Zondag 24/01/2021

‘Na de explosie zag ik miljoenen gensters’

Het jongste slachtoffer van Wereldoorlog I in ons land is 26 jaar. Geen oudstrijder dus, maar een jonge vrouw uit West-Vlaanderen. Maïté Roël was amper acht jaar toen een Engelse vliegtuigbom haar leven een compleet andere wending gaf. Na jaren in de loopgraven van het Gentse UZ doet de jonge moeder haar verhaal.

DOOR MATTHIAS DECLERCQ / FOTO JONAS LAMPENSElf november 1918, Wapenstil-stand. De dag dat de Franse generaal Foch tot een staakt-het-vuren kwam met de Duitsers. Het einde van de Grooten Oorlog‚ het einde van een vier jaar durende strijd, die miljoenen slachtoffers maakte. Ons land telt nog elf levende burgerslachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. De meesten zijn oudstrijders, maar lang niet allemaal. Voor één van hen, Maïté Roël, eindigde de oorlog pas in 1994, na een twee jaar durend gevecht tegen een Engels vliegtuigbom.In Kaaskerke, in de Dodengang, doet de 26-jarige Maïté Roël voor het eerst haar verhaal. Eén van vallen en opstaan, van moed en wanhoop en die éne verdomde bom die haar twee jaar lang de loopgraven in stuurde, die van het Gentse UZ-ziekenhuis.“In de nacht van 6 op 7 juli 1992 veranderde mijn leven voorgoed”, opent Roël. “Bij de Zeescouts uit Oostende sliep ik tijdens de slotnacht van het kamp op een militair domein in Wetteren in de buurt van het kampvuur. In open lucht, ik was moe en dommelde in slaap op zo’n vijf meter van het vuur, dat omringd was door een betonnen muurtje om onheil te voorkomen.”Helaas, de stenen konden een hevige bomexplosie niet verhinderen. Door de druk van de ontploffing begaf de bakstenen ommuring het en werd het toen achtjarige meisje geraakt aan haar linkerbeen. “Na de explosie zag ik miljoenen gensters, kleine lichtjes. Van pijn was op dat moment nog geen sprake, tot ik even later naar de keuken werd gedragen en het bloed op de witte vloer zag sijpelen, een beeld dat mij nog vaak voor de geest komt. Iedereen rondom mij was nerveus en werd lijkbleek bij het zien van mijn linkerbeen, dat alleen nog met een stukje vlees aan elkaar hing”, vervolgt Roël.De jonge Maïté werd overgebracht naar het ziekenhuis van Wetteren, waar geen plaats noch chirurgisch personeel beschikbaar was om haar te helpen. Een helikopter bracht haar uiteindelijk naar het UZ Gent. Vanaf het midden van haar linkerdij tot haar kleine teen was alles verbrijzeld. Tussen de inslag van de bakstenen tot de eerste verdoving gaapte een kloof van drie uur, al die tijd was de piepjonge Maïté bij bewustzijn. „Ik voelde een onwaarschijnlijke pijn, een pijn die de volgende twee jaar gestild werd met morfine. Anderhalf jaar bleef ik in het Gentse UZ, het laatste halfjaar in het AZ Brugge. 29 keer werd ik geopereerd. Mijn linkerbeen moest volledig gereconstrueerd worden. Er werden spieren en een slagader weggenomen uit mijn rechterbeen en huid uit mijn buik en rug. Het enige wat ik me herinner van die twee jaar zijn de continue verdovingen en de helse pijn bij het ontwaken na alweer een operatie.”

