Woensdag 01/12/2021

Na de pretsigaretde psychose

Waasmunster, oktober vorig jaar. Carl, een psychotische jongeman van 26 steekt in een vlaag van razernij zijn ouders neer, en slaat vervolgens de hand aan zichzelf. De ouders van Carl overleven het drama en voelen nadien geen wrok tegenover hun dolgedraaide zoon. In het Canvas-programma Panorama getuigden ze afgelopen zondag zelfs honderduit over de jarenlange strijd van hun zoon met zijn steeds in sterkte toenemende psychotische aanvallen. Slag om slinger werd Carl geconfronteerd met “rare stemmen” in zijn hoofd, die zijn gedachtes op hol lieten slaan en hem de waan gaven dat hij iemand anders was, vertellen ze. In hun navrante getuigenis maken Carls ouders treffend gewag van de grote ambiguïteit van hun zoon. Na periodes van relatieve rust ontpopte Carl zich plots tot raaskallende, gewelddadige gek. Niet onbelangrijk detail in het verhaal van Carl: als adolescent kampte hij met een hardnekkige cannabisverslaving. Begin dit jaar worden ook bij Kim De Gelder, de dader van de steekpartij in een kindercrèche te Dendermonde, diezelfde stemmen in het hoofd als verklaring voor zijn plotse furie aangehaald. Niet de gewelddadige videospelletjes of gothic muziek. Geen toeval, zo blijkt. Ook al zit de aandoening nog steeds in een sfeer van taboe gehuld, de kans dat u ooit aan psychose zult lijden, bedraagt intussen één op honderd. En, zo getuigt de familie van een slachtoffer in de bewuste Panorama-reportage, het vinden van een juiste behandeling is ons land “een loterij.”

