Maandag 26/09/2022
Natalia wilde enkel op de foto met bedekt gezicht. Ze is bang voor Russische repercussies.

ReportageZaporizja

Natalia overleefde de bom op het theater in Marioepol: ‘Mijn dochter heeft me naar buiten gesleept’

Natalia wilde enkel op de foto met bedekt gezicht. Ze is bang voor Russische repercussies.Beeld ANDRE LIOHN

Op 16 maart viel een bom op het dramatheater in Marioepol. Meer dan duizend mensen hielden zich daar schuil. Volgens het stadsbestuur kwamen zeker driehonderd van hen om. Natalia overleefde het en slaagde erin Zaporizja te bereiken, waar ze De Morgen-reporter Joanie de Rijke haar verhaal doet.

Joanie De Rijke

Natalia zat al elf dagen verscholen in het theater van Marioepol toen de bom viel. We ontmoeten haar een week later in een ziekenhuis in Zaporizja, op 200 kilometer van de zwaar getroffen kuststad. Haar kaak is gebroken, net als haar ribben, rechterarm en rechterheup. Ook is haar lichaam doorboord met scherven. Ze heeft veel pijn maar ze vindt het belangrijk dat haar verhaal naar buiten wordt gebracht, zegt ze vanaf haar ziekenhuisbed.

Het ziekenhuis wil om veiligheidsredenen niet met naam vermeld worden. Natalia wil alleen haar voornaam geven. We mogen haar fotograferen op voorwaarde dat ze haar gezicht bedekt met een deken. De angst voor Russische repercussies is groot.

“Op 24 februari kwamen we zonder gas en elektriciteit te zitten. Er was ook geen telefoonverbinding meer, we konden nog wel naar de radio luisteren die op batterijen draaide. Op 5 maart hoorden we dat er een humanitaire corridor uit de stad was opgezet. Er waren drie plaatsen waar we opgepikt konden worden voor de evacuatie. Het theater was een van die plaatsen en bevond zich niet ver van mijn huis, dus gingen we daarnaartoe: ik, mijn moeder van 86, mijn dochter (30) en haar vriend (28).”

Toen ze daar eenmaal aangekomen waren, zei een politieagent dat de corridor nog niet geopend was en dat ze zich best in het theater verschuilden om verder af te wachten.

“De stad werd constant beschoten en gebombardeerd, het was bijna onmogelijk om de straat op te gaan. Het was inderdaad veiliger om in het theater te blijven dan een paar straten verder naar huis te gaan.” Elf dagen zat Natalia in het gebouw, met minstens duizend anderen. Zelf spreekt ze van “zeker 1.500 mensen”.

“Er waren heel veel kinderen. De jongste was een baby van nog geen maand oud. We hielden het kindje op temperatuur met flessen warm water, dat we buiten op een vuurtje kookten. In het gebouw zelf was geen water meer, we haalden het van de fontein buiten en we gebruikten het gesmolten water van de ijsbaan, ook vlakbij. Daar wasten we ons mee in de toiletten. Vrijwilligers van de watermaatschappij brachten ons soms drinkwater, dat verdeelden we dan zo goed mogelijk. De kinderen en ouderen kregen als eersten water, dan volgden de vrouwen. De mannen kwamen het laatst aan de beurt, dat wilden ze zelf.

“Sommigen durfden naar buiten te gaan om snel een vuurtje te maken waarop we wat eten konden bereiden dat de werknemers van het theater voor ons haalden, ergens in de buurt. We mochten het podium openbreken, om vuur te maken. Ook de houten stoelen in de zaal stookten we op, alles wat we konden vinden.

“De medicatie die we bij ons hadden, brachten we samen op één punt. Daar maakten we een soort apotheek van: iedereen die medicijnen nodig had, kon die daar komen halen. Niet dat er veel voorhanden was, maar het was beter dan niets.”

Er was veel solidariteit, vertelt Natalia met tranen in de ogen. “Hoe erg de omstandigheden ook waren, we zorgden voor elkaar. De wanhoop was enorm, maar we zaten er samen in en konden alleen overleven door elkaar te helpen. Er was geen ruimte om te liggen, we sliepen zittend. Omdat het erg koud was, kropen we dicht tegen elkaar aan. Dekens waren er niet.”

De bom

Op 16 maart viel de bom. Volgens experts die de explosie voor de BBC analyseerden, ging het om één bom; een lasergestuurde KAB-500L van ruim 500 kilo. De bom ontplofte meteen bij de inslag, hij drong niet door in het gebouw en de schuilkelders. Het aantal overlevenden is voor een groot deel te danken aan de schuilkelders die standhielden. Natalia en haar familie hadden het geluk dat ze op een plek zaten die minder beschadigd raakte.

“Het was overdag, ik weet nog dat de vriend van mijn dochter zei dat hij de drukte in de schuilkelder beu was en dat hij boven in het gebouw wilde zitten om rustig een boek te kunnen lezen. We gingen met hem mee, de schuilkelder zat altijd overvol. Ik ging naast mijn schoonzoon zitten terwijl hij zijn boek las toen er een enorme explosie klonk. Daarna weet ik niets meer.

“Mijn dochter heeft me naar buiten gesleept. Omdat we ons niet in de schuilkelder bevonden, konden we ontkomen voordat de reddingswerkers ter plaatse waren. Ik herinner me nog vaag dat ik heel veel lichamen zag. Ik denk dat ze allemaal dood waren, maar ik kan het me niet goed voor de geest halen. Mijn dochter slaagde erin ook mijn moeder naar buiten te brengen. Haar vriend was nergens te vinden. We weten nog altijd niets over hem, we zoeken hem via Facebook en andere sociale media maar we hebben nog geen reactie. Het enige dat we kunnen doen, is hopen en bidden dat iemand hem gevonden heeft en dat hij nog leeft.”

