Zondag 21/07/2019

Reportage Mississippi Hanging

Na een ruzie met zijn witte vriendin hing de zwarte Willie zichzelf op. Of was het moord?

Willie Jones. Beeld Michael Persson

Willie Jones werd gevonden met een touw om zijn nek aan een boom in Scott County, Mississippi. Zelfmoord, zei de politie. Moord, denkt zijn familie, zoals bij zoveel zwarte Amerikanen voor hem. Michael Persson gaat op zoek naar de waarheid en de mogelijke dader. ‘Hoe heb je me gevonden?!’

De boom zal niet veel ouder zijn dan Willie Jones was toen hij er vorig jaar aan werd gevonden, hangend aan een plastic koord. Het is geen boom zoals je je die voorstelt bij lynchpartijen – geen dikke eik op een heuvel even buiten het dorp, maar een jong notenboompje dat maar net uitsteekt boven het struikgewas, aan de rand van een overwoekerde voortuin in een bos in Mississippi. De tak waaraan Willie hing, is even dun als zijn armen waren.

Het huis staat aan een doodlopend grindweggetje, waar kinderen op blote voeten heen en weer drentelen en blaffende honden de woonwagens bewaken. Hier maakte Willie, een zwarte jongen van 21, op 8 februari voor het laatst ruzie met zijn vriendin Alexis, een wit meisje van 19, dat hier bij haar ouders woonde en met wie hij een zoontje van drie maanden had. Het was Alexis’ vader Harold die Willie een half uurtje daarna aan de boom aantrof en 911 belde om te zeggen dat zijn schoonzoon zich had opgehangen.

‘Te koop’, staat er nu op een bordje dat aan een spijl van de veranda is gespijkerd. De vogels fluiten alsof er niets gebeurd is. In een ruit zit het wak van een kogelgat.

In de Green Grove United Methodist Church, aan het begin van Green Grove Road, een kleine kerk waar eens in de twee weken een dienst wordt gehouden, knikken de zwarte kerkgangers instemmend als ze horen wat dominee Dino Terrell te zeggen heeft over de zaak van Willie Jones. “Zelfmoord? Een zwarte jongen, hangend aan een boom, nadat hij ruzie had gemaakt met een wit meisje? Man, ze hebben dat gewoon onder het tapijt geveegd. Ga eens praten met de mensen die tegenover dat huis wonen. Die weten meer.”

En zo gaat het verhaal verder waar het geëindigd leek.

Jackson, 2018

In Jackson, de hoofdstad van Mississippi, is Nia Umoja, een activiste die daar een vergane zwarte buurt nieuw leven probeert in te blazen, boos en gelaten tegelijk. Het is maart 2018, en ze vertelt over het onrecht dat zwart Amerika nog steeds kan treffen, met de systematische willekeur van een onweersbui. Mississippi is de staat waar in 1955 Emmett Till werd gelyncht, nadat hij iets flirterigs had gezegd tegen een witte vrouw. Het is de staat waar in 1963 activist Medgar Evers op zijn tuinpad werd doodgeschoten. Het is de staat waar een jaar later drie andere burgerrechtenactivisten werden vermoord nadat ze de brand in een zwarte kerk wilden onderzoeken, een zaak die werd verfilmd in Mississippi Burning.

Nog steeds, zegt Nia, worden er zwarten vermoord, en komen de daders ermee weg. Een half jaar eerder was er een zwarte man opgehangen gevonden op de campus van de universiteit, een paar weken daarvoor iemand in het bos een eind verderop. Er zijn meer gevallen de afgelopen tijd van dode Afro-Amerikanen, bungelend op openbare plekken – en altijd is het zelfmoord. “Zwarte mannen hangen zichzelf niet op”, zegt ze. “Wij kennen onze geschiedenis.”

Ook de dood van Willie Jones was een zelfmoord, zegt sheriff Mike Lee de dag nadat het gebeurd is tegen de regionale krant. “Er zijn geen aanwijzingen voor een racistisch gemotiveerde misdaad.” Hij vertelt dat getuigen hebben gezegd dat Jones die avond dreigde zichzelf te doden. Hij wijst ook op het feit dat de schoonfamilie van Willie ‘bi-raciaal’ is – een van de zoons heeft een zwarte vriendin, Shaniya. Er wordt niemand gearresteerd.

Een paar dagen later, op Valentijnsdag, moet de politie opnieuw naar 327 Green Grove Road komen. Er is midden in de nacht op het huis geschoten vanuit een voorbijrijdende auto. “Nu hebben we twéé zaken bij dat huis”, klaagt sheriff Lee tegen de Scott County Times. “Dit helpt niet. Dit haalt mankracht af van ons onderzoek naar de dood van die jongeman.”

