Donderdag 02/04/2020

Nafi, Wim en het gebrek aan visie in de atletiek

In De Morgen haalt topsportcoach Wim Vandeven nogal fel uit naar het gebrek aan visie en daadkracht in de atletiek, waardoor de successen van de Belgische atleten onvoldoende verzilverd worden (Wie verzilvert het goud van Nafi, DM 8/8). Dat hij daarbij de verschillende atletiekfederaties onder schot neemt, is een logische zaak; het amateurisme dat daar heerst, is nu eenmaal niet uit te wissen. Maar dat hij daarbij ook alle vrijwilligers uit het veld meteen onderuit schoffelt, is goedkoop. De atleten die nu aan de top staan vóór ze naar de toptrainers doorschoven, zijn ooit begonnen bij begeleiders van wie Vandeven stelt dat ze doorgaans "jonge atleetjes de nek omwringen".

Zijn roep naar meer fulltimetrainers kan gerechtvaardigd klinken, maar het zou me benieuwen of er met een uitbreiding van het aantal fulltimetrainers ook een unanieme visie en meer daadkracht zouden ontstaan. Het ego en de eigen visie van de ene toptrainer botst ongetwijfeld met die van alle anderen, zodat we uiteindelijk in hetzelfde verhaal belanden als bij de federaties. Het mag dan van amateuristisch naar professioneel gekrakeel verschoven zijn, ook deze tegenstellingen zullen ons geen stap verder brengen naar een topsportbeleid dat alle talent naar boven weet te halen.

Daar is meer voor nodig, en dat weet Vandeven ook. Het is makkelijk schieten op de federaties, maar zij zijn afhankelijk van een sportbeleid dat boven hun hoofden wordt gevoerd en de (beperkte) financiële middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld. Het Nederlandse voorbeeld stellen van Papendal, zoals Vandeven doet, lijkt behoorlijk utopisch in een land waar de verschillende gemeenschappen en gewesten (en dus hun politieke verantwoordelijken) er wellicht nooit in zullen slagen om een dergelijk nationaal trainingscentrum uit te bouwen.

Maar als we toch mogen dromen, dan is het aan de nationale federaties en aan het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) - voor zover die enige interesse hebben - om te streven naar een dergelijk nationaal multisportcentrum met alle beschikbare accommodaties én knowhow die in ons land (en eventueel daarbuiten) voorhanden is. Dan pas zal men kunnen spreken van een topsportbeleid. Nu is het er eentje van versnippering, waar iedereen zijn ding doet. Heeft Vandeven als 'Olympic Coach Program Driver' geen ruime contacten in al deze organen om daar een zetje aan te geven?

Topsportscholen en hier en daar wat speciale statuten zijn pleisters op een open wonde, die niet opwegen tegen een centraal gestuurd topsportbeleid waar alle toptalenten zouden terechtkunnen. Vraag blijft dan of die - door hem zo geroemde - fulltimetrainers in een dergelijke structuur hun ding zouden willen doen? Ook nu leven ze allemaal op hun eigen eilandje, met als enige doel om zowel financieel als organisatorisch het meeste van de budgetten voor zichzelf, hun atleten en hun entourage te kunnen binnenhalen. En dat is niet meteen onbegrijpelijk binnen de huidige structuren.

Maar dan moet men ook wel even in de eigen spiegel kijken. Een trainer van een olympische en wereldkampioene meerkamp afschilderen als "een burgemeester in zijn schaarse vrije tijd" kan mooi klinken als boutade, maar getuigt niet meteen als een waarmerk voor kwaliteit van een collega (als je het even kritisch wilt lezen). Maar zo zal dat wel niet bedoeld zijn.

Hugo De Hoon, Kapellen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234