Donderdag 25/02/2021

Na de pechgeneratie:brute pech?

'Als je op een plein zit, dan moet je dat plein houden. Het ene plein vecht soms met het andere. Het Koxplein is momenteel het sterkst'

Rudi Rotthier

Foto Stephan Vanfleteren

Groeningerplein, Borgerhout. Sakina Zoubir had zich haar debuut als actrice anders voorgesteld. Het stuk waarin ze speelt, Oemmi, volgt de emancipatie van een Marokkaanse vrouw in de periode rond de Tweede Wereldoorlog. Het stuk heeft raakpunten met Sakina's eigen leefwereld, in die zin dat ze vrouwen kent die zoals de figuur in het stuk "een ongebruikte geest" hebben, die, zoals zij, ongeletterd zijn en zouden kunnen lamenteren: "Ik eet, ik graas." Sakina, een studente, heeft niet de bedoeling een theatercarrière op te bouwen - dit is wat haar betreft een eenmalige zaak. Haar ouders wisten zelfs niet dat ze in het stuk een rol speelde, laat staan de titelrol. Met de opvoering verliep alles, ondanks enige zenuwen, naar behoren, maar voor en na werden acteurs en vooral actrices belaagd door een groepje jongens, die hen met kastanjes en zelfs stenen bekogelden, die spuugden en verwensingen schreeuwden, genre "hoer", "verraders", "zakskes van 't stad", of in de richting van een hoogzwangere bezoekster: "goed geneukt". De jongens waren tussen acht of negen, en veertien, vijftien.

Sakina, die vindt dat schrik een slechte raadgever is, liep de jongens tegemoet en probeerde een gesprek aan te knopen. "Wat zouden jullie ervan vinden", vroeg ze hen, "als iemand jullie zuster voor hoer zou uitschelden?"

De repliek volgde onmiddellijk: "Mijn zuster draagt een hoofddoek en blijft binnen." De scheldtirade aan haar adres heeft minutenlang geduurd, wel tien minuten, denkt ze. Oudere allochtonen stonden toe te kijken zonder dat ze tussenbeide kwamen.

Sakina heeft sindsdien naar verklaringen gezocht voor de agressie: "Een hoofdprobleem is de opvoeding met traditionele rollenpatronen, waarin het meisje elke dag de rotzooi van haar broer moet opruimen. Welk respect geeft dat?" De kinderen worden gestigmatiseerd, ze komen altijd in een slecht daglicht te staan - de enige manier waarop ze aandacht krijgen.

"Ik maak deel uit van de pechgeneratie", zegt ze, de tweede generatie Marokkanen, "de overgangsgeneratie, de generatie tussen twee stoelen, en ik ging ervan uit dat onze kinderen het makkelijker zouden krijgen." Gedeeltelijk zal dat ook zo zijn, denkt ze nog altijd, zij zal haar kinderen in hun schoolwerk begeleiden en stimuleren op een manier die haar zelf nooit te beurt is gevallen - gewoon omdat haar ouders daar de scholing en de traditie toe misten. Maar als ze de kastanjegooiende jongetjes ziet, vraagt ze zich af of zij al tot een betere generatie behoren dan de pechgeneratie. En of er niet pech bis of dubbel pech op komst is.

"Die jongeren moeten meer aandacht vanwege de overheid krijgen", vindt Mostafa Benkerroum, medespeler en namens de SPA lid van de districtsraad in Borgerhout, "ze moeten een gevoel van waarde krijgen. Ze weten niets van hun eigen cultuur, ze weten niets van de Belgische cultuur - ze zweven. Ze wisten bijvoorbeeld niet dat ik, als Arabisch sprekende, ook van Marokkaanse afkomst kon zijn." Bij sommige van die kinderen voel je bijna haat, zegt hij.

Die animositeit is niet verminderd sedert 11 september. Mostafa: "Bush zegt: wie niet met ons is, is tegen ons. En aan de andere kant zegt men: wie niet met ons is, is geen goede moslim. Ik wil voor mezelf kunnen nadenken. Maar iedereen lijkt te willen dat we op de ene of andere stoel gaan zitten." En de jongens op het plein lijken te betwijfelen of hij wel op de juiste stoel zit.

