Maandag 16/12/2019

Aanslagen 22 maart

“Na een jaar begonnen de nachtmerries. Elke nacht weer herbeleef ik 22 maart”

Philippe Vandenberghe, IT’er op Brussels Airport, is sinds vorige week dinsdag in hongerstaking in de vertrekhal. ‘Men hanteert bij de verzekeringsmaatschappijen het DDD-principe: Denie and Delay until they Die.’ Beeld Illias Teirlinck

‘Het eerste jaar ging het. Toen begonnen de nachtmerries. Elke nacht weer herbeleef ik 22 maart.’ Philippe Vandenberghe was die ochtend in de vertrekhal in Zaventem een kwartier lang de enige burger die levens kon redden. Nu zit hij dag en nacht op de plek van de eerste explosie, op zijn veldbedje. Hij is al anderhalve week in hongerstaking ‘tot de regering haar beloften nakomt’.

Je weet natuurlijk niet hoe hij voorheen was, maar een zin uitspreken zonder zich te krabben, lijkt Philippe Vandenberghe (49) niet te lukken. Hij vist een brief van Ethias uit zijn stapel. Leest voor: “Gezien de feiten die ons zijn gemeld niet werden beschouwd als een arbeidsongeval is het voor ons niet mogelijk tussenbeide te komen.”

Een zoveelste brief. Een zoveelste muur na het kastje. Toen hij en andere slachtoffers en nabestaanden werden uitgenodigd in het parlement, diepte de moeder van de Amerikaanse Béatrice De Lavalette – zij verloor op 22 maart haar voeten – een stapel papier op uit haar tas. “Dat beeld is blijven hangen”, zegt Vandenberghe. “Door dat beeld en de verklaringen die politici daarna over aflegden, denken veel mensen dat aan de situatie is verholpen.”

Hij heeft zijn blauwe veldbedje uitgestald ter hoogte van incheckrij 11 in de vertrekhal van Zaventem. Af en toe verhuist hij naar rij 3, waar de andere bom ontplofte. Militairen, securitymensen en politieagenten groeten hem. Ze weten wie hij is. De engel van 22 maart.

“Ik moet de drie terroristen die ochtend daar zo nog gekruist zijn”, wijst hij. “Ik was met de trein gekomen, zoals elke ochtend. Ik werk op de luchthaven als it’er.”

Voor u was het meteen helder dat dit een aanslag was?

“Er zaten tien seconden tussen de twee explosies. Het was zeker geen crash of een gasexplosie. Van zodra ik begon te rennen, wist ik het zeker. Ik was heel geconcentreerd. Ik wist precies wat ik moest doen. Alsof ik op automatische piloot handelde.

“Ik ben in m’n vrije tijd duikinstructeur, volgde een EHBO-cursus bij het Rode Kruis. Een van de eerste dingen die ze je daar aanleren, is dat het meestal een kwartier zal duren voor de eerste hulpverleners arriveren. Het komt er dus op aan juiste beslissingen te nemen. Ik ben begonnen met de gewonden op straat, voor de vertrekhal. Een achttal mensen. Bij de meesten kwam het erop aan ze in de juiste positie te leggen of het bloeden te stelpen.

“Er was ook een Vlaamse dame met twee kleine kinderen, vier of vijf jaar oud, met ernstige brandwonden, vooral de jongen. De vrouw sprak Frans met de kinderen, wat me deed begrijpen dat zij niet hun moeder was. Ik zag het meisje staren naar een lichaam op de vloer, en meende te begrijpen dat dit de moeder moest zijn. Ze had geen zichtbare verwondingen, maar ik voelde geen halsslag meer. Ik ben haar beginnen reanimeren. Een paar minuten later trok iemand me van haar weg: ‘Ginder zijn er nog overlevenden.’ Toen hoorde ik de hulpkreten in de vertrekhal.”

U bent daar als eerste burger binnen gegaan?

“Er waren twee militairen. Verder niemand. In de hal waren nog vier mensen in leven. Eén dame, een Nederlandse, was stervende. Haar voet was eraf, ik heb een snelverband aangebracht en haar positie veranderd zodat ze door haar mond kon ademen. Ze heette Elita Weah. Heb ik achteraf vernomen. Ze is in mijn armen gestorven.

