Vrijdag 06/12/2019

Na de rampzalige slotweek gelooft niemand nog dat de Fortisonderzoekscommissie volgende week spijkers met koppen zal slaan in haar eindrapport. Nochtans zijn er, ondanks alle tegenslagen en de manifeste onwil om de waarheid te vinden, wel degelijk conclus

Het CD&V-netwerk is allesbehalve dood, maar ook niet meer springlevend

De schaamteloosheid waarmee Jan De Groof opbiechtte dat hij bij de kabinetschef van de zittende premier om een postje voor zijn vrouw had gesmeekt, was toch wel revelerend. Ter herinnering: De Groof is de echtgenoot van de rechter die het negatieve Fortis-arrest van het hof van beroep niet wilde tekenen (Christine Schurmans), én hij behoort tot de CD&V-stal. Zijn vraag werd afgewezen door het kabinet-Leterme, maar dat het blijkbaar nog altijd normaal is om ze te stellen, blijft erg opmerkelijk. Ook tijdens zijn getuigenis voor de commissie bleek De Groof zijn bede trouwens op geen enkel moment abnormaal te vinden.

Even opmerkelijk: nogal wat magistraten die (al dan niet in opdracht van de regering) de uitspraak van het arrest belemmerden, behoorden tot de katholieke zuil. Dat zijn naast Christine Schurmans bijvoorbeeld de procureurs-generaal Jean-François Leclercq (Cassatie) en Marc de le Court (beroep). Hun acties konden de uitspraak van het arrest echter niet tegenhouden.

Voor alle duidelijkheid: zo'n uitgebreid netwerk is zeker na acht paarse jaren al lang niet meer het voorrecht van de christendemocratie. Als tijdens de commissie bijvoorbeeld nog iets gebleken is, dan wel hoe ingenieus Didier Reynders zijn tentakels heeft uitgelegd over de Wetstraat. De MR-vicepremier versleet het grootste aantal kabinetschefs van alle ministers van de afgelopen jaren - gemiddeld één per jaar - en kazerneerde ze op cruciale posten. Zo was de topman van de Federale Participatiemaatschappij (Koen Van Loo), die ook voor de commissie verscheen, voorheen actief bij Reynders.

Cynisch bijvraagje: wat blijft er van het CD&V-netwerk nog over, nadat Yves Leterme het zo openlijk heeft blootgelegd via zijn open brief? Durft er nog één CD&V-onderzeeër een kabinet inseinen, nu geweten is dat de ontvangende minister er op elk moment mee naar de buitenwereld durft stappen? Heeft hét boegbeeld van de christendemocratie zo zijn eigen machtsbasis drooggelegd?

Het is niet overdreven om van normvervaging op de kabinetten

te spreken

Als een rode draad liep het doorheen de getuigenissen van de cabinetards: als we telefoneerden, was het met goede bedoelingen. Feit is wel dat ze daarbij veel te ver gingen. Waarom moet een kabinetsmedewerker van de eerste minister (Pim Vanwalleghem) naar een bevriend substituut (Paul Dhaeyer) bellen nog voor die zijn advies heeft afgerond? Zeker wanneer die medewerker zich dan op zijn minst onvoorzichtig uitdrukt ("Ge draagt een grote verantwoordelijkheid"), is de suggestie van politieke druk niet veraf.

Dat is trouwens de belangrijkste les uit het onderzoek van de Fortiscommissie voor de rechtbank van eerste aanleg. Er wordt veel te makkelijk getelefoneerd door kabinetsmedewerkers. Zo liet ook de kabinetschef van Jo Vandeurzen (Herman Dams) zich door het kabinet-Reynders veel te makkelijk opjagen om naar de procureur des konings te bellen: "Wordt het advies van Dhaeyer wel gesteund door de hiërarchie?" Geweldige beïnvloeding is dat niet (het advies kon niet meer veranderd worden), maar ongepast is het zeker.

Ook in december, bij de behandeling door het hof van beroep, hadden de cabinetards beter wat terughoudender geweest. Neem nu het telefoontje waarin de adjunct-kabinetschef van Vandeurzen aan de procureur-generaal vraagt om erop toe te zien dat een verzoek tot wraking van de rechters zeker in ontvangst zou worden genomen. Wie zo overduidelijk wordt ingeschakeld door een van de procederende partijen, kan moeilijk zeggen dat hij enkel over de procedure waakt.

Er is een oorlog aan de gang in de magistratuur

Dat kan zelfs de magistratuur zelf niet meer ontkennen, zeker niet na de briefschrijverij van de afgelopen week. De rel in de achttiende kamer van het hof van beroep (tussen Christine Schurmans enerzijds en Paul Blondeel en Mireille Salmon anderzijds) zette de zittende en de staande magistratuur lijnrecht tegenover mekaar. De zittende magistratuur (de rechters) is ervan overtuigd dat de politiek via de staande magistratuur (de procureurs) op geen inspanning keek om het negatief arrest over de Fortisdeal tegen te houden.