Volgens Mia Grijp, spelleidster bij theater Sering, gaat het om een relatief kleine groep jongeren, een minderheid, maar toch maakt ook zij zich zorgen. Omdat er, wat betreft deze groep, eerder achteruitgang is dan vooruitgang. Er is, in toenemende mate, afwijzing van wat Belgisch is. "Mannen maken aanstalten om in het theatercafeetje een thee te komen drinken, maar dan zien ze een flesje bier staan en dan kan het niet meer." Of: "Een meisje komt naar een muziekworkshop. Je ziet de ogen van dat kind fonkelen - zo geïntrigeerd. Maar dan mag ze de volgende week niet meer komen." Waarom niet? "Omdat wij Belgen zijn, omdat het gemengd is, gewoon omdat de vader het niet wil." En: "Een meisje van vijftien, dochter van een geëmancipeerde, gescheiden moeder, heeft beslist in Marokko te trouwen. Daar is geen dwang mee gemoeid. Het meisje gelooft echt dat haar een prinsessenbestaan wacht - zo is het haar door haar vader voorgesteld. Maar zij is nauwelijks opgeleid, haar toekomstige echtgenoot niet veel meer - als ze naar hier terugkeren moet hij de taal nog leren - dat is geen vooruitgang. Wat voor een toekomst hebben die?"

Maar vooral de verminderde tolerantie van allochtonen jegens Belgen of niet-traditionele allochtonen zit haar dwars: "Wie het Blok zaait, zal het Blok oogsten."

'De agressie zit overal', constateert ze. "Om de zoveel tijd kijk ik 'ns naar de tv en elke keer schrik ik van de spelprogramma's. Die zijn toch elke keer agressiever." Ze verwijst naar De Zwakste Schakel van Goedele Liekens: "De groep tegen het individu. Zo gaat het hier en zo is het op de tv."

Of de agressie specifiek tegen het stuk met het emancipatiethema gericht was, is onduidelijk, maar wordt betwijfeld. Iets eerder dan het toneelstuk - vanaf de onzalige elfde september - organiseerde Rataplan, in samenspraak met ettelijke organisaties, op het Krugerplein Feest!, een week met circus en andere attracties, jeugdevenementen, een klassiek concert, breakdance, een spiegeltent, etcetera. Het regende die week alsof ook de hemelen weenden, maar tussen de buien door, en zelfs tijdens de buien leek Feest! een groot publiek succes. Een volle kerk voor het klassieke concert, uitverkochte circusvertoningen. Het publiek was paraat. Maar Feest! werd voor de organisatoren ook 'Feest?'. Een groeiende groep jongeren, allen samen misschien honderd, van wie dertig als vaste kern, hebben dagenlang het Feest! verstoord. Waterkraan dichtdraaien, elektriciteit uitschakelen, in de weg fietsen, de vuurspuwer laten struikelen, spugen naar mensen, op tenttouwen staan springen, keitjes gooien, schelden, een keer met een mes in een tent kerven, met een broeksriem dreigen. In het spiegelpaleis haalden ze tafels uit elkaar, en riepen later verwensingen toen bleek dat ze er niet meer in mochten. Het ging niet om zware baldadigheden, eerder om aanhoudend getreiter ("een draai om de oren door de juiste persoon zou het probleem oplossen", maar die juiste persoon, bijvoorbeeld de vader, was er niet), en opnieuw, het ging om een kleine minderheid, maar ze hebben het plezier van de organisatoren danig vergald. Zegt Siege Tratsaert van Rataplan: "Wij willen cultuur brengen en genieten, meerwaarde geven. Normaal halen wij onze energie uit het succes van een evenement. Nu waren we verplicht rond te lopen als waakhonden."

Er waren honderdvijftig vrijwilligers op de been en daarnaast acht betaalde stewards, de enige pleinbegeleider van Borgerhout en twee buurttoezichters (die maar tot 16 uur werken). In totaal heeft Rataplan ongeveer 400.000 frank uitgegeven om het Feest! - ik formuleer het nu scherper dan de organisatoren het zouden doen -, tegen de buurt te beveiligen - uitgaven waar de overheid niet in tussenbeide komt. Men kreeg op een bepaald moment zelfs de indruk dat er een hele strategie achter schuilging - dat oudere jongens op betaald werk als steward hoopten door de jongeren op te hitsen. De politie is één keer tussenbeide gekomen, na het incident met het mes. Waarom zijn die kinderen zo vijandig?

