Woensdag 16/06/2021

Naar de roots van de Buena Vista Social Club

Elke zomer heeft zijn hit. Een tiental zomers geleden was dat 'Chan Chan', en werd de film Buena Vista Social Club genomineerd voor de Oscar voor beste documentaire. Vandaag toeren de oudjes van 'Chan Chan' nog steeds door Europa met hun zomerse klanken. We trekken naar Havana, op zoek naar de club waar het allemaal begon.

De hotelkamer op de twintigste verdieping van Hotel Tryp Habana Libre ziet uit over de Cubaanse hoofdstad. Aan deze kant van de baai ligt de Malecón de La Habana, de zeedijk die zich uitstrekt van de hoogbouw van Vedado tot aan het historische hart van Havana. Vooral het FOCSA-gebouw springt in het oog: een hoog appartementsblok in de vorm van een opengeslagen boek waar de bekende zangeres Omara Portuondo woont. Ik moet denken aan de openingsscène van de documentaire Buena Vista Social Club: Compay Segundo, sigaar tussen de tanden, die in een open oldtimer over de Malecón wordt gereden.

In 1992 trok de Amerikaanse muzikant Ry Cooder naar Cuba om er een plaat op te nemen met Afrikaanse muzikanten. De Afrikaanse artiesten strandden echter met paspoortproblemen in Europa en Cooder trommelde dan maar snel enkele Cubaanse muzikanten op. Het moet een zielig gezicht zijn geweest: een bende oudjes, de meesten de tachtig gepasseerd, hun gezichten getekend door de zon en het harde Cubaanse leven. De pianist had jicht in de vingers en de gitarist kampte met chronische rugpijn. Maar stuk voor stuk behoorden ze tot de absolute wereldtop in hun vakgebied en in de aftandse EGREM-studio's in Havana werd wereldgeschiedenis geschreven. De plaat kreeg de naam Buena Vista Social Club en er werden maar liefst negen miljoen exemplaren van verkocht. De wereld (her)ontdekte de Cubaanse muziek. Ibrahim Ferrer, Compay Segundo, Eliades Ochoa en Omara Portuondo werden de nieuwe helden van de Cubaanse revolutie. In 1998 keerde Cooder terug naar Havana, dit keer om er een soloplaat van Ibrahim Ferrer op te nemen. In zijn kielzog sleurde hij reportagemaker Wim Wenders mee. Het resultaat van hun samenwerking greep nipt naast de Oscar voor beste documentaire maar het is de mooiste ode die ooit werd gebracht aan Cuba en aan de Cubaanse muziek.

Calle Salud

In een verlaten achterafstraatje van Oud-Havana worden we aangesproken door een jongen, die zich voorstelt als Angél. Wat zoeken we in Havana, wil hij weten. De Buena Vista Social Club? Ja, daar heeft hij wel al eens van gehoord maar de club bestaat al lang niet meer, verzekert hij. Maar volgens hem ligt aan de rand van de Chinese wijk een illustere muziekbar. Angél wil ons daar met plezier naartoe brengen. Prijskaartje: een mojito.

De Chinese wijk van Havana ligt aan de rand van Centro Havana, niet de aangenaamste wijk maar wel een van de meest authentieke. De huizen liggen er treurig bij met hun vervaagde pasteltinten, hun afgebladderde verf en hun gebarsten pleisterwerk, maar het dagelijkse leven gaat er gewoon zijn gang.

Tot aan zijn dood, in 2003, woonde gitarist en zanger Compay Segundo ergens in deze buurt, maar niemand kan ons zeggen waar precies. Sommige bewoners beweren dat de man woonde in Calle Animas, anderen houden het dan weer op Calle Salud, de lange straat die Habana Vieja (Oud-Havana) verbindt met de wijk Vedado.

