Maandag 27/01/2020

Napoleon, een springlevende dode

Francofiel Bart Van Loo schrijft het zoveelste Napoleon-boek, maar doet dat op zijn eigen onnavolgbare manier. Hij is de geschikte gids om drie decennia bloedige Franse en Europese geschiedenis kernachtig te beschrijven.

Op 18 juni 1815 verloor Napoleon Bonaparte de Slag bij Waterloo. De Waals-Brabantse gemeente is alvast met alle middelen uitgerukt om de tweehonderdste verjaardag van die veldslag groots te herdenken: nieuwe wegen worden aangelegd, de aftandse musea krijgen een opknapbeurt en bovenop de heuvel die uitkijkt over het slagveld poetsen ijverige handen met een stofdoek de bronzen leeuw op.

Ook het schrijversgild is uitgereden. Een van die pennenridders is Bart Van Loo. De Vlaming met het Franse hart kan uiteraard niet voorbij aan een veldslag die het einde betekende van Napoleon, een van de meest bejubelde en tegelijk meest gehate figuren uit de wereldgeschiedenis. Ook een van de meest intrigerende. Wie Waterloo bezoekt, krijgt de indruk dat de Franse keizer als overwinnaar uit het strijdperk is getreden. Waar zijn de stapels boeken over de hertog van Wellington, de werkelijke winnaar? Wie heeft het nog over de Pruisische generaal Gebhard von Blücher die de Franse troepen de genadeslag had toegebracht? Enkel Napoleon heeft de tand des tijds doorstaan. Bijna twee eeuwen na zijn dood op het gevangeniseiland Sint-Helena slaagt hij er nog altijd in de wereld in twee kampen te verdelen. Was hij revolutionair of reactionair? Vrijheidsstrijder of despoot? Laffe deserteur of bezorgde vader van zijn Grande Armée? Geniaal strateeg of ordinaire gelukzak? "Wie zou ooit Napoleon kunnen verklaren, beschrijven of begrijpen?" Aldus Honoré de Balzac. Niet voor niets citeert Van Loo de grote Franse romancier al in zijn proloog.

Van Loo is de geschikte gids om met Napoleon, het ambitieuze officiertje uit Corsica, door drie decennia bloedige Franse en Europese historie te galopperen. Van Loo schrijft zoals hij spreekt: gretig, vaardig, nu en dan lyrisch en met zin voor theatraliteit. Een stijl die perfect aansluit bij gebeurtenissen die tot mythes zouden uitgroeien. Hij houdt ook vast aan de traditie van Franse biografen zoals André Maurois en Henri Troyat. Schrijvers die er niet voor terugdeinsden om de historische feiten met persoonlijke reflecties en gevoelens op te smukken. Zo kruipt Van Loo vlot in de huid van Napoleon wanneer die tijdens de oversteek met zijn leger van de Sint-Bernhardpas van zijn ezel tuimelt en bijna in een ravijn stort.

Niet met de Franse slag

Gelukkig houdt Van Loo zich ver van schrijven met de Franse slag. Woordenkramerij is niet aan hem besteed, hij verstaat de kunst om ingewikkelde zaken kernachtig weer te geven. Wanneer de Staten-Generaal in 1789 door koning Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar worden samengeroepen, stoort de eerste stand (de adel) en de tweede stand (de geestelijkheid) zich mateloos aan de pretenties van de derde stand, de 'nieuwe' burgerij. "Een zwerm kraaien die een pauwenstoet verstoort", aldus Van Loo. Ook de elliptische zin is voor hem een handig hulpmiddel om een lang verhaal tot zijn essentie terug te brengen.

Discussiëren met de Franse slag past echter wonderwel bij het karakter van de Franse Revolutie. Toen die in de Terreur uitmondde, zweepten Marat, Danton en Robespierre (en met hen vele anderen) hun aanhangers op met toespraken die bol stonden van bloeddorst. Maar waren die kopstukken 'eerder lafaards die bewijzen hoe dodelijk woorden kunnen zijn?' Het antwoord van Van Loo is een volmondig ja. In de jaren na 1789 is inderdaad nooit zo veel speeksel uit monden gevlogen. Maar speeksel met het effect van kanonskogels. Holle retoriek met de dodelijkheid van het mes van de guillotine.

Het is Van Loo er niet om te doen om Napoleon opnieuw uit te vinden. Dat hebben duizenden voor hem al gedaan. Wat hij wél doet: zijn onderwerp in de Franse Revolutie verankeren en een diagnose stellen van de groeipijnen van de republiek. De schaduw van de revolutie is daarom terecht de ondertitel van zijn boek. Pas als Napoleon zichzelf in 1804 tot keizer kroont, versnelt Van Loo zijn pas. Jammer dat zijn paard dan te vroeg de stal ruikt, zodat de laatste hoofdstukken te overhaast door het decor draven.

Van Loo richt geen standbeeld op voor Napoleon: de man was een sentimentele dwaas in bed en een machtswellustige manipulator op de troon. En net als Hitler en Stalin offerde hij zijn soldaten nietsontziend als kanonnenvlees op. Zijn veroveringen waren bovendien eerder rooftochten dan bevrijdingsoorlogen. Hoe komt het dan dat hij voor velen de ultieme glorie van Frankrijk vertegenwoordigt? "History will be kind to me for I intend to write it", zei Winston Churchill. Woorden die evengoed van de lippen van Napoleon hadden kunnen rollen. In tegenstelling tot andere massamoordenaars heeft Napoleon wel een waardevolle erfenis nagelaten. Zo heeft zijn burgerlijk wetboek (de Code Napoléon) meer gedaan voor Europa dan alle lofredes over vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid samen.

"Zouden (de) inspirerende kracht (van Napoleon) maar ook zijn jammerlijke ontsporing ons iets kunnen leren over de condition humaine, het menselijke tekort?" vraagt Van Loo zich af. De vraag stellen is haar beantwoorden.

Bart Van Loo, Napoleon. De schaduw van de revolutie, De Bezige Bij Antwerpen, 492 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234