De bewoners van het huis, zo schrijft de krant, zijn de dag erna halsoverkop vertrokken – en nooit meer teruggekeerd.

Een kogelgat als stille getuige van de schietpartij op Valentijnsdag 2018. Beeld Michael Persson

Intussen zegt Tammie Townsend, de moeder van Willie, op het lichaam van haar zoon blauwe plekken en de zwarte puntjes van uitgedrukte sigaretten te hebben gezien. Zij waarschuwt de burgerrechtenbeweging NAACP. Onder hun druk roept de sheriff de hulp in van het Mississippi Bureau of Investigation (MBI) en de FBI. Zo begint het onderzoek er toch serieus uit te zien.

De zaak maakt nieuwsgierig. Tijdens een eerste bliksembezoek van ons, half maart 2018, is het doodstil in het buurtje. Een jongen aan het begin van de grindweg is een van de weinigen die iets durft te zeggen. “Als zwarte man ben je hier een hert – een stuk wild met een doelwit op je rug”, zegt hij. “Je moet geen domme dingen doen. Ik zou zelf nooit een relatie beginnen met een wit meisje.”

De sheriff is onvindbaar, en verder wil niemand wat zeggen over het onderzoek. Ook op mailtjes en telefoontjes aan de sheriff en de MBI volgt geen reactie, ook niet als begin mei het onderzoek officieel wordt afgesloten. De conclusie aan het eind is dezelfde als die aan het begin: zelfmoord.

Verdere toelichting ontbreekt, en een jaar lang volgt geen antwoord op vragen. In oktober kondigt moeder Tammie aan met twee pro-bono-advocaten en een aantal lokale activisten op zoek te gaan naar gerechtigheid. Dat bericht is het laatste dat in Amerikaanse media over de zaak verschijnt.

Dus is het in mei 2019 tijd om terug te gaan naar Green Grove Road.

Scott County, 2019

Scott County ligt in het hart van Mississippi, een licht glooiend gebied van bossen en kreekjes en kippenstallen, waar de mensen praten in lange klinkers en dubbele ontkenningen.

Forest is de lokale pleisterplaats, waar het openbare leven zich afspeelt in de benzinestations, fastfoodtenten en de Walmart. De Green Grove Road ligt er die zondagmiddag zonnig bij, als Charles, de overbuurman van het spookhuis, net zijn pick-up­truck parkeert. In de laadbak een stel hengels en een emmer vissen die die avond in de pan zullen gaan. Charles (zwart) haalt zijn vrouw Eva Marie (wit) erbij. “Met haar moet je praten. Zij weet het best wat er is gebeurd.”

“Mijn dochter Layla hoorde het gegil van Alexis”, zegt Eva, een getaande vrouw met tatoeages op haar bovenarmen. “We gingen naar buiten en zagen hem hangen. Zijn voeten raakten de grond.

“Hij had zijn gezicht naar de stam, hij had de stam kunnen vastpakken. De politie was er razendsnel, en toen kwam er meer politie, de ambulance, de familie van Willie. Het duurde uren voordat hij was losgesneden. Toen het voorbij was en ze weg waren, zagen Layla en ik Harold buiten rondlopen, met een rare lach op zijn gezicht. Hij lachte het weg, zei hij. Ik weet niet of hij nog dronken was.”

Eerder die avond, zegt Layla, had het Harold tien minuten gekost om zijn pick-uptruck te parkeren. Harold had een slechte dronk, zeggen zij en haar moeder – soms klopten zijn kinderen bij hen aan en logeerden dan een nacht bij hen omdat ze niet thuis durfden te komen. Eén keer dreigde Harold het huis in brand te steken, zegt Eva.

“En dan komt op een avond zijn stiefdochter thuis, in elkaar geslagen door haar vriendje, en zou hij niets hebben gedaan? Dat klinkt gewoon niet logisch. Maar de politie wuifde het allemaal weg.”

Ze heeft haar verhaal nog nooit kunnen vertellen, zegt ze. “Ze denken dat ik stom ben. Maar volgens mij weet ik dingen die zij moeten weten. Willie werkte weleens voor ons, we hebben een bouwfirma en hij ruimde weleens dingen op. Hij was niet helemaal goed, maar het was een goede jongen. En wat me opviel: hij kon zijn ene arm niet goed gebruiken. Hij tilde nooit iets boven zijn hoofd. Hij zou nooit een knoop hebben kunnen leggen boven die tak.”