Verborgen leed

Het is dan ook verleidelijk om psychose als ‘ziekte van deze tijd’ te bestempelen. Naast genetische bepaaldheid worden immers ook de toenemende stresssituaties en drugmisbruik steevast als triggers voor psychotische aanvallen geduid. Vooral het roken van cannabis heeft bijzonder nefaste gevolgen op jonge psychosepatiënten, zeggen steeds meer wetenschappers. “Het gebruik van cannabis mag op de korte termijn dan wel een rustgevend effect hebben, op lange termijn vormt het een groot gevaar”, zegt professor Dirk De Wachter van het Psychiatrisch instituut Sint-Jozef van de KU Leuven. “Uit steeds meer studies blijkt immers dat het gebruik van cannabis op jonge leeftijd het risico op psychotische aandoeningen versterkt.” Tegelijk wil De Wachter waarschuwen voor een stigmatisering. “Ten eerste worden ook mensen psychotisch zonder dat ze cannabis gebruiken. En ten tweede vertoont de overgrote meerderheid van de psychotische patiënten nooit agressief of gevaarlijk gedrag. Bij dramatische scenario’s zoals bij Kim De Gelder komt het probleem in het nieuws, maar eigenlijk is dat zeer uitzonderlijk. Zo goed als altijd gaat het om verborgen leed. Psychotische patiënten lijden aan de wereld, maar ze verstoppen zich thuis, achter gesloten luiken.” Met een hoog zelfmoordcijfer tot gevolg. “Het risico op zelfmoord bij jonge psychotische patiënten is tien procent”, zegt De Wachter. “Het risico is bovendien groter bij mannen dan vrouwen en het komt vaker voor bij hoogopgeleiden. Vooral in de beginfase, zeg maar de eerste vijf jaar na de eerste psychotische aanval, is de kans op zelfmoord het grootst. De verliessituatie is dan immers het grootst.” “Psychose is een aandoening die het ‘in de wereld staan’ fel vermoeilijkt”, verduidelijkt De Wachter. “Mensen met psychoses verliezen hun connectie met de wereld. Dat heeft hallucinaties, waanideeen of negatieve gedachten tot gevolg. Ze voelen dat ze niet mee kunnen, dat de wereld te vlug voor hen gaat of krijgen paranoide gedachtes.” In essentie is psychose een genetische aandoening, zegt De Wachter. “Het is de erfelijke kwetsbaarheid die bepaalt of iemand al of niet een psychose krijgt. Of ze effectief doorbreekt, heeft dan weer te maken met externe omstandigheden. Soms is de erfelijke bepaling zo ernstig dat ze vanzelf doorbreekt, maar meestal wordt ze ontlokt door factoren van buitenaf. De drie grote triggers zijn traumatische ervaringen, zoals extreme stresssituaties, druggebruik en verstedelijking. Studies hebben immers aangetoond dat in de stad, in een drukke samenleving het risico op psychoses veel groter is dan op het kalme platteland. Dat heeft te maken met de filter om prikkels van buitenaf te begrijpen, die blijkbaar minder goed functioneert in een verstedelijkte omgeving. Psychose die onbehandeld blijft, ontwikkelt zich tot schizofrenie.” Vooral wat de invloed van druggebruik op jonge psychotische patiënten betreft, is er in die optiek nog heel wat werk aan de winkel, stelt De Wachter. “Rond cannabis is de laatse jaren veel te veel een sfeer van onschuld ontstaan”, zegt hij. “Het wordt gezien als louter experimenteren door jongeren, een fase die ze ‘wel zullen ontgroeien’. Zonder de grote moralist te willen uithangen: cannabis vormt echt wel een groot probleem. Vooral kwetsbare groepen, zoals psychotische patiënten, ondervinden bijzonder schadelijke gevolgen van cannabisgebruik. Andere drugs, zoals cocaïne of heroine, zijn uiteraard nog gevaarlijker, maar cannabis is veel meer verspreid bij de risicogroep. Jongeren van 15, 16 jaar vormen de risicogroep voor een eerste psychotische aanval. En net op die leeftijd wordt vaak de eerste joint gerookt. Daarom moet er vanuit de medische wereld veel meer preventief gewaarschuwd worden dat cannabis niet zo onschuldig is als de soixante-huitards wensten dat het was.” Niet alleen steken jongeren steeds eerder hun eerste joint op, wat er in die joint gerold wordt is ook steeds straffer, klinkt het. “De weed die tegenwoordig gerookt wordt, is bijna een hard drug geworden”, zegt De Wachter. “De cannabis van vandaag is veel straffer, bevat meer actieve producten dan die van pakweg 15 jaar geleden. Dat in combinatie met het onschuldige sfeertje dat er rond hangt, zorgt voor een steeds groeiend probleem. Elke psychotische aanval vormt een gevaar voor de hersenen, levert een functionele beschadiging op. Met elke aanval wordt de kans op hervallen groter, want het gevoel van ‘niet meer aan te sluiten op de wereld’ wordt telkens versterkt. Het gebruik van cannabis mag op de korte termijn dan wel een rustgevend effect hebben, op lange termijn vormt het een groot gevaar.”“Zeker jongeren zijn bijzonder kwetsbaar”, beaamt ook psychiater Anne Van Duyse van het psychiatrisch dagcentrum De Sleutel. “Hun lichaam en hersenen zijn nog niet volgroeid en dus heeft cannabis een sterkere impact. Door cannabis te gebruiken op 15-jarige leeftijd worden een aantal hersengebieden ernstig aangetast in hun groeiproces. Bij jongeren die kwetsbaar zijn voor psychoses, die dus genetische kenmerken vertonen en tot een kwetsbare leeftijdscategorie behoren, verzesvoudigt het risico op psychose. Bij niet-kwetsbare jongeren verdriedubbelt dat risico. Hoe vaker en zwaarder men blowt, hoe groter het risico. En hoe jonger je met blowen begint, hoe groter ook het risico dat je een psychose krijgt. Hoe eerder je de eerste keer met alcohol of cannabis experimenteert, hoe groter het risico op verslaving bovendien. Daarom is het problematisch dat cannabis gemeengoed is geworden onder jongeren. Dat betekent dat psychoses nu vaker voorkomen op jongere leeftijd, en een psychose is enorm ingrijpend voor de ontwikkeling van de hersenen. We moeten niet overdrijven, de ziekenhuizen zullen niet volstromen met schizofrene patiënten. Maar we merken wel een duidelijke stijging van psychotische patiënten onder toedoen van cannabis.”

