Donderdag 06/05/2021

Na de doodsbedreigingen

'In steunbetuigingen ben ik een heilige, of de Moeder Courage van de Burgenlandse gemeenten, in afkeurende brieven ben ik de heks die zo snel mogelijk op de brandstapel moet belanden'

Bisschop Knoll: 'Ik ben een heks of een heilige'

Rudi Rotthier

Na doodsbedreigingen door sympathisanten van de nieuwe regering zag de Oostenrijkse evangelische bisschop Gertraud Knoll zich genoodzaakt met haar familie vijf weken op 'speciaal verlof' te vertrekken. Sedert een week is ze opnieuw in functie. Ontspannen en gesterkt, zegt ze. 'Ik heb me een tijd afgevraagd of het niet beter was definitief af te treden en mijn kinderen een normaal leven te bieden. Maar dan heb ik toch beslist: neen, die lol gun ik mijn tegenstanders niet. Ik zou mezelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken.'

Frau Knoll heeft op 41-jarige leeftijd al een eigen paragraaf in de Oostenrijkse geschiedenisboeken. Een jaar of zes geleden werd ze tot evangelische bisschop voor de provincie Burgenland gekozen. Ze was de eerste vrouwelijke bisschop in Oostenrijk, een vaak geziene gast op spreekgestoelten en tv-debatten en een onvermoeibaar actievoerster ten voordele van bijvoorbeeld de Roma en asielzoekers. Twee jaar geleden trad ze tijdelijk terug uit het bisschopsambt om als onafhankelijke kandidaat een gooi te doen naar het presidentschap van het land. De huidige president Thomas Klestil, een christen-democraat, werd herkozen, maar Knoll haalde met 14 procent van de stemmen zonder meer een eerbare score.

Sinds de nieuwe FPÖ/ÖVP-regering in Oostenrijk aan de macht is, werden Knoll en haar familie in zekere zin de eerste slachtoffers van het nieuwe regime. Een Onafhankelijk Platform van Evangelische Christenen probeerde kerkgangers zover te krijgen een petitie ter afzetting van de bisschop te ondertekenen. Dat Platform staat duidelijk onder leiding van met de FPÖ verbonden figuren, en heeft naar eigen zeggen intussen 3.325 handtekeningen tegen Knoll weten te verzamelen, in een Evangelische Gemeenschap die in Burgenland 35.000 leden telt.

Tegelijk met de handtekeningencampagne werden Knoll en haar drie jonge kinderen aanhoudend telefonisch en schriftelijk bedreigd, tot de bisschop - overstuur - geen andere uitweg meer zag dan vijf weken lang onder te duiken.

Nu is ze terug.

Ik kom tien minuten te vroeg op de afspraak omdat ik vrees eerst een politiekordon door te moeten. Niets daarvan. De deur tot de bisschoppelijke zetel in Eisenstadt springt zonder politiecontrole open en Knoll zelf, blonde krullen uit een lachend gezicht graaiend, vraagt of ik wat wil drinken.

Is hier dan geen bewaking?

Ze kijkt me indringend aan.

"Dat is tussen de politie en mij geregeld. We zijn overeengekomen geen details bekend te maken." Maar, zegt ze, "voor personen die zijn aangemeld doen we gewoon de deur open, zoals dat hoort."

Ze steekt een sigaret op en verontschuldigt er zich voor dat ze weer is beginnen roken. "Al van voor deze crisis moet ik toegeven, al heeft die er geen goed aan gedaan."

Hoe gaat het nu met u?

"Echt goed, dank u. Vorige week heeft de diocesane kerkraad, dat is de vertegenwoordiging van de Evangelische Kerk in Burgenland, bij geheime stemming een resolutie gestemd waarin ze me ondersteunt. De kerkraad heeft ook beslist dat het Platform niet verder namens de Evangelische Gemeenten kan spreken. Dat was voor mij een bevrijding, want ik zat natuurlijk met die vraag: hoe wordt lokaal op mij gereageerd? Het Platform had openlijk tot rebellie tegen de bisschop opgeroepen. Ik heb me al die tijd nauwelijks in de kerk gewaagd. Want dat was de teneur van wat het Platform verkondigde: de Gemeenten waren tegen mij, en ik zou er beter aan doen niet in de kerk te verschijnen. Ik ben zelfs de paasdienst niet voorgegaan, wat voor mij erg was. Maar vanaf nu kan ik weer normaal functioneren."

