Donderdag 13/05/2021

Namens alle Nederlanders, Máxima incluis: bedankt

'Heer, heb meelij met de Belgen", zong de Nederlandse cabaretier Freek de Jonge ooit, zelden sloeg iemand de plank zo droevig mis. Meelij met de Belgen? Wee onszelf! Dank aan de Belgen en dan vooral aan de Vlamingen onder hen. Dank ook aan de Alexander Farnese, hertog van Parma, die op 17 augustus 1585 zegevierend Antwerpen binnentrok. Waardoor tienduizenden protestantse Vlamingen zich genoodzaakt zagen de wijk te nemen naar het noorden. Ze namen hun geld mee, hun taal, hun vakkennis, beschaving en wetenschappelijke inzichten, en maakten van wat later Nederland zou gaan heten een ander land.

In april 2010 begonnen wij in de Volkskrant een zoektocht naar de identiteit van de Nederlander. Die identiteit was al een tijdje onderdeel van een verhit debat, aangejaagd door plannen voor de oprichting van een Nationaal Historisch Museum en vooral door de toespraak die prinses Máxima in 2007 had gehouden bij de presentatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Identificatie met Nederland, heette dat rapport. Máxima, kosmopoliet van Baskische afkomst met wortels in Buenos Aires en New York, vertelde dat zeven jaar eerder haar zoektocht naar de Nederlandse identiteit was begonnen. Een "prachtige, rijke ervaring", zei de prinses diplomatiek. "Nederland is: grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen goed naar binnen kan kijken. Maar ook hechten aan privacy en gezelligheid. Nederland is één koekje bij de koffie, maar ook enorme gastvrijheid en warmte (...) Nederland is dus veel te veelzijdig om in één cliché te vatten. Dé Nederlander bestaat niet."

Meteen na haar toespraak kreeg Máxima de wind van voren van het deel van Nederland dat van mening was dat dé Nederlander wel degelijk bestond. Politicus en populist Geert Wilders deed Máxima's uitspraak af als "cultureel correcte prietpraat". Hij kreeg bijval van Liesbeth Wytzes van het rechtse weekblad Elsevier, die de toespraak van Máxima omschreef als "een verbazend dom betoog": "Dat had ik nou helemaal niet verwacht van onze charmante aanstaande koningin. Ik dacht vooral: tais-toi et sois belle!"

Gelukkig volgde Máxima dat denigrerende advies niet op en liet ze een week later opnieuw van zich horen, nu in vrouwenweekblad Margriet: "In Nederland was er nog niet zo lang geleden een systeem van verzuiling. Binnen hun eigen zuil waren de mensen sterk verbonden. Maar tussen de zuilen waren er flinke verschillen, dus één cultuur had Nederland toen ook niet."

Met haar uitspraken bewees Máxima dat ze juist heel erg goed begreep hoe het zat, met Nederland en de Nederlander. Met het smeden van zoiets als een eenheid werd pas begonnen in 1815, toen Nederland en België werden verenigd in een koninkrijk onder Willem I. Pogingen om een wij-gevoel te creëren werden snel doorkruist, eerst door de afsplitsing van België en meteen daarna door de verzuiling die het land in tientallen sub-identiteitjes verdeelde: protestantse vakbonden bij protestantse politieke partijen en protestantste kranten, katholieken net zo, en liberalen van de weeromstuit dan ook maar.

De taal om met je paard te praten

De Nederlanden, tja. Van Karel V is de uitspraak dat hij zich van het Latijn bediende als hij tot God sprak, van het Italiaans als hij zich tot vrouwen richtte en van het Frans als hij het tegen mannen had. Het Nederlands bewaarde hij voor de communicatie met zijn paard. Dus dan moet je van ver komen, bij het aanmeten van een identiteit.

De Nederlandse identiteit! Wij dachten dat we die misschien konden benaderen aan de hand van 'typisch Nederlandse' zaken. Uit die puzzelstukjes, dachten wij, moest toch wel iets van een vermoeden van een beeld van een soort identiteit zijn te destilleren - de ervaringen van Máxima noopten ons tot grote omzichtigheid.

Dus hup! Klompen, molens en tulpen. Maar de tulp komt uit het oosten. Het vermaarde lied 'Tulpen uit Amsterdam' is geschreven door een Duitser. De molen dan? Welnee. Die heb je overal. De klomp? Drie miljoen worden er jaarlijks in Nederland geproduceerd, vooral voor toeristen die ze meenemen als souvenir. Geen Nederlander die er nog op loopt, hooguit een enkele bejaarde boer in de Gelderse Achterhoek.

Onze Hans Brinker, het jongetje dat zo dapper zijn vinger in de dijk stak, is bedacht door de Amerikaanse schrijfster Mary Mapes Dodge. Onze pindakaas is uitgevonden in Amerika en onze kaasschaaf komt uit Noorwegen. De kroket heb je bijna overal - Nederlands is louter de gewoonte om hem 'uit de muur' te eten, in een automatiek, en daarbij lelijk je tong te verbranden onder het slaken van oud-Hollandse verwensingen.

Dat was onze eerste belangrijke desillusie.

De tweede belangrijke ontdekking: wij zijn een door Vlamingen gevormde natie. Het is de Vlaming die Nederland heeft gebouwd, gevormd, verfraaid en vervolmaakt. Je kunt in de Encyclopedie der Nederlanden bijna geen pagina openslaan of daar heb je er weer een.