“Ik zag ook een Engelsman van wie de voet was doorboord. Je kon er doorheen kijken. Dat is iets dat ik vaak opnieuw beleef, die voet waar je de vloertegels van de vertrekhal door kon zien. De man was bij het afgaan van de bom met z’n vrouw aan het bellen. Ook hem heb ik in de goede positie gelegd, en hij heeft het overleefd.

“Er was een collega, iemand die ik kende. Zijn benen zaten vol spijkers, van de bom. Hij had geen levensbedreigende verwondingen. Er was nog een man, in de hoek, die werd verzorgd door die twee militairen. Het heeft uiteindelijk een half uur geduurd voor de eerste brandweermensen kwamen. Ik heb ook dat beeld van die ene terrorist, helemaal verkoold. Hij deed me denken aan een van die figuren die je ziet in Pompeii.

“Toen de eerste brandweerlui kwamen, heb ik geroepen: ‘Drie draagberries!’ Men was toen al bezig een medische post op te richten aan de rotonde voor de vertrekhal. Ik ben naar mijn collega gegaan, we hebben hem op zo’n trolley gelegd, en zijn daarmee naar buiten gereden. Terwijl we hem vooruit duwden zag ik dat meisje met een zuurstofmasker op haar mond. Het flesje was leeg, ze was aan het stikken. Ik heb het flesje vervangen.

“Ik ben naar m’n bureel gegaan, om te douchen. Het bloed gutste van me af. En opeens was er een paniekaanval. Er werd geroepen dat er een derde terrorist in het gebouw moest zijn, met een kalasjnikov. Achteraf bleek dat de ontmijningsdienst de derde bom had gevonden, die van Mohamed Abrini. Alles moest worden geëvacueerd. Kort nadat we terug in onze burelen zaten, ben ik ingestort. Letterlijk. Een collega heeft me opgeraapt.

“We kregen te horen dat we allemaal naar huis mochten gaan. Om één uur ’s middags zat ik bij m’n huisarts. In haar wachtkamer ben ik opnieuw ingezakt. Ze heeft me kalmeermiddelen gegeven. Een beetje te veel, want de rest van de dag was ik zo stoned als een garnaal (lacht). Ik herinner me van die hele namiddag zo goed als niets.”

Beeld Illias Teirlinck

U bent verder zo’n beetje aan uw lot overgelaten?

“Niet helemaal. Mijn huisarts heeft me naar een traumapsycholoog gestuurd. De dag daarna ben ik weer gaan werken. Ik had geen zin om alleen thuis te zitten. Ik ben alleenstaand. Heel veel mensen die er die dag bij waren, reageerden zo. In die eerste week wilde je je nuttig maken. De federale politie helpen bij het opsporen van bagage. Ik ben ongeveer een jaar in die flow gebleven. Het eerste jaar ging het. Toen begonnen de nachtmerries. Elke nacht weer herbeleef ik 22 maart.”

Wat gebeurt er dan?

“Slaapproblemen, vooral. Ik begon er medicatie voor te nemen, ging een psycholoog bezoeken. Het werd alleen erger. Ik kan niet slapen. Altijd weer die nachtmerries. Ik vóél die stress. Ik passeer er ook elke dag. Ik ben nooit gestopt met werken. De arbeidsgeneesheer heeft me een half jaar geleden op halftijds gezet.”

“Ik ben me beginnen engageren bij V-Europe, de organisatie van slachtoffers van 22 maart. Ik weet nu van ongeveer elk slachtoffer waar hij of zij die ochtend was. Ik ken ook hun administratieve ellende. Er gaat tijd over voor je beseft dat men je geweldig hard voor de gek aan het houden is. En erger: dat ze dat bij alle slachtoffers doen. We hadden een meeting met minister Koen Geens, die opeens zegt: voor elke uitvaart van elke overledene is dus 6.000 euro uitbetaald. Iedereen kijkt naar elkaar: huh? Het was 2.500 euro. De rest moesten mensen zelf bijpassen. Dat is maar één voorbeeld.”

In de Verenigde Staten wordt een terreuraanslag beschouwd als een aanval tegen de staat. Wat de staat voor 100 procent aansprakelijk maakt voor wat zijn burgers is aangedaan.