Zonder bedreigingen?

"Sedert er ruchtbaarheid aan gegeven werd, zijn ze daar goddank mee opgehouden."

Over de bedreigingen zelf wil ze niet uitweiden. "Ik wil ze niet herhalen, om geen waanzinnigen op ideeën te brengen. Maar het was typisch dat wat men doet om een vrouw aan banden te leggen. Het kwetsbaarst ben ik natuurlijk in mijn kinderen. De bedreigingen waren concreet, niet mis te verstaan, en wat mij betreft klonken ze bijzonder geloofwaardig."

De dreigementen hebben wekenlang aangehouden. De boodschappen kwamen meerdere keren per dag, telefonisch of per brief.

Fragmenten uit een aantal dreigbrieven zijn in Oostenrijkse weekbladen gepubliceerd: 'Jij vuile (dreckige), rode betoogster, jammer dat Hitler jou niet vergast heeft. Jij schorremorrie. Jij bent een niet levenswaard leven ... Jammer dat Adolf er niet meer is, heel jammer'; 'Drekzeug (Drecksau), trek je kazuifel uit, als er tenminste nog een greintje godsvrucht in jou is overgebleven'; 'Wel, popje, dat seniele oude mannetjes jou verdedigen, is geen wonder. Daarvoor mogen ze dan een of twee keer in jouw bisschopskwastje knijpen.'

Naast die anonieme brieven kwamen er ook ondertekende epistels, "van gelovigen die zegden te bidden voor mijn kinderen, omdat ze met zo'n schaamteloze, verschrikkelijke moeder door het leven moeten. Ik weet niet wat ik het ergst moet vinden, de anonieme bedreigingen of de ondertekende brieven. Ik heb er niets op tegen dat men voor mijn kinderen bidt, maar wie haalt het in zijn of haar hoofd om aan een moeder te schrijven dat men bidt om haar kinderen tegen haar te beschermen? Dat is ziekelijk, vind ik, of op zijn minst karaktergestoord."

De veer knakte, tijdelijk, toen haar kinderen lijfelijk werden aangepakt. Op weg naar school werden ze tegengehouden door een vrouw, die voor hun voeten spuwde en riep dat ze zich voor hun ontaarde moeder hoorden te schamen. Kort daarna besloten Knoll en haar echtgenoot, een theoloog, tot het 'speciaal verlof'.

Waarom kwam het zo snel na de regeringsvorming tot die uitspatting van haat tegen Knoll? Ze weet het zelf niet zeker.

"We hebben natuurlijk de chronologie gecontroleerd, en het is duidelijk dat er twee aanleidingen zijn geweest. De eerste kwam er nog voor de regering was gevormd. Op 30 januari sprak ik in Oberwart op de bijeenkomst ter herdenking van de aanslag op de Roma (in 1995 uitgevoerd door Franz Fuchs, vier Roma kwamen daarbij om het leven, RR). Ook al is de aanslag door één waanzinnige gepleegd, argumenteerde ik daar, dat neemt niet weg dat er toch meerdere hoofden zijn waarin dat waanzinnige gedachtegoed nog leeft. Drie dagen later reageerde het FPÖ-parlementslid Schöggl, die zich klaarblijkelijk aangesproken voelde (lacht). Op de internetpagina's van zijn partij schreef hij een artikel onder de titel: Knoll verliest realiteitszin."

In diezelfde internetbijdrage ging Schöggl er met de grove borstel door: "In de steeds kleiner wordende Evangelische Kerk is Frau Knoll duidelijk een gevaarlijk, polariserend element", aldus het parlementslid.

