Vrijdag 15/11/2019

Aardbeving Indonesië

Na de ramp op Sulawesi vertrekken steeds meer mensen uit Palu: "Er is hier niets meer voor ons"

Indonesiërs staan in de rij om te worden geëvacueerd door een militair Hercules-vliegtuig. Beeld AFP

Het dodental van de aardbeving en tsunami op Sulawesi stijgt naar bijna 2.000, nog duizenden mensen zijn vermist. Overlevenden proberen weg te komen. "Vrouwen en kinderen eerst!"

Honderden mensen verdringen zich voor een ijzeren toegangshek van de luchthaven van de Indonesische stad Palu. Allemaal hopen ze te worden geëvacueerd door een militair Hercules-vliegtuig om te ontsnappen aan de gevolgen van de aardbeving en tsunami die de provincieplaats ruim een week geleden troffen.

Als het hek opengaat, omdat er kennelijk een vliegtuig startklaar is, begint de menigte te duwen. Soldaten met oranje baretten houden de vluchtelingen in bedwang. "Terug! Terug!", schreeuwt een pezige commandant met een grote, donkere zonnebril. “Vrouwen en kinderen eerst!” In kleine groepjes laten de militairen een deel van de gegadigden binnen. Dan gaat het hek weer dicht tot het volgende vliegtuig klaar staat.

Rond de nog wachtende vluchtelingen hangt de muffe geur van ongewassen lichamen. Aan de rand van de menigte is de 35-jarige Junaedi, die zoals veel Indonesiërs maar één naam gebruikt, op zijn knieën in de weer met een babyfles. Een vrouw zit op haar hurken, met een baby in haar armen, naast hem.

Junaedi vertelt dat hij met zijn echtgenote, vier kinderen, een nicht en haar baby uit het kustdorpje Sirenja is gekomen. “Na de aardbeving zijn we met het hele dorp de berg op gevlucht, omdat we bang waren voor een tsunami.” Terwijl hij praat, stijgt met veel geraas een grijs Hercules-vliegtuig op. “Veel mensen zullen over een tijdje wel weer vanaf de berg afdalen naar het dorp. Maar ons huis is volledig verwoest. Er is hier niks meer voor ons. Wij willen nu naar familie.”

Tekorten

Steeds meer mensen trekken weg uit het zwaar getroffen Palu. Sommigen proberen een plaats te bemachtigen in een Hercules. Anderen doen een poging om een ticket voor een commerciële vlucht te bemachtigen. Maar die tickets zijn schaars en voor veel mensen niet te betalen. Bovendien gaan de aangekondigde vluchten vaak niet door.

Een inwoner van Palu kijkt naar de ravage die de aardbeving en tsunami hebben achtergelaten. Beeld AP

De overgrote meerderheid van de mensen vertrekt met de auto of de brommer. Al moeten ze dan wel eerst aan brandstof zien te komen, wat niet meevalt. Want er is nog steeds een tekort aan brandstof. In Palu staan elke dag lange rijen bij de tankstations.

“Ik sta hier nu al tweeënhalf uur in de rij”, verzucht Sandi Lanusa (28) achter het stuur van zijn witte bestelbus bij een benzinestation in het stadscentrum. “Ik heb benzine nodig omdat ik mijn grootmoeder wil ophalen. Zij is in de tachtig en ligt ziek in een evacuatiecentrum. We willen haar naar huis halen. Wij slapen in tenten, maar wij hebben haar liever bij ons.”

Hun leven in het rampgebied is voor velen verworden tot een dagelijkse zoektocht naar allerlei benodigdheden. Mensen bellen en sms’en elkaar voortdurend op jacht naar basale zaken als schoon water, babymelk, rijst, mie en eieren. De eerste winkeliers die hun zaak weer openen beseffen ook dat er schaarste is en hebben hun prijzen flink opgeschroefd. Een fles mineraalwater kost minstens twee keer zo veel als voor de ramp.

Tenten

“Het helpt wel als je contacten hebt”, vertelt twintiger Lanusa in de rij bij het tankstation. “Wij hebben thuis een politieman als buurman en die heeft toegang tot hulpgoederen. Hij neemt elke avond zaken mee als mie, rijst, bakolie, mineraalwater en eieren. We hebben van hem zelfs tenten gekregen.”

Ondanks alle moeilijkheden weten veel bewoners in het rampgebied er elke dag weer een mouw aan te passen. In een huis met flinke scheuren in de muren vertelt Winda, een 23-jarige vrouw met een blauwe sluier, dat ze dagenlang in de rats zat over haar ouders, die in het noordelijker gelegen vissersdorp Lembasada wonen, waar de tsunami ook toesloeg. Doordat er geen stroom was en de telefoonverbindingen niet werkten, kon ze niet achterhalen hoe haar ouders er aan toe waren. Maar inmiddels is een oom uit het dorp naar Palu gekomen om brandstof te halen en die heeft verslag gedaan.

“Mijn ouders zijn samen met andere mensen uit het dorp de bergen in gevlucht”, zegt Winda. “Ze hebben mijn grootmoeder gedragen, omdat zij er te slecht aan toe was om te lopen. Ze leven nu in zelfgemaakte tenten.”

Zelf sliep Winda de afgelopen week ook buiten haar huis in een geïmproviseerd bouwsel van zeildoek. Maar inmiddels heeft ze besloten om de volgende morgen op haar brommer naar haar ouders te rijden. “Ik ben er wel een beetje zenuwachtig over, want de grond is nog steeds instabiel en de weg is beschadigd”, zegt ze, frunnikend aan haar sluier. “Maar de situatie is hier net zo slecht als daar. Ik wil in deze moeilijke tijd bij mijn ouders zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234