Donderdag 16/09/2021

AchtergrondNationale feestdag

Na de oranje droom van De Wever: hoe Vlaanderen en Nederland uit elkaar groeiden

'Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel' (1835) van kunstschilder Gustaaf Wappers beeldt de Belgische revolutie af. Beeld rv
'Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel' (1835) van kunstschilder Gustaaf Wappers beeldt de Belgische revolutie af.Beeld rv

Met zijn merkwaardige pleidooi om Vlaanderen en Nederland te herenigen, poogt N-VA-voorzitter Bart De Wever de Belgische feestdag enigszins te verbrodden. Het idee komt wat uit de lucht vallen, want behalve in crisistijd, zoals nu na de watersnood, kijken Belgen of Vlamingen en Nederlanders amper nog naar elkaar om. Wat ging er mis? Een gewetensonderzoek door twee Nederlanders: oud-journalist Cees Wijburg en historicus Geerten Waling.

Vandaag herdenkt dit land wederom dat de eerste koning der Belgen, Leopold I, 190 jaar geleden de eed aflegde op de grondwet. Dat herinnert ons eraan hoe lang en bochtig de weg is die onze Lage Landen hebben afgelegd. Die geschiedenis begon al diep in de middeleeuwen, toen Vlaanderen groeide en bloeide, terwijl de noordelijke Nederlanden nog op welhaast prehistorische wijze overleefden in zompige moerassen.

Ook rond 1500, toen de Nederlanden werden verenigd onder de Bourgondische vorsten, lag het economische en bestuurlijke zwaartepunt in de rijke steden Brugge, Gent, Antwerpen en Brussel. Dit gold nog altijd tijdens het bestuur van keizer Karel V en zijn zoon Philips II. Zelfs het roemruchte verzet tegen hun beleid van centralisatie en religiedwang, de Nederlandse Opstand, begon in Vlaanderen en Brabant.

Arrogante noorderburen

Maar na de val van Antwerpen in 1585 gingen de opstandige provincies in het noorden op eigen kracht verder. Het perspectief kantelde. Plots werden de ‘Hollanders’ die brutale en arrogante noorderburen, met een eigen Republiek die de wereldzeeën veroverde. Weliswaar bood die Republiek economische en religieuze vluchtelingen uit Vlaanderen een veilige haven – en profiteerde zij intussen gretig van hun vakmanschap, kapitaal en cultuur –, maar ook blokkeerden die dekselse Nederlanders twee eeuwen lang de Schelde om de Antwerpse haven te fnuiken. Het is een beeld dat vandaag nog taai overeind blijft in vele Belgische hoofden.

Haat en liefde tekenen de Vlaams/Belgisch-Nederlandse betrekkingen. Natuurlijk hield de kunstmatige hereniging in één koninkrijk, na Napoleon, geen stand. De Belgische revolutie van 1830, voor Nederlanders nog altijd de Belgische Opstand, liep uit op een bloedige militaire strafmars en een moeizame erkenning door de Nederlandse regering. Een eeuw later nog werd het wederzijdse wantrouwen pijnlijk zichtbaar toen Nederland, dat koste wat het kost neutraal wilde blijven in de Eerste Wereldoorlog, een ‘dodenhek’ van honderden kilometers prikkeldraad opwierp tegen de ontredderde oorlogsvluchtelingen uit België.

Opbloeiende liefde

Desalniettemin bloeide na de Tweede Wereldoorlog de eeuwenoude band weer op. Op politiek vlak gebeurde dat met de oprichting van de douane-unie Benelux in 1944, vanaf 1958 een economische gemeenschap waarin de Nederlanden inniger gingen samenwerken en in Europa sterker stonden. Ook cultureel was er volop contact. Denk alleen al aan de mateloze populariteit van Belgische zangers als Jacques Brel, Louis Neefs en Will Tura in Nederland en andersom van Liesbeth List, Ramses Shaffy en Robert Long in Vlaanderen. Of aan de wederzijdse successen van schrijvers zoals Hugo Claus en Jan Wolkers.

De Vlaams-Nederlandse liefde bereikte een hoogtepunt rond 1980. Zo begon dat jaar een uitwisseling op de radio: de Nederlandse NOS zond het programma Spiegel van België uit en andersom was op de toenmalige BRT Spiegel van Nederland te horen, waarin luisteraars leerden over ontwikkelingen over de grens. Ook in 1980 ontstond de Taalunie, een orgaan waarin sindsdien de Nederlandse en Vlaamse regeringen samenwerken voor de bescherming en promotie van de Nederlandse taal. En in 1981 opende de Vlaamse overheid, in het hart van Amsterdam, het nog altijd bestaande culturele centrum De Brakke Grond, ter promotie van de Vlaamse beeldende en podiumkunsten in Nederland.

Liesbeth List treedt op tijdens Nekka Nacht 2012. Beeld Alex Vanhee
Liesbeth List treedt op tijdens Nekka Nacht 2012.Beeld Alex Vanhee

In de jaren erna was er op vele fronten een vruchtbare kruisbestuiving. In 2004 nog besloten Vlaanderen en Nederland om gezamenlijk de cultuur van de Lage Landen te promoten in Brussel, met het Vlaams-Nederlands Huis deBuren.