Knoll: "Enkele dagen later, een dag of zo na de regeringsvorming, heb ik dan een woordenwisseling gehad met plaatsvervangend Landeshauptmann Jellasitz van de andere regeringspartij, de ÖVP. Hij had alle betogers in Wenen op de lokale tv-zender 'linkse beroepsdemonstranten' genoemd. Dat vond ik gortig. Ik heb in een open brief geantwoord dat het niet kan zijn dat alle mensen die bezorgd zijn over de toekomst van dit land, die bezorgd zijn over de identiteit en de reputatie van een land waarvan ik altijd gedacht had dat het open was en toekomstgericht en dat nu overgeleverd wordt aan een regering met de Haider-partij, dat alle mensen die over deze evolutie niet staan te juichen linkse beroepsdemonstranten worden genoemd, en dat ik mezelf zeker geen linkse beroepsdemonstrante vind. Uit zijn repliek op die open brief heb ik menen te begrijpen dat ik persoonlijk voor het geweld op de betogingen verantwoordelijk ben."

Die twee optredens, zegt ze, hadden de coalitiepartijen van de nieuwgevormde regering op de zenuwen gewerkt, en met de grote antiregeringsbetoging van 19 februari, waarop Knoll de honderdduizenden manifestanten toesprak, vond men nog meer aanleidingen om haar aan te vallen. Ze zou haar ambt misbruikt hebben om, tegen de afspraken in, politiek te bedrijven (na de presidentsverkiezingen had ze toegezegd gedurende haar verdere ambtstermijn, nu nog zes jaar, geen politiek ambt meer te zullen zoeken). De redevoering van Knoll was gematigd, om niet te zeggen onkarakteristiek tam, ze ging over de ene kaak en de andere, over mogelijke hypocrisie bij de betogers die ook racisme in zich dragen, maar dat kon haar tegenstanders, die volgens haar de redevoering nooit gehoord of gelezen hebben, niet veel schelen. Evangelische tegenstanders organiseerden bijna onmiddellijk het Platform voor de afzetting van de bisschop. En al van voor de grote betoging waren de bedreigingen begonnen.

"Het was voor mij duidelijk dat er een FPÖ-campagne tegen mij aan de gang was. FPÖ-mandataris Eduard Nicka nam aan de Platform-campagne deel, hij trok van dorp naar dorp om handtekeningen tegen mij te ronselen. Ook de dreigtelefoons leken uit die hoek te komen. Maar op een bepaald moment kreeg ik telefoontjes van mensen die me zegden: niet alleen de FPÖ is tegen u, wij zijn christen-democraten en wij zijn ook tegen u, alsof ze de weerzin tegenover mij niet alleen aan de coalitiepartner wensten over te laten. Bijna grotesk was dat."

Wat Knoll over de wordingsgeschiedenis van de campagne tegen haar vertelt, klopt weliswaar, maar verklaart nog altijd de extreme reacties niet. Vele anderen die tegen de regering zijn, worden niet op die wijze vervolgd. Als ik met mensen praat die Knoll niet genegen zijn, wordt zij met van haat trillende stem 'de heks' genoemd. Vanwaar die haat?

"Ik vertegenwoordig op velerlei manieren een minderheid die men op dit ogenblik in dit land liever niet ziet. Een evangelische bisschop in een katholiek land, een vrouwelijke bisschop aan wie je het ambt niet kunt aflezen: ik pas niet in het sjabloon van de geestelijke, ik kleed me niet als dusdanig. Als zogenaamd sterke vrouw heb ik heel snel duidelijk gemaakt dat ik niet met mij laat sollen, dat ik niet moet hebben van die vaderlijke types die goedmoedig het beste met mij voorhebben en in die hoedanigheid mijn parcours komen uitstippelen, dat ik geen blonde zoete engel ben, maar dat ik, min of meer moedig, mijn eigen weg zoek. Tegelijk ben ik met minderheden bezig geweest: met asielzoekers, met buitenlanders, met Roma, met mensen die spijtig genoeg nog altijd tweederangsburgers zijn. De teneur is tegenwoordig: houd je maar beter met de eersterangsburgers bezig.