Een arm die het onmogelijk maakt dat iemand iets heeft gedaan: het is een echo uit To Kill a Mockingbird, de klassieker van Harper Lee uit 1960, over een onterecht veroordeelde zwarte jongen in het zuiden van Amerika, die een lamme arm had en daarom nooit de vrouw had kunnen slaan die hij zou hebben verkracht. Het is bijna te mooi om waar te zijn. “Ik weet dat sommige dingen gebeuren die onverklaarbaar lijken”, zegt Eva. “Maar er kan ook een andere verklaring zijn.”

En dan hebben Layla en Eva ook nog eens Randy, de zwager van Harold, zien wegrijden, nadat Willie dood was gevonden. Hij kwam pas terug nadat de politie was gearriveerd. Hij parkeerde zijn auto buiten de afzetting, zegt Layla. “Hoe kunnen ze deze zaak onderzoeken en dan al die signalen negeren? Papoose, de hoofdinspecteur, van wie we altijd dachten dat dat een goede politieman was, deed hier niets mee. Later kwam die man van de MBI. Wij hebben hem beelden van onze bewakingscamera laten zien, maar die heeft hij niet eens gekopieerd, hij heeft alleen een paar foto’s van ons scherm gemaakt. Hij zei dat de verhalen van alle familieleden precies overeenkwamen, en dat daarmee de zaak eigenlijk wel duidelijk was. Dat is toch raar? Ik vroeg hem of dat dan niet betekende dat ze de verhalen op elkaar hadden afgestemd. Hij zei: ‘Jij moet bij de MBI komen werken.’”

Eva: “De Heer zegt: de waarheid zal zichzelf tonen, als het tijd is.”

Layla: “Het is de hoogste tijd.”

Tammie

Willie Jones kwam uit een streek ten noorden van Forest, die Brusha wordt genoemd. Het is een gebied waar de witte bewoners voor waarschuwen – zelfs in de onderste lagen van de Amerikaanse samenleving is altijd nog een lagere laag te vinden. Ook de politie komt er niet.

Langs de bosweggetjes staan de stacaravans in hoekige opstellingen bij elkaar, omringd door auto’s, quads en paardenwagens, met daartussenin zanderige basketbalveldjes waar kinderen spelen die allemaal familie van elkaar zijn. Aan een van die weggetjes staat het grootste huis van Brusha, het enige huis met twee verdiepingen, waar Willie met zijn moeder en broertjes en zusjes woonde. Het huis is van zijn stiefvader, Herbert Townsend, alias Papa Smurf, die acht jaar geleden voor dertig jaar de gevangenis in moest vanwege grootscheepse drugshandel. Hier kende niemand Willie als Willie. Hier heette hij Duke – de bijnaam die hij al als baby van zijn ouders kreeg, een naam die veel beloofde.

Toen hij haar vertelde dat hij verliefd was geworden op een meisje dat al een kindje had, hield Tammie hem niet tegen. “Ik zei alleen dat dat een grote verantwoordelijkheid was. Dat begreep hij. Hij deinsde niet terug voor dat soort dingen. En hij hield van kinderen. Ik had er geen probleem mee. Ik schrok pas toen ik erachter kwam dat ze wit was. O mijn God, zei ik tegen mezelf. We zijn in Mississippi.”

Maar toen Alexis een paar keer was langsgekomen, draaide Tammie bij. Ze was een sweet girl, zegt ze. Toen Alexis zwanger werd, had Tammie er vrede mee. “Ik wist dat Duke een verantwoordelijke vader zou zijn.” Ze raakte ook bevriend met Alexis’ moeder, Melissa, alias Missy. “Ze kwam hier regelmatig, we kookten samen, het was een soort vriendschap. Ze had het dan wel eens over Harold, en dat ze bij hem weg wilde – ik denk dat zijn drinken haar te veel werd. Ik denk niet dat zij een racist is. Die man vond ik een rare kerel, maar ik mis Melissa.”

Tammie met haar zoon Willie. Beeld Archiefbeeld

Na de geboorte van hun baby ging het slechter tussen Willie en Alexis. Ze bleven allebei apart bij hun eigen moeder wonen, en maakten ruzie over de omgang met hun baby. Eén keer, begin februari in de Burger King, werd de politie erbij gehaald. Op 8 februari was het zoontje bij zijn oma Tammie, toen Alexis hem ’s avonds kwam ophalen. “Duke zei: ik ga met ze mee, ik blijf vannacht bij Alexis slapen. Ik zei: pas op jezelf. Die vader, die mocht Duke niet. Niks wat hij deed was goed genoeg. Ik had hem niet moeten laten gaan.”

Om 22.44 uur werd Tammie gebeld door Melissa. Ze zei dat ze meteen moest komen. Willie had Alexis geslagen. Tammie sprong in de auto en probeerde terug te bellen om te weten wat er gebeurd was. Ze belde alle nummers die ze had. Vier minuten later nam Shaniya de telefoon van Alexis op, gillend. “Hij hangt aan een boom! Hij is dood!”