Eerste joint op 11

Bijgevolg worden de psychiatrische instellingen meer en meer geconfronteerd met jonge psychoten. “We stellen de laatste jaren inderdaad een evolutie vast. Mensen met psychotische aandoeningen die tegelijk een drugprobleem hebben, worden steeds jonger.” Aan het woord is dokter Helen Verstrynge van het psychiatrisch centrum in het Oost-Vlaamse Sleidinge. Sinds 2002 biedt het psychiatrisch centrum in een speciale afdeling een ‘dubbeldiagnose’ aan. Dit is een behandelingsprogramma voor psychotische patiënten die kampen met een drugsverslaving. Momenteel zijn er vijftien patiënten in behandeling, “voor 98 procent jonger dan dertig. De leeftijd waarop jongeren starten met drugs daalt steeds”, zegt Verstrynge. “De eerste joint wordt tegenwoordig al op 11, 12 jaar gerookt. Bijgevolg verjongen ook de patiënten die opgenomen worden met een psychotische aandoening. Cannabisgebruik versterkt immers het risico op psychoses, met ongeveer factor drie. In vergelijking met pakweg 10 jaar geleden zie je dus een gevoelige verjonging.” Als mogelijke oorzaak hiervoor wijst Verstrynge onder meer op de grotere beschikbaarheid. “In scholen, dorpen, jeugdverenigingen of sportclubs is cannabis steeds vaker verkrijgbaar. De maatschappelijke omstandigheden zitten tegen.” Professor De Wachter treedt haar daar in bij. “In de plattelandssamenleving van vroeger konden mensen op vele soorten opvang rekenen, onze maatschappij wordt steeds harder. Het is er voor jongeren niet gemakkelijker op geworden, de druk om te presteren en om mee te draaien in de ratrace neemt alleen maar toe. De lat ligt hoog, en kwetsbare groepen komen daardoor het eerst in gevaar.” Niettemin is psychose behandelbaar. Dankzij psychiatrische centra als dat van Sleidinge kunnen psychotische patiënten steeds beter geholpen worden. “Wij voorzien in een breed behandelingsprogramma, zowel voor psychotische patiënten als voor druggebruikers”, licht Verstrynge toe. “Het is een aanbod dat over verschillende fases loopt. Eerst de kennismakingsfase, dan een behandelingsfase. Door individuele en groepsessies willen we de psychotische patiënten er opnieuw bovenop helpen, zodat ze opnieuw normaal kunnen functioneren.”Gemiddeld blijven de patiënten ongeveer zes maanden in het psychiatrisch centrum. Met kleine stapjes krijgen ze hun vrijheid opnieuw terug. “Sommigen, diegenen die onder juridische maatregelen staan met name, blijven echter langer. De maximumduur van het verblijf is echter één jaar.” Na hun ontslag uit het centrum is de kous echter nog niet af. “Zeker niet”, zegt Verstrynge. “We bieden ook de mogelijkheid tot ambulante nazorg. Dat is erg belangrijk. Wij nemen daar meestal het initiatief toe, maar het merendeel van de patiënten staan daar heel open voor.” Van cruciaal belang is dan ook dat de patiënt na een vrijwillige of gedwongen opname goed wordt opgevolgd. “Bij één derde van de gevallen stellen we een moeilijke prognose vast”, zegt De Wachter. “Die raken ondanks hun medicatie en behandeling niet uit de psychotische cirkel. Eén derde van de patiënten hoeft echter niet gehavend uit de strijd te komen”, zegt De Wachter. “Diegenen die genetisch minder kwetsbaar zijn, in een goede omgeving worden opgevangen of zelf voldoende inzicht hebben in hun ziekte en het belang van hun behandeling inzien, kunnen nadien opnieuw een ‘normaal’ leven opnemen. Via speciale beschermende statuten of deeltijds werk kunnen de patiënten zich opnieuw integreren in de maatschappij. Dat doet ook het stigma afnemen.” De Wachter roept zijn collega’s uit de psychiatrische en psychologische sector bovendien op om meer met de familieleden samen te werken. “Door een groter maatschappelijk bewustzijn en een intensievere samenwerking tussen psychiatrie en families moet het aantal patiënten dat opnieuw normaal kan gaan leven, opgetrokken kunnen worden tot twee derde. Secondaire preventie is absoluut noodzakelijk om nieuwe psychotische aanvallen te vermijden.” Naast een lage dosis medicatie, het vermijden van stresssituaties en het afzweren van drugs, acht De Wachter dus vooral een nauwe samenwerking met de nabije omgeving essentieel om de patiënt te beschermen tegen hervallen. Een van de organisaties die daarvoor instaan is Similes, een vereniging voor gezinsleden en naastbetrokkenen van personen met psychiatrische problemen. “Er wordt te weinig rekening gehouden met de familieleden”, stelt directeur Mieke Craeymeersch. “Sommige centra leveren op dat vlak schitterend werk, maar in de gezondheidszorg leeft nog te veel de cultuur dat ze er enkel zijn voor de patiënt. Ik noem dat een misbegrepen beroepsgeheim. De arts weigert om met de familie te praten, omdat hij anders zijn beroepsgeheim schendt. Veel artsen vrezen dat hun patiënt, in de meeste gevallen bijzonder vatbaar voor paranoide gedachtes, hen niet meer zal vertrouwen als ze met hun nabije omgeving zullen praten.”