"De reacties zijn ook fundamenteel seksistisch, dat merk je aan de dreigbrieven, primitief seksistisch, drek en seks. Gek genoeg zijn ook de positieve reacties extreem. In steunbetuigingen ben ik meteen een heilige, of de Moeder Courage van de Burgenlandse gemeenten, in afkeurende brieven ben ik de heks die zo snel mogelijk op de brandstapel moet belanden: het Eva Maria-syndroom in alle schakeringen. Het is voor mij belangrijk om duidelijk te maken dat ik het een noch het ander ben. Ik ben niet van nature moedig, ik ben er niet opuit om een martelares te worden. Ik ben vaak heel zwak. Op die momenten vind ik me gek omdat ik niet voor een eenvoudiger leven kies. Ik heb me ook afgevraagd of het niet beter was af te treden en mijn kinderen een normaal leven te bieden. Maar dan heb ik toch, samen met mijn echtgenoot, besloten: neen, die lol gun ik die lui niet. Dan zou ik mezelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken. Per slot van rekening zijn we deze episode relatief onbeschadigd doorgekomen."

Is mensen bedreigen een Burgenlandse gewoonte?

"Ik denk het niet. Ik denk dat wat gebeurde tekenend is voor het algemene klimaat in dit land, een klimaat van ongeremde, wellustige karakterloosheid, een klimaat waarin toogpraat als legitieme politiek wordt voorgesteld."

Het Platform en de bedreigingen kwamen bijna tegelijk tot stand, met lichte voorsprong voor de bedreigingen. Vraag is natuurlijk of het om dezelfde personen gaat, of dezelfde mensen officieel handtekeningen tegen Knoll inzamelden om haar dan bovendien officieus met de dood te bedreigen.

Knoll: "Dat moet de politie uitzoeken. Mentaal hangen de twee voor mij samen. De dreigtelefoons en het Platform wensten hetzelfde te bereiken. En sommige dingen kunnen niet toevallig zijn. Op het precieze moment dat ik de politie inlichtte, hielden de dreigtelefoons en de dreigbrieven op. Dan denk ik: die mensen hebben hun informatie, die weten wat er bij mij thuis gebeurt.

"Oberst Hans Riepl van de gendarmerie is een bekende tegenstander van mij. Twee jaar geleden heeft hij in briefomslagen van de gendarmerie brieven tegen mij verstuurd om te waarschuwen tegen mijn presidentskandidatuur, volgens mij niet zozeer om geld uit te sparen maar om zijn brieven extra autoriteit te verschaffen. Bij eenvoudige mensen kwam dat aan alsof ik al met één been in de misdaadwereld was gestapt. Ditmaal heeft Riepl opnieuw meegeholpen met het Platform, en hij heeft opnieuw dergelijke briefomslagen gebruikt. Misschien nog het ergste: Klaus Fischl, een van de initiatiefnemers van het Platform, gewezen voorzitter van de lokale FPÖ-jongeren, maakte details bekend over de veiligheidsmaatregelen die al dan niet getroffen zijn, terwijl een cameraploeg stond te filmen. Hoe weet hij die dingen? Waarom weet hij dat? En wat is zijn bedoeling als hij die geheime maatregelen bekendmaakt? Maar ik laat het aan de politie over om klaarheid te scheppen."