Toen ze aankwam, was het terrein al afgezet met gele tape. Ze was in shock. Ze herkende haar zoon aan zijn pyjamabroek. Ze mocht niet bij hem komen, en moest hem identificeren aan de hand van foto’s die de politie had gemaakt van zijn tatoeages. ‘Tammie’ en ‘Trust’ op de ene arm. ‘No One’ op de andere.

“Het was allemaal zo onprofessioneel. De lijkschouwer had niet eens een camera. Ze wilde foto’s maken met haar telefoon, maar dat lukte niet in het donker. De politie... deed eigenlijk niets. Geen vragen, geen onderzoek. Het was alsof Duke gewoon niet telde. Na twee uur haalden ze hem los. Ze stopten hem in een lijkzak en reden weg.”

Ze zag hem pas vier dagen later weer. Hij was gebalsemd teruggekomen uit Pearl, de stad waar het forensisch lab staat. Ze had geen toestemming gegeven om hem te balsemen, zegt Tammie.

“Ik zag dat er van alles mis was. Hij had twee plekken in zijn lies alsof hij daar geschroeid was. Hij had blauwe plekken en krassen op zijn rug. En zijn rechterschouder was uit de kom. Hij had een keer een botsing gehad met football en sindsdien was het mis met die schouder. Als hij er kracht mee moest zetten, plopte die arm eruit. Er moet iets gebeurd zijn.”

De Mockingbird-arm. Heeft hij zich verzet? Of heeft hij juist zichzelf geforceerd?

Tammie aarzelt en slikt. “Ik weet niet waarom God dit gedaan heeft en waarom hij het op deze manier gedaan heeft, maar... ik weet bijna zeker dat het geen zelfmoord kan zijn. Mijn zoon was gelukkig, altijd vrolijk, nooit depressief, gebruikte geen drugs, had geen geldzorgen. Natuurlijk had ik ook mijn twijfels. Wat als het mijn schuld was? Had ik iets gemist? Maar twee dagen later zei ik mijn gebeden en ging ik liggen en verscheen hij. Mam, ben je aan het ijlen, vroeg hij. Ik moet je wat vertellen. Geloof me alsjeblieft. Ik heb dit niet zelf gedaan. Toen zei ik: oké baby, ik geloof je. Ik beloof je dat ik niet zal stoppen met zoeken naar degene die dit gedaan heeft.”

“Ze hebben hem behandeld alsof hij niets was”, zegt ze. “Niemand heeft zich druk gemaakt om mijn zoon. Als er een zwarte dood is, wordt er veel minder hard gezocht naar een schuldige. Stel je eens voor dat zíj daar hing. Dan had hij diezelfde avond nog in de gevangenis gezeten, en was hij er nooit meer uitgekomen.”

De media

Een van de problemen met moorden op zwarte Amerikanen is dat ze veel minder vaak worden opgelost dan moorden op witte Amerikanen. Volgens een onderzoek van The Washington Post uit 2018 leidde een wit slachtoffer de afgelopen tien jaar in 63 procent van de gevallen tot een arrestatie, een zwart slachtoffer maar in 47 procent van de gevallen. En dat was in de steden, onder het toeziend oog van media. In de provincie is de ophef over en de aandacht voor zwarte doden nog wat kleiner.

“Moorden worden hier niet opgelost”, zegt Willie Wilson, in een woonwagen in Brusha. Hij is na de dood van Willie Jones lid geworden van de New Black Panthers – een bewapende zwarte zelfverdedigingsgroepering. “Een zwarte dode telt niet. Het racisme zit misschien niet in de dader, maar in de onwil van de politie.” Laatst heeft hij anderhalf uur een inbreker onder schot moeten houden, voor de politie kwam. “Het recht is hier ongelijk verdeeld.”

De media hebben ook weinig interesse. Er wordt vrij weinig geschreven over de zwarte doden van Scott County. Een doodgeschoten jongen hier, een onthoofde vrouw daar: ze komen in de krant, maar wat er daarna gebeurt is onduidelijk. De beschuldiging van racisme kan daarbij averechts werken. Een zwarte jongen aan een boom? “Wij zagen er geen verhaal in”, zegt James Phillips van de Scott County Times. “Wij keken naar het bewijs en zagen geen aanleiding te denken dat het iets anders was dan zelfmoord. Dat is wat de politie vertelde. Het spijt me om te zeggen, maar het is altíjd racisme. Het is een reflex – zelfs als een zwarte man begint met schieten en dan zelf wordt neergeschoten door een witte man, is het volgens de burgerrechtenbeweging racisme. De mensen raken er ongevoelig voor. O, daar gaan we weer. Het gevaar is dat als er echt iets gebeurt, we er geen aandacht voor hebben.”

