Donderdag 04/03/2021

Nachtmerrie

Hier zit ik, midden in de nacht, te bekomen van een nachtmerrie. Op het terras van een adembenemend Grieks hotel. Ik probeer weer op aarde te komen, weg uit dromenland. Nooit eerder was ik zo ontdaan van een droom.

Ik kreeg vannacht de kogel. Om een domme futiliteit waaraan ik niet eens schuld had, was ik ter dood veroordeeld, dat werd beslist op een filmset. Niemand nam het voor me op. Ik werd meedogenloos neergeknald. Het deed geen pijn. Dood liep ik rond tussen de drukte van de set. Onwezenlijk. Je moet je er niet te lang tegen verzetten, fluisterde de cameraman me toe, ga nu maar gewoon dood zijn, je komt wel terug. Hoe weet jij dat, vroeg ik. Ik heb toch altijd al gezegd dat ik meerdere levens heb, lachte hij geheimzinnig.

Ontzet keek ik om me heen. Niemand bleef stilstaan bij mijn dood. Niet één seconde. Ik had net zo goed nooit kunnen bestaan.

Met een schorre schreeuw was ik badend in het zweet wakker geworden en strompelde naar het terras. In het andere bed in de kamer zag ik mijn vriendin liggen slapen. O, dacht ik, dat klopt, ik ben niet alleen, we zijn op vakantie en er is niets aan de hand. Ik leef.

Ik plofte neer op de stoel op het ter- ras en haalde diep adem, meermaals. Het hielp niet. Ik zat nog steeds in de droom, niets van de omgeving drong tot me door, ik hoorde de zee niet, ik voelde niet hoe mijn haren dansten op de wind. Ik was een en al ontzetting. Ik had net zo goed nooit kunnen bestaan.

Dat is natuurlijk ook zo, bedacht ik. Wat maakt het uit of ik besta of niet. Mijn aanwezigheid hier op aarde heeft geen enkele waarde. Ik dacht aan de vele vluchtelingen die de laatste jaren verzopen. Wie maalt om hen? Er is geen enkel belang bij wiens bestaan dan ook, dramde ik door in dat hoofd van mij. Ik was nog steeds in shock.

Tergend langzaam kalmeerde ik. Mijn hartslag verdween uit mijn keel, de doffe mist trok op in mijn hoofd. Ik zag weer waar ik was. In Kreta, op een terras. Binnen in de kamer: de ademhaling van mijn vriendin. Ik keek rond en zuchtte diep. Zag aan de einder hoe het dag werd. Een dieprode gloed steeg op uit de zee en vermengde zich met een lichter blauw waarin zwarte wolkjes dreven. Zwarte wolken, dat had ik nooit eerder gezien. Boven me de inktblauwe donkere lucht met nog een paar twinkelende sterren. Daar waren de wolkjes lichter van kleur, muisgrijs. Voor me, palmbomen die heftig ruisten door die gekke wind en van onderuit goud verlicht werden. De spierwitte huisjes die verspreid over dit domein oplichtten en naar me knipoogden. De wereld was er nog.

De reden van mijn bestaan is mijn bestaan, hoorde ik mezelf fluisteren. En moest meteen aan Dora van der Groen denken, die ooit, toen ik nog jong en danig in de war was van het leven en van alles wat je moet kunnen als toneelspeler, voorstelde om een bachbloesempreparaat voor me samen te stellen waardoor angst en andere levensvragen zouden smelten als sneeuw voor de zon. Daar geloofde ik niet in, maar ik liet haar maar. Ze had een mooi houten kistje waarin wel twintig flesjes zaten, gevuld met magisch vocht, opende het en begon als een oude heks te murmelen terwijl ze de inhoud van verschillende flesjes vermengde tot mijn specifieke reddingsmiddel.

In het houten deksel, zag ik, stond een zin gegraveerd. Wat staat daar, vroeg ik. Ze duwde het flesje in mijn handen en zei: de reden van de gebeurtenis is de gebeurtenis. De reden van mijn bestaan is mijn bestaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234