Als ik met leden van de Evangelische Kerk praat, zowel met voor- als met tegenstanders, hoor ik twee dingen. Een: Frau Knoll is politiek actief. Waarmee men veeleer verwijst naar die nogal onbegrepen presidentscampagne van twee jaar geleden dan naar recentere gebeurtenissen, maar dat wordt doorgaans betreurd, alsof ze haar eigenlijke werk verwaarloost. Twee: de Evangelische Kerk is nooit losgekomen van haar oorlogsverleden. Nog voor de Anschluss van 1938 door nazi-Duitsland waren 73 van de 126 evangelische dominees in Oostenrijk lid van de (toen illegale) nazi-partij. De evangelischen dachten via Hitler van langdurige katholieke discriminatie af te komen. Rechtse evangelischen verwijten Knoll nu dat ze te lang met dat verleden bezig blijft, en dat ze niet kan accepteren dat leden van haar kerk traditioneel voor de FPÖ stemmen. Linkse evangelischen zien de anti-Knoll-campagne als een verre uitloper van het nazisme in de kerk.

"We zijn een brede kerk", zegt Knoll. "Dat heeft de kerkraad vorige week nog eens bevestigd. Ik heb er geen moeite mee dat sommige gelovigen voor de FPÖ stemmen."

Is dat geen vreemde situatie? De FPÖ voert hetze tegen u, FPÖ-leden zoeken handtekeningen om u aan de kant te kunnen zetten, het is geen geheim dat de Haider-partij u niet lief is, maar tegelijk bestaat een groot deel van uw gelovigen uit FPÖ-kiezers.

"Dat laatste klopt niet langer. Uit onderzoek is gebleken dat de evangelischen tegenwoordig juist minder op de FPÖ en veeleer links stemmen. Ik heb zelf vrij veel ruchtbaarheid aan dat onderzoek gegeven. Mede daarom reageert de FPÖ zo agressief tegen mij, denk ik. Er zijn natuurlijk nog Evangelische Gemeenten die overwegend FPÖ-gezind zijn, dat nog wel, maar beduidend minder dan vroeger.

"Wat het oorlogsverleden betreft: twee jaar geleden hebben we daar een synode over gehad, en we hebben niet alleen toegegeven dat kerkleden medeschuldig waren aan de holocaust, maar ook dat de kerk zelf medeschuldig was. Voor ons was dat het begin van een nieuwe manier van omgaan met het verleden. We hebben, als lutherse kerk, tegelijk het antisemitisme in de geschriften van Luther verworpen. Nu moet ik wel toegeven dat wat toen is beslist nog niet in de hoofden van de gelovigen is doorgedrongen. Lange tijd heeft onze kerk geen ruimte geboden voor schuldbeleving, voor het besef dat ook gelovige mensen helemaal fout kunnen zijn, en dat het altijd opnieuw kan gebeuren dat het christelijke geloof vermengd wordt met het geloof van het nationaal-socialisme. Dat dat, na de oorlog, niet wenend en beschaamd is beseft, heeft tot op vandaag gevolgen."

Waarom is dat oorlogsverleden niet eerder besproken?

"Om dezelfde reden waarom het oorlogsverleden van Oostenrijk in het algemeen niet besproken werd. Oostenrijk heeft zichzelf altijd als het eerste slachtoffer van het nazisme beschouwd, veeleer dan als de tweede dader. Bij ons, evangelischen, bestond ook ongeloof over het feit dat uit Duitsland, het moederland van de reformatie, iets slechts kon komen, terwijl we van Oostenrijk enkel de discriminerende wetten kenden. Voor ons was het bijna natuurlijk om Duitsland boven Oostenrijk te verkiezen. Maar dat is natuurlijk geen verontschuldiging. Het voornaamste resultaat van dat oorlogstrauma is dat mensen er heilig over waken dat kerk en politiek niets met elkaar te maken hebben. Dat heb ik als kind altijd gehoord: met politiek maak je je handen vuil."

