Donderdag 24/09/2020

Reconstructie1945: zomer van de waanzin

Na Jef, Marcel en Frans keerde niemand uit de nazikampen terug naar Meensel-Kiezegem

Frans Trompet (derde van rechts) was een van de drie mannen van het dorp die de kampen overleefden.Beeld rv

Een jaar lang wachtten de vrouwen in het Hagelandse Meensel-Kiezegem op de terugkeer van hun mannen, die in de zomer van 1944 na razzia’s waren afgevoerd naar Duitsland. Eerst kwam Jef terug, dan Marcel en op het laatst Frans. Toen niemand meer. ‘Al die vrouwen, al die weduwen, stonden daar rond mij. Te vragen waar hun man was.’

‘Zij die weerkeerden’, zeggen de statige letters op de gedenkplaat op het kleine kerkhof van Kiezegem. Zij die weerkeerden, worden onderverdeeld in drie categorieën. Vijf bewoners keerden na de razzia’s van augustus 1944 terug nadat ze waren ontsnapt uit de gevangenis van Leuven. Tien anderen wisten te ontsnappen uit de spooktrein waarmee de Duitsers net voor de bevrijding in september 1944 nog 1.500 gevangenen naar een concentratiekamp wilden overbrengen.

De machinist heette Louis Verheggen. Hij schermde tegenover de nazi’s eerst met een tekort aan water voor zijn stoomketels, dan met een mechanisch defect. Daarna opende iemand per ongeluk de verkeerde spoorwissel, waardoor de trein naar Mechelen begon te tuffen in plaats van naar Duitsland. Uiteindelijk keerde de trein in een perfect nutteloze cirkel terug naar Brussel. Waar iedereen kon uitstappen.

Achteraf zei Louis Verheggen tegen de vele duizenden mensen die hem met vochtige ogen kwamen bedanken: “Ge moet daar zo geen spel van maken.”

Neuengamme

Over de derde categorie weergekeerden zegt de gedenkplaat: ‘Uit het concentratiekamp Neuengamme’. De plaat vermeldt drie namen: Claes Jozef, Lodewijckx Marcel, Trompet Frans.

Zij behoorden alle drie tot de kleine honderd inwoners van Meensel-Kiezegem die in de zomer van 1944 waren opgepakt als represaille voor de moord op de jonge Gaston Merckx van de collaborerende Zwarte Brigade. Zittend naast het lichaam van haar zoon hadden de dorpelingen moeder Merckx horen roepen: “Nu moeten er honderd mensen sterven!”

Meensel-Kiezegem is ons eigen Oradour-sur-Glane, het Franse dorpje waar kort na de landing van de geallieerden in Normandië 642 mensen werden vermoord. In Meensel-Kiezegem waren het geen nazi’s die een achtste van de bevolking wegvaagden. Het waren Vlaams-nationalisten van de organisatie DeVlag. Op vrijdag 11 augustus 1944 sloten 350 mannen van DeVlag onder leiding van Robert Verbelen Meensel-Kiezegem hermetisch af. Van de aangehoudenen kwamen er uiteindelijk 71 terecht in het concentratiekamp van Neuengamme, bij Hamburg, of in een van de buitenkampen.

Nagenoeg geen enkele van de weggevoerden had iets met de oorlog. Het waren gewone boeren en boerenzonen. Slechts een enkeling had ooit iets gedaan voor het verzet: een gevallen geallieerde piloot helpen verstoppen, een boodschap doorgeven.

In een getuigenis enkele jaren voor zijn dood in 1989 vertelde Jefke Claes, mid-twintiger, over Neugengamme: “Daar stonden allemaal barakken naast elkaar met een draad rond. Voor we het kamp ingingen, moesten we het bad in. We moesten onze kleren uitdoen en kregen daarna onze gevangeniskledij. Dat was zo’n gestreept pak met van die lappen in. Daar hebben ze ook ons haar afgesneden. Ge kreeg zo’n streep in het midden. Als die streep weer lang werd, sneden ze de kanten weg en lieten die streep staan. Zo waren we altijd kenbaar, moest ge proberen te ontsnappen.”

Frans Trompet ontsnapte aan de dwangarbeid omdat hij mankte. “Op zekere dag zijn de anderen op transport gezet. Die anderen moesten buiten het kamp gaan werken, allemaal. Ik deed daar alsof ik niet uit de voeten kon. Ze hadden misschien compassie met mij, ik moest niet mee. Aan dat manken heb ik natuurlijk een heel pak bijgedaan. Zij die in Hamburg moesten werken, gingen op en af. Zij die voor de andere werkkampen werkten, bleven weken weg. Toen waren er al veel dood als ze terugkwamen van het werk. De meesten, bijna allen, stierven van ontbering. Ze moesten ze niet doodschieten, ze stierven zo genoeg.”