“Zo is dat ook in Frankrijk, en in Spanje en in bijna alle landen die in een recent verleden met terreurdaden te maken kregen. Bij ons zegt men: ‘De verzekering zal het oplossen.’ Wel, de verzekering lost niks op. Men hanteert daar het DDD-principe: Denie and Delay until they Die. Een collega die voorheen bij een verzekeringsmaatschappij werkte heeft me dat uitgelegd.”

“De verzekering verstopt zich achter de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst. Daar moet een arts de overlevenden van 22 maart onderzoeken. Die hebben allemaal een statuut gekregen dat wettelijk gelijkstaat met dat van oorlogsslachtoffer. Alleen hanteert men heel oubollige parameters, vervat in de Officiële Belgische Schaal ter bepaling Invaliditeitsgraad (BOBI). Die zijn vastgelegd na de Tweede Wereldoorlog. Toen niemand ooit had gehoord van posttraumatische stress. In alle 400 gevallen die bij ons gekend zijn, heeft de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst invaliditeitspercentages toegekend die niet stroken met de realiteit. Je kunt die BOBI-parameters op het net opzoeken en de percentages bij elkaar optellen voor brandwonden, geamputeerde armen, doofheid of blindheid. Als ik mezelf als testcase neem, hoor ik minstens 28 procent invaliditeit toegekend te krijgen. De onderzoekende arts heeft er 20 van gemaakt.”

Waarom zou die man dat doen?

“Ik heb geen idee, maar het lijkt mij aannemelijk dat hij instructies heeft gekregen. Wij hebben mensen die doof zijn geworden of door het leven moeten met zware brandwonden, en daardoor hun vroegere baan niet meer kunnen uitoefenen. Ze krijgen bijna allemaal 8 procent. Het klopt nooit, en je kan op geen enkele manier beroep aantekenen tegen een fout BOBI-percentage.”

Er was hierover toch een wetswijziging aangekondigd?

“Klopt, dat is zo aangekondigd in de wet 18 juni 2017, een dik jaar na de aanslagen. En die wet is dan wel gestemd, maar voor ons is er nog altijd niks veranderd. Het laatste concrete wat ik heb is een brief van premier Charles Michel, die ons op 22 oktober van vorig jaar meldde dat men ‘nog bezig is de procedure aan te passen’. We zijn bijna drie jaar na de aanslagen. Dit is niet meer ernstig. Zolang men blijft dralen met de nieuwe wet, rest ons geen andere mogelijkheid dan een advocaat in te huren. Op eigen kosten.”

“We kregen laatst allemaal een brief van een verzekeringsgroep met de melding dat er ons 112 euro zou worden toegekend voor ‘morele schade’. Iedereen reageerde verontwaardigd, want er stond bij dat je voor akkoord moest tekenen en je daarna afzag van alle verdere claims. Dus kregen we een brief waarin stond dat de maatschappij het dossier als afgesloten beschouwde. Het meest ergerlijke was een mededeling van Kris Peeters, die op een dag aankondigde dat alle dossiers over schadevergoedingen na 22 maart waren afgehandeld. Hij bleek te hebben over passagiers die hun vluchten hadden gemist of bagage waren verloren.”

“We hebben wel een chipkaart gekregen. Een soort symbolische erkenning als slachtoffer van een terroristische aanslag. Daarmee mogen we gratis op de trein (cynisch). Toch al dat.”

U leeft sinds vorige week dinsdag op sapjes. Hoe lang houdt u dit vol?

“Simpel. Tot de regering haar beloften nakomt.”

De Block: ‘Beroepsmogelijkheden bestaan wel’

“Er bestaan er wel beroepsmogelijkheden, met duidelijke termijnen”, reageert het kabinet van minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld) op de aanklacht van Philippe Vandenberghe en V-Europe. “Zowel intern, als bij de arbeidsrechtbank, of via een zogenaamde verergeringsaanvraag.”

De Block zegt het volste vertrouwen te hebben in de artsen-experten van de gerechtelijke geneeskundige dienst Medex: “Zij beschikken over de nodige deskundigheid voor de evaluatie van de fysische en/of psychische letsels. Medex heeft trouwens ook al voor de aanslagen dossiers behandeld waar post-traumatische stress voorkomt.”

Volgens de minister waren er tot nu toe 744 aanvragen, en werd in 20 gevallen beroep aangetekend. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234