Met andere woorden: de mensen zijn helemaal overtuigd van de scheiding van kerk en staat. "Dat is voor mijzelf ook een onwrikbaar principe. Ik geloof in een vrije kerk in een vrije staat, waarbij de kerk geen concrete politieke beslissingen beïnvloedt, maar waarbij omgekeerd de politieke partijen ook de kerk niet bestieren. En dat is wat mij ten gronde stoort aan wat er rond mijn persoon gebeurt: hoewel ik als persoon ben bedreigd is dit eigenlijk geen zaak-Knoll, maar een zaak-Evangelische Kerk. Eén partij probeert de kerk in handen te krijgen, haar op te leggen wie haar mag leiden en wie niet. "Aan de andere kant: het christelijke geloof is, zij het op een ander niveau, nooit helemaal vrij van politiek. Als in het politieke bestel zondigheid opduikt, moet de kerk daarover praten. En dan bedoel ik niet de moralistische blik in de slaapkamer, waar zovelen zich graag mee bezighouden, maar wel de structurele zonden. Als er dergelijke zonden zijn, moet men er niet omheen draaien maar die zonden noemen, vind ik."

Vindt u dat de huidige regering zondig is?

"Dat hebben we in de kerkraad besproken. We zijn het niet eens met de stelling van de regering dat ze enkel op haar daden beoordeeld moet worden. Woorden zijn ook daden. Dat heb ik van Jezus geleerd. Woorden kunnen helpen, genezen, opwekken, maar ook kwetsen, vernietigen, schrik aanjagen, onderdrukken, doden."

Bedreigen.

"Ja. Woorden kunnen zondig zijn. In die optiek was het voor mij een gewetensplicht om op 19 februari op de grote betoging tegen de deelname van de Haider-partij aan de regering aanwezig te zijn. Ik wou met woorden reageren. Ik heb niet tot de val van de regering opgeroepen, ik wou tegen geweld spreken. We moeten ons hoeden voor schijnheiligheid die goede Oostenrijkers tegen slechte Oostenrijkers plaatst, want dat is precies de polarisering die Haider wil. Ik heb die toespraak heel bewust geschreven. Ik had ze evengoed als herderlijk schrijven kunnen rondsturen. Ik ben niet schizofreen, ik vertel overal ongeveer hetzelfde. Daarop hebben mijn tegenstanders me voorgesteld als iemand die geweld goedpraat en met communisten en anarchisten samen amok maakt. Wat me wel droef stemt, is dat nogal wat mensen in onze kerk daarvan te overtuigen waren: dat hun bisschop voortaan samen met linkse groeperingen geweld predikt.

"Wat me in de afgelopen tien jaar in Oostenrijk zo heeft gestoord, is de nonchalante verhouding met het verleden waardoor de slachtofferrol van het altijd goede, kleine Oostenrijk nog wordt benadrukt. En de EU-sancties, goed of slecht, passen daar perfect in. De boze EU treft het onschuldige Oostenrijk. Kunstenaars worden niet meer naar Frankrijk uitgenodigd, mensen worden niet langer voor EU-jobs benoemd. Arm, arm Oostenrijk. En wie tegen de regering is, wordt tot nestbevuiler gedegradeerd, want de tegenstanders van de regering hebben die sancties uitgelokt. Dat is de teneur. In Wenen staan de FPÖ-borden tegen 'socialistische nestbevuilers' al overeind.

"De EU-sancties vormden een belangrijk politiek signaal, maar met een signaal los je geen conflict op. Die EU-sancties hebben zeker de discussie in Oostenrijk versterkt, maar op dit ogenblik komen ze de huidige regering ten goede. De regering komt op vreemde ideeën, zoals het referendum over de sancties. Welke Oostenrijker gaat in zo'n referendum aangeven graag geboycot te worden? Niemand. Een dergelijk referendum is niet solide. Dat voert dit land nog verder in het isolement. Ik vind dat Europa nu de dialoog moet zoeken, en hem in alle scherpte en duidelijkheid moet voeren, om zo de bewustwording in Oostenrijk te stimuleren."

Knoll, zo wordt hier gezegd, is een uitzondering. Zij is moedig, maar burgermoed is in Oostenrijk niet dik gezaaid.

