dan X1. De verificaties, sedert september '96 ondernomen met de hulp van X1, volstonden uiteraard niet meer.

Maar de in het vooruitzicht gestelde acties werden tenslotte einde december toch afgeblazen. In de loop van de laatste maand van '96 kwamen Bourlet en onderzoeksrechter Langlois inderdaad geleidelijk van bereidheid tot actie tot het besluit om die bij nader toezien maar liever te ondernemen in samenwerking met andere gerechtelijke arrondissementen.

De magistraten van Neufchâteau en hun korpschefs onderstreepten rond de jaarwisseling met nadruk dat de feiten, waarover X1 allerlei details verstrekte, zich in hoofdzaak in Vlaanderen of in Brussel hadden afgespeeld: Christine Van Hees (Brussel), Carine Dellaert en Véronique Dubrulle (Gent) en later ook Katrien De Cuyper (Antwerpen). Omdat al deze zaken - op een na - al onderwerp van onderzoek waren geweest, was Neufchâteau gewoon niet bevoegd om er alleen mee door te gaan. De samenhang met de zaak Dutroux was ook minder gematerialiseerd. De geplande huiszoekingen gingen dus niet door en nationaal magistraat Vandoren werd opnieuw onder de arm genomen om het terrein af te tasten in Gent en Antwerpen.

Het eerst van al kwam er schot in de zaak-Van Hees, op het justitiepaleis van Brussel. Het dossier was er al sedert 19 december '96 weer in handen van het parket (titularis: eerste substituut Paule Somers, ook vertrouwensmagistraat). Somers, al sedert de arrestatie van Dutroux officieel aanspreekpunt van Bourlet in Brussel, gaf in december en januari reeds een reeks speuropdrachten aan de BOB-antenne in Brussel. Daar begon men ook aan een grondige bewerking van het oude dossier Van Hees van onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen. En het verificatiewerk vorderde blijkbaar dermate goed dat het Brusselse parket via Somers op 27 januari '97 besloot om de vroegere titularis Van Espen opnieuw de leiding van het onderzoek in handen te geven.

Uit de verslagen van de vergaderingen kan worden opgemaakt dat zowel Somers als de BOB-speurders van de 'antenne' van Neufchâteau in Brussel ook voor die datum, in de loop van januari, de facto al goed samenwerkten in het dossier Van Hees, ook met Van Espen. Die bracht een bezoek aan de 'antenne' van de BOB en kreeg, nog voor hij opnieuw met het dossier b elast werd, alle processen-verbaal mee die inmiddels in het nieuwe onderzoek al waren opgesteld. Ook Bourlet maakte in januari '97 werk van de op handen zijnde samenwerking met de parketten in Brussel, Antwerpen en Gent. Hij gaf daarover begin januari '97 zelf tekst en uitleg op een coördinatievergadering in Brussel. De verhuizing van de nevendossiers met de X-getuigen vanuit Neufchâteau scheen dus goed op te schieten.

Einde '96 was immers ook bij het parket in Gent door procureur des konings Soenen en substituut Nicole De Rouck op basis van de getuigenverhoren van X-1 opnieuw een informatiedossier geopend inzake de moord op Carine Dellaert. In februari 1997 volgde tenslotte ook de samenwerking met Antwerpen in de zaak van de verdwijning van Katrien De Cuyper, via onderzoeksrechter Jordens en het Antwerpse parket en zijn speurders van BOB en GPP.

Dit ogenschijnlijk probleemloze begin van enige nationale samenwerking rond het getuigenis van X1 zag er dus in februari '97 nogal rooskleurig uit. Dat was maar schijn. Zodra de nationale coördinatie een definitieve vorm aannam, bleek ze een reus op lemen voeten.