Organisaties als de Taalunie, de Brakke Grond en deBuren bestaan nog altijd, maar zij bedienen slechts een klein publiek en zijn er niet in geslaagd de wederzijdse bewondering van weleer vast te houden. Zeker niet als de massamedia het laten afweten. Nederlandse televisiekijkers moeten eindeloos zappen vooraleer een Vlaamse zender tegen te komen – en als er op de Nederlandse televisie al een Vlaams programma te zien is, dan wordt dit steevast ondertiteld.

We lijken elkaar letterlijk niet meer te verstaan.

Hoe ironisch is dat? Veruit de meeste Vlaamse boeken verschijnen bij uitgeverijen in Nederland, terwijl de Nederlandse kranten bijna allemaal in Belgische handen zijn. En toch is het grote publiek in beide landen nauwelijks op de hoogte van wat speelt over de grens. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar de passie van weleer lijkt verdwenen. Is de liefde voorbij?

Leedvermaak op EK

Sport is doorgaans een goede graadmeter voor allerlei culturele trends en sentimenten in een samenleving. En dan vooral het voetbal. In de jaren dat het Belgische elftal weinig klaarspeelde, volgden de Vlamingen het Nederlandse voetbal op de voet. Als adoptief-fans steunden ze de branievolle Oranje-equipe, die soms op Europese en wereldkampioenschappen wél wist te imponeren. En in afgelopen jaren schaarden veel Hollanders zich andersom enthousiast achter de verrassend sterke Rode Duivels, telkens als hun torenhoge verwachtingen van Oranje weer eens eindigden in teleurstelling.

Het EK 2021 gaf een ander beeld. Toen het Nederlandse elftal al in de achtste finales sneuvelde, terwijl België wel de kwartfinales wist te behalen, bleek van Vlaamse kant vooral Schadenfreude. Sportkanaal Sporza plaatste op sociale media smalende grappen en filmpjes over de Nederlandse nederlaag, ook al bereikten nog veel kansrijkere buurlanden Duitsland en Frankrijk evenmin de kwartfinales.

Waarom zo onaardig? Toen de Rode Duivels het in de volgende ronde prompt aflegden tegen Italië was onder Nederlanders geen spoor te bekennen van een dergelijk leedvermaak, noch in de officiële uitzendingen van de NOS, noch op sociale media. Lag het aan de eeuwenoude Vlaamse afkeer van die Nederlandse arrogantie?

Ontgoocheling bij de Nederlandse voetbalsupporters na de nederlaag in de achtste finale van het EK. Beeld AFP
Ontgoocheling bij de Nederlandse voetbalsupporters na de nederlaag in de achtste finale van het EK.Beeld AFP

De venijnige opmerkingen toonden iets van een calimerocomplex bij de Vlamingen, die zich in hun fierheid op wellicht het sterkste Belgische elftal ooit bezondigden aan primitieve revanchegevoelens. Allicht stak het ook dat de spelers van hun droomelftal stuk voor stuk hun carrière maakten in het buitenland? En dat hun voltallige verdediging ooit debuteerde bij Ajax in Amsterdam?

Nu moeten de arrogante Hollanders maar tegen een stootje kunnen, toch denken we met enige weemoed terug aan de jaren waarin Vlamingen zoveel positiever stonden tegenover Nederland. Een van de schrijvers dezes, Cees Wijburg, bracht voor de Vlaamse radio en televisie ooit verslag uit van het prestigieuze Holland Festival, het Holland Dansfestival en andere hoogstandjes van de Nederlandse beeldende en podiumkunsten, waarvoor in de jaren tachtig en negentig grote interesse bestond bij het Vlaams publiek. Nu was die bewondering voor de Nederlandse kunsten niet altijd wederzijds, en was de relatie nooit helemaal gelijkwaardig, maar ook de Vlaamse kunsten hadden destijds in Nederland een streepje voor.

De communicatie van Filip

Wijburg was ook raadgever voor onder meer Club Brugge, Anderlecht, de Voetbalfederatie Vlaanderen en toenmalig KBVB-president François De Keersmaecker. Voor de laatste arrangeerde hij een historisch gesprek met Louis van Gaal over diens mogelijke aanstelling als bondscoach van de Rode Duivels.

Een terugkerend verzoek van deze hooggeplaatste Vlamingen was: “Leer mij de ad-remheid van de Hollander.” Dat bracht Wijburg in 2007 zelfs binnen de entourage van toenmalig kroonprins Filip. Die kampte met een stevig imagoprobleem, vooral nadat hij en plein public, na kritiek in de media op zijn reis naar Zuid-Afrika, op een receptie twee journalisten van VTM en De Morgen wat al te vrijpostig van repliek had gediend. De inbreng van Wijburg leidde tot een openhartige documentaire over de kroonprins voor de VRT, in nauwe samenspraak met toenmalige hoofdredacteur Kris Hoflack.