Het rapport

Het rapport dat de politie van Scott County opstelde over de dood van Willie Jones is een rapport waar je heel lang en heel kort in kunt lezen. Heel kort, omdat de belangrijkste informatie uit vrijwillige verklaringen van getuigen bestaat die allemaal ongeveer hetzelfde zeggen – de verklaringen werden pas op 12 februari afgenomen, wat betekent dat er vier dagen gelegenheid was om een en ander af te stemmen. Heel lang, omdat ze allemaal toch dingen weglaten of juist rare nadrukken leggen, zodat je als plaatsvervangend rechercheur voortdurend wilt doorvragen.

Hoelang was Harold buiten, toen Willie buiten was? Waarom deed hij niets, toen hij Willie naar eigen zeggen met een touw zag lopen en hoorde mompelen dat hij zichzelf zou gaan doden? Waar was Randy, voor de politie kwam? Waarom zitten er geen foto’s bij van het lichaam?

De aanloop is wel gedetailleerd en consistent. Nadat Alexis op 8 februari haar zoontje bij Tammie heeft opgehaald en met Willie erbij terug naar huis rijdt, met achterin Thomas (de 22-jarige broer van Alexis), zijn vriendin Shaniya, alias Shay (19) en hun jonge dochtertje, gaat het onderweg helemaal mis. Willie vraagt de telefoon van Alexis en ontdekt sms’jes van haar nieuwe liefde. Hij gaat door het lint, slaat Alexis tegen het stuur, en, nadat ze gestopt is, sleurt hij haar naar buiten en beukt hij haar hoofd tegen de tussenstijl van de auto.

Dan rijden ze naar haar huis. Willie stopt nog een keer, en smeekt op zijn knieën om vergeving. Thuis aangekomen gaan ze naar binnen, en begint het gekibbel opnieuw. Op een gegeven moment zegt hij ‘I fucked up’ of ‘I messed up’, en gaat naar buiten. Harold volgt hem, naar eigen zeggen om te kijken hoe het met hem is. Hij ziet hem lopen met een touw, en hoort hem zeggen dat hij zich van kant gaat maken. Dan gaat Harold weer naar binnen, en twintig tot dertig minuten later gaat hij weer naar buiten. Daar ziet hij Willie hangen. Hij gaat weer naar binnen en zegt tegen zijn zwager Randy: Willie hangt aan een boom. Dan belt hij 911. Het is 22.49 uur.

“Er moet onmiddellijk iemand komen”, zegt Harold tegen de dienstdoende telefoniste. “Er is een ruzie geweest tussen mijn stiefdochter en haar vriendje, en nou heeft hij zich opgehangen. Ik weet niet wat ik moet doen, moet ik hem lossnijden en reanimeren? Ik wil hier niets mee te maken hebben. (...) Hij is dood, hij is dood, ik heb hem aangeraakt en hij is slap. Hij zei dat hij zichzelf zou doden, maar ik geloofde hem niet. Hij en mijn stiefdochter hebben een baby samen, en hij heeft haar helemaal lens geslagen en nou hangt hij aan een boom hierbuiten. Ik wil hem gewoon lossnijden. Ik wil hier niets mee te maken hebben.”

Vanaf dat moment gaat de politie mee in dit verhaal van de aangekondigde zelfmoord. Misschien is het de waarheid. Maar er staat nog een alternatieve werkelijkheid in het politie­rapport.

Het is het verhaal van Shay, de zwarte vriendin van Thomas, die op 14 februari ’s avonds naar de politie belt. Eerder die dag, in de vroege ochtend, zijn er zes kogels afgevuurd op het huis aan de Green Grove Road, waarbij één kogel in de tv is beland en een andere door een matras is gegaan. De familie vlucht weg, maar Shay gaat niet met hen mee. Hun wegen scheiden. Dit is wat zij zegt, over de avond dat Willie stierf:

“Willie ging de kamer in met Alexis. Harold dacht dat Willie weer met Alexis was beginnen vechten. Harold ging zijn kamer in en pakte een pistool. Melissa hield hem tegen. Ze zei tegen Harold dat een pistool niet nodig was. Kort daarop liep Willie naar buiten. Een paar minuten later liep Harold naar buiten. Harold bleef ongeveer tien minuten buiten.”

Het is een totaal afwijkende verklaring – ineens is er sprake van een pistool, en van Harold die tien minuten buiten is met Willie. Dus wat vraagt de agent aan Shay, nadat hij haar verhaal heeft aangehoord?