De grafzerken van de slachtoffers in Meensel-Kiezegem.Beeld Wouter Maeckelberghe

48 kilogram

De zerkjes op het kerkhof van Kiezegem, in rijen van zes, vermelden de in Neuengamme geregistreerde sterfdata. Van de 50-jarige Louis De Cock, 20 april 1945. Van de 18-jarige Jozef Vandegaer, 26 april 1945. Van de 57-jarige Evrard Van Goidsenhoven, 27 april 1945. Van de 21-jarige Alfons Van Goidsenhoven, diezelfde dag. Van Alfons Van Wanghe, 47 jaar, 5 mei 1945. Dat was een dag na de bevrijding van Neuengamme door de Amerikanen.

Halfweg oktober 1944 had Claes in het kamp van Wöbbelin, een subkamp van Neuengamme, Evrard Van Goidsenhoven nog gezien. Van Goidsenhoven was de metselaar van Kiezegem. In een Vlaams dorp had in die tijd iedereen zijn rol. Er was een smid, een onderwijzer, een metselaar.

Claes: “De metser vertelde mij al van de doden, maar ik kan niet meer zeggen over wie het ging. Wij waren mee achteruit moeten trekken omdat ‘de Amerikaan’ afkwam. We moesten terug naar Neuengamme, dat kwam doordat we zo slap waren. We moesten nog achteruit en daar hebben we vier dagen op de trein gezeten met als enig voedsel vijf poten.” In het Hagelands zijn ‘poten’ wortelen. Hij heeft Evrard de metser nooit teruggezien.

Claes vertelde hoe de trein op een gegeven moment stopte in een bos en de machinist zijn locomotief loskoppelde. Hij reed weg, zonder wagons ging hij sneller. “Daar hoorden we ze op elkaar schieten, de Amerikanen en de Duitsers. De Duitser die bij ons in de beestenwagen zat, stond gereed om lopen te gaan. Komt daar toch op de laatste minuut die machine niet terug. Ze waren opnieuw met ons weg.”

Terug naar Kiezegem

Jefke Claes moet een vastberaden overlever zijn geweest. Het werd 4 mei 1945. “De Amerikanen zijn gekomen, sneden de draad door en lieten ons daar zitten. ’s Avonds kwamen ze met een wagentje brood: één brood voor acht man. In het begin ging dat goed, maar dan vlogen ze allemaal op dat karretje af en was dat zo leeg. Ik voelde al goed dat ik slap was. De slechten voerden ze weg naar het hospitaal met een open camion. Ik mocht niet mee. Ik kroop over de snuit van de kamion, over de cabine en liet me er bovenop vallen en ik was mee. Wij kwamen dan in een kazerne terecht. Ik was daar de enige van Meensel.”

Marcel Lodewijckx, de derde terugkeerder, werd per dodenmars oostwaarts gestuurd en werd bevrijd door de Russen. Ook van Lodewijckx, geboren in 1913 en overleden in 1997, is een getuigenis achtergebleven. Net als Claes was hij in de begindagen van mei 1945 een soort wandelend lijk. Op een gegeven moment woog hij 48 kilo.

Lodewijckx: “Toen de Russen ons bevrijdden, ging ik naar een soldaat en vroeg om eten. Hij bezag ons, wees op mijn magere arm en vroeg wat dat was. Ik zei: ‘Kein essen.’ Hij zei: ‘Essen genug.’ Hij wees naar een boerderij. Daar hebben we dan gegeten. De Russen voerden ons naar een kamp. Daar zaten wel vijf- à zesduizend man. Op zekere dag was het appel en zijn we allemaal op Rusland af gegaan, te voet. Wij dachten dat die met ons naar een station gingen. We zijn met achttien man ontsnapt.”

In de verwarring van die dagen strompelde hij met zijn groep de Amerikaanse zone binnen. “Toen waren we pas echt bevrijd.”

Café met telefoon

Het werd 8 mei 1945. Adolf Hitler was dood, het Derde Rijk was ten einde. De oorlog in Europa was afgelopen. Jefke Claes beleefde de dag in een of andere ziekenboeg waarvan hij zich de naam of de plaats niet meer kon herinneren. Blijkbaar gebruikten de geallieerden hun vliegcapaciteit om de ziekste overlevenden van de kampen zo snel als mogelijk terug naar huis te brengen.

Claes: “Ze kwamen vragen wie zich niet goed voelde. Ik stak mijn hand op. ’s Morgens was die hele zaal leeg, op mij en nog een zwakkere na. Toen ze ’s avonds opnieuw kwamen vragen wie niet goed was, zei ik: ‘Ho, mannen, ik ben goed hoor!’ Daardoor was ik er ’s anderendaags ’s morgens mee weg en kwam ik zo op een vliegveld.”