Paul Schyvens van Rataplan: "Ze beschouwen dat plein als van hen. Ze beschouwen ons als indringers."

Het voor de hand liggende verwijt kwam dat de allochtonen niet bij de organisatie betrokken waren, dat ze niet wisten dat het Feest! zou plaatsvinden. Maar Rataplan probeert al minstens sedert mei allochtone organisaties te betrekken bij het project - zonder succes.

Op het Krugerplein organiseerde Rataplan ettelijke activiteiten voor de kinderen - waar de herrieschoppers trouwens gretig aan deelnamen, net zoals ze massaal afkwamen op de gratis voorstelling van het circus. Siege Tratsaert maakt zich zorgen over de jongeren, over hun generatie-armoede, hun gebrek aan toekomst. Er moet op hun onderwijs ingewerkt worden, op de opvoeding, op de ouders om de jongeren weer wat perspectief te geven, "want ze hebben zo weinig mogelijkheden". Repressie kan slechts een minimale rol spelen, vindt ze. Ze maakt zich zorgen over berichtgeving omtrent deze incidenten: "Het gaat om een kleine minderheid."

"Als je over voetbalhooliganisme bericht", zegt Schyvens, "betekent dat toch niet dat je voetbal gelijkschakelt met hooliganisme."

Conclusie: als het niet gedragen wordt door meerdere organisaties, onder andere een lokale allochtone organisatie, komt er volgend jaar geen nieuw Feest!. En nog: Rataplan voelt zich logistiek goed gesteund door de stads- en districtsdiensten, maar politiek gezien was er weinig respons. Vooraf was er weinig belangstelling, na afloop van de evenementen was er geen gezamenlijke evaluatie, al zal het Vlaams Blok maandag wel in de districtsraad interpelleren over de incidenten. "Omdat we in Borgerhout een positiever imago proberen te verspreiden, lijkt de overheid te concluderen dat er hier inderdaad geen problemen meer zijn", zegt Schyvens.

En nu is hij zelf minder optimistisch?

"Minder optimistisch. Meer realistisch. Maar nog altijd optimistisch ook."

Een plein bestaat uit mensen, en sommige mensen zijn er van groter belang dan andere. Op het Groeningerplein, het plein van theater Sering, leven twee figuren, een Belgische vrouw en een Marokkaanse man, die samen of apart het bindmiddel vormen waarrond het plein stolt. Figuren die weten waar er problemen zitten, en die ze zo mogelijk helpen op te lossen. Helaas, allebei haken ze af. De vrouw omdat haar huurhuis is doorverkocht en zij naar een OCMW-flatje moet verhuizen. Het heeft haar nog moeite gekost om haar hond mee te mogen nemen. Maar ook zonder die verplichte verhuizing had zij er de brui aan gegeven. "Ik ben het beu", zegt ze. De inspanningen om iets gedaan te krijgen en de weerstanden worden almaar groter, de resultaten almaar kleiner. De agressie van "klein mannen" is zij onderhand gewoon. Ze heeft haar hond en haar herinneringen - en uiteindelijk bitter weinig vrienden overgehouden van twintig jaar haar best doen. "Eén vriendin heeft aangeboden om mij te helpen verhuizen - en dat is het dan..." Ze wijst naar de verminkte aanplantingen voor de huizen. "Dat heb ik hier bereikt."

Haar kompaan, de Marokkaan, ziet het evenmin nog zitten. De jongeren zijn niet meer te controleren, zegt hij - zij zijn zot. En hij is niet zo zot dat hij met zijn voeten laat rammelen, dat hij zich laat uitlachen, achter zijn rug of in zijn gezicht. Kan hij er zelf niets aan doen? Hij haalt zijn schouders op en schudt weemoedig het hoofd.

