Maandag 09/12/2019

Na ons, de rotswol

Waar hing ik uit toen de binnenmuren van mijn toekomstige huis opnieuw werden bepleisterd en geplamuurd?

Onze oude huizen, opgetrokken in tijden dat er nog geen K-peilen of andere milieunormen bestonden: ze werden geïsoleerd met wat binnen handbereik lag. Altijd weer ben ik als een onnozel kind o zo content wanneer ik vandaag, wonende in zo'n oud huis, bij het uitbreken van een muur of het steken van een nieuw plafond mag stoten op de schoonste schat die ik mij als bricoleur dromen kan: een met oude gazetten opgevulde spouwmuur. Dezelfde ribbelingen die Howard Carters gezicht in een zielsgelukkige plooi trokken toen hij het graf van Toetanchamon ontdekte, verrimpelen mijn kop wanneer ik na enig stamp- en smijtwerk de gele tip van een dagblad zie opdoemen uit het stof.

Deze week had ik weer een vette prijs beet: vier volledige, ongehavende pagina's van een courant, het papier inmiddels krokant als een hostie. De weekendkrant van 26 en 27 juli 1986, want de datum is uiteraard meteen het eerste waarnaar ik op zoek ga. Het zegt me iets over de ouderdom van de te vervangen leidingen. Van de verdomme nu reeds te vervangen leidingen.

Waar hing ik uit toen de binnenmuren van mijn toekomstige huis opnieuw werden bepleisterd en geplamuurd? De zomervakantie van 1986, halfweg al. De vakantie die was begonnen met een belofte van onvergetelijkheid, namelijk met de blijde intrede van de nationale voetbalploeg te Brussel, na 720 glorieuze minuten Wereldbeker te Mexico. Ik zal wel op kosten van een tante in een of andere vakantiekolonie zijn gestopt, in het lawaai van uitgelaten kroost, in de geur van muffe sportschoenen en bezwete sokken, om er, middels partijtjes dikke Bertha, sluiptochten, dassenroof, playbackwedstrijden en boetseernamiddagen te vergeten dat mijn vader thuis zichzelf een onzachte vernieling in zoop, daarbij zijn hele omgeving terroriserend. In de bossen van Herbeumont bevond ik mij, zingend: zo een goeie hebben wij nog niet gehad, hip, hoi, ontkomend aan de brokstukken van alles wat door mijn overste werd verrot geklopt.

Maar men kon ongelukkiger zijn in het laatste weekend van juli 1986, dat gaat namelijk altijd. In mijn krant van toen van vandaag, neen, in mijn krant van vandaag van toen, lees ik dat een leeftijdsgenootje van me, Eddy Bardiaux, ter hoogte van de Pont du Luxembourg door een vrachtwagen werd gegrepen. Op weg naar de kermis. Men kan sterven met slechtere vooruitzichten in gedachten, dat is waar. Maar toch. Is er ergens een eerste liefje van hem dat vandaag aan de autoscooters nog steeds op hem staat te wachten? En zou er op deze aardbol nog iemand zijn die zo nu en dan de naam Eddy Bardiaux nog eens uitspreekt?

De rubriek 'faits divers' is gevuld met niets dan doden. Eddy en de anderen. Léon Mottet roetsjte met zijn moto onder een wagen te Salzinnes les Moulins, en ook Dany Defleur mocht op pagina 7, al heeft hij voor dat doeleind eerst met zijn Datsun Laurel drie verlichtingspalen moeten rammen.

De doden als faits divers, en hun doodstijdingen kort nadien als isolatiemateriaal.

De wielertoeristen van Ohey lieten het allemaal niet aan hun hart komen en poseerden voor de persfotograaf alvorens hun tocht naar Sainte-Colombe aan te vatten. De president van de club, meneer Smal, tevens trotse bestuurder van de volgcamionette, kon zijn geluk niet op. Een dag waarnaar sedert lang werd uitgekeken, een dag gemaakt voor heldendaden, brak aan. En voor dat stuk geschiedschrijving naar de duisternissen onzer spouwmuren zou worden verwezen, fietsten zij in het nimmer te vatten hic et nunc. En het was alsof het voortdurend bergaf ging, zodanig bevonden zij zich daar op het hoogtepunt van hun leven.

Zouden meneer Smal en zijn bentgenoten eigenlijk nog naar hun fietsen omkijken tegenwoordig?

Terwijl ik mij naar alle waarschijnlijkheid in een refter bevond, alwaar moest worden geschreeuwd eer men zijn tanden in zijn voedsel kon zetten - bikke bikke bik, hap hap hap alsook aai laaik een aaiken in de mourning, joe laaik een tikkenaaiken toe - terwijl ik al dat vreselijks doorstond, gooide Caroline Schoofs een discus 21 meter en 36 ter zake doende centimeters ver en won daarmee in de categorie van de miniemen een fel te koesteren medaille. De Nederlander Peter Schroen tekende op hetzelfde ogenblik voor één seizoen bij een Belgische ploeg en beloofde een wielrenner van kaliber te worden. In Bouge stond een villa met zwembad en aangebouwde serre te koop voor twee miljoen en oneffen Belgische franken, een Talbot Sunbeam met 92.000 kilometer op de teller zocht een nieuwe eigenaar, de man die verkeerdelijk werd aanzien voor de moordenaar van Résida Roland mocht de gevangenis verlaten en de heksenfeesten te Vielsalm hadden zowel de zon als een groot aantal bezoekers mogen verwelkomen.

De wereld en haar dagdagelijksheden, nonchalant gearchiveerd door de muren. Voor wie haar kan dragen moet de historische kennis van een klusjesman een goudmijn zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234