Last van nachtmerries

Na de lange reeks operaties was het leed nog niet achter de rug voor Roël, bij wie de Ilizarovmethode werd toegepast om de lengte van haar been te verhogen. “Ik kreeg een soort koker met metalen ringen omgespannen die dwars door mijn botten gingen. Driemaal daags moest ik de ringen aanspannen om mijn been uit te rekken. De lengte is nu nog altijd niet op peil, ik kom nog 1 à 2 centimeter te kort.”Het duurde uiteindelijk zo’n vier jaar vooraleer Maïté erin slaagde om letterlijk op eigen benen te staan. Nu, een klein jaar na het ongeluk, kan ze opnieuw wandelen en spelen met haar zoontje van anderhalf jaar. “Maar lang rechtstaan, lang zitten of een grote wandeling maken is uitgesloten. Op de tanden bijten en vooruit kijken, meer kan ik nu niet doen. Mijn verhaal vertellen werkt nu louterend, maar hierna is het gedaan en probeer ik het hoofdstuk af te sluiten.”Maïté moét vooruit kijken want een blik op het verleden doet haar geen goed. Niet alleen fysiek, ook mentaal kreeg de jonge Oostendse het zwaar te verduren. Na jaren in ziekenhuiskamers te hebben geslapen, had ze het moeilijk om haar terug in te werken in de maatschappij. “Op school liep het wel vlot, ik had geen grote leerachterstand. Dagelijks kreeg ik in het ziekenhuis een halfuurtje les. Het diploma lager onderwijs behalen was geen probleem, maar de miserie begon op de middelbare school”, vertelt Maïté. “Ik had last van nachtmerries, zag steeds de enge beelden van die bewuste nacht voor ogen en geraakte op het slechte pad. Door de post-traumatische stress vluchtte ik weg, mentaal, en greep ik naar middelen om de nachtmerries te verdrijven. Samen met een groepje vrienden raakte ik verslaafd aan heroïne. Volgens mijn begeleiders trad er vrij snel gewenning op voor die drug omdat ik jarenlang was platgespoten met morfine.”Goed tien jaar zocht Maïté haar heil in het gevaarlijke goedje en verloor ze haar grip op de realiteit. Tot zo’n twee jaar geleden. „Dan leerde ik mijn huidige vriend kennen, raakte ik zwanger, en kreeg zo’n anderhalf jaar geleden mijn zoontje Damon. Het gaat terug goed met mij, al twee jaar ben ik clean, zonder de hulp van een afkickcentrum.”Naar de precieze oorzaak van de explosie is het bijna 18 jaar na de feiten nog altijd gissen. Volgens Maarten Verbanck van Vetera, het Nationaal Instituut voor Veteranen, is het onomstotelijk bewezen dat de explosie te wijten is aan een Britse vliegtuigbom uit de Eerste Wereldoorlog. “Na het ongeval hebben mensen van Dovo onderzoek gedaan naar de explosie. Het gaat om een bom van een Engels gevechtsvliegtuig, maar hoe die precies tot ontploffing is gekomen is vooralsnog een raadsel”, vertelt Verbanck. “Ofwel bevond de bom zich onder het kampvuur, ofwel zat hij verborgen tussen het hout dat de leiders van de zeescouts nietsvermoedend gebruikten voor het vuur. Maar het is aan de slachtoffers om naar buiten te komen bij dergelijke ongevallen en zich te realiseren dat er meer is dan een ziekenhuis en een verzekeringsagent. Of het nu om een vergeten bom uit WOI gaat, of om incidenten in Afghanistan of Korea, het Instituut voor oorlogsinvaliden wil de slachtoffers financieel tegemoetkomen.”Het duurde uiteindelijk zo’n 4 jaar vooraleer de vader van Maïté een aanvraag tot schadevergoeding indiende bij Vetera. Als oorlogsslachtoffer krijgt ze een maandelijkse uitkering van 700 euro. De schadevergoeding voor die vreselijke zomernacht in 1992 laat nog steeds op zich wachten. “De procedure loopt al zo’n 18 jaar”, aldus Maïté, die nu als huisvrouw instaat voor de opvoeding van haar zoontje. Als het jongetje de leeftijd heeft om naar school te gaan wil ze kleren ontwerpen, een droom die ze al heeft van kleinsaf. “Ik verwacht zo’n 2.500 euro te krijgen per procent invaliditeit. Nu ben ik voor zestig procent invalide, een percentage dat naar 75 wordt opgetrokken. Maar die vergoeding kan het getroffen leed natuurlijk nooit evenaren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234