Een satellietfoto toont hoe de bom het grootste deel van het theater in Marioepol totaal verwoestte. Beeld AFP
Een satellietfoto toont hoe de bom het grootste deel van het theater in Marioepol totaal verwoestte.Beeld AFP

Natalia lag op straat tot ze door een auto werd opgepikt en naar het ziekenhuis werd gebracht. Daar kon ze niet geholpen worden omdat er geen water, licht en verwarming was. Toen een groep Russische militairen arriveerde met een gewonde collega, vroeg Natalia’s dochter of ze haar moeder en oma alsjeblieft mee konden nemen naar een ander ziekenhuis. De Russen brachten de drie vrouwen naar een vrachtwagen, samen met hun gewonde collega. De familie mocht vertrekken, maar Natalia’s dochter moest ervoor zorgen dat ze de gewonde soldaat levend zou afleveren, anders zouden de militairen haar moeder – Natalia dus – doodschieten. Zover kwam het gelukkig niet, iedereen arriveerde levend in het andere ziekenhuis.

“In het ‘tweede regionale ziekenhuis’ zoals het heet, waren de omstandigheden ook erbarmelijk. Er was niet meer dan 15 milliliter (een eetlepel, JDR) water per patiënt. Mijn arm werd in het gips gelegd maar verder konden ze niets voor me doen, zeiden ze dokters. We moesten zorgen dat we naar een hospitaal buiten Marioepol konden worden gebracht.”

Gered in een minibus

Dat lukte: een vrijwilliger die op eigen houtje naar Marioepol was gereden om mensen te evacueren, nam de drie vrouwen mee in zijn minibus samen met zeven andere bewoners en slaagde erin hen naar de nabijgelegen stad Berdjansk te brengen. “Om weg te geraken, moesten we heel wat checkpoints passeren die bemand waren door de Russen. Ik lag gewond in de auto, ze stonden om ons heen en vroegen wat er aan de hand was. Blijkbaar zag ik er zo erg uit dat ze wilden weten wat er nu eigenlijk gebeurd was. Ze bedekten hun gezicht, ik kon hen niet zien. Ze doorzochten de auto en onze spullen, maar lieten ons dan toch passeren.”

Vanuit Berdjansk kwam Natalia uiteindelijk in Zaporizja terecht, via een vrijwilliger die haar en haar dochter ophaalde.

“Mijn dochter is bij me, mijn 86-jarige moeder is nog steeds in Berdjansk. Ze is oud en was zo moe, ze kon het niet aan om tot hier gebracht te worden. Maar het gaat redelijk goed met haar.”

Vluchtelingen uit Marioepol komen op adem bij een hulppunt aan een supermarkt aan de rand van Zaporizja. Beeld ANDRE LIOHN
Vluchtelingen uit Marioepol komen op adem bij een hulppunt aan een supermarkt aan de rand van Zaporizja.Beeld ANDRE LIOHN

Natalia moet nog weken in het ziekenhuis blijven. Wat daarna komt, weet ze niet, klinkt het vermoeid. “Ik denk niet vooruit, ik leef van dag tot dag. Mijn dochter en moeder leven nog, ik ben er nog, dat is momenteel het enige dat telt. Ik probeer rustig te blijven maar de beelden blijven komen, de geluiden ook. Dag en nacht gingen de bombardementen door, we waren doodsbang om naar buiten te gaan. Ik zal de mensen met wie ik samen in het theater zat nooit vergeten. Ik durf er niet aan te denken hoeveel van hen dood zijn. Honderden, vermoed ik.”

Geen vergissing

De Russen ontkennen dat ze het theater gebombardeerd hebben. Volgens experts van de Britse denktank McKenzie Intelligence Services lijkt het erop dat het theater wel degelijk een doelwit was en dat het niet om een vergissing ging. De lokale autoriteiten vermoeden dat er mogelijk 1.300 mensen verbleven. De volgende dag werden er 130 slachtoffers levend vanonder het puin gehaald, zeggen ze. Vrijdag maakten ze bekend dat er zeker driehonderd doden gevallen zijn bij het bombardement.

Marioepol wordt nog altijd gebombardeerd. Vrijwilligers en familieleden van bewoners gaan momenteel in konvooien van eigen wagens naar de stad om mensen op te halen, vertellen ze ons na ons gesprek met Natalia. Ze doen dat op goed geluk en weten niet of ze levend terugkomen.

“Maar wat zou je zelf doen als je dochter er nog zit?” zegt Serhiy Mykolaivha. De man is een van de paar honderd mensen die in een groep van zo’n vijftig privéwagens naar Marioepol hopen te gaan. Iedereen die de stad in wil, moet vooraf geregistreerd worden.

“Ik weet niets van mijn dochter. Misschien leeft ze nog, misschien is ze dood. Met die onzekerheid kan ik niet leven. Daarom ga ik erheen, net als de anderen hier. We weten niet wat ons te wachten staat, we weten niet wie we aan de checkpoints zullen tegenkomen en of ze ons doorlaten. We weten niet of we beschoten zullen worden of of er mijnen op de wegen liggen. Maar we wagen het erop. Het gaat om onze dierbaren. We kunnen hen niet aan hun lot overlaten in die hel.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234