Een verantwoordelijke van het Terloplein, die een straat verder woont, heeft er ook de brui aan gegeven - nadat ze in conflict kwam met een Marokkaanse groep enerzijds ("die vond dat ik agressief was, en die niet meer met mij wou samenwerken"), en een autochtone groep anderzijds. "Ik ben geen gemakkelijke. Ik neem geen blad voor de mond."

"Ik wil verhuizen", zegt ze, "het liefst zou ik naar een caravan gaan, op een plaats zonder mensen. Niemand behalve ikzelf en mijn hond. Meer kan ik op dit moment eigenlijk niet verdragen." Haar uitkering is niet groot genoeg om er een stacaravan mee te financieren, ze zal haar plannen moeten bijsturen. Ze heeft heel lang erg willen geloven dat dingen de goede kant uitgingen, zegt ze, maar nu laat ze dat geloof schieten. Voor de zoveelste keer gebeurt er na verkiezingen ten gronde niets meer, vindt ze. "Wat doet het stad? Gratis bloembakken zetten. Op zich is dat goed maar daar gaan we onze problemen toch niet mee oplossen." Drie personen die vorig jaar actief waren - drie die hebben afgehaakt. Drie op drie.

Zijn de allochtone jongeren inderdaad agressiever dan enkele jaren geleden, en waarom? In jeugdwerking 't Kelderke, Antwerpen-Noord, geeft buurtsportwerker Aït Ahmed Brahim ook al een weinig opbeurende analyse. "Die kinderen", zegt hij, "voelen zich op school miserabel, en ze voelen zich thuis miserabel. De enige plaats waar ze op hun gemak zijn is op zo'n plein, samen met hun vrienden." Het probleem schuilt volgens hem onder meer in hun onbekendheid met hun eigen cultuur: "Men zegt dat je pas een taal kunt leren als je je moedertaal goed kent. Voor culturen geldt dat ook: je kunt maar een andere cultuur leren appreciëren als je je eigen cultuur goed kent, en dat doen ze natuurlijk niet."

De meisjes, suggereert jeugdwerkster Aziza Falki, vinden dikwijls wel hun toekomst in het onderwijs - al zit ook dat nog verre van snor. Zijzelf moest, vijf jaar geleden, tegen het PMS-advies opboksen om ASO te kunnen volgen, en het gaat nog altijd zo, zegt ze. Een allochtoon meisje wil dokter worden, maar het studieadvies wil haar zelfs beletten om ASO te kiezen. Maar voor jongens is studeren veel minder aantrekkelijk, ook al omdat ze weten dat hun een discriminerende arbeidsmarkt wacht. Iedereen kent wel iemand die voor elektricien heeft gestudeerd en toch geen werk vindt. De meisjes houden hun woede binnenskamers. De jongens, die zich mans moeten tonen, gaan er de straat mee op.

Hoe valt de kwaadheid aan te pakken? "Normen proberen door te geven, en de jongeren proberen te betrekken bij wat er gebeurt", suggereert Aziza.

Je kunt toch moeilijk, voor je een theatervoorstelling organiseert, eerst met de lokale tien- tot vijftienjarigen onderhandelen? Zo gaat het nergens.

"Toch zul je dat moeten doen", zegt ze, "als je van die agressie af wil."

Ik krijg nadien drie jeugdige bezoekers van 't Kelderke te spreken. Zij behoren tot een ander plein. Ik zie hen niet lang, ze staan wantrouwig tegen mijn vreemde aanwezigheid, ze laten zeker het achterste van hun tong niet zien, maar wat me in ieder geval aan hen opvalt, is hoe onschuldig ze eruitzien. Ik had de verhalen tot dusver geassocieerd met aan haat grenzende agressie, maar deze jongelui zien er veeleer geamuseerd uit. Niet dat ze - om even de religies te vermengen - koorknapen zijn. Waarom ze kattenkwaad uithalen?

"Om stoer te zijn, cool. Wie het meest durft, is het stoerst. Die is de leider van de groep, die krijgt respect."

En als ze goed studeren, krijgen ze dan geen respect?

Ze kijken me aan alsof ik van Venus kom.

"Neen."

Met voetbal?

"Soms."

