Dinsdag 14/07/2020

Proces Joods Museum

Nacer Bendrer, de man die de wapens leverde aan Nemmouche: zat hij in het verkeerde theaterstuk?

Tekening van Nacer Bendrer in de rechtbank.Beeld BELGA

Om de een of andere reden wekte hij medelijden op. Hoe hij daar zat, omringd door gebivakkeerde politiemensen, ‘de teddybeer uit Marseille’. Totaal onverwacht riskeert Nacer Bendrer nu net als Mehdi Nemmouche levenslang op het proces rond de moorden in het Joods Museum.

“Zou u zichzelf beschouwen als radicaal?”

“Het is toch niet omdat je weleens bidt dat je radicaal bent?”

“Hoe zou u radicalisering omschrijven?”

“Bwa, zo van niet naar muziek luisteren. Een baard laten staan. Niet naar de meisjes kijken.”

Dat was dag 1 van het feitelijke proces. De ondervraging van de verdachten. De eerste keer dat je ze hoorde articuleren. Mehdi Nemmouche (33) had net aangekondigd dat hij geen enkele vraag van voorzitster Laurence Massart wenste te beantwoorden. Over naar de andere verdachte.

Blok C

Nacer Bendrer (30) gaf aan dat hij wel bereid was te antwoorden, dat hij daar juist erg naar had uitgekeken, maar veel aanwezigen suften weg. Hij leek zo irrelevant, deze tweede verdachte.

“U zat in 2010 samen met Mehdi Nemmouche in de gevangenis van Salon-de-Provence. Wat deed u daar?”

“Opgesloten zitten.”

“Ja, dat snap ik, maar waarvoor?”

“Geweldpleging.”

“U zat daar in blok C, hoe ging dat?”

“Nou, dat zal ik u uitleggen. In die gevangenis had je een blok A, een blok B en een blok C. En daar zaten wij.”

Misschien is het daarom, dat schaapachtige, dat ongespeelde. Dat je deed denken dat deze man slechts door een geval van verkeerd-moment-verkeerde-persoon terecht was gekomen in het verkeerde theaterstuk: het proces rond de allereerste terreuraanslag van Islamitische Staat op Europese bodem.

100 telefoontjes

Volgens de aanklacht was de kleine Zuid-Franse caïd in de gevangenis in de ban geraakt van Mehdi Nemmouche. Een soort profeet in gevangenisplunje die anderen verplichtte te bidden en niet-halal voedsel te weigeren. Die zelfs bezig zou zijn geweest met een aanslag in de gevangenis zelf.

Op het proces bleek de toenmalige gevangenisdirecteur zich daar negen jaar later ontstellend weinig van te herinneren. Dat de cipiers van die gevangenis hadden geweigerd om in Brussel te getuigen, verklaarde hij doordat ze ook de volgende dag graag nog hun werk wilden kunnen doen.

Tegen Nacer Bendrer pleitte vooral een honderdtal telefoongesprekken met Nemmouche vanaf 9 april 2014. Telefoontjes waarvoor hij meermaals andere sim-kaarten in zijn toestel had gestoken. Nemmouche, net terug uit Syrië, waar IS enkele maanden later het kalifaat zou uitroepen, had zijn oude gevangenismaat opgebeld vanuit Molenbeek. Bendrer was spoorslags in de trein naar Brussel gesprongen. Het wekte het gevoel op: voor een ex-celgenoot doe je alles.

Nacer Bendrer verdiende de kost als hulpje in een snackbar en met een handeltje in wapens. En ook al had hij niet de gewoonte zijn kopers te vragen wat ze van plan waren, ontkende hij mordicus de leverancier te zijn van de kalasjnikov en de haperende Llama-revolver waarmee op 24 mei 2014 de moorden in het Joods Museum waren gepleegd.

“Hij heeft me wel om een kalasjnikov gevraagd”, antwoordde hij aan Laurence Massart. “Ik ben er niet op ingegaan.”

Maar wat dan met die meer dan 100 telefoontjes? Wat met de kalasjnikov, het pompgeweer en de revolver die eind 2014 in zijn keuken werden aangetroffen toen de politie hem arresteerde?

Jetski en jacuzzi

Wat ze samen zoal deden, vroeg de voorzitster op een maandagnamiddag aan zijn 28-jarige vriendinnetje, helemaal overgekomen uit Marseille.

“Jetskiën. Naar de film gaan. Iets gaan eten. Samen in een jacuzzi liggen. Hij, radicaal? Absoluut niet. Als er iets op tv is over aanslagen, roept hij: ‘Wat een barbaren!’ Hij bidt zelfs nooit. Misschien tijdens de ramadan af en toe, en dan nog. Zijn geloof? Zolang ik in hem geloof, is dat het belangrijkste. We zijn nu zeven jaar samen. We willen een gezin stichten, vooruitgaan in het leven.”

Het treinticket voor Brussel had zij voor hem geprint. Vond ze dat niet raar, dat hij zo plots daarnaartoe moest, speciaal voor die gelegenheid een andere sim-kaart in zijn telefoon had gestoken?

“Zolang hij mij maar blijft bellen, is het allemaal goed.”

Er slingerden wapens in zijn keuken rond. Dat moest haar toch zijn opgevallen?

“Hij zei dat die dienden om mee op de duiven te schieten.”

Of in Marseille vaak met kalasjnikovs op duiven wordt gejaagd?

“Het was niet hij die op duiven zou gaan jagen. Het was de uitleg die hij me gaf.”

Koken deed ze niet. Maar op het moment van zijn arrestatie was hun keuken zo vakkundig gepoetst dat het labo nauwelijks DNA aantrof. “Ik kook niet, maar poets wel”, zei ze. “Ik ben daar een beetje maniakaal in.”

De hele tijd had je het gevoel: die wapens kunnen alleen van hem zijn gekomen, maar deze kluns mee in bad trekken als gezant van IS? Dat ging zelfs de openbaar aanklagers Yves Moreau en Bernard Michel te ver. Zij zagen Bendrer als medeplichtige, de wapenleverancier. En niet meer dan dat.

Begin deze week sprak Bendrer de juryleden zelf toe. “Mijn leven ligt in uw handen. En ja, ik ben bang. Want er wacht een leven op mij, een vrouw.”

De aanklagers vroegen de jury niet om Bendrer schuldig te verklaren als mededader. Want Bendrer zat ten tijde van de aanslag in Marseille, niet in Brussel. Het leek ook niet aangetoond dat hij van de plannen van Nemmouche afwist. Als medeplichtige kon hij nog altijd wegkomen met een 30 jaar cel, als mededader wordt dat bijna als vanzelf levenslang.

De twaalf gezworenen achtten hem toch schuldig als mededader. Op het schermpje in de perszaal zag je de teddybeer verschrompelen.

Maandag beginnen de debatten over de strafmaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234