De lemma's in de Encyclopedie - het is een encyclopedie d'amour, want wij vinden Nederland best een leuk land - zijn verfraaid met tegeltjes. Vaak in delfts blauw. Want dat, zo wisten wij toch wel zeker, was iets ongelooflijk Nederlands. Niet dus. Onder de 150.000 Vlamingen die tussen 1585 en 1630 naar Nederland trokken, bevonden zich ook 'platteelbakkers'. Zij waren het die in Middelburg, Haarlem en Amsterdam - en later in Delft dus - de kunst van het porseleinbakken introduceerden.

In 1585 was Amsterdam een stadje met 35.000 inwoners. Antwerpen was de grootste stad van de Lage Landen, met honderdduizend burgers. In 1650 was Amsterdam het handelscentrum van de wereld geworden, met 200 duizend inwoners, een aantal dat alleen werd geëvenaard door Londen, Parijs en Napels. Die enorme sprong voorwaarts was voor een belangrijk deel te danken aan Vlamingen: die brachten het kapitaal en de kennis in waarmee Amsterdam kon uitgroeien tot wereldstad en Nederland zijn Gouden Eeuw beleefde.

Een van de zeer invloedrijke Vlamingen was Pieter Platevoet uit Dranouter, beter bekend als Plancius, dominee, geograaf, astronoom en cartograaf. En, ook niet onbelangrijk, een van de financiers van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de eerste multinational ter wereld die de Republiek tot het rijkste gebied ter wereld maakte. En die haar het kapitaal verschafte waarmee de Spanjaarden konden worden verslagen en de zelfstandigheid werd verzekerd.

Met geld, kaarten en de sterrenkundige kennis van Plancius voeren de Hollandse kapiteins naar de Oost, om daar de locals van hun nootmuskaat en andere specerijen te ontdoen.

De Amsterdamse Grachtengordel is nog altijd het fraaie bewijs van de Vlaamse invloed op Amsterdam. Voor de val van Antwerpen was er de Amstel, de Dam en de Herengracht. Maar de Keizersgracht en de nog altijd deftige Prinsengracht werden pas gegraven na de intocht van duizenden gevluchte Antwerpenaren die ook in hun nieuwe omgeving graag op stand wilden wonen.

Nog voor de vrede met de Spanjaarden werd getekend, in 1648, vlogen in de Republiek remonstranten en contra-remonstranten elkaar naar de keel over een geloofskwestie: daar zijn wij altijd goed in geweest - en gebleven.

Wij? De leider van de remonstranten was de theoloog Arminius, afkomstig uit het Zuid-Hollandse Oudewater. Maar de contra-remonstranten werden aangevoerd door Francois Gomaer uit Brugge, die zichzelf Gomarus noemde. Het scheelde niet veel of de kwestie was uitgelopen op een burgeroorlog - als het op geloofskwesties aankomt zijn wij hardnekkig. Uiteindelijk wonnen de contra-remonstranten het pleit. Het Nederlandse calvinisme wordt er tot op de dag van vandaag door beïnvloed - Gomarus rust tevreden in de Martinikerk in Groningen.

Gaarne vs. graag

Dat de Republiek in de 17de eeuw kon uitgroeien tot het mondiale centrum van de boekdrukkunst kwam mede door Christoffel Plantijn, Antwerpenaar van Franse komaf en in Leiden drukker van de Staten-Generaal. En Lodewijk Elsevier uit Leuven, wiens naam voortleeft in het grootste Nederlandse opinieweekblad.

Zonder de Vlaamse invloed zou het Nederland van de 21ste eeuw een ander land zijn geweest met een totaal andere geschiedenis. Met een andere taal ook. In het moderne Nederlands bestaan nog veel 'zuidelijke woorden', die algemeen als enigszins 'deftig' worden gezien: 'gaarne' versus 'graag', 'schoon' tegenover 'mooi', 'tevens' naast 'ook', 'echter' in plaats van 'maar'. De eerste woorden zijn meegekomen uit Vlaanderen - van Vlamingen ging ook een beschavende invloed uit op de door de rest van Europa als lomp en bot beschouwde Hollanders.

De klanken van het carillon, zo kenmerkend voor de Hollandse steden en stadjes: afkomstig uit Oudenaarde. De revival van de beiaard in de Lage Landen, begin van de 20ste eeuw, danken we ook aan een Vlaming: Jef Denyn, beiaardier van Mechelen.

Het draaiorgel op de straten van steden en dorpen - kan het Hollandser? Niet dus. In 1875 verhuisde Leon Warnies van Antwerpen naar Amsterdam. Hij geldt als de grondlegger van de rijke Nederlandse draaiorgelcultuur. Die wordt door zijn nazaten, de in de Amsterdamse Jordaan woonachtige orgelfamilie Perlee, tot op de dag van vandaag levend gehouden.

Wat we geheel op eigen kracht tot stand hebben gebracht, zijn zaken als de deeltijdvrouw (bij ons werkt tweederde van de vrouwen tussen de 15 en 65 jaar; driekwart van hen heeft een parttime baan), de vergaderziekte (de Nederlandse werknemer vergadert gemiddeld 3,5 uur per week), de Hema en de Hema-worst en de hinderlijke gewoonte mensen die we vaker dan twee keer hebben gezien, te begroeten met drie ferme kussen op de wang.

Veel van het mooie dat ons Nederlanders met trots vervult, komt uit Vlaanderen.

Mede namens onze landgenoten en prinses Máxima in het bijzonder: bedankt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234