Over hun pleinstrategie vertellen ze een klein beetje meer: "Als je op een plein zit, dan moet je dat plein houden. Het ene plein vecht soms met het andere. Het Koxplein is momenteel het sterkst."

Waarom ze meisjes lastigvallen?

"Da's toch plezant."

Ze hebben gehoord over de incidenten op het Krugerplein?

"Zoiets is niet ons feest. Wij zijn niet geïnteresseerd in vreemde muziek. Wij luisteren naar pop. Sport is soms oké. Maar dan zoiets als gaan zwemmen in de zee."

"Cool", zegt de een.

"Stoer", zegt zijn maat.

En is een circus niet plezierig?

"Ba. Als er beesten bij zijn kunnen we ernaar gooien. Da's plezant."

Hoe kan men kinderen als zij controleren?

"Met Marokkaanse agenten".

"Door om de twee minuten politie te laten passeren".

"Door ons vader te halen".

Wat zou jullie vader doen? Een pandoering geven?

"220 volt".

Wat betekent dat?

"Erger dan slagen".

Wat dan?

"220 volt".

Abdellatif Akhandaf is verantwoordelijk voor de allochtone verenigingen binnen de dienst migratie Antwerpen. Na zijn uren is hij vrijwilliger in Safina (Ark), een Marokkaanse vereniging die vooral activiteiten voor jongeren organiseert. Hij denkt aan langetermijnstrategieën. Het probleem is, zegt hij, dat de eerste generatie ouders nooit echt betrokken is geraakt. Hij geeft een historische uitleg. De boodschap die ouders aan hun kinderen meegaven, is altijd geweest: "Wij zijn hier niet zeker." Ze gingen ervan uit dat men ooit zou terugkeren naar Marokko. Dus was de verankering minimaal, studies waren vooral praktisch gericht: "Leer maar een stiel, die kun je overal gebruiken."

De Belgische overheid richtte zich in die tijd op het kind, en de ouders, die de taal niet spraken, werden niet betrokken bij de scholing. Ze stonden ook vrij vijandig tegen die scholing, want daar werden acht uur per dag Belgische, christelijke zaken onderwezen, en thuis deden ze dan hun best om de eigen overlevering door te geven.

"De overheid dacht: als we die kinderen op school hebben, komt het vanzelf wel goed." De werkelijkheid is dat er de voorbije twintig jaar, met de tweede, de derde en nu al de vierde generatie achteruitgang is geboekt, niet overal maar toch te vaak.

"Men heeft ons nooit de indruk gegeven dat men de islam voor vol aanzag. Op school werd door andere leerlingen gespot met hoofddoeken, of met de gewoonte dat moslims vijf keer per dag moesten bidden. Da's begrijpelijk want kinderen doen die dingen, maar het effect was er niet erg om. Eigenlijk wordt tot nu in zwartwittermen onderricht over bijvoorbeeld de kruistochten. Wij, of onze voorouders, worden afgeschilderd als barbaren. De reactie van ouders was vaak: met wat het kind op school leerde, moest het thuis niet aankomen. De ouders begrepen er niets van, omdat ze zelf niet gestudeerd hadden, maar ze wezen het ook af - omdat zij zich afgewezen en bedreigd voelden." De Marokkaanse gemeenschap, altijd vrij ondoorgrondelijk, ging zich nog meer op zichzelf richten. De kinderen konden van deze situatie zijdelings profiteren. Ze konden hun ouders wijsmaken dat ze duizend frank nodig hadden voor een schoolreis die ze nooit maakten. Ze konden een leraar op de mouw spelden dat ze thuis in mekaar zouden worden geslagen als de leraar over een kruimeldiefstal zou rapporteren (waarna de leraar zijn rapport inslikte, maar zelf een overdreven negatief beeld kreeg van de thuissituatie van de leerling).

In de jaren tachtig volgde, zegt Abdellatif, een tweede goedbedoelde, verkeerd uitgedraaide stap. Het sociaal werk zocht een toegang tot de Marokkaanse gemeenschap via de vrouwen. Vanuit Belgisch standpunt volkomen terecht, men wou de verdrukking verminderen door politiek of medisch onderricht te verstrekken. Maar de Marokkaanse man beschouwde dat opnieuw als een aanval van België op hem, en op wat hij dacht dat de islam was (en wat in feite de berber-overlevering was). De vrouw mocht van haar nieuwverworven kennis thuis niets laten blijken. Zo kreeg je kinderen die thuis niet over school konden praten, en vrouwen die thuis ook al over hun nieuwe inzichten moesten zwijgen.