Het vliegtuig zette hem af in Brussel. Daar werd hij aangesproken door een rijkswachter uit Onze-Lieve-Vrouw-Tielt. Is er iemand, vroeg die, die kan worden gebeld? Ja, zei hij: “Plien!” Hij doelt op Plien Beddegenoodts, die met haar Oscar het dorpscafé in Meensel uitbaatte. Daar was een bakelieten telefoon. Hij kende het nummer. Maar die nacht van de razzia, wist Claes, was Plien afgevoerd en Oscar doodgeschoten. Hij wist niet of Plien daarvan op de hoogte was. Hij kon niet weten dat ook zij was gevangengenomen, maar het geluk had gehad op de spooktrein te belanden.

Claes: “Ik dacht er nog bijtijds aan dat Oscar dood was en dat Plien dat misschien niet zo graag had, als ze het al wist. Die gendarm heeft naar mijn kozijn gebeld. Notaris Mertens is me komen halen in Brussel. Ik ben eventjes in Meensel geweest en ben dan naar Leuven gevoerd: zes weken kliniek.”

Claes werd in Meensel aangesproken door een honderdtal vrouwen. Ze wilden van hem horen hoe het is met hún man, hun zoon. Hij heeft alleen maar een hulpeloze gelaatsuitdrukking te bieden.

Ook Jozef Craeninckx, zeventien pas, was in september 1944 bevrijd uit de spooktrein. Hij behoorde tot de kleine menigte die Jefke Claes even mocht aanschouwen, die dag: “Als ge hem zag, meer geraamte dan mens, ja, dan wist ge ’t wel.”

‘Niet gelogen’

In mei 1945, net na de terugkeer van Claes, staken onbekenden de boerderij van boer Broos in brand. Broos werd mee verantwoordelijk geacht voor de razzia’s. Hij en de andere zwarte families waren Meensel-Kiezegem eerder al ontvlucht.

Je ziet het bij ouders van ontvoerde kinderen. Het was niet anders met de vrouwen van Meensel-Kiezegem, die zomer. Zolang er geen officiële brief van het Rode Kruis kwam, bleven ze hopen. Er zouden toch op zijn minst nog een paar mannen terugkeren uit de kampen?

Marcel Lodewijckx: “We waren nog met drie toen de Engelsen ons naar een soort gekkenhuis brachten en zo naar het station. Vandaar geraakten we in Herentals, daar zijn we toen gerepatrieerd. In alle gazetten stond het en op de radio hadden ze gezegd dat er een trein politieke gevangenen ging komen. Toen de trein stopte, stonden daar duizenden mensen. Uit die trein kwamen maar drie politieke gevangenen. Vandaar reisden we met de trein naar Leuven.”

Meer nog dan Jefke Claes werd hij bekeken, betast. En bevraagd. “Dat wil ik niet meer meemaken. Ik wist van die doden, van die kameraden die dood gebleven waren, de meesten van uitputting en tyfus. Al die vrouwen, al die weduwen, stonden daar rond mij. Te vragen waar hun man was. Ik heb hen gezegd dat ik sinds 17 oktober niemand meer gezien had. Ik heb niet gelogen, maar ik heb ook niet gezegd dat ze dood waren.”

De weduwen van de slachtoffers op de eerste rij bij een herdenkingsplechtigheid in Meensel-Kiezegem.Beeld rv

De laatste

Europa was in de zomer van 1945 een mierennest van verloren zielen, op weg ergens naartoe. Frans Trompet werd van het ene vluchtelingenkamp naar het andere gestuurd. Hij sloot zich aan bij een groepje Vlaamse vluchtelingen. Het is al juni wanneer ze eindelijk de grensbarelen zagen. Ze waren in België.

Trompet: “In Herentals verbleven we nog een nacht en dan met de trein richting thuis. Tot in Aarschot. Achteraf moest ik alles vernemen. Ik vroeg aan mijn vrouw wie er allemaal al thuis was. Ze noemde ze op en ik zei: ‘Oei, dan zullen wij wel de laatsten zijn.’ Ze moesten er niet meer op rekenen dat er nog zouden komen. Er zijn er geen meer gekomen achteraf. Ik heb dat spel overleefd met heel veel geluk. Ik moet zeggen dat ik nooit slaag heb gekregen.”

De moeders, vaders, broers, zussen en echtgenotes van 63 mannen zouden een hele zomer blijven wachten, alert voor alles wat kon wijzen op een voorbode van goed nieuws. Er kwam geen goed nieuws meer.

In de nacht van 25 op 26 augustus 1945 werd Louis Pittomvils bij nacht door een commando neergemaaid met een machinegeweer. Ze duwden zijn echtgenote en zijn zoon in de kelder en staken de boerderij in brand. Over boer Pittomvils ging het gerucht dat hij ooit onderdak geboden had aan een zwarte.

Nog generaties lang zou Meensel-Kiezegem gebukt blijven gaan onder oorlogsvetes. Elk jaar bij de herdenkingsplechtigheden is er een aparte rij stoeltjes. Voor de weduwen. 

Morgen: Hinda Elsztajn overleefde ‘blok 10’ in Auschwitz en sprak daar nooit over.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234