"O, er zijn wel degelijk moedige mensen en organisaties, maar misschien niet heel veel. De Oostenrijker is nog al te vaak de goede onderdaan, buigend voor de superieuren, en tegelijk, wat me meer stoort, een onverbeterlijke draaikont. De nieuwe regering is er nog maar, of mensen hebben zich al zo'n positie ingenomen dat ze ook deze episode goed doorkomen. Dergelijke mensen vinden dan dat ze mij raad moeten geven: hou eindelijk je mond, je raakt maar in de problemen. Zelfs in mijn eigen familie overkomt me dat. Mijn schoonouders hebben ons gezegd dat we ons deze problemen zelf op de hals gehaald hebben. Met de dood bedreigd? Eigen schuld. We hadden ons maar op de vlakte moeten houden. We brengen moedwillig onze eigen kinderen in gevaar. Zoiets te horen, dat doet pas pijn. Ik moet wat dat betreft vaak aan de bijbel denken. Wie zijn onze vader en moeder, onze broeder en zuster?"

Wie?

"Zij die in de Heer zijn. Dat is voor mij meer en meer de realiteit."

Over moed gesproken. Waarom is er in Oostenrijk zo weinig kabaal over de bedreigingen tegen uw persoon? Vorig weekend waren er twee Amerikaanse politici in Wenen op bezoek, Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden Lantos en gewezen Republikeinse presidentskandidaat Bob Dole, en die twee samen hebben in een half uur meer over uw situatie gesproken dan alle Oostenrijkse politici samen in twee maanden. Ze hebben onder meer kanselier Schüssel zijn stilzwijgen verweten. Waarom veroordeelt Schüssel de terreurcampagne tegen u niet?

"Dat gebrek aan reactie zit me ook wel dwars. Volgens mij heeft het te maken met mijn vroege veroordeling van de frase 'linkse beroepsdemonstranten'. Dat was niet zomaar een zinnetje, dat zinnetje verwoordde de strategie van de regering, dat is al maanden de regeringspropaganda: dat die betogers lui zijn en niets beter te doen hebben dan het nest te bevuilen. Ik zei meteen: dat is niet zo, en door mijn bekendheid en mijn veronderstelde morele autoriteit kreeg dat enig gewicht. Herr Schüssel heeft er wellicht ook problemen mee dat hijzelf geprobeerd heeft me vijf jaar geleden, als onafhankelijke, in de regering te krijgen, als minister voor het Gezin of voor Milieu. Dat ik dan drie jaar later, als linkse kandidaat - volgens hem dan toch - aan de presidentsverkiezingen heb deelgenomen, heeft hem misschien pijn gedaan. Het zal voor hem ook wel pijnlijk zijn dat hij nu van de Amerikaanse politici te horen krijgt dat de Amerikaanse sancties niet zullen worden opgeheven zolang dit soort aan de nazi-tijd herinnerende praktijken bestaat."

Een onthutsende reactie die ik wel vaak hoor, is: 'Tja, iedereen die in de openbaarheid komt, wordt weleens bedreigd. Daar zeur je toch niet om.'

"Ja, dat is nieuw. Dat hoor ik nu ook overal. Dat ik wat simpel ben, omdat ik niet weet dat dit erbij hoort, en dat ik lichtgeraakt ben, omdat ik van zoiets als doodsbedreigingen opschrik. Men heeft ook al gesuggereerd dat ik de hele zaak zelf geënsceneerd heb."

Een academicus vertelde me dat hij vreest dat mensen, nu ze weten dat er bedreigingen volgen, wel twee keer zullen nadenken alvorens ze een kritisch woord formuleren.

"Volgens mij is het tegendeel waar. In de brieven die ik nu krijg, word ik bedankt omdat ik de moed niet heb opgegeven. Ik besef natuurlijk dat ik in het voordeel ben, in zekere zin word ik door mijn bekendheid beschut. Minder bekende lui hebben veel meer moed nodig om hetzelfde te doorstaan. Maar de brieven die ik krijg, zijn heel optimistisch. De teneur is: dat men geprobeerd heeft mij monddood te maken, en dat het niet is gelukt."

En zo is het ook.

"Ja", zegt ze, met een grimas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234