Maandag 26/10/2020

Nand Buyl Acteur en regisseur viert tachtigste verjaardag

Nand Buyl speelde tot nu toe ongeveer vijftienhonderd rollen

Brussel

Van onze medewerker

Tom Rummens

Tachtig jaar worden en een feest voor je georganiseerd zien waarvoor niet alleen een paar honderd mensen uit de Vlaamse theater- en televisiewereld en een legertje cameraploegen maar ook cultuurminister Paul Van Grembergen en Vlaams minister-president Patrick Dewael uitrukken... Je moet al heel bekend zijn als Vlaams theater- en televisiefiguur om zoveel formele aandacht op je te vestigen. Rasacteur Nand Buyl werd deze maand tachtig en dat zullen we geweten hebben.

Buyls staat van dienst mag er dan ook wezen. Een slordige vijftienhonderd rollen heeft hij in al die jaren gespeeld. Een theateropleiding heeft hij nooit genoten; hij heeft vooral goed gekeken naar wat de anderen deden. Toen hij zes jaar was, zong hij al in het kinderkoor van de Antwerpse Opera. Hij kreeg er vijf frank per avond voor, wat een van de redenen was voor zijn weinig gegoede ouders om Buyl in zijn bezigheden aan te moedigen.

Als kind speelde hij in dertien films, waaronder De Witte in een regie van Jan Vanderheyden, waar hij in 1934, op elfjarige leeftijd, naast Jef Bruyninckx de rol van Tuurken voor zijn rekening nam. Toen hij achttien werd, kwam hij terecht in de KVS, waarbij hij een zestigtal jaren actief bleef en in 1972 ook als directeur aan de slag ging. Bij het grote publiek is Buyl misschien nog het bekendst van de televisieserie Schipper naast Mathilde, die hij regisseerde en waarin hij zelf speelde. En waar Buyl zijn vrouw, de actrice Chris Lomme, leerde kennen.

De serie begon in 1955, amper twee jaar nadat Vlaanderen kennismaakte met het televisiemedium. Meestal werd Schipper naast Mathilde live uitgezonden, na een enkele repetitie. Het hoge productieritme was ook in het theater dagelijkse kost. In zijn beginjaren bij de KVS speelde Buyl tot zesentwintig verschillende producties per seizoen, van komedies tot klassiekers. Om de week werd in de KVS een nieuwe productie opgevoerd, na amper negen repetities. Zonder souffleur ging niemand de planken op, laat staan dat er zwaar gefilosofeerd of nagedacht werd over de manier waarop een klassieker geënsceneerd zou worden. Een decorontwerper had men ook al niet. Buyl in een interview in het theaterblad Etcetera: "We hadden twaalf projectoren van 500 Watt, en het voetlicht natuurlijk. Er waren niet veel mogelijkheden tot veranderen, ook niet in het decor. We hadden een Louis-XV-decor, een bos, een Vlaamse boerderij en enkele doeken die in een ongelooflijk perspectief geschilderd waren. Daar moest alles in gespeeld worden, van Shakespeare tot Feydeau."

Het weerhield de acteurs, en Buyl in de eerste plaats, er niet van zich te pletter te amuseren op de scène. "Een acteur die ons een beetje de keel uithing, kon het wel erg te verduren krijgen", vertelde Buyl ooit in een interview met het weekblad Humo. "Zo hebben we wel eens iemands loge volledig leeggehaald: toen hij een half uur voor de voorstelling binnenkwam, moest hij vaststellen dat z'n tafel en z'n kasten verdwenen waren. Kale muren. Op het toneel gingen we nog een tijdje door: punaises op de stoelen, roet aan alle voorwerpen die hij moest aanraken, kortom: de klassiekers." Of wat dacht u van deze, verteld door Chris Lomme: "In een bepaald stuk moest Nand een krant zitten lezen en ondertussen een sigaar roken en frankfurters eten. Ik hoef je niet te vertellen dat je die sigaar wel eens door die krant zag branden, of dat Nand, als hij de krant even neerlegde, een frankfurter in plaats van een sigaar in z'n mond had."

Zijn periode als directeur van de KVS begon vanuit een gevoel van vermoeidheid als acteur, en eindigde na een twintigtal jaren in mineur. Aanhoudende financiële problemen bij het stadsgezelschap zorgden, samen met de steeds slechter wordende publiekscijfers, voor een aanzwellende schuldenberg. Ook Buyls nogal behoudsgezinde aanpak in de schouwburg lokte steeds feller wordende kritiek uit, mede omdat de theatervernieuwingsbeweging in Vlaanderen intussen volop aan de gang was. Buyls plaats werd in 1993 ingenomen door Franz Marijnen.

Buyl verliet dan wel de KVS, het Vlaamse theater was nog lang niet van hem af. Na zijn directeurschap ging hij als freelance acteur aan de slag en speelde hij onder meer bij regisseurs als Lucas Vandervost (Pelleas en Melisande, 1994) en Guy Cassiers (Hersenschimmen, 1997), en bij gezelschappen als Het Toneelhuis. In 1999 belandde hij zelfs in het rijtje van theatermakers als Guy Cassiers, Peter De Graef en Jan Lauwers, toen hij van de Vlaamse theatercritici de Thersites kreeg, om "de mooie hardnekkigheid en koppigheid waarmee hij door alles heen gegaan is". Op dit moment staat Buyl nog altijd op de planken, bij het Raamtheater, in de productie Visiting Mr. Green, een tekst van Jeff Baron.

Een uitgebreid interview van Betty Mellaerts met Nand Buyl vindt u zaterdag in Zeno.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234