Dat leidde tot surrealistische toestanden in de uren die voorafgingen aan het arrest, zoals een informele zitting van de achttiende kamer en een arrest per e-mail. De kans is allesbehalve onbestaande dat het veelbesproken arrest, waartegen de Federale Participatiemaatschappij cassatieberoep heeft aangetekend, uiteindelijk verbroken zal worden. De tegenstellingen in het hof van beroep leidden ook tot een ongeziene strijd ná de uitspraak: denk maar aan de brief van cassatievoorzitter Ghislain Londers, de getuigenis van De Groof voor de commissie (die flirtte met slapstick) of de brief die raadsheer Blondeel begin deze week liet ronddelen.

Voor minister van Justitie Stefaan De Clerck wordt het geen makkelijke klus om de sfeer in het Brusselse hof van beroep weer enigszins op orde te krijgen.

Dat er een poging was om het hof van beroep te beïnvloeden, blijft erg geloofwaardig

Tijdens de hoorzittingen ging er bijzonder veel tijd naar de telefoontjes van en naar Paul Dhaeyer (in eerste aanleg), terwijl de gebeurtenissen aan het hof van beroep eigenlijk véél crucialer zijn. Daar slaagde de commissie, omdat ze niet voluit ging, er echter niet in om het welles-nietesspelletje tussen believers en non-believers te beslechten. Toch blijft één vaststelling overeind: voor het verhaal van de magistraten die van politieke druk gewagen, is er geen bewijs aangeleverd, maar het zit wel bijzonder logisch in mekaar.

Hun chronologie zou je als volgt kunnen samenvatten. Eén: de Federale Participatiemaatschappij wil dat het hof van beroep zo snel mogelijk beslist in de Fortiszaak. Twee: Jan De Groof begint rond te bellen naar de kabinetschef van premier Leterme. Drie: de FPIM dient plots een verzoek tot heropening van de debatten, wat een uitspraak erg zou vertragen. Logische conclusie waarvoor dus geen bewijs is: Jan De Groof heeft doorgebriefd dat er een negatief arrest zat aan te komen.

Aan regeringszijde vertelt men een verhaal dat heel wat minder logisch in mekaar zit. Daar zegt men dat het verzoek op 11 december werd ingediend, omdat er een officieel schrijven van de Europese Commissie arriveerde waarin die zich akkoord verklaarde met de verkoop van Fortis aan BNP. Alleen werd die beslissing al op 3 december genomen, of een volle acht dagen vroeger. Niemand die kon uitleggen waarom er geen poging was ondernomen om dat cruciale document wat sneller in handen te krijgen.

Het kabinet-Justitie mengde zich

wel erg ver in een hangend dossier

De verdediging van Jo Vandeurzen was erg overtuigend. Omdat er zo veel misliep op het hof van beroep, had ik als minister van Justitie de verdomde plicht om in te grijpen, klonk het in de commissie. Met wetteksten in de hand, en behoorlijk wat emotie in de achterzak, ging de ex-minister van Justitie voluit. Uit verschillende getuigenissen (en zelfs uit een sms) blijkt dat hij die dag ook voortdurend op voorzichtigheid hamerde.

Maar tegelijk blijven er wel vragen bestaan over de hardnekkigheid waarmee zijn kabinet die dag, in de aanloop naar een arrest dat cruciaal was voor zijn regering, zat te waken over de regelmatigheid van de procedures. Voor de commissie gaf de minister ook toe dat sommige telefoons op zijn minst "bijzonder" waren of zelfs ongelukkig (zie ook puntje 2). Misschien valt er toch iets voor te zeggen om in een zaak waarin je eigen regering betrokken partij is, iets meer terughoudendheid aan de dag leggen. Zeker in dit dossier: dat de zaken in het hof van beroep die vrijdag de 12de goed fout begonnen lopen, kan op zijn minst het gevolg zijn geweest van de telefoontjes die Jan De Groof naar het kabinet-Leterme pleegde. Zelfs al was Vandeurzen te goeder trouw: het is mogelijk dat hij, zonder het zelf helemaal te beseffen, het tweede uiteinde van de tang was waarin de achttiende kamer werd genomen. (Het andere uiteinde was het verzoek tot wraking.)

Bovendien heeft een belangrijke tegenstelling die de commissie aan het licht bracht betrekking op een verklaring van een van de medewerkers van Vandeurzen. Zijn adjunct-kabinetschef Eric De Formanoir geeft toe dat hij op 12 december wist van ruzies tussen de rechters aan het hof van beroep (waaruit blijkt dat het geheim van beraadslaging werd geschonden). Vervolgens belde hij naar de procureur-generaal, maar sprak hij ("allicht") enkel over "procedurele problemen". Maar die procureur had eerder al wel verklaard dat hij na de telefoon van De Formanoir vermoedens had dat het geheim van het beraad geschonden was. Is het dan niet logisch om aan te nemen dat De Formanoir die informatie over het beraad gewoon heeft doorgegeven?