Klinkt logisch, want Calle Salud is de titel van een van zijn laatste albums. Angél troont ons mee naar Bar Pekin, maar dat blijkt een flop. Bar Pekin heeft evenveel te maken met de Buena Vista Social Club als Plastic Bertrand met U2. Aan de toog zit wel een cd-verkoper die spotgoedkope kopieën van Cubaanse cd's aanbiedt: Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, maar ook modernere muziek zoals de hiphopband Orishas of de timbagroep Juan Formell y Los Van Van. Muziekpiraterij bestaat ook in communistische regimes.

Buurthuis

Cubanen liggen niet wakker van de Buena Vista Social Club: velen hebben de cd nog nooit gehoord, laat staan de film gezien. Buena Vista kennen ze als een buitenwijk van Havana maar alleen de oudere generatie herinnert zich nog het buurthuis dat in 1962 de deuren sloot. Gelukkig kent elke Cubaan wel de muziek en de muzikanten. Muziek is de hartslag van Cuba en dat geldt zeker voor de hoofdstad. Vóór de revolutie van 1959 was Havana een wereldstad waar verschillende culturen zich vermengden. Hier ontstonden de son Cubano, de mambo, de rumba en de salsa... Muziek is nog steeds alomtegenwoordig in Havana: een week vóór onze aankomst gaf Omara Portuondo nog een gratis concert op Plaza de la Catedral. Soms spelen hier uitstekende straatbandjes, meestal lopen er vooral muzikanten rond die opvallen door hun excentriciteit.

In de bar La Lluvia de Oro (de Gouden Regen) speelt een driekoppig orkestje. Een scheefgetrokken rolluik doet dienst als deur en in de ramen staat geen glas, waardoor het geluid doordringt tot op straat. Binnen zitten vooral toeristen; buiten staan Cubanen te praten, te genieten en zelfs te dansen. De fles rum gaat van hand tot hand en er wordt vrolijk gelachen. Als het orkestje de eerste noten van 'Chan Chan' aanheft, wordt het even stil. Iedereen spitst de oren en vraagt zich af waar hij die melodie van kent. Als de zanger de tekst inzet, zie je de gezichten opklaren en gaan de gesprekken gewoon verder. Een slanke Cubaanse in een prachtige gele jurk sluit de ogen en laat zich wegdrijven op de muziek.

Even verderop wordt onze aandacht getrokken door een herdenkingsplaat op de gevel van Hotel Ambos Mundos. Tussen 1932 en 1939 had Ernest Hemingway een kamer in dit hotel, en het was hier dat hij zijn roman For Whom the Bell Tolls schreef. Hemingway hield van Havana en Havana hield ook van hem: de schrijver was een graag geziene gast in de bars van Oud-Havana. Voor een mojito trok hij naar de Bodeguita del Medio, vlakbij de kathedraal; voor een daiquirí naar El Floridita, aan het uiteinde van de Calle Obispo. Beide bars bestaan nog steeds maar voor heerlijke cocktails voor eerlijkere prijzen zijn er betere adressen. Onze favoriet: Casa de las Infusiones, in de Calle Mercaderes. Deze bar ligt vlakbij Hotel Ambos Mundos waar op het dak regelmatig feestjes worden gehouden. Niet zelden zorgt de band Ecos de Siboney er voor de muziek. Siboney is een klein dorp in de buurt van Santiago de Cuba, helemaal in het oosten. Hier werd in 1907 ene Francisco Repilado geboren, die later furore zou maken onder de artiestennaam Compay Segundo. Het is geen toeval dat de groepsnaam refereert aan Siboney want de zeskoppige band werd opgericht door vier kleinzonen van Compay Segundo. Hun vader is manager, hun moeder artistiek directrice. De band gaat er prat op dat ze het hele repertoire van de Buena Vista Social Club onder de knie heeft. Terwijl de zon achter de daken van Havana schuift, toveren zij de ene hit na de andere uit hun witte borsalinohoed: 'El cuarto de Tula', 'Veinte años', 'Dos gardenias' en zelfs 'La bayamesa', het Cubaanse volkslied...

