Woensdag 30/11/2022

ReportageOorlog in Oekraïne

Na de bevrijding volgt in Oekraïense dorpen een bommenregen: ‘Overal kwamen raketten neer’

Andriy Postoepnoi, zijn zoon Kyrill en zijn echtgenote Katya op het centrale plein van Sjevtjenkove. Vluchtelingen uit Koepjansk verzamelen zich hier om geëvacueerd te worden naar Charkiv. Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Andriy Postoepnoi, zijn zoon Kyrill en zijn echtgenote Katya op het centrale plein van Sjevtjenkove. Vluchtelingen uit Koepjansk verzamelen zich hier om geëvacueerd te worden naar Charkiv.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De Russen hebben hun dorp verlaten, toch zijn de Oekraïense inwoners van Koepjansk halsoverkop op de vlucht geslagen. Want na de terugtrekking blijft de Russische artillerie het dorp bestoken om zoveel mogelijk verwoesting aan te richten. ‘Iedereen was in de war.’

Michael Persson

Ineens staan een man, een vrouw en een jongetje van een jaar of tien zaterdag op het plein van Sjevtjenkove, een dorp in het oosten van Oekraïne. ’s Ochtends waren ze nog op de plek waar ze wonen, of woonden, 30 kilometer verderop - daar waar ze een huis hebben, of hadden, met alles wat daarbij hoort. Nu staan ze op een plein met een tas, wat speelgoed en een kat in een reismand.

Wat nu?

Ze komen uit Koepjansk, een dorp waar de Russen een dag eerder definitief uit zijn verdreven, maar waar ze juist na hun vertrek aanweziger zijn dan ooit. Met een bombardement op de achterblijvers laten ze merken hoeveel ze geven om het dorp dat ze zes maanden hebben bezeten alsof het bij Rusland hoorde.

“Overal kwamen ze neer, de raketten, ook op de huizen”, zegt Andrej Postoepnoi (32), de vader. Hij zit gehurkt, met twee handen om de hand van zijn zoontje, die op de stoeprand is gaan zitten en voor zich uit staart. “Hij laat zijn angst niet zien”, zegt Andrej. “Maar ik kan het wel voelen als hij trilt.”

Koepjansk ligt aan de rivier de Oskil, die grofweg de grens vormt tussen bevrijd en bezet gebied. De stad werd onwaarschijnlijk snel bevrijd door de Oekraïense soldaten: ook in het Westen spraken militaire analisten daar hun verwondering en bewondering over uit. De Oekraïense minister van Defensie, Oleksy Reznikov, noemde het tegenoffensief in de Financial Times “een sneeuwbal die van een heuvel rolt, hij wordt groter en groter”. Vorige donderdag wisten de Oekraïners de rivier over te steken en bevrijdden ze ook het oostelijk deel van de stad.

‘We zagen dat het de onzen waren; we waren zo blij’

“We hoorden gevechten, en toen was het stil”, zegt Katya, de vrouw van Andrej. “We kwamen uit de kelder om boodschappen te doen en probeerden de soldaten te vermijden. En toen zagen we ineens dat het de onzen waren. We waren zo blij.”

Hun zoontje Kyrill heeft een kleine plastic Humvee en een tank uit de tas gehaald en begint oorlogje te spelen. Hij laat zijn mooiste speelgoed zien: een vliegtuig van surrogaatlego, nog in het doosje, met het prijsje nog in roebels op de verpakking. Het is alles wat hij bij zich heeft.

Ze hadden tijdens de bevrijdingsgevechten al een poging gedaan om naar een veiliger oord te vertrekken, vertelt Andrej. Maar de bus waarmee ze probeerden te ontkomen werd door de Russen beschoten. Ze gingen plat op de vloer liggen, alleen de chauffeur en één passagier werden geraakt. Vandaag zijn ze te voet gevlucht, over een kapotte brug naar de overkant. Daar werden ze opgewacht door vrijwilligers, die vanochtend in kleine colonnes vanuit Charkiv naar het oosten zijn gereden.

Nu zijn ze aangekomen op het voor zo’n klein dorp veel te grote plein, gemaakt voor parades in glorieuzere tijden. Aan één kant het gemeentehuis, waar medewerkers van de Verenigde Naties een vrachtwagen met dozen voedsel uitladen. Aan een andere kant een kapot cultuurpaleis met op de gevel de afbladderende prestaties en ambities van de oude wereldmacht: een lopende band, een man aan het stuur, een graanveld, de maan, een atoom, een boek, een trompet en een vrouw met een erlenmeyerkolf. Maar de vluchtelingen moeten naar het derde gebouw aan het plein, in normale tijden de redactie van de plaatselijke krant. Nu is dit het zogeheten filtratiecentrum.

null Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

Russen schieten dorpen kapot waaruit ze zich hebben teruggetrokken

Een stuk of honderdvijftig mensen staan voor de deur, die wordt bewaakt door politiemannen. Wie verder wil moet eerst hierlangs: hier stellen ze vragen en kijken ze welke stempels je in je paspoort hebt – te veel Rusland is verdacht. De vluchtelingen hebben hun mapjes in de hand, met papieren, bewijzen, namen van vrienden die voor hen kunnen instaan. Of niet.

“Ik zie mensen hier die pro-Russisch zijn”, fluistert Oxana Gritsenko, een 78-jarige baboesjka (omaatje) met een hoofddoekje op en een door het leven gegroefd gelaat. “Misschien kan ik daar straks iemand over spreken.”