"Tot nu is er heel weinig gebeurd voor de mannen." Zelfs volgens de koran zouden ze zich met hun kinderen op straat en op school moeten bezighouden, maar dat doen ze niet - dat laten ze over aan België, aan de politie. Ze hebben dat onderscheid gaandeweg gemaakt - de straat is niet van hen, die is van België.

Dat valt volgens Abdellatif te verhelpen door de ouders eens goed en duidelijk uit te leggen wat het Belgische systeem inhoudt. Dat iedereen hier gelijk voor de wet is, dat er rechten zijn en plichten, verantwoordelijkheden, dat wie aan de plichten voldoet, voor het overige kan leven zoals hij wil, zolang hij de ander niet stoort. Dat er respect is voor eenieders overtuiging (wat dat betreft zal de nakende erkenning van moskeeën een positief effect hebben). Dat een school welbepaalde doelstellingen heeft, en dat ouders bij de opvoeding een belangrijke rol te spelen hebben. Dat de straat evenveel van hen is als van andere mensen. Dat men zegt: racisme op het werk mag niet, dat hoort te worden bestraft, net zoals homofobie bij een imam niet kan. "Dat is nooit in die termen uitgelegd - dat zou moeten gebeuren door een figuur met autoriteit." Zoiets zou volgens hem al een groot deel van het wantrouwen wegnemen.

Wat denkt hij van het incident op het Groeningerplein?

"Theater is een taboe in een deel van de Marokkaanse gemeenschap. Vraag het maar aan de eerste generatie: wie is er in een cinema geweest of in een theater? Niemand. Als er een omhelzing wordt getoond dan gaat snel de tv uit. In die context zou men eerst een buurt moeten voorbereiden op een toneelstuk. Als bijvoorbeeld de ouders van de acteurs naar de vertoning zouden komen, zou dat misschien een mentaliteitsverandering teweegbrengen."

Al wat hij voorstelt, haalt de baldadige jongens niet op korte termijn van de straat.

"Neen, maar ik zeg al tien jaar dat de ouders een belangrijker rol moeten krijgen. En al tien jaar luistert men niet. Er moet blijkbaar eerst iets ernstigs gebeuren voor men ten gronde wil ingrijpen."

Aan de ene kant zegt men: als je de zaken wilt verbeteren moet je er allochtone kinderen en/of ouders meer bij betrekken. Aan de andere kant zegt men: het wordt steeds moeilijker om met Marokkaanse mensen en verenigingen samen te werken, die lijken minder bereid tot samenwerking. De doorbraak is blijkbaar niet zo eenvoudig. De bereidheid om Marokkaanse verenigingen te financieren is niet groot, er heerst wantrouwen.

In hoeverre de huidige wereldcrisis de agressie aanscherpt, valt moeilijk te zeggen. Volgens sommige gesprekspartners maakt dat uiteindelijk niet zo heel veel verschil, een ander zei dat er nu "spanning in het kwadraat" heerst.

"Er is", zegt Abdellatif, "voor de zoveelste keer een scheiding gemaakt tussen islam en het Westen. Dat is ten onrechte. Ik hoop dat een aantal politici zal zeggen: 'Voor mij is de islam iets moois. Ik ben persoonlijk een andere mening toegedaan, maar ik weet dat de islam streeft naar een goede samenleving, waar iedereen erbij hoort. We willen van Antwerpen een voorbeeld maken.' Dat zou indruk maken."

Overigens hebben Verhofstadt en Michel het wat dat betreft niet slecht gedaan, vindt hij, ze hebben zich genuanceerd uitgelaten. Genuanceerder dan Kok in Nederland.

Van Rudi Rotthier verscheen eerder deze maand bij uitgeverij Atlas het boek 'Hotel Fabiola. Een verslag uit Borgerhout'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234