Boksen en salsa

Maar één vraag hebben we nog steeds niet opgelost: waar lag nu precies de echte Buena Vista Social Club? In de gelijknamige documentaire slaagt Compay Segundo er niet in de club te vinden, maar wij besluiten onze kans te wagen. Vlakbij ons hotel spreken we taxichauffeur Livan aan. De man heeft geen idee waar de club ooit lag, maar wil wel helpen en brengt ons naar de wijk Buenavista, een paar kilometer ten zuiden van het centrum van Havana. Veel straten hier zijn zelfs niet geasfalteerd, de huizen ogen armoedig en van een mooi uitzicht (buena vista) is geen sprake. We spreken verschillende mensen aan en worden kriskras door de wijk gestuurd, maar alle sporen lopen dood. Dan spreekt Livan een oudere man aan. "Zelf ben ik nooit in de Buena Vista Social Club geweest", vertelt die, "maar mijn zus is een paar jaar ouder en die heeft er nog gedanst." De man raadt ons aan om eens te gaan kijken in Calle 31. Op nummer 4610 staat een eenvoudig kubusvormig huis met een klein overdekt voorterras. Terwijl Peter enkele beeldjes schiet, wordt de deur geopend en een oudere man begroet ons met een brede glimlach. Ja, dit was wel degelijk de Buena Vista Social Club, bevestigt de man die zich voorstelt als Eugenio Montano Pascual. Met trots leidt Eugenio ons rond in zijn kleine huis. Oorspronkelijk waren er drie kamers maar met primitieve binnenmuren werden twee kamers verder opgedeeld.

Eugenio ontvangt ons in zijn woonkamer, een ongezellige ruimte met neonlampen en blauwgeschilderde muren die een nieuwe verflaag kunnen gebruiken. Niks wijst erop dat hier de legendarische Buena Vista Social Club gevestigd was, maar uit de enige kast trek Eugenio een map met foto's en krantenartikels. "De Buena Vista Social Club werd opgericht in 1932, in een tijdperk dat racisme nog veelvuldig voorkwam in de Cubaanse samenleving", vertelt Eugenio, terwijl hij door de map bladert. "De club was een plaats waar zwarten konden samenkomen voor onderwijs, recreatie en sport. Er was onder meer een boksteam, een voetbalteam, een basketbalteam en een atletiekteam maar er werden ook veel concerten gegeven."

Op de binnenkoer staan de restanten van een openluchtbar. "Hier hebben Kid Chocolat, Benny Moré, Chapotin, en het Orquesta Aragón opgetreden", vertelt Eugenio. In 1962, toen de zwarte Cubanen eindelijk dezelfde rechten kregen als de blanken, hield de club op te bestaan.

Eerbetoon op Colón

Op de terugweg vragen we Livan om ons af te zetten aan de monumentale poort van het Cementerio Colón, de belangrijkste begraafplaats van Havana. Met zijn oppervlakte van 55 hectare is het een van de grootste kerkhoven ter wereld en we zijn dan ook nauwelijks verbaasd om auto's te zien rijden in de witmarmeren uitgestrektheid. In totaal vind je hier maar liefst 800.000 graven. Een jonge Cubaan stelt voor ons naar het graf van Ibrahim Ferrer te brengen, maar aan de ingang hebben we een plattegrond gekocht. Daarop staan alle graven die interessant zijn vanuit architecturaal standpunt, maar ook de laatste rustplaats van onder meer fotograaf Alberto Korda, schrijver José Lima en Tomás Gutiérrez Alea, de regisseur van de bekende Cubaanse film Fresa y chocolate. Ibrahim Ferrer ligt onder een eenvoudige grafsteen. Hij overleed in 2005 op 78-jarige leeftijd na een uitputtende tour door Europa. Drie collega's gingen hem al voor. Zanger Manuel 'Puntillita' Licea overleed in 2000; de zanger-gitarist Compay Segundo en de pianovirtuoos Rubén González volgden drie jaar later. Rubén González ligt ook ergens op het Cementerio Colón; de 95-jarige Compay Segundo verkoos te worden begraven in Santiago de Cuba, helemaal in het oosten van het eiland. Intussen gingen ook zanger Pío Leyva, percussionist Miguel 'Angá' Díaz en contrabassist Orlando 'Cachaíto' López heen. Maar dankzij Ry Cooder bleven hun stemmen en hun muziek bewaard voor het nageslacht.