“Weet jij of Willie drugs gebruikte?”

De sheriff

Bijna een week lang duikt de sheriff weg voor mijn vragen, en is het onmogelijk een afspraak te maken. Maar dan heeft Mike Lee ineens toch een moment gevonden om naar het politiebureau te gaan.

Ik leef enorm mee met de moeder”, is het eerste wat hij zegt. Hij begrijpt haar zoektocht, zelf zou hij ook niet kunnen accepteren dat zijn kind zelfmoord zou plegen, maar er zijn simpelweg geen aanwijzingen voor moord, zegt hij. “Er waren geen aanwijzingen voor een gevecht, hij was niet over de grond gesleept, er waren geen blauwe plekken. En Willie heeft volgens de aanwezige getuigen zelf gezegd dat hij zich iets zou aandoen.”

Volgens getuigen als Harold ja. Is die eigenlijk ooit verdacht geweest? “Op die avond zagen we hem als getuige, later als verdachte. We hebben ervoor gezorgd dat we een verklaring van hem kregen en dat zijn verklaring overeenkwam met die van andere mensen.” Is hij ondervraagd? “Ik weet vrij zeker dat de MBI hem aan een leugendetector heeft onderworpen.” En de afwijkende verklaring van Shay, over Harold en zijn pistool? “Haar verklaringen tegen de MBI veranderden voortdurend. Ik snap niet waarom zij niet gewoon de waarheid vertelt.”

We moeten dus bij de MBI zijn, de lokale afdeling van de FBI, met een baas die afgelopen najaar in het nieuws kwam omdat hij de aanschaf van Nike-spullen verbood – dit omdat Nike de sponsor is van Colin Kaepernick, de atleet die protesteerde tegen geweld van de politie tegen zwarten.

Dat vindt de baas van de MBI maar niets.

Maar de MBI zegt dat het rapport over Willie Jones bij de district attorney ligt, zeg maar de openbare aanklager, in het plaatsje Philadelphia, zestig kilometer verderop.

Bewijsmateriaal

De rit voert over wegen waar vrachtwagens vol kippen een spoor van fladderende veertjes achterlaten, langs het dijkje waar in 1964 de lijken zijn gevonden van de drie burgerrechtenactivisten die opkwamen voor het zwarte stemrecht. Olen Burrage, op wiens terrein ze werden begraven, werd nooit veroordeeld; het huis van de familie staat er nog steeds fier bij.

“Een van de ergste misdaden uit de burgerrechtenstrijd”, had sheriff Lee gezegd. “Er is een lange lijn van racisme die ons een stigma heeft bezorgd. Het is deze geschiedenis die ons dwarszit. Als er een misdaad is met een zwart slachtoffer en een witte dader, zien sommige mensen, mensen met een agenda, meteen een stel good-old-boys in witte lakens die iemand opknopen. Maar dat soort dingen gebeurt niet meer in Scott County.”

Daarom doet hij zijn uiterste best te voorkomen dat de foto uitlekt waarop Willie aan de boom hangt. “Mensen die dat zien, houden meteen op met denken. Dan heeft iedereen het echt alleen nog maar over een lynching.”

In de wachtkamer van district attorney Steven Kilgore ligt een bijbel, maar die kan ongeopend blijven – hij maakt meteen tijd voor het onaangekondigde bezoek. Hij wijst op een dik dossier en zucht diep. “Daar staat het allemaal in. Getuigenverklaringen, nieuwe getuigenverklaringen, en nog een keer. Alles wijst op zelfmoord.”

En die tegenstrijdige getuigenverklaringen dan? “Willie was een gezonde jonge vent, die teruggevochten zou hebben. Daar zien we niets van. Er zit niets onder de nagels, geen verdedigingswonden op zijn handen.” Tammie heeft foto’s laten zien van haar zoon, zoals ze hem terugkreeg na het balsemen. Zijn onderrug is blauw, er zitten schrammen op, zijn schouder ziet er vreemd uit, en zijn nagels zijn afgeknipt.

Maar Kilgore bladert in het autopsierapport. “Hier: Geen identificeerbaar bewijs van trauma buiten de nek. Geen blauwe plekken of bloedingen in het diepe weefsel of de spieren van de nek. Ja, ik weet dat de moeder er anders over denkt, maar dat is gewoon niet waar. Die brandwonden waar ze het over heeft, zijn waarschijnlijk de punten waar de balsemvloeistof in het lichaam is gegaan.

En die verkleuringen kunnen ook iets met het balsemen te maken hebben.”

Hij erkent dat het balsemen, waarbij lichaamsvloeistoffen worden vervangen door andere vloeistoffen, een autopsie bemoeilijkt. “Euh, ja dat is een probleem. Daarmee verlies je, euh... bewijs. Het is niet het lichaam zoals het was toen ze het vonden.”