De oorlog tegen

het arrest na 12 december voedt de complottheorie

De regering zegt dan wel dat ze in de aanloop naar 12 december helemaal niets ondernam om het arrest van het hof van beroep tegen te houden, maar uit wat volgde blijkt wel hoeveel men er voor over had om de Fortisdeal door te drukken. Met man en macht probeerde men Jo Vandeurzen te overtuigen om op basis van artikel 1088 van het Gerechtelijk Wetboek het arrest nietig te laten verklaren via Cassatie. Artikel 1088 is een paardenmiddel: Vandeurzens voorgangster Laurette Onkelinx kon zich niet herinneren dat ze het ooit had gebruikt.

Vandeurzen zag het dan ook absoluut niet zitten om het nu wel te doen. Hij wees er zijn collega's op dat zo'n initiatief vermoedens van collusie zou voeden. En bovendien vond hij dat dat rechtsmiddel pas gebruikt kon worden als de partijen al hun middelen hadden uitgeput.

Maar geen een van de andere ministers had er oren naar. Ze speelden zelfs met het idee om de getergde minister tijdelijk van zijn opdracht te ontheffen en een plaatsvervanger (Joëlle Milquet) artikel 1088 te laten inroepen. Sterker nog, toen Stefaan De Clerck de fakkel had overgenomen, kreeg hij de vraag meteen opnieuw op zijn bord.

De drie (ex-)ministers zijn niet schuldig bevonden, maar ook niet vrijgepleit

Zowel Yves Leterme, Jo Vandeurzen als Didier Reynders zullen tijdens de kiescampagne uitroepen dat de Fortiscommissie geen bewijzen tegen hen heeft kunnen bovenspitten. Als het politiek gekletter toeneemt, zal het al snel heten dat ze zelfs werden vrijgepleit. Quod non. Daarvoor heeft de onderzoekscommissie de gebeurtenissen in december veel te oppervlakkig bestudeerd. De enige correcte conclusie is: er is geen smoking gun, maar ook geen vrijspraak.

Een commissie die

de waarheid niet wil kennen, vindt ze niet

De beslissing om een onderzoekscommissie in te richten, werd in paniek genomen. Na de open brief van Yves Leterme op 17 december kwamen de fractieleiders van de meerderheid, in een ultieme poging de regering te redden, met de idee op de proppen van een onderzoekscommissie. Toen de regering twee dagen later alsnog viel, hadden ze daar al snel grote spijt van. En dus werd het een commissie die constant met de handrem op reed, nauwlettend in de gaten gehouden door de regering-Van Rompuy.

Op geen enkel moment, kon de commissie de indruk wekken dat ze zich kon losmaken van die regerings- en partijbelangen. Confrontaties tussen getuigen waren geen optie, nieuwe getuigen oproepen gebeurde enkel als het echt niet anders kon, en van de deadline verschuiven was al helemaal geen sprake. Telkens gingen de vertegenwoordigers van de meerderheid vakkundig op de rem staan. Nooit gaven zij de indruk dat ze op zoek waren naar de waarheid.

Met des te meer energie probeerde de meerderheid het onderzoek van de essentie af te leiden. En vaak lukte dat vrij aardig, soms ook met de steun van de oppositie. Die beet zich begrijpelijkerwijs vast in de tegenspraak tussen Didier Reynders, zijn kabinetschef en de rest van de regering. Het was dan ook een manifest voorbeeld van meineed. Ze moest erbij nemen dat de aandacht vakkundig werd weggestuurd van de essentiële tweede fase van het onderzoek: de druk op de achttiende kamer.

Een commissie die zichzelf niet serieus neemt, wordt ook niet serieus genomen

Als een onderzoekscommissie duidelijk maakt dat ze toch nooit zal bijten, dan kan je als getuige wel eens een middenvinger opsteken. Dat deed Christian Van Buggenhout door de eed niet af te leggen, maar vervolgens via Didier Reynders wel een verklaring te lekken naar de pers. Dat deed ook de kabinetschef van Reynders door minstens zeven andere getuigen tegen te spreken over wat hij op voorhand wist over het advies van substituut Paul Dhaeyer. De commissie zat erbij en keek ernaar.

En de winnaar is de antipolitiek

Eigenlijk eindigt de commissie zo met het slechtst mogelijke resultaat. Want, zoals al het voorgaande illustreert: volhouden dat de demarches van de regering in de maanden november en december boven alle verdenking verheven zijn, kan niemand. Maar een schuldige aanwijzen is al even ondoenbaar. En zo zal het gros van de bevolking, die al lang niet meer mee is met het complexe verhaal, allicht achterblijven met het gevoel dat Jean-Marie Dedecker en Gerolf Annemans rondstrooiden: "Dat is hier één grote doofpotoperatie". En daarvoor zal de héle politieke klasse gesanctioneerd worden. Met uitzondering van de populisten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234