Ook zij zegt dat de bombardementen begonnen vanaf het moment dat de Russen zich terugtrokken. “Iedereen was in de war, geschokt”, zegt ze. Dat steden kapotgeschoten worden als legers ze proberen te veroveren, is al een verschrikkelijke consequentie van de oorlog. Dat steden kapotgeschoten worden door een leger dat zich terugtrekt, is iets van deze oorlog. Zaterdag wordt zomaar ook een tamelijk onbeduidend dorp als Tjoechoejiv beschoten, ver van het front, waarbij een meisje van elf omkomt. Zondag vallen vier doden bij een psychiatrische inrichting, in een bevrijd stadje vlak bij de Russische grens. De tactiek van de verschroeide flats: de Russische artillerie blijft er consequent op terugvallen.

Als Gritsenko hoort dat de fotograaf Italiaans is, vraagt ze hem of hij haar dochter kan bellen zodra hij weer bereik heeft. Ze is aan het begin van de oorlog gevlucht en in Turijn terechtgekomen. “Laat haar weten dat het goed gaat”, zegt ze met trillende stem. “Ze hoeft zich om mij geen zorgen meer te maken.”

Ze heeft al maanden geen contact meer gehad: de telefoon- en internetconnecties met de vrije kant van de wereld waren in Koepjansk verbroken. Nu, na de bevrijding, horen velen uit het bezette gebied voor het eerst in een half jaar wat er met hun familieleden en andere geliefden is gebeurd. Katya Postoepnoi zegt dat er buiten Koepjansk één heuvel was waar mensen tegen betaling konden bellen met de telefoon van iemand met een Russische simkaart. De communicatie met andere inwoners, vaak verstopt in kelders, verliep via papiertjes op de deuren.

‘De Russen laten hun hun verschrikkelijkste gezicht zien’

Het leven was hard onder de Russen. Rubina, het vrouwelijke hoofd van een Roma-familie die op het plein arriveert met hoestende kinderen in de armen, zegt dat ze maanden in kelders hebben geleefd, en daar nu net uit ontsnapt zijn. “We hadden geen tijd om ook maar iets mee te nemen.” Al die tijd waren ze bang voor elk contact met Russen. “We kennen ons verleden.”

null Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De vluchtelingen hier maken, in tegenstelling tot inwoners van verderop gelegen steden als Izjoem en Balaklia, vooralsnog geen melding van een Russisch terreurbewind. “We waren niet echt bang”, zegt Andrej Postoepnoi. “De Russen waren rustig. Als je je ook rustig hield, bleven ze rustig.” Er kwamen Russische spullen in de winkels te liggen, er kwam Russische tv en je kon ook met roebels betalen. Desalniettemin, zegt hij, namen sommige inwoners de wijk naar Rusland, op zoek naar een beter leven.

“Er waren hier veel mensen met vrienden in Rusland”, zegt hij. “Die voelden zich met hen verwant. Sommigen vonden dat we in feite één land zijn. Toen de oorlog begon konden ze alleen nog maar huilen over wat er gebeurde en hopen dat het over zou zijn.”

“De Russen gedroegen zich redelijk in de stad”, zegt Gritsenko. “Maar er was geen vriendschap. Eigenlijk verwachtten we dat ze, als ze eenmaal zouden begrijpen dat wij niet onder Russische overheersing wilden leven, uit zichzelf zouden vertrekken. In plaats daarvan laten ze nu hun verschrikkelijkste gezicht zien.”

Dat ze moeten vluchten ná de bevrijding is de druppel

Op het plein komt een gebutste en gerafelde Dacia aangereden. In het dak en een portier zitten de grove gaten van granaatscherven, lampen en ruiten zijn weg. Achter het stuur zit een man met een zonnebril op, zijn dochter zit naast hem, zijn vrouw achterin tussen het huisraad. “Auto kopen?”, vraagt hij. Hij heet Georgy Soekhoemi en is vandaag begonnen aan de volgende etappe van zijn odyssee.

Die begon in maart tijdens de beschieting van Izjoem: ze wisten door de linies te breken en een klooster te bereiken, waar ze voor het eerst in dagen weer water konden drinken, zegt Georgy’s vrouw Victoria. Daar werd de wagen getroffen door een raket. Vervolgens gingen ze naar Slovjansk, om op een evacuatietrein naar het westen te komen, maar die zat overvol. Voor ze er erg in hadden bleek hun enige uitweg het bezette Koepjansk, waar ze onderdak vonden op de slaapzaal van een medische school.

Nu zijn ze dus daar weer vandaan gevlucht. De volgende etappe van hun vlucht moet hen weer naar huis in Izjoem brengen, voor zover er nog een thuis over is. Georgy en Victoria hebben gehoord dat hun huis is verwoest; ze hopen dat het appartement van hun dochter Kristina Kotyk nog bewoonbaar is. En anders? Ze heffen hun armen in de lucht.

“Hebben jullie in je land geen verpleegsters nodig?”, vraagt Kristina ineens. “Ik heb zeventien jaar in het ziekenhuis gewerkt. Functionele diagnose van hartaandoeningen. Ik heb geen binding meer met deze plek, ik kan overal heen, weg van hier. Kun je dat alsjeblieft laten weten?”

Dat ze toch nog op de vlucht moesten, na de maanden die ze in bezet Koepjansk hebben doorstaan, een vlucht ná de bevrijding, is ook voor Andrej Postoepnoi de druppel. “We gaan niet meer terug. Ik denk dat ons huis vandaag kapotgeschoten is of morgen kapotgeschoten wordt. Ik ga niet wachten op de herbouw, in angst dat het over een paar jaar weer gebeurt. Mijn zoon is tien. Ik wil hem een leven met meer toekomst geven.”

Ze zijn door de filtratie gekomen en gaan nu eerst naar Katya’s moeder in Charkiv, die ze zes maanden niet hebben gezien of gesproken. Dan klaart Kyrill op. “Ik heb zo veel van haar gedroomd”, zegt hij. “Nu kan ik oma weer echt zien.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234