Toch is dat ondergeschikt, vindt hij. De sheriff, de MBI, de FBI, hij, de Grand Jury die zich over het bewijsmateriaal heeft gebogen: niemand zag aanwijzingen voor moord. Racisme? De agenten die het onderzoek deden, zowel van de sheriff als van de MBI, waren zwart!

Wat er zou moeten gebeuren om deze zaak te heropenen?

“Een bekentenis”, zegt Kilgore.

Pistool

Het nieuwe huis van Harold en zijn familie staat in een zwarte buurt op een uur rijden van Green Grove Road. Volgens een opgave van een vastgoedsite is het huis verhuurd sinds 24 februari 2018, tien dagen na de schietpartij op Valentijnsdag. Niemand weet dat hij hier woont, buiten een heel kleine kring van familie en vrienden. Geen enkele vreemde heeft hem hier ooit aangesproken, en gevraagd of hij Harold heet. Zeker niet ’s avonds in het donker. En nu wordt dat toch aan hem gevraagd.

Ben jij Harold?

Nee, zegt Harold, die op de veranda staat. Dat ben ik niet, die ken ik niet.

Hij doet een paar stappen naar achteren, draait zich om, en haast zich langs de auto’s op de oprit naar achteren. What the fuck, zegt iemand, en een andere schim buiten raapt twee kleine kinderen bij elkaar en doet de voordeur open om naar binnen te gaan, als daar ineens weer Harold uit naar buiten komt, met in zijn rechterhand een pistool.

Iedereen naar binnen!, schreeuwt hij, waarop de schimmen beginnen te gillen, de kinderen huilen.

“Hoe heb je me gevonden?”, gilt hij, terwijl hij met zijn pistool zwaait. “Hoe de fuck weet je waar ik woon?”

Later zal hij zeggen dat hij bijna had geschoten, omdat hij dacht dat hij met een huurmoordenaar te maken had. Al een jaar, sinds die kogels door zijn huis aan de Green Grove Road vlogen, wachtte hij op dit moment. Een donkere auto, een nummerbord uit Louisiana, een man in een donker overhemd met een vreemd accent, een hand die naar een achterzak ging – dan is de optelsom gauw gemaakt. Maar hij schiet niet, en wordt rustig als hij het visitekaartje leest, bij het schijnsel van zijn telefoon, die hij vasthoudt met de hand waarin hij ook zijn pistool vasthoudt.

“We’re cool”, zegt hij. “Biertje?”

Harold

Binnen installeren ze zich op de banken. Alexis is er, met haar twee kleine kinderen, haar broer Thomas, Harolds vrouw Melissa, en later komt ook nog Angela binnen, de zus van Melissa. Haar man Randy ontbreekt. “Dus je wilt ons verhaal horen?”

En dus vertellen ze. Alexis vertelt over de autorit naar huis, en hoe ze door Willie werd toegetakeld. Melissa vertelt over hoe ze Willies moeder belde, haar vriendin Tammie – en hoe ze er nu van overtuigd is dat Tammie op die Valentijnsdag de kogels op hun huis heeft laten afvuren. En Harold vertelt, over Willie en die avond.

“In het begin was het een verdomd goeie jongen”, zegt hij. “Hij had goede manieren. Ja meneer, nee meneer. Hij toonde altijd respect. Wij zijn geen racisten. Mijn stiefvader is zwart. Ik woon hier, tussen allemaal zwarte vrienden. Maar ik denk dat ik wel weet waar het vandaan komt, dat idee dat ik racistisch ben. Toen we naar dat huis verhuisden en mijn kinderen met die zwarte kids begonnen om te gaan, en er verkering mee

kregen, was ik daar tegen. Niet omdat ik racist ben maar omdat het verkeerd is, in Gods ogen. Roodborstjes en blauwborstjes maken ook geen baby’s and shit, en eekhoorns en konijnen neuken ook niet met elkaar. Het klopt niet. Maar ik heb me eroverheen gezet. Willie was een goede jongen.”

Die zelfmoord, die paste niet bij hem. Maar Harold heeft er een verklaring voor: er was iets met een drugsdeal die verkeerd was gelopen. “Ik denk niet dat het vanwege Alexis was, maar vanwege de dope. We hebben gehoord dat Willie en wat maten een voorraad dope van een andere bende hadden gestolen, en dat die bende daar niet blij mee was. Ze hadden iedereen al omgelegd behalve Willie. Ik denk dat hij bang was voor wat ze met hem zouden doen, dat hij dacht dat dit de beste uitweg was.”