Begin februari '97 hadden de speurders van de BOB-antenne in Brussel, die toen zowel voor onderzoeksrechter Langlois (dossier Dutroux) in Neufchâteau werkten als voor zijn collega Van Espen (dossier Van Hees) in Brussel, al een lijstje opgesteld van niet minder dan 47 acties die ze wilden ondernemen om - los van X1 - haar verklaringen na te trekken door huiszoekingen, verhoren en dergelijke. Het ging daarbij duidelijk alleen om personen in de onmiddellijke omgeving van X1 en b.v. duidelijk niet om de lange reeks VIP's die de anonieme getuige ook wel had genoemd. Door het geleidelijke ombuigen, vanaf december '96, van de onderzoeksstrategie van Neufchâteau naar samenwerking met de parketten en onderzoeksrechters in Brussel, Antwerpen en Gent waren er opnieuw kostbare maanden voorbij gegaan. In februari '97 hadden ze in totaal al vijf maanden opsporingen achter de rug en honderden pv's opgesteld zonder gebruik te kunnen maken van alle middelen waarover elke onderzoeksrechter in een strafonderzoek beschikt. Dat houdt natuurlijk beperkingen in bij een onderzoek om ofwel deuren definitief te sluiten ofwel elementen van bewijsvoering boven te halen.

In de loop van februari '97 waren er inmiddels niet alleen al goede contacten tot stand gekomen tussen de magistraten en speurders die in Brussel, Antwerpen en Gent werkten op basis van de verhoren van X1. Er waren echter ook heel wat problemen gerezen die noopten tot een meer gestructureerd overleg tussen al degenen die bij deze onderzoeken betrokken waren. Met dit doel was er, na overleg met het college van de vijf procureurs-generaal, besloten de twee nationale magistraten, Vandoren en Duinslaeger, te belasten met het organiseren van regelmatige 'nationale' coordinatievergaderingen voor al wie een leidende rol speelde in het onderzoek in de zaak X1.

Zo vergaderde op 22 februari '97 in de gebouwen van de BOB van Brussel, achter het parlement, voor de eerste keer de nationale-coördinatieploeg over de X-files. De eerste vergadering had 's ochtends, speciaal voor de leiders van de speurdersteams uit de 'antenne' van Neufchâteau, op de agenda de problemen staan die rijzen bij het werken met getuigen/slachtoffers zoals de X-en. Daarover werd bijvoorbeeld een uiteenzetting gegeven door psychiater prof. Igodt. Er was veel belangstelling voor deze in België nog vrij nieuwe problematiek. Na afloop zei procureur Dejemeppe van Brussel dat hij zou trachten kredieten te bekomen om daarover een speciale cursus te organiseren voor de betrokken speurders.

Tegen de middag was iedereen van de partij: de nationale magistraten, vier procureurs des konings, drie onderzoeksrechters, een aantal substituten, rijkswachtofficieren betrokken bij het dossier Dutroux, leiders van het speurwerk van BOB en GP, experten, in totaal zowat dertig personen. Er werd beslist dat zo'n coördinatievergadering voortaan minstens een keer per maand zou plaatshebben en dat er telkens een verslag zou worden goedgekeurd. De verantwoordelijkheid voor deze vergaderingen lag bij het parket-generaal in Luik, meer bepaald bij procureur-generaal Anne Thily.

Afspraken werden er ook gemaakt over de wijze waarop voortaan de verhoren van X-1 in Brussel ter beschikking zouden worden gesteld van de andere parketten. X1 werd bijvoorbeeld ook in Gent door de speurders verhoord ,in bijzijn van magistraten van het parket. De belangstelling in alle geledingen van de magistratuur, ook bij de hoogste parketverantwoordelijken, voor X1 was in de eerste helft van '97 nog bijzonder groot. Pas nadien zou dat veranderen.