Sinds die tijd is het van oudsher gesloten communicatiebeleid van het Belgische koningshuis gemoderniseerd, naar het voorbeeld van het Nederlandse koningshuis dat, zeker onder koning Willem-Alexander, veel laagdrempeliger communiceert met de bevolking. De huidige koning Filip heeft gekozen voor een meer volwassen pr-beleid in diezelfde richting, waarmee hij meer gezag en vertrouwen afdwingt.

Ook Peter de Caluwe, dramaturg en directeur van de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel, verwondert zich over wat hij noemt ‘de verwaterde en verwaterende liefde’ tussen Nederland en Vlaanderen. Toen hij in 1990 toetrad tot de directie van De Nederlandse Opera in Amsterdam kwam hij terecht in een ‘open en gemengde stad’, het culturele knooppunt van een Nederland dat openstond voor inspiratie en invloed uit vele hoeken, vooral uit Vlaanderen.

Inmiddels signaleert De Caluwe een steeds meer in zichzelf gekeerde culturele wereld, eerst in Nederland en nu ook in Vlaanderen. Een zakelijke bestuurscultuur van managers dwingt de creatieve sector tot ‘vermarketing’, deels omwille van besparingen door de overheid en deels vanuit een onbegrip en desinteresse voor het artistieke proces. “Men moet in Nederland altijd zo erg binnen de lijntjes kleuren. Dat is iets wat helaas nu naar Vlaanderen overgewaaid is.”

Peter de Caluwe, directeur van de Muntschouwburg in Brussel:
Peter de Caluwe, directeur van de Muntschouwburg in Brussel: "We luisteren niet meer naar elkaar."Beeld BELGA

De Caluwe: “De elite van de geest was vroeger veel prominenter, zeker in Nederland, met invloed op de politiek.” Dat leidde tot een bruisende cultuur aan beide kanten van de grens, met een wederzijdse interesse voor producties en talenten op het gebied van opera, klassieke muziek en theater, maar ook van popmuziek, televisie en films. “Eerst was er het noord-zuideffect, daarna het zuid-noordeffect”, zegt De Caluwe, die de ook in Nederland ongekend populaire politieserie Flikken noemt als voorbeeld. “Dat leidde tot een wederzijdse beïnvloeding die nu niet meer bestaat. We luisteren niet meer naar elkaar.”

De huidige houding van Vlaanderen naar Nederland is er niet langer een van waardering, maar van ongemak. Het gaat algauw om het uitbaggeren van de Westerschelde, een historisch beladen dossier, of over de overlast van drugshandel in de grensregio’s. Andersom is de desinteresse compleet. Natuurlijk hebben Nederlandse media wel hun correspondenten in Brussel, maar die rapporteren vooral over de Europese Unie en de capriolen van ‘onze’ Frans Timmermans.

U vraagt een Nederlandse journalist maar beter niet wie de premier van België is en of er überhaupt al een regering is geformeerd, laat staan door welke partijen. Het buitenlandnieuws verliest zich in onbereikbare vergezichten – denk aan de nauwgezette verslaggeving van de Amerikaanse presidentsverkiezingen of van conflicten in het Midden-Oosten – maar is stekeblind voor ontwikkelingen bij onze zuiderburen.

Dit terwijl België en Nederland zoveel van elkaar kunnen leren. Beide landen kampen met een verdeeld en gepolariseerd politiek landschap en zien zich grotendeels voor dezelfde problemen gesteld. Op het gebied van watermanagament, milieu en klimaat, zoals we afgelopen weken weer konden zien in Limburg en de Ardennen. Maar ook op gebieden als internationale drugshandel en andere criminaliteit, fundamentalisme, terrorisme en aanhoudende immigratie. Bij het aanpakken van die enorme bestuurlijke uitdagingen, en ook om in EU-verband eens wat sterker te staan, kan het voor de buren in de Lage Landen geen kwaad om eens wat vaker samen op te trekken, in de geest van die oude Benelux.

Sleetse clichés

Culturele verschillen zijn er altijd geweest en die zullen er ook altijd zijn. Maar als er geen wezenlijk contact meer is dreigen die verschillen te verworden tot sleetse clichés: Hollanders zijn gierig, bot en rap van de tong; Vlamingen zijn omfloerst, gesloten en kunnen lekker koken. Willen we blijven hangen in zulke clichés en de afstand die zij scheppen? Of leren we van die lange, gedeelde geschiedenis dat Vlaanderen en Nederland elkaar ondanks – of juist dankzij – onze verschillen kunnen inspireren en verrijken?

Op 21 juli viert België zijn eigen ontstaan, maar daarmee ook de strijdbare afsplitsing van Nederland. Zou het daarom in de toekomst niet mooi zijn als op deze dag ook het Nederlandse staatshoofd koning Willem-Alexander, die bovendien erfburggraaf van Antwerpen is, eens acte de présence geeft? En als Vlaanderen en Nederland de komende tien jaar, in aanloop naar de bicentenaire in 2031, op allerlei terreinen zouden zoeken naar toenadering en verbroedering?

Want hoewel elke liefde kan verwateren, is er gelukkig ook nog dat bekende gezegde: oude liefde roest niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234