Ten onrechte, meent Craeymeersch. Daarom hamert ze er op dat familieleden beter geinformeerd worden. “Ze moeten uitleg krijgen over wat ze moeten doen, over wat er juist aan de hand is, over wat hen overkomt. Zo niet kunnen ze de therapie even goed tegenwerken.” Via info-avonden en avondcursussen probeert Similes de kloof tussen hulpverleners en families te verkleinen. “Wij proberen de nabije omgeving wegwijs te maken in de wereld van de hulpverlening”, zegt Craeymeersch. “Dat is vaak een totaal onbekende wereld voor hen. Meestal richten ze zich tot de huisarts, maar als die niets kan doen zitten ze blok. Wij willen hen tonen waar ze hulp kunnen vinden.” Bovendien kampen ook de familieleden of mensen uit de nabije omgeving met geestelijke of fysieke problemen. Ook voor die problemen wil Similes in de bres springen. Daarnaast claimt Similes ook voor een betere nazorg. “Er zouden veel meer teams moeten zijn die opvolgen of de patiënt nadien positief evolueert”, vindt Craeymeersch. “Nu komt alles weer op de schouders van de patiënt terecht. Die moet zelf afspraken maken met de psychiatrie of de psychologen, terwijl wij pleiten voor zogenaamde aanklampende nazorg, waarbij het initiatief van de andere kant blijft komen.”Om de problematiek van psychotische patiënten adequaat te behandelen, is er dus dringend nood aan een structurele aanpak, besluit De Wachter. “In vergelijking met andere landen is België een inhaalbeweging aan het maken, maar het gaat allemaal heel langzaam. Er komen steeds meer initiatieven rond dagcentra en psychosepreventie, maar de zorgsector is onderling te verspreid. Nu is alles erg verbrokkeld, over verschillende ministeries. Met tijdelijke statuten en tijdelijke subsidies tot gevolg. Er is een grote nood aan een globaal plan voor geestelijke gezondheidszorg, zodat alle initiatieven in een globaler discours worden gegoten. Een overzichtelijk beleid is nu de grootste uitdaging, want er zijn zeker voldoende skills en opleidingen aanwezig.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234