De tweede coördinatievergadering volgde op 7 maart '97 onder voorziterschap van Anne Thily. Daar bracht onderzoeksrechter Van Espen verslag uit over de stand van het onderzoek in de zaak Van Hees. De Gentse procureur Soenen wees er op dat in de zaak Dellaert nog geen onderzoeksrechter was aangesteld omdat het parket eerst nog enkele verificaties wilde doen. Eén van de problemen die er besproken werden betrof het album met de foto's van de potentiële verdachten. Was het geen inbreuk op de privacy om al die personen, waaronder ook VIP's naast magistraten en rijkswachtofficieren, met hun foto in de procedure te brengen? De zaak kwam ook op latere vergaderingen nog aan bod maar men is er nooit uit geraakt.

De dagelijkse coördinatie voor de speurders in Gent en Antwerpen werd toevertrouwd aan de 'antenne' van de BOB in Brussel waar adjudant Patrick De Baets, naast anderen, en actieve rol speelde. Belangrijkste conclusie was echter dat Antwerpen en Gent de verdere evolutie zouden afwachten in het dossier Van Hees dat, naar algemene overtuiging, met getuige X1 het verst gevorderd was. Daarmee kreeg onderzoeksrechter Van Espen voor het volledige verloop der gebeurtenissen een sleutelrol toegebeeld. Heel wat andere netelige punten werden via Anne Thily doorgespeeld naar het college van de procureurs-generaal.

Dat gold niet alleen voor de vraag of X1 ook getuige kon blijven als zij ook haar betrokkenheid bij sommige misdrijven bekende. Eerder banale problemen slorpten ook regelmatig zowel de aandacht van de coördinatievergadering als die van het college der procureurs-generaal op. Bijvoorbeeld de blijkbaar erg delicate vraag wie er in deze zaak de pers te woord moest staan. Net als met het probleem met het beruchte foto-album met de potentiële verdachten kwam het college der PG's daarover nooit tot enig besluit. Op de coördinatiervergadering van 25 april 1997 werd bijvoorbeeld nog overlegd of men de vader van X1 en haar 'pooier' Tony al dan niet moest verhoren. Zoals bekend is dat pas een paar dagen geleden gebeurd.

In totaal was er vijf keer 'coördinatie': een keer in februari, twee keer in maart, een keer in april en in mei en de laatste keer op 22 mei '97. Een nieuwe coördinatievergadering werd door de nationale magistraten nog wel gepland voor einde juni maar die ging niet meer door.

Er was inmiddels in Brussel op korte tijd een totale kortsluiting ontstaan tussen de speurders van de antenne, hun rijkswachthiërarchie en ook onderzoeksrechter Van Espen. De coördinatievergaderingen hebben dat Brussels conflict niet overleefd. De kritiek van Van Espen op de speurders escaleerde vanaf juni '97 in enkele weken tijd tot een hoogoplopend en onoplosbaar conflict met een groot deel van de BOB-antenne van Neufchâteau in Brussel. Er ontstond een totale vertrouwensbreuk waarbij de Brusselse rijkswachthiërarchie merkwaardig genoeg aan de kant van Van Espen ging staan.

Die formuleerde in brieven aan de rijkswachtchefs van de 'antenne' zeer zware beschuldigingen aan het adres van die speurders die al sedert september '96 instonden voor de verhoren van X1. Het is niet duidelijk waarom die kritiek op de betrokken speurders vanwege de verantwoordelijke magistraten van september '96 tot april '97 uitbleef en daarna in enkele weken tijd heel het X-onderzoek en zelfs de coördinatie tussen Brussel, Neufchâteau, Antwerpen en Gent ineen deed storten.

De procureurs-generaal, noch de nationale magistraten slaagden er blijkbaar in om de fatale brand nog te blussen. Iedereen deed er sedertdien officieel het zwijgen toe. De ganse problematiek kwam maar in januari '98 na grote media-belangstelling voor X1 opnieuw in beweging. Toen werd Van Espen in het dossier Van Hees plots vervangen door zijn Brusselse collega Vandermeersch en enkele dagen later herrees even plots de nationale coördinatievergadering, die sedert mei vorig jaar niet meer in die vorm had plaatsgehad, uit haar as annex persconferentie. Begrijpe wie begrijpen kan.

Walter De Bock

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234