Havana praktisch

De stad

Ooit had Havana een van de grootste havens ter wereld en eeuwenlang was het een ontmoetingsplaats van verschillende culturen. Dat vertaalt zich in een bijzonder rijke architectuur die helaas zwaar heeft geleden onder het communistische regime. Vandaag wordt volop gewerkt om de stad, die door de Unesco wordt beschouwd als Werelderfgoed, te restaureren.

Vluchten

Er zijn verschillende luchtvaartmaatschappijen die naar Cuba vliegen, maar Jetairairfly is de enige die in Brussel vertrekt. Je landt dan in Varadero, de bekendste kustplaats van Cuba. De vlucht duurt ongeveer 9 uur en een enkele reis Brussel-Varadero heb je al vanaf 195 euro. Voor meer info kun je terecht bij de reisagent of op de website www.jetairfly.com.

Beste reistijd

Het Caribische gebied is in de regel orkaangevoelig van juli tot oktober. Havana blijft meestal gespaard van grote schade maar de doortocht van orkanen gaat wel gepaard met rukwinden en stortregens.

Vervoer

Wij raden het openbaar vervoer in Havana niet aan, maar taxi's zijn relatief goedkoop. Vraag altijd om de meter op te zetten. Uit ervaring weten we dat taxichauffeurs altijd aan het langste eind trekken als je probeert een prijs af te spreken. De goedkoopste taxi's zijn de witte Lada's van Panataxi. Zeker op de drukke verkeersaders is het niet moeilijk om een taxi te pakken te krijgen.

Nuttige feiten

Er zijn in Cuba twee munteenheden in omloop: de nationale peso en de convertibele peso, die werd ingevoerd om de instroom van dollars te beperken. Buitenlanders betalen in convertibele peso oftewel CUC. Neem euro's mee en geen dollars, want op die laatste wordt een zware commissie geheven. Opgelet: er zijn niet veel wisselkantoren. In sommige wisselkantoren kun je geld uit de muur halen met een (Europese) kredietkaart. Internationale betalingssystemen als Maestro werken

niet. In hotels en grotere restaurants kun je betalen met een kredietkaart, maar er wordt 11 procent aan de rekening toegevoegd.

Voor Europeanen is een internationaal paspoort vereist dat geldig is tijdens het verblijf. Bij het verlaten van het eiland moet je wel een uitreistaks betalen van 25 CUC (ongeveer 18 euro). Hou voldoende CUC achter de hand.

Westerlingen worden in Cuba vaak als melkkoeien beschouwd en er zijn tientallen technieken om hen een paar CUC

afhandig te maken. Trap niet in de emotionele chantage en let op met gidsen die zichzelf opdringen. Vaak proberen ze je mee te slepen naar bars waar je veel te veel betaalt voor slechte mojito's.

Soms lijkt het alsof iedereen in Havana sigaren verkoopt. Uitkijken is de boodschap! Betaal liever iets meer in de sigarenfabriek zelf of in de Casa del Habano (bv. in de Calle Mercaderes).

Zelf naar Havana

Sinds kort is er een Cubaanse Dienst voor Toerisme voor de Benelux. Alle informatie vind je voortaan op www.nunaarcuba.be.

Voor een trip naar Havana kun je bij touroperators terecht. Zo biedt Jetair in Havana de mogelijkheid om te verblijven in Hotel Tryp Habana Libre, een vijfsterrenhotel op een heuvel die uitkijkt over Havana.

Een achtdaags verblijf in een kamer met ontbijt heb je al vanaf 1.288 euro per persoon, vluchten inbegrepen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234