Hij vertelt over hoe hij Willie die avond aan de boom vond (“Heel raar, zijn voeten raakten de grond”), en hem los wilde snijden maar dat dat niet mocht van de telefoniste. “Ik had het gewoon toch moeten doen”, zegt hij nu. “Dan was ik misschien naar de gevangenis gegaan, maar dan had hij nog geleefd.”

Dat is raar. In dat 911-telefoontje zei hij een paar keer dat Willie dood was. Nee, hij leefde nog, zegt Harold nu. “Hij zou misschien hersenschade hebben gehad, maar ik had hem kunnen redden.”

Nog raarder: als Alexis vertelt over de klappen die ze van Willie kreeg, kijkt Harold verbaasd.

“Dat hoor ik nu pas! Als ik dat geweten had... I would have kicked his ass real good. Ik zou hem zeker niet hebben vermoord. En als ik dat wel had gedaan, dan niet op mijn fucking erf. Ik ken het bos goed genoeg, we rijden met onze quads kilometers over de karrensporen, ik ken gaten waar je een jeep in kunt laten verdwijnen. Ze zouden hem nooit gevonden hebben, if I did some shit like that.

“Het is niet goed om zoiets te doen maar... ik zou hem tot moes hebben geslagen. Ik zou in de gevangenis zijn en hij in het ziekenhuis.”

Maar hij wíst toch dat Willie zijn stiefdochter in elkaar had geslagen? Op het 911-bandje zegt Harold: “Hij heeft haar lens geslagen, onderweg hiernaartoe, en nu hangt hij aan een boom!”

Het is lastig hem met die tegenstrijdigheden te confronteren, want dat pistool moet nog ergens zijn.

Wat hij vindt van de verklaring van zijn toen­malige schoondochter Shay, die heeft gezegd dat hij een pistool pakte? “Ik had toen helemaal nog geen pistool. Dat heb ik ook tegen Papoose gezegd. Toen raadde hij me aan er eentje te regelen. Omdat ik het wel eens nodig zou kunnen hebben. Nou, dat heb je gezien.”

Thomas, die samen met Shay een kind heeft: “Ze is 180 graden gedraaid. Ik weet niet waarom. Ze heeft zich helemaal tegen ons gekeerd. Ik denk dat ze onder druk is gezet door de familie van Willie. Ze is na die verklaring vertrokken.”

Harold vertelt hoe het ook hem verbaasde dat de politie zo weinig deed, die avond. “Ze stonden daar maar, deden geen onderzoek, schreven niets op, vroegen niets. We hadden kunnen barbecueën!”

En de FBI en de MBI dan in de weken daarna? Hij is toch ondervraagd met een leugendetector?

“Van de FBI hebben we nooit iets gehoord. En voor die leugendetector heb ik wel een afspraak met de MBI gemaakt, maar die werd afgezegd omdat de man die hem zou afnemen er niet was. Toen ik een nieuwe afspraak wilde maken, hoefde het niet meer.”

Dan haalt hij nog een biertje en sigaretten. Hij is opgelucht. “Daar dacht ik net toch echt even dat ik er geweest was. Maar ik had jou ook te grazen genomen, dat weet ik zeker. Als ze voor mij komen, dan is dat maar zo. Maar ze moeten niet aan mijn familie komen. Ik vecht me dood voor mijn familie.”

Schoonzus Angela: “Dit is een wolvenfamilie. Ze blijven altijd bij elkaar. Harold is de leider, Melissa de leidende wolvin. En de rest volgt hen. Als de troep bij elkaar blijft, is dat voor iedereen het veiligst.”

Het graf van Willie Jones. Tammie: ‘Ze wilden hem kwijt. Balsemen, begraven, weg.’ Beeld Michael Persson

Shay

Shay, die de troep wel heeft verlaten, was niet bereikbaar voor commentaar. Volgens buren willen haar ouders niet meer dat ze over de zaak praat, uit vrees voor haar veiligheid.

Tammie heeft Shay ook nooit meer gesproken, na dat rampzalige telefoontje die nacht. Ze hoopt nog steeds op de waarheid – of in elk geval op een geloofwaardige inspanning om de waarheid te achterhalen. Haar advocaat, Thomas Bellinder, probeert de zaak heropend te krijgen. “Ik haat het om te zeggen dat ik mensen haat”, zegt ze, “maar de manier waarop de politie mijn dode zoon heeft behandeld, heeft me echt diep geschokt. Ze wilden hem kwijt. Balsemen, begraven, weg.

“Ze waren bang dat Scott County een slechte naam zou krijgen, denk ik. Maar daarmee hebben ze Scott County een slechte naam gegeven. Ik laat mijn andere kinderen hier niet meer opgroeien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden