Zaterdag 21/09/2019

Naar de wortels van het conflict in Oost-Congo

Na het recente VN-expertenverslag over Congo en een onthutsend rapport van Human Rights Watch (DM 14/12), gaf Karel De Gucht woensdag in het Europees Parlement uiting aan zijn bezorgdheid over de humanitaire toestand in Oost-Congo. Deze bijdrage is gebaseerd op die toespraak in Straatsburg.

Oost-Congo heeft alweer een uitzichtloos jaar achter de rug. Ongeveer een jaar geleden kwam Goma, aangevallen en omsingeld door de troepen van Laurent Nkunda, weer bovenaan de agenda van de Congolese en de internationale politiek te staan. Sindsdien werd alles geprobeerd om de ergste rampscenario’s te voorkomen. Afspraken tussen Congo en Rwanda en nadien ook tussen de Congolese regering en milities zoals die van Nkunda haalden de lont uit het kruitvat. Of toch op korte termijn. Maar de fundamentele oorzaken van het conflict zijn tot nog toe alleen oppervlakkig aangepakt.Het kruitvat blijft Oost-Congo bedreigen. Met alleen slechte keuzes voor zich, heeft de internationale gemeenschap er het minst slechte alternatief uitgekozen. Dat is geen kritiek, maar een evidente vaststelling. De internationale gemeenschap en de Europese Unie zijn er niet in geslaagd een troepenmacht op de been te brengen om de Congolese burgerbevolking te beschermen. De versterking van de Monuc waar al meer dan een jaar om gevraagd wordt, begint nu mondjesmaat toe te komen (al raakte gisteren bekend dat de VN-vredesmacht Monuc haar militaire operatie in 2010 wellicht zal afbouwen, nvdr).De jongste rapporten van de onafhankelijke expertengroep van de Verenigde Naties en van Human Rights Watch (DM 14/12) schetsen een hels beeld van de situatie in de regio, een drama dat onmogelijk nog te negeren of stil te zwijgen is. Nu is het tijd om ook de onderliggende oorzaken aan te pakken en naar duurzame oplossingen toe te werken. Om dat te doen is de samenwerking van iedereen nodig, in de eerste plaats van de Congolese en Rwandese regeringen, van de VN en van de gehele internationale gemeenschap.Het lijdt geen twijfel dat de politieke en diplomatieke toenadering tussen Congo en Rwanda een goede zaak kan zijn voor de stabiliteit in de regio en, mits goede wil aan beide kanten, vreedzaam samenleven en economische samenwerking weer mogelijk kan maken in de regio van de Grote Meren.Toch is dit slechts het begin van de lange en moeilijke weg die nog afgelegd moet worden. De problematiek van de FDLR, de Rwandese Hutumilitie die na de genocide in Oost-Congo toevlucht zocht, vormt de kern van in een complex geheel van verstrengelde kwesties: de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen, het gebrek aan bescherming van rechten van minderheden, de straffeloosheid in een enorm gebied dat oncontroleerbaar is door de officiële overheden, waarvan de vertegenwoordigers bovendien regelmatig deel van het probleem uitmaken.Het akkoord tussen Rwanda en Congo heeft toegelaten de CNDP, de militie van Laurent Nkunda, tijdelijk te neutraliseren. Maar het akkoord was alleen mogelijk door Nkunda te vervangen door Bosco Ntaganda, beter bekend als ‘The Terminator’, de vroegere nummer 2 van de militie tegen wie een aanhoudingsbevel van het Internationaal Strafhof loopt voor onder meer het ronselen en inzetten van kindsoldaten. Hij bleek wel bereid tot een compromis in ruil voor immuniteit voor misdaden tegen de mensheid, immuniteit die noch Rwanda noch Congo in het licht van internationale afspraken kunnen of mogen garanderen.Op dit moment riskeren een aantal factoren opnieuw problemen te creëren, nog zwaarder dan die waarmee we een jaar geleden geconfronteerd werden: de overhaaste integratie van de CNDP in een inefficiënt Congolees leger; de toenemende macht van Bosco Ntaganda door het opzetten van een parallelle commandostructuur binnen het Congolese leger, waarvan de onregelmatige betaling van militairen en de afwezigheid van iedere vorm van discipline en hiërarchie een vruchtbare voedingsbodem vormt; de steun van Monuc aan militaire operaties tegen de FDLR, die niet voldoende gekaderd en duidelijk omlijnd is; het gebrek aan antwoorden ten opzichte van de eisen van Rwandofone minderheden.Het zijn problemen waar noch Rwanda noch Congo alleen tegenop kunnen.

Eindeloze tragedie

In die omstandigheden is de situatie dan ook nauwelijks verbeterd. De humanitaire crisis vertoont geen tekenen voor optimisme, mensenrechtenschendingen als het affreuze seksueel geweld, de straffeloosheid en de plundering van natuurlijke rijkdommen blijven de orde van de dag. Het volstaat de rapporten van de VN en Human Rights Watch te lezen om hoogte te krijgen van de eindeloze tragedie die zich in Oost-Congo afspeelt.Het spreekt voor zich dat de strijd tegen de FDLR verdergezet moet worden, maar niet tegen eender welke prijs, niet zonder eerst alles in stelling gebracht te hebben om de risico’s voor de burgerbevolking voor zover ook maar enigszins mogelijk is te beperken.Dat vraagt om een betere planning, om het herdefiniëren van prioriteiten en een betere capaciteit voor de Monuc om de bevolking te beschermen, volgens haar mandaat immers haar eerste taak. Het is ook nodig dat de voorwaarden waaronder de Monuc opereert duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Het gaat er op dit moment niet om Monuc terug te trekken. Een vroegtijdig vertrek van de VN-blauwhelmen zou catastrofaal zijn en het machtsvacuüm nog erger maken.Ook de politieke en economische netwerken waaruit de FDLR voordeel blijft halen moeten de wacht aangezegd worden, zowel in de regio als hun vertakkingen in Europa. De strijd van de FLDR is geen politieke strijd maar een criminele actie, waarvan de Congolese bevolking het eerste slachtoffer is, en iedereen die er direct of indirect bij betrokken is moet ook op die manier aangepakt worden. Tezelfdertijd vraagt dat ook een grotere ruimdenkendheid van de Rwandese en Congolese autoriteiten tegenover zij die niet noodzakelijk criminelen zijn.Ook de lokale wortels en de ruimere Congolese context van het conflict vragen om een antwoord.Daarom moeten de gesloten akkoorden tussen de regering in Kinshasa en Congolese gewapende groepen in het Oosten integraal uitgevoerd worden om te voorkomen dat vroeg of laat de frustraties van de lokale bevolking de bovenhand krijgen. Het is een conditio sine qua non om de stabiliteit in de regio te kunnen herstellen en een economische relance van de Kivu’s mogelijk te maken. De rol van de internationale gemeenschap kan daarbij echt doorslaggevend zijn.

Goed bestuur

Daarnaast, los van de Kivu’s, denk ik ook aan de enorme puinhoop die Congo de jongste twee decennia geworden is, een land waar zo goed als alles herop te bouwen is, te beginnen met de staatsstructuren waarvan het falen de kern van alle problemen vormt.Om dat mogelijk te maken zijn enkele elementen cruciaal. In de eerste plaats het uitdiepen en verstevigen van de democratie in het licht van de lokale, nationale en presidentiële verkiezingen die gepland zijn voor 2011. Maar verkiezingen zijn maar één onderdeel van de democratie. Een levendige democratie moet geschraagd worden door bredere politieke en maatschappelijke instellingen en in dialectiek met een democratische oppositie zonder welke er van een werkelijk open politiek systeem geen sprake kan zijn.Het tweede element is zonder twijfel beter bestuur. Het spreekt voor zich dat Congo niet alles in een keer kan verwezenlijken. Congo zal evenmin als Rome op één dag weer heropgebouwd worden. Toch is er een ondubbelzinnige en niet aflatende politieke wil nodig om op koers te kunnen blijven. Het Europees Parlement heeft bijvoorbeeld de strijd tegen straffeloosheid onder de aandacht gebracht. Dat is een goed voorbeeld, want tegenover het totale ontbreken van de rechtsstaat is een ijzeren politieke wil onontbeerlijk.Het probleem is dat die zaken niet geïsoleerd aangepakt kunnen worden, dat de problemen en dus ook de oplossingen onlosmakelijk met mekaar verbonden zijn. De opbouw van de rechtsstaat vereist ook een hervorming van de veiligheidssector en reële vooruitgang op vlak ven economisch bestuur.De overweldigende schaal van de uitdagingen vraagt om beleid op lange termijn. Dat mag echter geen excuus zijn om niet te doen wat onmiddellijk kan en moet gebeuren. Ik denk met name aan het seksueel geweld en de problematiek van de mensenrechten. Politieke wil kan daarin een bepalende rol spelen, nu meteen, en we moeten op dat vlak het engagement van president Kabila voor zerotolerantie toejuichen. Nu komt het erop aan dat dit in de praktijk wordt gebracht. De Europese Commissie, die al veel doet op vlak van steun aan de rechtsstaat en slachtofferhulp, is bereid haar steun aan Congo verder te zetten. Ik heb zelf al voorstellen gedaan om op het terrein nauwer samen te werken met het Internationaal Strafhof in de strijd tegen seksueel geweld.Verdieping van de democratie, beter bestuur en politieke wil, dát zijn de sleutelelementen waarop wij ons partnerschap met Congo verder willen bouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234